Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zesentwintigste zondag door het jaar (B)

38. apostolaatsWerk voor iedereen

-Verschillende apostolische werkwijzen. Eenheid in het wezenlijke. Het afwijzen van een 'één-partij-mentaliteit' in de Kerk. -Elke omstandigheid is goed voor het apostolaat. -Liefde is de eenheidsband en grondslag van het apostolaat.

38.1 De eerste lezing van vandaag uit het Oude Testament vertelt hoe Mozes de Heer vroeg om zijn geest aan andere oudsten van de stam te geven.1 Mozes voelde dat hij niet genoeg kracht had om alle verantwoording zelf te dragen. De Heer legde een deel van de geest die op Mozes rustte, op die zeventig oudsten. Deze mannen kwamen samen bij de tent en begonnen onmiddellijk te profeteren. Nu waren er twee mannen in het kamp gebleven. De een heette Eldat, de ander Medad. Ook op hen rustte de geest. Zij stonden op de lijst, al waren zij niet naar de tent gegaan en zij profeteerden in het kamp. Jozua vroeg Mozes hun te verbieden dit te doen. Mozes antwoordde: Ik zou willen, dat heel het volk van Jahwe profeteerde en dat Jahwe zijn geest op hen legde!

Het evangelie van vandaag gaat over een min of meer gelijke gebeurtenis.2 Johannes wendt zich tot Jezus om te vertellen, dat de apostelen een man hebben gezien die duivels uitdrijft in Jezus' naam. Aangezien deze man niet tot de kring van volgelingen van Jezus behoorde, probeerden de apostelen hem te doen ophouden. Maar Jezus tikt Johannes op de vingers en zegt: Belet het hem niet, want iemand die een wonder doet in mijn Naam, zal niet zo grif ongunstig over Mij spreken.

Jezus wijst deze onverzoenlijke houding van zijn leerlingen af. Hij opent hun harten voor een apostolaat zonder grenzen. Christenen moeten geen 'één-partij-mentaliteit' hebben die geen verschillen tolereert. Waar het om gaat is eenheid in wezenlijke zaken, eenheid in datgene wat het fundament van de Kerk is. Paus Johannes Paulus ii heeft bevestigd dat door het doopsel alle christenen het recht hebben om verenigingen binnen de Kerk te organiseren. Hij heeft de fundamentele criteria genoemd om vast te stellen of een bepaalde groep in overeenstemming met de Kerk is.3 Zulke verenigingen moeten op de allereerste plaats beoordeeld worden op de voorrang die zij geven aan de roeping van iedere christen tot heiligheid. Dit is de beste uitdrukking van de volheid van christelijk leven. In dit opzicht moet iedere groepering van deze aard fungeren als een instrument dat tot heiligheid voert.

De paus legt ook de nadruk op het apostolaat: de verantwoordelijkheid om het katholieke geloof te belijden, en vooral de waarheid over Christus, de Kerk en de mens te verkondigen in gehoorzaamheid aan het leergezag van de Kerk dat deze waarheid van de juiste uitleg voorziet. Hierom moet iedere gemeenschap van gelovigen een forum zijn waar het geloof wordt verkondigd en ook wordt onderwezen in zijn totale omvang. Iedere christen heeft een taak in het apostolisch werk van de Kerk. De Heer wil dat er apostelen zijn in de fabriek, op kantoor, aan de universiteit, thuis... Als uitvloeisel van hun geloof moeten gelovigen in een kinderlijke verbondenheid met de paus en de bisschoppen leven. Katholieke verenigingen moeten loyaal zijn aan het leergezag van de Kerk en de richtlijnen volgen die van het leergezag komen. Deze eenheid blijkt ook uit de erkennening van de rechtmatige verscheidenheid en veelvormigheid van deze verenigingen die tegelijkertijd bereid zijn tot loyale samenwerking.

Als wij echte christenen zijn, zullen wij ons geloof meenemen naar de plaats waar wij werken. Wij zullen onze omgeving willen verlichten met de sociale leer van de Kerk. Daarom moeten verenigingen van leken vruchtbare instrumenten worden voor een rechtvaardiger en liefdevoller maatschappij.

Als wij de liefde van Christus hebben, hoe makkelijk zal het dan zijn de apostolische werkzaamheid van anderen te waarderen. Deze veelvormigheid in eenheid zal dan een reden zijn tot blijdschap. Het enige waar het om gaat, is dat Christus gekend en bemind wordt.

De Blijde Boodschap moet iedere hoek van de aarde bereiken. Bij dit werk rekent de Heer op de medewerking van iedereen: mannen en vrouwen, priesters en leken, jong en oud, weduwen, gehuwden, religieuzen... al dan niet georganiseerd, ieder volgens zijn eigen van God ontvangen roeping, binnen initiatieven die voortspruiten uit de rijkdom van het menselijk verstand en de telkens nieuwe inspiratie van de Heilige Geest.

38.2 Iedere christen wordt geroepen het Koninkrijk van Christus uit te breiden. Iedere maatschappelijke omstandigheid is een goede gelegenheid dit te verwerkelijken. «Overal waar God een deur opent voor de prediking om over het geheim van Christus te spreken, moet aan alle mensen vrijmoedig en standvastig worden verkondigd de levende God en degene die Hij gezonden heeft tot heil van allen, Jezus Christus.»4 Bij lafheid, luiheid en uitvluchten, moeten wij voor ogen houden, dat veel mensen afhankelijk zijn van ons woord en voorbeeld om de genade te krijgen Christus meer van nabij te volgen. Wij kunnen nooit een moment niet apostolisch bezig zijn ten behoeve van de mensen die God naast ons geplaatst heeft. De middelen die gebruikt worden mogen verschillen, maar het doel is altijd hetzelfde. Er zijn heel veel verschillende manieren waarop mensen naar de Heer gevoerd worden.

«Laten wij daarom het vuur van de geest levend houden. Laten wij de zoete en bemoedigende vreugde bewaren om het evangelie te verkondigen, zelfs wanneer wij in tranen moeten zaaien.»5 Wij kunnen niet toegeven aan de gedachte, dat tegenwerkende omstandigheden het apostolaat in de weg staan. Moeilijkheden kunnen dienen als een middel om het onderricht van Christus uit te breiden, zoals dat duidelijk gemaakt werd door de eerste christenen en door zoveel anderen die voor hun geloof geleden hebben. De heilige Paulus schreef aan de christenen van Filippi vanuit zijn gevangeniscel: En het merendeel van de broeders heeft uit mijn gevangenschap kracht geput om, in vertrouwen op de Heer en met groter moed dan eerst, onbevreesd het woord te verkondigen. Ofschoon sommigen gepredikt hadden uit afgunst, met gebrek aan de juiste intentie, roept de apostel toch uit: Wat dan nog? Hoe dan ook, Christus wordt verkondigd, met of zonder bijbedoeling. En daarover verheug ik mij. En ik zal mij ook blijven verheugen.6 Ons belangrijkste doel is, dat wij van dag tot dag dichter bij Christus komen. De Heer nodigt iedereen uit voor zijn werk. Hier is geen plaats voor een monopolistische mentaliteit. De Kerk heeft nooit eenvormigheid willen afdwingen, integendeel, zij heeft de verscheidenheid in spiritualiteiten en apostolaten altijd als een rijkdom beschouwd.

Het is duidelijk, dat werk, rust, sociaal leven en sport, al deze zaken, mogelijkheden kunnen bieden om mensen naar God te brengen. Verzet en zelfs totale vervolging kunnen ons leren anderen met liefde te behandelen. Deze omstandigheden kunnen ons leren hoe wij onze vijand moeten liefhebben. De heilige Polycarpus, bisschop en martelaar, schreef over deze vorm van leren in zijn brief aan de christenen van Filippi die vandaag in het getijdengebed staat. Hij vraagt de gelovigen zich te onthouden van «kwaadsprekerij en valse beschuldigingen, waarbij kwaad met kwaad, belediging met belediging en slaag met slaag vergolden wordt. Neem in plaats hiervan in herinnering de woorden van de Heer, die ons leerde: Oordeel niet en u zult niet geoordeeld worden; vergeef, en u zal worden vergeven, heb medelijden en u zal begrepen worden. De maat waarmede u meet, daarmee zal ook u gemeten worden. Gezegend zijn zij die vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van God.»7 Wij moeten een slechte behandeling niet met gelijke munt terugbetalen. Als wij onszelf moeten verdedigen, dan zullen we het doen met respect voor de persoon die erbij betrokken is. Wij moeten anderen leren dat ons handelen geïnspireerd is door de liefde van Christus. Elk apostolaat dat plaatsheeft in de schaduw van het kruis, is vruchtbaar.

38.3 Welke vorm ons apostolaat ook aanneemt en hoe het ook ontvangen wordt, liefde moet onze activiteit altijd bezielen. De Heer maakte dit heel duidelijk toen Hij zei: Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart.8

Toen de heilige Paulus schreef aan de christenen van Tessalonica en zich zijn bezoek aan hen voor de geest haalde, vond hij het heel belangrijk het volgende in hun herinnering te roepen: Gij weet het, als een vader hebben wij ieder van u vermaand en aangemoedigd; wij hebben u bezworen een leven te leiden, God waardig, die u roept tot de heerlijkheid van zijn koninkrijk.9 Hij zegt: Ieder van u. Iedereen. De apostel beperkte zichzelf niet tot preken in de synagogen en openbare plaatsen, zoals zeker zijn gewoonte was. Hij vergewiste zich ervan, dat hij aandacht gaf aan ieder afzonderlijk in de christelijke gemeenschap. Hij gaf vriendelijke bemoediging en advies aan ieder afzonderlijk. Zo zouden wij ons moeten gedragen ten opzichte van de mensen op het werk, thuis, in de klas..., in de buurt. We moeten mensen om ons heen benaderen met een zeer levendige liefde, basis van elk apostolaat, en hen van harte accepteren, ook al is de omgang aanvankelijk misschien stroef, zonder toe te laten dat schijnbare of werkelijke tekortkomingen ons van hen scheiden. «Het dienstwerk van de evangelisatie verlangt van degene die het evangelie verkondigt, een broederlijke en steeds sterker wordende liefde voor degene aan wie hij het evangelie verkondigt.»10 We moeten in iedere persoon de oneindige waarde zien van het kind van God. Dit inzicht zal ons ertoe brengen een diep respect voor onze naasten te hebben, een respect dat sterker zal zijn dan welke tekorten of problemen ook.

Wij, die de gave van het geloof ontvangen hebben, zullen de noodzaak voelen deze gave aan anderen door te geven, door hen deelgenoot te maken van de grote ontdekking van ons leven. De apostolische zending is niet de exclusieve verantwoordelijkheid van de zielenherders: Het is een taak van allen. Met het leven van de eerste christenen als voorbeeld moeten wij onderzoeken of onze invloed op de omgeving is, wat de heer van ons verwacht. Laten wij de troostende woorden van Jezus in het evangelie van vandaag niet vergeten: Als iemand u een beker water te drinken geeft omdat gij van Jezus Christus zijt, voorwaar Ik zeg u: zijn loon zal hem zeker niet ontgaan. Wat zal de beloning van de Heer zijn voor ons, als wij veel mensen naar Hem toebrengen?

-1. Nu 11,25-29. -2. Mc 9,38-41. -3. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Christifideles laici, 30 december 1988, 30. -4. Vaticanum ii, Decr. Ad gentes, 13. -5. Paulus vi, Evangelii nuntiandi, 8 december 1975, 80. -6. Fil 1,14-18. -7. Getijdengebed, Tweede lezing. -8. Joh 13,35. -9. 1 Tes 2,11-12. -10. Paulus vi, o.c., 79.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012