Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Meditaties over de Heilige Eucharistie (6)

47. «REINIG MIJ met uw bloed...»

-Christus' overgave aan het kruis, hernieuwd in de eucharistie, zuivert onze zwakheden. -Jezus in eigen persoon komt ons genezen, troosten en kracht geven. -De allerheiligste mensheid van Christus in de eucharistie.

47.1 Pie pellicane, Iesu Domine, me immundum munda tuo sanguine... Milde pelikaan, Gij, Jezus mijn Heer, reinig mij, onreine, met uw bloed, waarvan slechts één druppel zalig maken kan heel de wereld uit haar zondigheid.1

Volgens een oude legende gaf de pelikaan haar dode jongen het leven terug door zichzelf te verwonden en hen met zijn bloed te besproeien.2 Dit beeld werd reeds in heel vroege tijden door de christenen toegepast op Jezus Christus. Eén druppel van het allerheiligste Bloed van Jezus, op Calvarië vergoten, zou voldoende zijn geweest om alle misdaden, haat, onzuiverheid, afgunst te herstellen..., van alle mensen aller tijden, van het verleden en van de toekomst. Maar Christus wilde méér: Hij vergoot zelfs de laatste druppel van zijn Bloed voor de mensheid en voor ieder mens afzonderlijk, alsof die alleen op aarde had bestaan: dit is de beker met mijn bloed, van het nieuwe, altijddurende verbond, dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden, zal Jezus tijdens het Laatste Avondmaal zeggen; en elke dag herhaalt de priester deze woorden tijdens de heilige mis, waardoor hij dit offer van de Heer hernieuwt tot het einde der tijden. De dag daarna, op Calvarië, wanneer Hij zijn leven reeds aan de Vader had overgeleverd, doorstak een van de solda­ten zijn zijde met een lans; terstond kwam er bloed en water uit3, het laatste dat Hij nog over had. De kerkvaders zien de sacramenten en het leven van de Kerk zelf ontspringen uit deze doorstoken zijde van Christus: «O dood die leven schenkt aan de doden! -roept de heilige Augustinus uit-. Wat is er nog zuiverder dan dit bloed? Welke wonde heilzamer dan deze?»4 Hierdoor worden wij genezen.

Bij zijn bespreking van deze evangeliepassage laat de heilige Thomas van Aquino duidelijk uitkomen, dat de heilige Johannes heel betekenisvol spreekt van aperuit, non vulneravit, dat hij de zijde doorstak, opende, maar niet verwondde, «want door deze zijde opende zich voor ons de poort naar het eeuwige leven.»5 Dit alles geschiedde -zo bevestigt de heilige op dezelfde plaats- om ons te tonen, dat wij door het Lijden van Christus de schoonwassing van onze zonden en smetten verkrijgen.

De Joden dachten, dat in het bloed het leven zat. Jezus vergiet zijn bloed voor ons, Hij geeft zijn leven over voor ons leven. Hij heeft zijn liefde voor ons getoond door ons met zijn eigen bloed schoon te wassen van onze zonden en ons tot een nieuw leven op te wekken.6 De heilige Paulus stelt, dat Jezus openlijk voor ons aan het kruis tentoongesteld werd: Hij hing daar als een aankondiging om de aandacht van iedereen die voorbij kwam te trekken. Om onze aandacht te trekken. Daarom zeggen wij vandaag tot Hem, in ons innigste gebed: Milde pelikaan, Gij, Jezus, mijn Heer, reinig mij, onreine, reinig mij met uw bloed...

47.2 In de heilige eucharistie komt de Heer als een geneesheer om de wonden die zoveel schade in de ziel aanrichten te reinigen en te genezen. Wanneer wij Hem zijn gaan bezoeken, worden wij gezuiverd door zijn blik vanuit het tabernakel. Maar Hij doet iedere dag veel méér, als wij dat willen: Hij komt in ons hart en vervult het met genaden. Vóór de communie toont de priester ons de heilige hostie en herhaalt enige woorden die herinneren aan de woorden die Johannes de Doper Johannes en Andreas in het oor fluisterde, toen Hij hen wees op Jezus die voorbij kwam: Dit is het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt. En de gelovigen antwoorden met die andere woorden, van de honderdman uit Kafarnaüm, vol van geloof en liefde: Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt... Bij die gelegenheid genas Jezus op afstand de knecht van die heiden, die echter vervuld was van groot geloof. Maar in de communie wil Jezus, ook al zeggen wij tot Hem dat wij niet waardig zijn, dat onze ziel nooit voldoende voorbereid is, in eigen persoon, met zijn Lichaam en zijn Ziel, in ons hart komen, dat door zoveel onreinheden besmet is. Iedere dag herhaalt Hij de woorden die Hij tot zijn leerlingen richtte aan het begin van het Laatste Avondmaal: Desiderio desideravi... Vurig heb Ik verlangd dit paasmaal met u te eten...7 Hoe zeer kan ons hart vervuld worden met vreugde en liefde, als wij vaak het overgrote verlangen van Jezus om in onze ziel te komen overwegen!

Men kan zeer wel denken, dat «het wonder van de transsubstantiatie uitsluitend voor u geschied is. Jezus kwam en nam alleen voor u zijn intrek bij u [...]. Geen enkele tussenpersoon, geen enkele secondant zal ons de invloed die onze ziel nodig heeft verlenen; Hij zelf zal komen. Wat moet Hij ons dan toch liefhebben, als Hij zoiets doet! Hoe vastbesloten moet Hij zijn, dat er van zijn kant uit niets ontbreekt, dat wij geen enkele verontschul­diging hebben om hetgeen Hij ons aanbiedt af te wijzen, wanneer Hij zelf het komt brengen! En wat zijn wij dan toch blind, aarzelend, laatdunkend, weinig bereid om ons volledig te geven aan Hem die zich helemaal voor ons geeft!»8

De dagelijkse fouten en ellende, waarvan niemand gevrijwaard is, vormen geen hindernis voor het ontvangen van de communie. «Niet omdat we erkennen dat we zondaars zijn, mag ons van de gemeenschap met de Heer afhouden; we moeten ons veeleer daarheen haasten, telkens met groter verlangen. Tot geneesmiddel van de ziel en zuivering van de geest, maar met zulk een nederigheid en zo'n geloof dat wij, ook al beschouwen we ons onwaardig om zo'n grote gunst te ontvangen, veeleer het geneesmiddel van onze wonden gaan zoeken.»9 Alleen de doodzonden verhinderen een waardig ontvangen van de heilige eucharistie, als tevoren geen sacramentele belijdenis heeft plaats gevonden, waarin de priester, die de rol van Christus vervult, de zonden vergeeft.

De verlossing, het Bloed dat Hij vergoten heeft, wordt ons op velerlei wijzen verleend. Heel bijzonder in de heilige mis, de onbloedige hernieuwing van het offer van Calvarië. Op het ogenblik van de communie uit handen van de priester wordt de ziel tot een tweede hemel, vol van schittering en heerlijkheid, waartegenover de engelen verrast en verwonderd staan. «Wanneer u Hem ontvangt, zeg Hem dan: Heer, ik hoop op U; ik aanbid U, ik bemin U, vermeerder mijn geloof. Wees mijn steun in mijn zwakheid, Gij, die weerloos in de eucharistie gebleven zijt, om de zwakheid van de schepselen te genezen.»10

47.3 Me immundum, munda tuo sanguine..., Reinig mij, onreine, met uw bloed...

Wij moeten de Heer bidden om een groot verlangen naar zuiverheid in ons hart. Minstens zoals die melaatse die zich in Kafarnaüm ooit voor Hem ter aarde wierp en Hem smeekte om hem te genezen van zijn ziekte, die al in een vergevorderd stadium moet hebben verkeerd, want de evangelist zegt, dat hij overdekt was met melaatsheid.11 En Jezus strekte zijn hand uit, raakte zijn onreinheid aan en zei: Ik wil, word rein. En terstond verdween de melaats­heid. Zó zal de Heer met ons doen, want Hij raakt ons niet alleen aan, maar Hij komt in onze ziel wonen en giet daarin zijn genaden en gaven uit.

Op het moment van de communie bezitten wij werkelijk het Leven. «Wij hebben het mens geworden Woord, geheel en al, met alles wat Hij is en alles wat Hij doet, Jezus God en Mens, alle genaden van zijn mensheid en alle schatten van zijn godheid, of om met sint Paulus te spreken, de ondoor­grondelijke rijkdom van Christus (Ef 3,8).»12 In de eerste plaats is Jezus als mens in ons. De communie giet het werkelijke, hemelse en verheerlijkte leven van zijn mensheid, van zijn hart en zijn ziel in ons uit. In de hemel lopen de engelen over van geluk door de uitstraling van dit Leven.

Enkele heiligen mochten het visioen beleven van het verheerlijkte Lichaam van Christus, zoals dit in de hemel is, stralend van glorie, en hoe het in de ziel is op het ogen­blik van de communie, wanneer de heilige gedaanten in ons verblijven. De heilige Angela van Foligno zegt: «het was een schoonheid die het menselijk woord deed ster­ven», en gedurende lange tijd bewaarde zij van dit visioen «een immense vreugde, een subliem licht, een onuitsprekelijk en voortdurend genot, een verblindend genot dat alle verblinding overtreft.»13 Dit is dezelfde Jezus die ons iedere dag in dit Sacrament komt bezoeken en dezelfde wonderen verricht.

De Heer komt ook als God in onze ziel. Met name in deze ogenblikken zijn wij verenigd met het goddelijk leven van Jezus, met zijn leven als Eniggeboren Zoon van de Vader. «Hij zelf zegt ons: Ik leef door de Vader (Joh 6,58). Van eeuwigheid af geeft de Vader aan zijn Zoon het leven dat Hij in zijn schoot heeft. En Hij geeft het Hem volkomen, mateloos, en met zulk een edelmoedige liefde, dat zij, hoewel ze onderscheiden blijven, slechts één godheid vormen met eenzelfde leven, volheid van liefde, vreugde en vrede. - Dàt is het leven dat wij ontvangen.»14

Tegenover zulk een ondoorgrondelijk mysterie, zoveel gaven moeten wij toch wel gaan verlangen naar de biecht die ons in de gesteldheid brengt om Jezus beter te ontvan­gen! Dan moeten we Hem toch wel bidden, wanneer Hij in de ziel in staat van genade vertoeft, dat Hij al onze smetten, al onze zwakheden zuivert! Als de melaatse genezen werd, doordat Jezus' hand hem aanraakte, dan moet ons hart toch wel gezuiverd worden, als ons gebrek aan geloof en liefde dat niet verhindert! Vandaag zeggen wij tot Jezus in innig gebed: «Heer, als Gij wilt -en Gij wilt het altijd- kunt Gij mij genezen. Gij kent mijn zwakheid; ik ben mij bewust van dit of dat tekort, ik lijd aan bepaalde gebreken. En dan laten we Hem eenvoudigweg de wonden zien en, zo nodig, de verzwering. Heer, Gij hebt zoveel zielen verzorgd, laat mij, wanneer ik U in mij draag of U aanbid in het tabernakel, in U een goddelijk geneesheer zien.»15

-1. Hymne Adoro te devote [Ned. vert. vgl. Laus Deo, p. 103]. -2. Vgl. H. Isidorus van Sevilla, Etimologías, 12, 7, 26, BAC, Madrid 1982, bl. 111. -3. Joh 19,34. -4. H. Augustinus, Tractaat over het Evangelie van de heilige Johannes, 120,2. -5. H. Thomas van Aquino, Lezing over het Evangelie van de heilige Johannes, in loc., 2458. -6. Vgl. Apok 1,5. -7. Lc 22,15. -8. R.A. Knox, Pastoral Sermons, 23, Burns and Oates, London 1960, bl. 306. -9. Johannes Cassianus, Collationes, 23,21. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 832. -11. Vgl. Lc 5,12 vv. -12. M.V. Bernadot, De l'Eucharistie à la Trinité. -13. Vgl. Ibidem. -15. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 93.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 18 mei 2012