Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

25 januari. Feest

12. BEKERING VAN DE HEILIGE APOSTEL PAULUS

Vandaag wordt de Internationale Bidweek voor de eenheid van de christenen afgesloten met de herdenking van de bekering van de 'apostel der volkeren'. Gods genade verandert sint Paulus van christenvervolger in boodschapper van Christus. Dit gebeuren leert ons, dat het geloof zijn oorsprong vindt in de genade en steunt op het vrije antwoord van de mens, en dat de beste manier om de eenheid der christenen te versnellen bestaat in het dagelijks bevorderen van de persoonlijke bekering.

-Op weg naar Damascus. -De figuur van sint Paulus, toonbeeld van hoop. -Het beantwoorden van de genade. -Apostolische ijver.

12.1 Ik weet wie ik mijn vertrouwen heb geschonken, en ik ben ervan overtuigd dat de rechtvaardige Rechter bij mach­te is wat mij is toevertrouwd ongerept te bewaren tot aan de jongste dag.1

Paulus, een krachtig verdediger van de Wet van Mozes, beschouwde de christenen als het grootste gevaar voor het jodendom; daarom wijdde hij al zijn energie aan de vernie­tiging van de jonge Kerk. De eerste keer dat hij genoemd wordt in de Handelingen van de Apostelen -een ware geschiedenis van de eerste christenheid- treffen wij hem aan bij de marteling van de heilige Stefanus, de eerste onder de christelijke martelaren.2 Sint Augustinus vestigt de aandacht op de uitwerking van Stefanus' gebed op de jonge vervolger.3 Later begeeft Paulus zich op weg naar Damascus, met volmacht om alle aanhangers van de Weg die hij zou vinden, mannen zowel als vrouwen, gevangen naar Jeruzalem te voeren.4 Het christendom had zich snel verbreid dank zij de vruchtbare werking van de Heilige Geest en het krachtige proselitisme dat de nieuwe gelovi­gen beoefenden, zelfs in de meest vijandige omstandigheden: zij die zich verspreid hadden, trokken rond en verkondigden het woord van de Blijde Boodschap.5

Paulus, die in ziedende woede de leerlingen van de Heer met de dood bedreigde, was op weg naar Damascus, maar God had andere plannen met deze man, die toch een groot hart had. Tegen het middaguur, reeds in de buurt van de stad, omstraalde hem plotseling een licht uit de hemel. Hij viel ter aarde en hoorde een stem die hem zei: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? Hij sprak: Wie zijt gij, Heer? Hij antwoordde: Ik ben Jezus die gij vervolgt.6 En meteen daarna de fundamentele vraag van Saul, die reeds de vrucht is van zijn bekering, van zijn geloof en die de weg naar zijn overgave aangeeft: Wat moet ik doen, Heer?7 Paulus is reeds een ander mens. In één keer zag hij alles helder, en het geloof, de bekering brengt hem tot overgave, tot absolute beschikbaarheid in de handen van God. Wat moet ik van nu af aan doen, wat verwacht Gij van mij?

Heel vaak, misschien wanneer we het verst weg waren, heeft de Heer zich opnieuw diep in ons leven willen plaatsen en ons die grote en wonderbaarlijke plannen geopenbaard die Hij met iedere man, met iedere vrouw heeft. «God zij geloofd!, zei je, toen je net gebiecht had. En je dacht: het is net of ik opnieuw geboren ben.

»Vervolgens, ging jij vredig verder: Domine, quid me vis facere? -Heer, wat wilt Gij, dat ik doe?

»En jij gaf jezelf het antwoord: met uw genade zal ik, ondanks alles en allen, uw allerheiligste Wil vervullen. 'Serviam' -ik zal u onvoorwaardelijk dienen.»8 Ook nu herhalen we dat nogmaals. Hoe vaak hebben wij het Hem al niet gezegd, in zo verschillende toonaarden! 'Serviam!'. Met uw hulp zal ik U altijd dienen, Heer.

12.2 Ik leef in het geloof aan de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf voor mij heeft overgeleverd.9

We zullen ons altijd die momenten herinneren, waarop Jezus ons, misschien onverwacht, op onze weg staande hield om ons te zeggen, dat Hij volledig bezit wil van ons hart. Sint Paulus heeft dat unieke ogenblik nooit vergeten, toen zijn persoonlijke ontmoeting met de verrezen Christus plaatsvond: op weg naar Damascus..., zo duidt hij soms aan, alsof hij wilde zeggen: daar is alles begonnen. Bij andere gelegenheden merkt hij op, dat dàt het beslissende ogenblik in zijn bestaan was. En het laatst van allen is Hij ook verschenen aan mij, de misgeboorte...10

Het leven van de heilige Paulus is een oproep tot hoop, want «wie zou, beladen met de last van zijn fouten, kunnen zeggen 'Ik kan mij niet beteren', wanneer [...] de vervolger van de gelovigen tot verkondiger van hun leer wordt?»11 Deze zelfde daadkracht werkt ook nu nog steeds in ons hart. Maar de wil van de Heer om ons te genezen en ons te veranderen in apostelen op de plaats waar wij werken en leven, vereist ons antwoord; Gods genade is voldoende, maar de medewerking van de mens is noodzakelijk, zoals in het geval van Paulus, want de Heer wil rekening houden met onze vrijheid. In zijn toelichting op de woorden van de apostel -niet ik, maar Gods genade in mij- merkt Augustinus op:«Dat wil zeggen, niet ik alleen, maar God met mij; daarom, niet slechts de genade van God, noch slechts hij, maar Gods genade met hem.»12

Wanneer wij altijd op de genade rekenen, zullen we ons nooit laten ontmoedigen, ook al ervaren wij bij tijd en wijle de neiging tot de zonde, de fouten die niet verdwenen zijn, zwakheden en zelfs ons vallen. De Heer roept ons voortdu­rend op tot nieuwe bekering en we moeten volhardend bidden om de genade telkens weer opnieuw te beginnen, een houding die ons ertoe brengt in vrede en vreugde de weg te gaan die naar God leidt -verzekerd van het kindschap van God- en die het hart altijd jong houdt. Het is echter nodig te antwoorden, juist op die momenten waarop wij, zoals sint Paulus, tot Jezus zullen zeggen: Heer, wat moet ik doen?, in welk opzicht moet ik harder strijden?, wat moet ik veranderen? Jezus komt ons vaak tegemoet; dan «is het nodig opnieuw krachten te verzame­len om te dienen -zo schrijft de heilige Theresia- en te trachten niet ondankbaar te zijn, want in die omstandigheden verkrijgen wij de krachten van de Heer; want als wij de schat en de hoge staat waarin Hij ons stelt, niet goed benutten, zal Hij deze weer van ons afnemen en zullen we veel armer zijn; zijn Majesteit zal de juwelen geven aan wie schittert en ze benut voor zichzelf en anderen.»13

Heer, wat moet ik doen? Als wij zo, vanuit ons hart, tot Hem spreken -als een schietgebed- meerdere malen per dag, zal Jezus ons licht schenken en ons openbaren op welke punten onze liefde tot stilstand is gekomen of niet meer voortgaat zoals God het wenst.

12.3 Ik weet in wie ik heb geloofd... Deze woorden verkla­ren heel het latere leven van Paulus. Hij heeft Christus leren kennen, en vanaf dat ogenblik is al het overige als een schaduw in vergelijking met deze onuitsprekelijke werkelijkheid. Niets heeft nog waarde als het niet in Christus en door Christus is. «Het enige waarvoor hij bevreesd was, was God te beledigen; om het overige bekom­merde hij zich niet. Juist daarom wenste hij slechts trouw te zijn aan zijn Heer en Hem aan alle volkeren bekend te maken.»14 Dat is wat wij wensen, het enige wat wij willen.

Vanaf het ogenblik waarop hij Jezus ontmoette, bekeerde Paulus zich vanuit geheel zijn hart tot God. Met dezelfde ijver waarmee hij voordien de christenen ver­volgde, stelde hij zich nu, vermeerderd en gesterkt door de genade, in dienst van het grootse ideaal dat hij zonet had ontdekt. Hij zal de boodschap die de overige apostelen ontvingen en die in het evangelie van de heilige mis staat, tot de zijne maken: Gaat uit over de hele wereld en verkon­digt het evangelie aan heel de schepping.15 Paulus nam deze verplichting op zich en maakte ze vanaf dat moment tot zijn bestaansgrond. «Zijn bekering bestaat juist hierin, dat hij heeft aanvaard dat Christus, die hij op weg naar Damascus ontmoette, in zijn bestaan binnentreedt en hem zal leiden naar één, enig doel: de verkondiging van het evangelie. Ik sta in de schuld bij Griek en niet-Griek, bij ontwikkelden en ongeletterden [...] Voor dit evangelie schaam ik mij niet. Het is een goddelijke kracht tot heil van ieder die erin gelooft (Rom 1,13-16).»16

Ik weet in wie ik heb geloofd... Om Christus' wil trotseert hij talloze risico's en gevaren, zet hij zich voortdurend over vermoeienis heen, over uitputting, over schijnbare mislukkingen van zijn zending, over vrees, om zielen voor God te winnen. Vijfmaal kreeg ik van de Joden de veertig-min-één. Driemaal ben ik met stokken geslagen, éénmaal gestenigd. Driemaal heb ik schipbreuk geleden, eens een heel etmaal doorgebracht in volle zee. Altijd op reis, gevaren van rivieren en gevaren van rovers, gevaren van de kant van mijn eigen volk en van de heidenen, gevaren in steden en in de woestijn, gevaren op zee, gevaren te midden van valse broeders, met zwoegen en tobben, veel slapeloze nachten, honger en dorst, vaak zonder eten, in koude en naaktheid. En afgezien van al het overige: dag in dag uit drukt mij de zorg voor al de gemeenten. Niemand is zwak of ik ben het ook. Niemand komt ten val of het grijpt me in de ziel.17

Paulus plaatste de Heer in het middelpunt van zijn leven. Daarom zal hij, ondanks alles wat hij voor Christus heeft geleden, aan het einde van zijn leven, wanneer hij nagenoeg alleen en enigszins verlaten is, kunnen zeggen: Ik ben vol van, nee ik loop over van vreugde in al mijn lotgevallen... Het geluk van Paulus, en ook ons geluk, lag niet in het afwezig zijn van moeilijkheden, maar in het feit, dat hij Jezus had ontmoet en Hem met heel zijn hart en al zijn krachten had gediend.

Wij besluiten deze overweging met een gebed uit de liturgie van de heilige mis: God, Gij hebt de hele wereld onderricht door de prediking van de heilige apostel Paulus. Wij vragen U, nu wij vandaag zijn bekering vieren: help ons door zijn voorbeeld op onze weg naar U en laat ons voor de wereld getuigen van uw waarheid.18 Tot onze Moeder Maria bidden wij, dat wij de heel concrete genaden die de Heer ons verleent, niet voorbij laten gaan, opdat wij heel ons leven lang telkens weer opnieuw beginnen.

-1. Introïtus, 2 Tim 1,12; 4,8. -2. Vgl. Hnd 7,60. -3. Vgl. H. Augustinus, Preek 315. -4. Hnd 9,2. -5. Hnd 8,4. -6. Hnd 9,3-5. -7. Hnd 22,10. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 238. -9. Communie, Gal 2,20. -10. 1 Kor 15,8-10. -11. H. Bernardus, Preek 1 bij de Bekering van sint Paulus, 1. -12. H. Augustinus, De genade en de vrije wil, 5,12. -13. H. Theresia van Avila, Het boek van haar leven, 10. -14. H. Johannes Chrysostomus, Homilie 2 over de lofprijzingen van sint Paulus. -15. Mc 16,15. -16. Johannes Paulus ii, Preek 25-I-1987. -17. 2 Kor 11,24-29. -18. Collectegebed.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012