Elfde week door het jaar. Zaterdag
36. Alles is voor ons bestwil
-Gods wil beminnen. God heeft de best mogelijke plannen met
ieder van ons. Bij tegenspoed de innerlijke rust bewaren. -Overgave aan God en
verantwoordelijkheid. -Omnia in bonum: voor hen die
God liefhebben, is alles voor hun bestwil.
36.1 Alles, zelfs het kleinste
ding in het heelal, bestaat omdat God het in stand houdt. Hij
die hult de hemel in wolken, die maakt dat het regent op aarde, die het gras op
de bergen doet kiemen; die de honger stilt van de dieren, van het ravenjong dat
om voer schreeuwt.1 De hele schepping is
het werk van God, en Hij zorgt liefdevol voor zijn schepsels, vooreerst door
hen in stand te houden. «Dit 'in stand houden' is in zekere zin een
voortdurende schepping (conservatio est continua creatio).»2 Deze zorg en voorzienigheid strekken zich op
bijzondere wijze uit tot de mens, Gods lievelingsobject.
Jezus leert ons steeds, dat God onze Vader is en dat Hij het
beste voor zijn kinderen wil. Het beste dat we ons kunnen voorstellen, voor
onszelf en voor degenen van wie we het meest houden, stemt bij lange na niet
overeen met de goddelijke plannen. God onze Vader weet heel goed wat we nodig
hebben, en zijn alziende blik reikt zowel tot dit leven als tot in de
eeuwigheid; onze blik is kort en zeer gebrekkig, onze visie beperkt. Logischerwijze
bestaan geluk en heiligheid wezenlijk in het kennen, beminnen en volbrengen van
Gods wil, die zich aan ons tijdens ons leven op verschillende wijzen, maar
voldoende helder, openbaart.
In het evangelie van de mis doet de Heer ons een aanbeveling,
opdat onze dagen vervuld mogen zijn van vrede... Weest niet
bezorgd voor uw leven, wat ge zult eten of wat ge
zult drinken, en ook niet voor uw lichaam, wat ge zult aantrekken. Is het leven
niet méér dan het voedsel en het lichaam niet méér dan de kleding? Let eens op
de vogels in de lucht: ze zaaien niet en maaien niet en verzamelen niet in
schuren, maar uw hemelse Vader voedt ze.3
Hier krijgen we een uitnodiging om te leven in vreugdevolle hoop bij het
volbrengen van onze dagelijkse plichten. Het is logisch dat we te maken krijgen
met tegenslagen, leed en moeilijkheden, maar we moeten deze als kinderen van
God dragen, zonder ons overdreven zorgen te maken, zonder verzet of
bedroefdheid, omdat we weten dat de Heer toelaat dat deze dingen gebeuren -deze
ziekte, die ogenschijnlijke ramp- om ons te zuiveren, ons te veranderen in
medeverlossers met Hem. Het lijden en de tegenspoed moeten dienen om ons te
zuiveren, om ons te helpen groeien in de deugden, en om meer van God te
houden... «Heb je uit de mond van de Meester zelf de gelijkenis niet gehoord
van de wijnstok en de ranken? Troost je: Hij eist veel van je, omdat je een
wijnrank bent die vrucht draagt... Hij snoeit je, ut
fructum plus afferas, opdat je nog meer vrucht zult dragen.
»Natuurlijk is dit wegsnijden en snoeien pijnlijk. Maar hoe
sappig zijn daarna de vruchten en hoe rijp de werken!»4
Laten we niet in de war raken als we de 'tegenwind' van de goddelijke plannen
ontmoeten; God is zich goed bewust van wat Hij doet en van wat Hij laat
gebeuren.
Laten we vandaag onszelf eens goed onderzoeken om te zien of
wij tegenslagen, verdriet en ogenschijnlijk falen zonder de vrede te verliezen
aanvaarden; of we ons beklagen of, al is het slechts voor korte tijd, sombere
gedachten of opstandigheid de vrije teugel laten. Laten we, in de aanwezigheid
van de Heer, nagaan of ons fysieke of morele leed ons werkelijk dichter bij God
onze Vader brengt, en ons nederiger maakt. Weest niet bezorgd
voor uw leven... zegt de Heer ons nogmaals in deze tijd van gebed.
36.2 Heel vaak weten we niet wat
goed voor ons is; «en wat de zaak nog meer verwart, is dat we denken dat we het
wel weten. We hebben onze eigen plannen om gelukkig te worden, en te vaak
kijken we naar God als iemand die ons helpen zal ze te verwezenlijken. De ware
stand van zaken is echter volledig het tegenovergestelde. God heeft zijn eigen
plannen om ons gelukkig te maken, en Hij wacht op ons om Hem te helpen ze ten
uitvoer te brengen. En laat het duidelijk zijn dat we op geen enkele manier
Gods plannen kunnen verbeteren.»5 Wanneer we in
de praktijk zeker zijn van deze waarheden en ze, dag na dag, beleven, komen we
tot een kalme overgave, zelfs als ons iets hards overkomt, wat we niet kunnen
begrijpen en wat ons verdriet en zorgen geeft. Er valt niets in elkaar, het is
geen ramp, als we gedragen worden door het besef van ons goddelijk kindschap: Als God nu het veldgewas, dat er vandaag nog staat en morgen in
de oven wordt geworpen, zó kleedt, hoeveel te meer dan u...6
Soms gebeurt het, zegt de heilige Thomas, dat als iemand, die
geen kennis bezit van de medische wetenschap, een dokter water ziet
voorschrijven aan de ene zieke en wijn aan de andere, hij dan in zijn
onwetendheid denkt dat het voorschrijven in het wilde weg gebeurt zoals het
opgooien van een muntstuk. «En zo gaat het ook met God. Hij, die de oorzaken
van de dingen kent en in overeenstemming met zijn voorzienigheid, ordent alles
al naar gelang de ware noden van de mensen: Hij stelt op de proef sommigen die
misschien goed zijn, en staat toe dat anderen die slecht zijn in voorspoed
leven.»7 We mogen nooit vergeten dat God wil dat
we hier gelukkig zijn, maar Hij wil dat we nog gelukkiger zullen zijn voor
altijd bij Hem in de hemel.
Heiligheid bestaat in het liefdevol vervullen van de wil van
God, die zich openbaart in de plichten van elke dag overeenkomstig ieders persoonlijke
situatie. Wetend dat Gods liefdevolle aandacht de kleinste details van ons
leven omvat, kunnen wij ons in volledig vertrouwen aan God overgeven. Maar deze
overgave moet aktief en verantwoordelijk zijn, met gebruikmaking van de
middelen die elke situatie vereist; het kan inhouden dat we naar de dokter
moeten gaan als we ziek zijn; het kan betekenen dat we alle stappen moeten
zetten die noodzakelijk zijn om de baan te krijgen die we zo zeer nodig hebben,
en waarvoor we tot God gebeden hebben; het kan betekenen dat we hard moeten
werken om in ons beroep verder te komen, of alle uren aan de studie wijden die
nodig zijn om voor dat moeilijke examen te slagen...
Overgave aan God moet nauw verbonden zijn met verantwoordelijkheid,
een verantwoordelijkheid die ons ertoe brengt de meest geschikte menselijke
middelen te gebruiken, want in veel gevallen is wat als 'pech' of
'tegenzittende omstandigheden' vermomd is, in feite niets anders dan verborgen
middelmatigheid, luiheid of onvoorzichtigheid, omdat men niet alle
mogelijkheden voorzien had, en niet de juiste middelen gebruikte waar de
situatie om vroeg. Als werk gewetensvol gedaan wordt en ordelijk, als het goed
wordt afgeleverd, als het geheiligd is, dan zal het te zijner tijd vruchten
voortbrengen, net als standvastig en offervaardig apostolaat. En als deze
vruchten niet aanstonds komen, dan is dat een teken dat God ze zal geven via
wegen die wij niet verwacht hadden, en dat Hij wil dat we ons juist in deze
omstandigheden heiligen.
36.3 Het besef van ons kindschap
Gods helpt ons te ontdekken, dat alles wat in ons leven gebeurt, gewild of
toegelaten wordt voor ons bestwil door de zeer beminnelijke wil van God. Hij,
die onze Vader is, verleent ons wat het beste voor ons is, en Hij verwacht van
ons, dat we zijn vaderlijke liefde zien zowel in de gunstige en aangename, als
in de ongunstige en onaangename gebeurtenissen.8
Zoals de apostel Paulus zegt: In alles
bevordert God het heil van die Hem liefhebben.9
Wie God bemint en zijn liefde met daden toont, weet dat, wat er ook komen mag,
alles voor zijn bestwil is, mits hij blijft liefhebben. En juist omdat hij
liefheeft, gebruikt hij de nodige middelen opdat het resultaat goed zal zijn,
opdat het werk -goed afgemaakt, en gedaan met een zuivere mening- vruchten van heiligheid
en apostolaat zal voortbrengen. En als hij eenmaal de middelen die hem ter
beschikking stonden heeft benut, dan geeft hij zich over aan God en rust hij in
zijn liefdevolle voorzienigheid. «Let op -zegt de heilige Bernardus- Hij zei
niet dat de dingen dienen voor onze willekeur, maar dat ze dienen voor het
heil. Niet voor onze grillen, maar voor het nut; niet voor het genoegen, maar
voor de redding; niet voor onze verlangens, maar voor ons voordeel. In deze zin
dient alles voor ons welzijn, zelfs de dood, zelfs de zonde... Want werken
zonden niet ten goede van degene die daardoor nederiger, vuriger, zorgzamer,
voorzichtiger, verstandiger wordt?»10 Na de
middelen gebruikt te hebben die binnen ons bereik lagen, of bij zaken die niet
van ons afhangen, zullen we in het binnenste van ons hart zeggen: Omnia in bonum, alles is voor ons bestwil.
Met deze overtuiging, de vrucht van het goddelijk kindschap,
zullen we vervuld van optimisme en hoop leven en aldus vele moeilijkheden
overwinnen. «Het lijkt alsof de wereld jou terneer drukt. Je ontwaart rondom
geen enkele uitweg. Het is deze keer onmogelijk om de moeilijkheden te
overwinnen.
»Maar, ben je wederom vergeten dat God jouw vader is? Almachtig,
alwetend, barmhartig? Hij kan je niets slechts toezenden. Datgene wat jou
bezorgd maakt, is goed voor je, ook al zijn op dit moment jouw ogen verblind.
»Omnia in bonum. Heer, dat uw
allerwijste wil nog eens geschiede, en altijd!»11
Omnia in bonum. Alles is voor ons
bestwil. Wij kunnen alles veranderen in iets dat God welgevallig is, en tot het
heil van de ziel strekt. Deze uitdrukking van de heilige Paulus kan als schietgebed,
als een gebedje dienen dat ons vrede zal geven op moeilijke momenten.
De heilige Maria, onze Moeder, zal ons leren hoe we ons vol
vertrouwen kunnen overgeven, met vertrouwen in Gods handen, als we elke dag
veelvuldig onze toevlucht tot haar nemen. In het allerzoetste Hart van Maria,
waarvan we het feest in deze maand juni vieren, zullen we altijd vrede, troost
en vreugde vinden.
-1. Ps 147,8-9. -2. Johannes Paulus ii, Algemene
audiëntie, 29 januari 1986. -3. Mt 6,25-26.
-4. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 701. -5. E. Boylan, This tremendous lover.
-6. Mt 6,30. -7. H. Thomas van
Aquino, Over het Credo. -8. The Navarre Bible, noot bij Rom
8,28. -9. Rom 8,28. -10. H. Bernardus, Over de kortheid van het leven, 6. -11. H. Jozefmaria Escrivá, De Kruisweg, negende
statie, 4.
|