Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

5 december
Zesde dag van de Noveen
van de Onbevlekte Ontvangenis

48. BEMINNELIJKE MOEDER

-Jezus heeft ons zijn Moeder als onze Moeder gegeven. Moeder van iedere mens. -Haar zorg en toewijding. -Leren meer en beter met Maria om te gaan en haar te beminnen.

48.1 De Maagd werd Moeder van alle mensen op het ogenblik, waarop zij uit vrije wil ermee instemde Moeder te worden van Jezus, de eerstgeborene onder vele broeders. Dit moederschap van Maria over ons is verheven boven het natuurlijke moederschap van mensen1, want doordat zij op lichamelijke wijze het levenslicht heeft geschonken aan Christus, het hoofd van het Mystieke Lichaam dat de Kerk is, heeft zij in geestelijke zin zijn ledematen, ons allen voortgebracht; Christus is immers de bron van elk geestelijk leven: «omdat zij in haar schoot de Levende gedragen heeft -zo bevestigt het Tweede Vaticaans Concilie-, is Maria de Moeder van alle mensen, in het bijzonder van de gelovigen.»2

Toen haar Zoon Jezus aan het kruis genageld werd, stonden Maria, zijn Moeder, de heilige Johannes, de leerling die Hij liefhad, en enkele heilige vrouwen bij Hem. De Heer richtte toen tot zijn Moeder die woorden die zulk een grote bovennatuurlijke betekenis in het persoonlijk leven van ieder mens, van ieder van ons, hebben gehad en zullen hebben: Vrouw, zie daar uw zoon. Vervolgens zei Hij tot de leerling: Zie daar uw Moeder.3

Indrukwekkend is het om te zien, hoe Christus zichzelf vergeet: zijn lijden, zijn eenzaamheid. Ontroerend is zijn onmetelijke liefde tot zijn Moeder: Hij wil niet dat zij alleen achterblijft; Hij ziet de smart van Maria en neemt ze op in zijn hart om ze eveneens aan de Vader aan te bieden tot verlossing van de mensen. We worden ontroerd door Jezus' handeling jegens alle mensen, goed of kwaad, met inbegrip van hen die door de zonde verhard zijn, vertegenwoordigd in Johannes. Hij geeft ons Zijn Moeder als onze Moeder. Jezus kijkt ons ieder afzonderlijk aan en zegt ons: Zie daar uw Moeder, zorg goed voor haar, neem tot haar je toevlucht, benut deze onuitsprekelijke gave.

Op die ogenblikken, toen Jezus zijn verlossingswerk tot voleinding bracht, verenigde Maria zich innig met zijn offer door een nog meer rechtstreekse en diepere medewerking aan ons heil. Het geestelijk moederschap van Maria werd door Christus zelf vanaf het kruis verleend.4

Zie daar uw Zoon. «Dit is een tweede Kerstmis. In de grot van Betlehem had Maria haar eerstgeboren Zoon zonder enige smart ter wereld gebracht; nu baart zij haar tweede zoon, Johannes, te midden van de smarten van het kruis. Op dit ogenblik ondergaat Maria de barensweeën, niet slechts omwille van Johannes, haar tweede zoon, maar omwille van haar miljoenen andere kinderen die haar door de eeuwen heen Moeder zullen noemen. Nu begrijpen wij waarom de evangelist Christus haar eerstgeboren zoon noemt, niet omdat zij méér kinderen van haar vlees had, maar omdat zij vele anderen met het bloed van haar hart zou voortbrengen»5; door een verlossend lijden, vol van vruchten, omdat zij verenigd was met het offer van haar Zoon. We begrijpen goed dat het moederschap van Maria over ons, dat van een andere orde is, verheven is boven het moederschap van de moeders op aarde, omdat zij ons voortbrengt voor een bovennatuurlijk en eeuwig leven.

Zie daar uw zoon. Deze woorden vermeerderden de liefde, de moederliefde voor ons in de ziel van Maria; in het hart van Johannes brachten zij een diepe, respectvolle kinderliefde voor de Moeder Gods voort. Dàt is de basis van een diepe devotie tot de Maagd.

Wij zouden ons op deze dag van de Noveen kunnen afvragen welke plaats de Maagd in ons leven inneemt. Hebben wij haar weten op te nemen zoals Johannes? Laten we haar vaak alleen staan? Noemen wij haar dikwijls Moeder, mijn Moeder...? Zorgen wij goed voor haar?

48.2 Moederschap betekent zorg en toewijding voor het kind. En deze heeft de Maagd voor alle mensen. Zij spreekt voor ieder van ons ten beste en verkrijgt de specifieke en geëigende genade die wij nodig hebben. Jezus noemt zichzelf de Goede Herder die zijn schapen roept, ieder bij hun naam6; iets soortgelijks geschiedt met Maria, de geestelijke Moeder van ieder mens afzonderlijk. Net zoals kinderen verschillend en enig zijn voor hun moeder, zo zijn wij dat allen voor de heilige Maria. Zij kent ons goed, ze onderscheidt ons al in de verte van ieder ander, ze noemt ons bij onze naam op onmiskenbare toon. Haar moederschap strekt zich uit tot heel de persoon, tot lichaam en ziel. Maar haar moederlijk handelen, ook over het lichaam, is erop gericht «het bovennatuurlijk leven in de zielen te herstellen»7; het is gericht op de heiligheid, op een meer volmaakte vereenzelviging met haar Zoon. In deze taak van moeder is de Maagd de medewerkster bij uitstek van de Heilige Geest, van Hem die het bovennatuurlijke leven geeft en in stand houdt.

Dit moederschap van Maria is niet voor alle mensen precies gelijk. Maria is op uitnemende wijze de Moeder van de gelukzaligen in de hemel, die het genadeleven niet meer kunnen verliezen. Zij is op volmaakte manier de Moeder van de christenen die in staat van genade leven, want zij bezitten het volledige bovennatuurlijke leven. Zij is de Moeder van degenen die door de doodzonde van God verwijderd zijn geraakt; jegens hen beoefent zij voortdurend haar barmhartigheid om hen tot vriendschap met haar Zoon te brengen; daarom is de Maagd onze machtigste hulp in ieder apostolaat. Onze Lieve Vrouw is ook Moeder van hen die niet eens gedoopt zijn, omdat ook zij bestemd zijn voor het heil, want God wil dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen.8

De Maagd, Moeder bij uitstek, heeft voor ons altijd een glimlach op haar lippen, een gastvrij gebaar, een blik die tot vertrouwen uitnodigt; zij staat altijd klaar om te verstaan wat er in ons hart omgaat; op haar kunnen wij onze smarten leggen, alles wat ons bedrukt. Zij maakt zich bij allen bemind, zij is beminnelijk bij uitnemendheid: «ze werd helemaal voor iedereen; voor wijzen en onwetenden werd zij, door een overvloedigste liefde, schuldenares. Voor allen opent zij de schoot van erbarming, opdat allen van haar volheid ontvangen: de gevangene verlossing, de zieke genezing, de bedrukte troost, de zondaar vergeving.»9

Met name bij moeilijkheden of wanneer we niet de benodigde middelen bezitten, in bekoringen, op mogelijke momenten van verdwazing, moeten we vol vertrouwen tot haar gaan: Moeder, mijn Moeder... Monstra te esse Matrem!, toon dat gij onze Moeder zijt!, zo hebben we zo dikwijls tot haar gezegd.

Misschien is onze ziel wel eens ziek; dan kunnen we tot haar gaan -Salus infirmorum, Heil van de zieken- met de zekerheid, dat we niet worden afgewezen. Geen enkele ervaring, hoe zwaar of negatief die ook is of kan lijken, mag ons ontmoedigen. We zullen in haar altijd de beminnelijke, gastvrije Moeder ontmoeten, met een blik vol van erbarming, die ons met tederheid ontvangt en de weg die we kwijtgeraakt zijn vergemakkelijkt en zelfs verkort. En als de moeilijkheden toenemen, in de ziel of in het gewone leven, dan moeten we haar nog krachtiger aanroepen, en zij zal zich haasten om ons te beschermen. «Moeder! -Roep haar aan, luid, zeer luid. -Zij luistert naar je, zij ziet je misschien in gevaar, en de heilige Maria, je Moeder, biedt je met de genade van haar Zoon haar moederlijke troost en haar tedere liefkozingen aan: dan zul je gesterkt zijn voor de nieuwe strijd.»10

48.3 En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis.11 Wat benijden we Johannes! Wat zal dat nieuwe thuis van de heilige Maria vervuld zijn geraakt van licht! «De geestelijke schrijvers hebben in deze woorden van het evangelie een uitnodiging gezien, gericht tot alle christenen, opdat ook wij Maria in ons leven zouden opnemen. Maria wil inderdaad dat wij haar aanroepen, dat wij vol vertrouwen tot haar gaan, dat wij een beroep doen op haar moederschap, en haar vragen dat zij zich aan ons toont als onze Moeder: Monstra te esse Matrem! (Hymne Ave maris stella12

Wellicht kan dit ons voornemen zijn voor vandaag, wederom een dag van de Noveen van onze Moeder: Maria aanschouwen ten huize van Johannes, de buitengewone tederheid bezien die hij jegens de Moeder van Jezus zal hebben gekoesterd, de vertrouwelijke, innige gesprekken... En laten wij haar dan in ons eigen leven plaatsen: haar aankijken zoals de beminde leerling haar heeft aangekeken, bij alles naar haar toe gaan met kinderlijk vertrouwen, haar minstens evenveel liefhebben als Johannes haar heeft bemind. Wat is het toch gemakkelijk de heilige Maria lief te hebben! Nooit heeft er, na Jezus, een beminnelijker schepsel bestaan of zal er ooit bestaan. Men heeft van Maria gezegd, dat zij als een glimlach van de Allerhoogste is. In haar wezen vinden we niets wat gebrekkig of onvolmaakt of onvoltooid is. Zij is niet iemand ver weg of ontoegankelijk: zij staat heel dicht bij ons leven van alledag, ze weet van ons gesjouw, van wat ons bekommert, wat we nodig hebben... Laten we niet bang zijn onszelf te overtreffen in onze liefde tot Maria, want wij zullen haar nooit beminnen zoals de Allerheiligste Drieëenheid, die haar zozeer heeft bemind, dat Zij haar zelfs tot Moeder van Christus heeft gemaakt. Laten we niet bang zijn onszelf te overtreffen, want we weten dat zij «een geschenk van het hart van de stervende Jezus»13 is.

De Heer verlangt, dat wij haar steeds meer leren beminnen; dat wij jegens haar de tederheid en liefde -tot in het kleinste toe- betrachten, zoals Hij in ons geval zou hebben gedaan: schietgebeden, vaak naar haar afbeeldingen kijken -men kan zoveel uitdrukken met een blik, die ons van de aarde naar de hemel leidt!-, haar genoegdoening schenken voor de vergetelheid waarin sommigen van haar kinderen haar achterlaten, tot haar gaan ook in de geringste nood, liefdevol tot haar de Engel des Heren bidden, de heilige rozenkrans... «Onder alle vormen van eerbewijs die wij Maria kunnen betonen» verzekert de heilige Alfonsus van Liguori, «is er géén die het hart van onze Moeder zo welgevallig is als het veelvuldig afsmeken van haar moederlijke bescherming, door haar te bidden om haar bijstand in al onze afzonderlijke noden; niets haar zo welgevallig als het geven of ontvangen van een raad, in gevaar, bij tegenspoed, in bekoringen... Deze goede Moeder zal ons zeker uit de gevaren bevrijden, alleen al door het bidden van de antifoon Sub tuum praesidium (Onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht, heilige Moeder Gods...), of het Weesgegroet, of door alleen maar haar heilige naam aan te roepen, die bijzonder machtig is tegen de duivels.»14 Zoals alle moeders ervaart zij een bijzondere vreugde in de zorg voor haar kinderen in nood.

Wij weten dat «na de pelgrimstocht van deze woestijn haar barmhartige ogen en haar armen op ons wachten, waar wij in een onlosmakelijke band de Vrucht van haar schoot, Jezus, zullen ontmoeten, die de heerlijkheid heeft verworven voor zichzelf, voor zijn Moeder en voor ons, al zijn broeders die onze toevlucht tot zijn erbarming zoeken.»15

Heilige Maria, beminnelijke Moeder , bid voor hen, bid voor mij. Leer mij u iedere dag een beetje méér lief te hebben.

-1. Vgl. R. Garrigou-Lagrange o.p., De Moeder van de Verlosser. -2. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 53. -3. Joh 19,27. -4. Johannes Paulus ii, Enc. Redemptoris missio, 23. -5. F.J. Sheen, Desde la Cruz, Subirana, Barcelona 1965, bl. 18. -6. Vgl. Joh 10,3. -7. Vgl. Vaticanum ii, o.c., 61. -8. Vgl. J. Ibáñez-F. Mendoza, La Madre del Redentor, bl. 237-238. -9. H. Bernardus, Homilie in het octaaf van Maria Tenhemelopneming, 2. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 516. -11. Joh 19,27. -12. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 140. -13. Vgl. Pius xii, Enc. Haurietis aquas, 15-V-1956, 21. -14. H. Alfonsus van Liguori, De heerlijkheden van Maria, 3,9. -15. L.M. Herrán, Nuestra Madre del Cielo, Palabra, 2e ed., Madrid 1988, bl. 102.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012