Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Veertiende zondag door het jaar (A)

55. Anderen helpen hun lasten te dragen

-Christus' voorbeeld. -Wij behoren meedogend en barmhartig te zijn. De last van de zonde en van onwetendheid. -Wij moeten ons tot Christus wenden wanneer het leven voor ons moeilijk wordt, en van Onze Lieve Vrouw leren hoe onszelf te vergeten.

55.1 Jezus gedroeg zich heel anders jegens de mensen als de manier waarop veel Farizeeën zich tegenover hen gedroegen. Hij kwam om mensen te verlossen van hun zwaarste lasten door die op zich te nemen. Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.1

Naast Christus worden al onze inspanningen en inderdaad al die dingen die wij zeer moeilijk te dragen vinden, als wij Gods wil zoeken te vervullen, zelfs aangenaam. Offers opgedragen met Christus brengt geen gevoel van norse opstandigheid met zich mee, maar integendeel één van vreugdevol geven. Hij nam onze smarten en onze zwaarste lasten op zich. De evangeliën geven ons een trouw voorbeeld van zijn zorg voor alle mensen. De heilige Gregorius de Grote schrijft: «Overal liet Hij voorbeelden achter van Zijn barmhartigheid».2 Hij wekt doden op, geneest blinden, melaatsen, stommen, en bevrijdt door de duivel bezetenen. Er zijn gevallen waarin Hij zelfs niet eens wacht tot de zieke bij Hem wordt gebracht, maar zegt: Ik zal hem komen genezen.3 Zelfs op het ogenblik van zijn eigen dood toont Hij zijn zorg voor de mensen rondom Hem. Hij geeft zichzelf met liefde over aan de dood; Hij is het die al onze zonden goedmaakt, en niet alleen die van ons maar die van de hele wereld. 4

Wij moeten de Heer navolgen, niet alleen door te vermijden de oorzaak te zijn van onnodige zorgen van anderen, maar ook mensen te helpen de zorgen te dragen die ze al hebben. Telkens wanneer mogelijk zullen wij anderen helpen hun menselijke opdracht te vervullen. Wij zullen helpen de lasten te dragen die het leven zelf hun oplegt: «Als je klaar bent met je werk, doe dan dat van je broeder, hem zo helpend terwille van Christus, met zoveel tact en vanzelfsprekendheid, dat niemand, zelfs niet hijzelf, bemerkt dat je meer doet dan je strikt genomen moet doen. -Dat is nou wat je noemt een fijne deugd van een kind van God!» 5

Wij moeten nooit denken dat enige daad van zelfverloochening of offer, opgedragen voor het goede van een ander, meer is dan we behoren te doen. De naastenliefde moet ons aansporen ons respect voor anderen op zeer specifieke wijzen te tonen. Het moet ons ertoe leiden naar gelegenheden te zoeken ons nuttig te maken, om de lasten van anderen te verlichten en vreugde te geven aan allen die wij op enigerlei wijze kunnen helpen, zelfs ofschoon we weten dat we nooit zoveel zullen doen als we behoren te doen.

We moeten altijd proberen anderen te ontlasten van wat hen neerdrukt, precies zoals Christus in onze plaats zou hebben gedaan. Soms betekent dit dat wij een kleine dienst moeten bewijzen. Soms betekent het dat wij een woord van bemoediging of van hoop geven. Op een ander moment zullen we iemand helpen op te kijken naar de Meester zodat hij ertoe komt zijn toestand in een meer positief daglicht te zien; het kan een toestand zijn die hem scheen te verpletteren, eenvoudig omdat hij tot dan toe gevoeld had er alleen voor te staan. Wij moeten ook denken aan die kanten van ons gedrag waarmee wij soms, zonder het werkelijk zo te bedoelen, het leven voor anderen een beetje moeilijker maken; onze grillen en invallen, ons onbezonnen oordeel, negatieve kritiek, gebrek aan welwillendheid voor anderen, een onvriendelijk woord.

55.2 Liefde stelt ons in staat in anderen het goddelijke beeld te ontdekken naar Wiens gelijkenis wij allen zijn gemaakt. Wij moeten in iedereen de enorme prijs herkennen die voor zijn vrijlating is betaald -de onschatbare verlossing- het eigen Bloed van Christus.6 Hoe groter onze liefde, hoe meer wij onze naaste naar waarde kunnen schatten, en als gevolg onze zorg voor zijn noden en verdriet kunnen tonen. Dan zien wij niet alleen een ander mens die lijdt of een moeilijke tijd doormaakt, we zien Christus in die persoon, Christus die zich met alle mensen vereenzelfdigde: Voorwaar, Ik zeg u: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan.7 Christus stelt zich onder ons tegenwoordig door naastenliefde. Op elk ogenblik handelt Hij in de wereld door de ledematen van zijn Mystiek Lichaam. Onze onveranderlijke eendracht met Jezus maakt het ons mogelijk te zeggen: Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt gaat, en Ik zal u rust en verlichting schenken. De naastenliefde is de volle verwezenlijking van het Koninkrijk van God in de wereld.

Indien wij getrouwe volgelingen van Christus willen zijn, moeten wij Hem onophoudelijk vragen ons een hart te geven zoals het zijne, in staat om verdriet te voelen voor al het kwaad dat de mens met zich meesleept. In het bijzonder moeten wij spijt hebben over het kwaad dat de zonde is, dat, meer dan welk ander kwaad, de mens neerhaalt en hem overmeestert. Jezus reageerde altijd met medelijden wanneer Hij al de beperkingen en de zwakheden van de mensen zag: Ik heb medelijden met deze mensen8 noteren de evangelisten ieder op hun eigen manier. Christus was ontroerd door al de rampspoed die Hij gedurende zijn tijd op aarde tegenkwam. Wij weten dat Hij altijd met barmhartigheid neerkijkt op de hoop van menselijke ellende die door de eeuwen heen opeengestapeld werd. Als wij onszelf volgelingen van Christus willen noemen, moeten wij in ons hart dezelfde gevoelens van barmhartigheid dragen als de Meester had.

Laat ons in ons persoonlijk gebed de Heer vragen ons met zijn genade te helpen echt medelijden te voelen, bovenal voor hen die onder het onmetelijke kwaad van de zonde lijden, voor hen die ver weg van God zijn. Dan kunnen wij beter begrijpen waarom het apostolaat van de biecht het grootste van alle werken van barmhartigheid is. Het is door dit apostolaat dat we God de gelegenheid geven zijn edelmoedige vergeving uit te storten over die berouwvolle zoon die het huis van zijn Vader verliet. Van wat een grote last bevrijden we de mens die beladen was met de zonde en nu te biechten gaat! Wat een werkelijke opluchting! Vandaag zou het een goed moment kunnen zijn ons af te vragen: hoeveel mensen heb ik geholpen een goede biecht te spreken. Wie kan ik nog meer helpen?

Wij behoren in het bijzonder de lasten te verlichten van de mensen die nauwer met ons zijn verbonden omdat zij hetzelfde geloof delen, dezelfde geest, dezelfde banden van bloed, hetzelfde werk. De heilige Leo de Grote zei nadrukkelijk: «Sla zeker met algehele welwillendheid acht op iedereen die te lijden heeft, maar wees heel bijzonder bekommerd om degenen die deel uitmaken van Christus' Lichaam en door het katholiek geloof met ons verenigd zijn. Want wij hebben meer te danken aan hen die tot ons behoren door de vereniging in genade dan tot vreemden door de gemeenschappelijke natuur.»9

Laten we, zover als we kunnen, allen verlichten die de zware last van de onwetendheid dragen, in het bijzonder de onwetendheid van hun geloof, die «heden ten dage in sommige landen van christelijke traditie een omvang als nooit tevoren heeft bereikt. Wellicht vanwege de dwang van een geseculariseerde wereld of vanwege een beklagenswaardige desoriëntatie en verwaarlozing zijn hele menigten van kinderen die gedoopt zijn, bij het bereiken van de puberteit volslagen onbekend met de meest elementaire begrippen van geloof en moraal en zelfs van de beginselen van godsvrucht. Het onderrichten van de onwetenden betekent thans vooral het onderrichten van hen die niets van godsdienst weten, oftewel 'evangeliseren', dat wil zeggen: met hen over God en het christelijk leven spreken.»10 Wat een groot gewicht moet er gedragen worden door hen die Christus niet kennen, door hen die zijn beroofd van de christelijke leer of die doordrenkt zijn met dwaling!

55.3 Wij zullen ontdekken dat geen weg zekerder naar Christus en het geluk leidt, dan die van een oprechte zorg hen te bevrijden die vermoeid zijn en zwaar beladen met wat het dan ook is dat hen neerdrukt. God heeft de dingen op zo'n manier beschikt «dat wij zouden leren elkanders lasten te dragen: omdat er niemand is zonder enig gebrek; niemand zichzelf genoeg is; inderdaad niemand voldoende wijs is uit zichzelf.»11 Wij hebben elkaar allemaal nodig. Leven met andere mensen vereist die wederzijdse hulp zonder welke we het moeilijk zouden vinden vol te houden.

Als wij soms met een taak worstelen die onze krachten te boven gaat, moeten we niet nalaten naar de woorden van de Heer te luisteren: Kom tot Mij. Alleen Hij kan onze kracht herstellen, alleen Hij kan onze dorst lessen. «Jezus zegt nu en altijd: Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Wij mogen zeker ervan zijn, dat Jezus ons onophoudelijk uitnodigt tot Hem te komen, dat Hij onze moeilijkheden ziet en medelijden met ons heeft. Nog steeds biedt Hij ons zijn beloften aan, zijn vriendschap, de hoop op goedheid, op een heilzaam geneesmiddel voor onze ziekten, op troost; en nog steeds biedt Hij ons voedsel aan, brood, de ware bron van kracht en leven.»12 Christus is onze rust.

Onze voortdurende conversatie met onze Moeder Maria leert ons begrip te hebben voor onze naaste ten tijde van zijn nood. Er was niets dat zij niet opmerkte, want zelfs de kleinste zorgen waren van belang voor de liefde die haar hart altijd vervulde. Zij zal ons helpen de weg te volgen die naar Christus leidt, juist op die momenten wanneer onze nood, die wij op Hem willen ontladen, nog groter is: «U zult er de kracht uit putten om de Wil van God volledig te vervullen, u zult vol zijn van verlangen om de mensen te dienen. U zult die christen worden die u soms droomt te zijn: overlopend van werken van liefdadigheid en rechtvaardigheid, blij en sterk, met begrip voor anderen en veeleisend jegens uzelf.»13

-1. Mt 11,28-30. -2. H. Gregorius de Grote, Preken over de Evangelië, 25,6. -3. Mt 8,7 -4. 1 Joh 2,2. -5. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 440. -6. Vgl. 1 Pe 1,18. -7. Mt 25,40. -8. Mc 8,2. -9. H. Leo de Grote, Preek 89. - 10. J. Orlandis, De Acht Zaligsprekingen. -11. Thomas à Kempis, De Navolging van Christus, I, 16,4. -12. Paulus vi, Preek, 12 juni 1977. -13. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 293.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012