Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

1 november. Hoogfeest

36. ALLERHEILIGEN

De Kerk nodigt ons uit onze gedachten en ons gebed te richten tot die ontelbare menigte van mannen en vrouwen die hier op aarde Christus hebben gevolgd en reeds bij Hem in de hemel zijn. Het feest wordt sinds de achtste eeuw in heel de Kerk gevierd. Wij worden eraan herinnerd, dat heiligheid voor allen bereikbaar is, in de verschillende beroepen en staten, en dat wij om dit doel te helpen bereiken het dogma van de gemeenschap van de heiligen moeten beleven.

-De mensen die heilig werden door middel van een normaal leven. -Wij allen zijn tot heiligheid geroepen. -De liefde, het kenmerk van hen die de gelukzaligheid hebben bereikt.

36.1 Laat nu ons allen blij zijn in de Heer: wij vieren de feestdag van alle heiligen; hun feest is voor de engelen een rede tot vreugde; hun lof weerklinkt voor de Zoon van God.1

Het feest van vandaag brengt ons enkele fundamentele bestanddelen van ons christelijk geloof in herinnering en geeft ons deze ter algemene overweging -zo merkt paus Johannes Paulus ii op-. In het middelpunt van de liturgie staan vooral de grote thema's van de Gemeenschap van de Heiligen, van de universele bestemming van het heil, van de bron van alle heiligheid -God zelf-, van de vaste hoop op de toekomstige en onverwoestbare vereniging met de Heer, van de betrekking tussen heil en lijden en een zaligheid, die reeds nu degenen kenmerkt die zich in de gesteldheid bevinden zoals Jezus die heeft beschreven. Maar de sleutel van het feest dat we vandaag vieren «is de vreugde, zoals we hebben gebeden in de introïtus: Laat nu ons allen blij zijn in de Heer: wij vieren de feestdag van alle heiligen; en het betreft hier een onvervalste, reine, bekrachtigende vreugde, zoals die van hem die zich in een grote familie bevindt waarin, naar hij weet, zijn eigen wortels steken...»2 Deze grote familie is de familie van de heiligen: die in de hemel en die op aarde.

De Kerk, onze Moeder, nodigt ons vandaag uit te denken aan degenen die, net zoals wij, op doortocht in deze wereld zijn geweest met moeilijkheden en bekoringen gelijk aan de onze, en die de overwinning hebben behaald. Het is die grote menigte die niemand tellen kan, uit alle rassen en stammen en volken en talen, zoals de eerste lezing van de heilige mis ons in herinnering brengt.3 Allen zijn op hun voorhoofd getekend en gekleed in witte gewaden, die schoon gewassen zijn in het bloed van het Lam.4 Het merkteken en de kleren zijn symbolen van het doopsel, dat de mens voor altijd het karakter geeft van zijn toebehoren aan Christus, en de door de sacramenten en goede werken hernieuwde en vermeerderde genade.

Vele heiligen -van elke leeftijd en staat- zijn als zodanig door de Kerk erkend, en we herdenken hen ieder jaar op een bepaalde dag en nemen hen tot voorsprekers voor alle hulp die wij behoeven. Maar vandaag vieren wij -en bidden wij om hun hulp- die ontelbare menigte die de hemel bereikt heeft na in deze wereld te hebben geleefd, liefde en vreugde zaaiend, bijna zonder zich daarvan bewust te zijn; wij herinneren ons degenen die tijdens hun verblijf onder ons wellicht eenzelfde werk hebben verricht als wij: ambtenaren, landarbeiders, hoogleraren, handelslieden, secretaresses...; zij kenden net als wij moeilijkheden en moesten vaak opnieuw beginnen, zoals wij dat proberen te doen; en de Kerk vermeldt hen niet afzonderlijk in het heiligenboek. In het licht van het geloof vormen zij «een groots panorama: dat van zovele en nog eens zovele lekengelovigen -vaak onopgemerkt of zelfs onbegrepen; onbekend bij de groten der aarde, maar door de Vader met liefde bezien-, mannen en vrouwen die juist in hun leven en werkzaamheid van iedere dag de onvermoeibare arbeiders zijn die in de wijngaard des Heren werken; het zijn de nederige en grote scheppers -ongetwijfeld uit kracht van de genade- van het groeiende Rijk Gods in de geschiedenis.»5 Het zijn uiteindelijk degenen met Gods genade de heiligmaking die zij in het doopsel ontvingen, in hun leven wisten te bewaren en te volbrengen.»6

Wij allen zijn geroepen tot de volheid van de Liefde, om te strijden tegen de eigen ongecontroleerde hartstochten en neigingen, om telkens wanneer dat nodig is weer opnieuw te beginnen, want «heiligheid hangt niet af van iemands staat -ongehuwd, gehuwd, weduwnaar, priester- maar van het beantwoorden aan de genade die ieder van ons verleend wordt.»7 De Kerk herinnert ons eraan, dat de arbeider die iedere morgen zijn gereedschap of pen ter hand neemt, of de huismoeder die zich aan de huishoudelijke zaken wijdt, ieder op de plaats die God hun heeft aangewezen, zichzelf dienen te heiligen door het trouw vervullen van hun plichten.8

Het is een grote troost te bedenken, dat er in de hemel, onder het aanschouwen van Gods aangezicht, mensen zijn met wie we hier op aarde een tijd geleden zijn omgegaan, en met wie wij door een diepe vriendschap en liefde verbonden blijven. Zij verlenen ons in velerlei vorm hulp vanuit de hemel, en wij herinneren ons hen met vreugde en roepen hun voorspraak in.

Vandaag maken we die bede van de heilige Theresia tot de onze; ook zij zelf zal deze, op dit hoogfeest, aanhoren: «O, gelukzalige zielen, die u zozeer wist te verrijken en zo'n heerlijke erfenis wist te kopen...! Helpt ons, daar gij zo dicht bij de bron zijt; put water voor ons, die hier op aarde omkomen van dorst.»9

36.2 Op het hoogfeest van vandaag verleent de Heer ons de vreugde het feest te vieren van uw eigen stad, die onze moeder is, het hemelse Jeruzalem. Daar klinkt al uit een kring van onze broeders in eeuwigheid uw lof. Daarheen zijn wij als pelgrims onderweg, geleid door het geloof spoeden wij ons voort vol vreugde om de verheerlijking van deze kinderen der Kerk, in wie Gij ons, zwakke mensen, een steun en voorbeeld schenkt.10

Wij zijn nog de pelgrimerende Kerk, op weg naar de hemel; en zolang we onderweg zijn, moeten we die schat van goede werken verzamelen, die we ooit voor onze God moeten tonen. Wij hebben de uitnodiging van de Heer gehoord: Als iemand Mij wil volgen... Wij zijn allen geroepen tot de volheid van het leven in Christus. De Heer roept ons in een bepaald beroep om Hem daar te ontmoeten, door die taak met menselijke volmaaktheid te verrichten en tegelijk met bovennatuurlijke zin: door het aan God aan te bieden, door liefde te beoefenen voor hen met wie wij omgaan, door ter verwezenlijking daarvan de versterving te beleven, door reeds hier op aarde Gods gelaat te zoeken, Hem die wij ooit van aangezicht tot aangezicht zullen zien. Deze aanschouwing -het vriendschappelijk omgaan met God onze Vader- kunnen en moeten we verwerven door middel van de dingen van iedere dag, die zich vaak, met ogenschijnlijke eentonigheid, herhalen, want «om God te beminnen en te dienen is het niet nodig uitzonderlijke dingen te doen. Christus vraagt van alle mensen, zonder uitzondering, volmaakt te zijn zoals zijn hemelse Vader volmaakt is (Mt 54,8). Voor de overgrote meerderheid van de mensen veronderstelt heilig zijn, het heilig maken van het eigen werk, zich in het werk te heiligen, en de anderen te heiligen door het werk, en zó God te ontmoeten op de weg van hun leven.»11

Wat anders hebben die huismoeders, die geleerden of die arbeiders soms gedaan... om in de hemel te komen? Want dáár willen wij heen; dat is het enige wat voor ons absoluut van belang is. Deze heilige vastberadenheid is van groot belang voor de anderen. Als wij, door Gods genade en de hulp van zovelen, de hemel bereiken, dan zullen we niet alleen gaan: wij zullen velen met ons meetrekken.

Zij die daar reeds zijn aangekomen, hebben getracht de kleine werkelijkheden van alledag te heiligen; en als zij ooit niet trouw waren, hadden zij berouw en begonnen ze de weg weer van voren af aan. Dát moeten ook wij doen: iedere dag de hemel verdienen door hetgeen we onder handen hebben, te midden van de mensen die God naast ons heeft willen plaatsen.

36.3 Velen van hen die thans Gods gelaat aanschouwen, hebben wellicht geen gelegenheid gehad om tijdens hun aardse leven grootse dingen te verwezenlijken. Maar zij hebben wel, zo goed mogelijk, hun dagelijkse plichten vervuld, hun kleine dagelijkse verplichtingen. Ze hebben misstappen begaan en fouten van ongeduld, luiheid, trots, wellicht zelfs ernstige zonden. Maar zij beminden de biecht, ze hadden berouw en begonnen opnieuw. Zij hadden ten zeerste lief en kenden een vruchtbaar leven, omdat zij zich voor Christus wisten op te offeren. Ze hebben nooit gedacht dat ze heilig waren; integendeel: zij hielden steeds in gedachten dat zij in hoge mate Gods barmhartigheid nodig hadden. Allen kenden, in meerdere of mindere mate, ziekte, tegenspoed, de moeilijke uren waarin alles zwaar viel; zij kenden mislukkingen en successen. Misschien huilden ze, maar zij kenden de woorden van de Heer en brachten die in praktijk, dezelfde woorden die we vandaag in de heilige mis horen: Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken.12 Zij steunden op de Heer, gingen Hem vaak opzoeken en verbleven bij Hem nabij het tabernakel; elke dag opnieuw ontmoetten zij Hem.

De zaligen die de hemel reeds hebben bereikt, zijn onderling zeer verschillend, maar zij kenden in dit aardse leven een gemeenschappelijk kenteken: zij beoefenden de liefde jegens degenen die hen omringden. De Heer had gezegd: Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt: als ge de liefde onder elkaar bewaart.13 Dát is het kenmerk van de heiligen, van hen die reeds voor Gods aanschijn staan.

Wij bevinden ons op weg naar de hemel en wij hebben dringend behoefte aan de barmhartigheid van de Heer, die groot is en ons dag na dag overeind houdt. Daaraan moeten we dikwijls denken evenals aan de genade die we bezitten, met name op ogenblikken van bekoring of ontmoediging.

Daar wacht een ontelbare menigte vrienden op ons. Zij «kunnen ons hulp verlenen, niet alleen omdat het licht van hun voorbeeld over ons schijnt en dit het voor ons soms gemakkelijker maakt te zien wat we moeten doen, maar ook omdat zij ons te hulp komen met hun gebeden die machtig en wijs zijn, terwijl onze gebeden zo zwak en blind zijn. Wanneer u op een avond in november aan het raam gaat staan en de hemel bezaaid ziet met sterren, denk dan aan de ontelbare heiligen in de hemel, die klaar staan om ons te helpen...»14 Dit zal ons op moeilijke momenten vervullen van hoop. In de hemel verwacht de Maagd ons om ons de hand te reiken en ons te leiden naar het aanschijn van haar Zoon en van al die dierbaren die daar op ons wachten.

-1. Introïtus. -2. Johannes Paulus ii, Homilie 1-XI-1980. -3. Apok 7,9. -4. Vgl. Apok 7,3-9. -5. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Christifideles laici, 30-XII-1988, 17. -6. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 40. -7. H. Jozefmaria Escrivá, De liefde tot de Kerk, 37. -8. Vgl. Johannes Paulus ii, Apost. const. Christifideles laici, cit. -9. H. Theresia van Ávila, Exclamaciones, 13,4. -10. Vgl. Altaarmissaal, Prefatie van de mis. -11. Gesprekken met Mgr. Escrivá, 55. -12. Alleluia. Mt 11,28. -13. Joh. 13,34-35. -14. R.A. Knox, Preek in Alli Hallws, 1-XI-1950.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012