Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Eenendertigste zondag door het jaar (B)

20. Beminnen met daden

-Het eerste gebod. -Beantwoorden aan Gods liefde voor ons. -Liefde met daden.

20.1 De teksten van de heilige Mis tonen ons de continuïteit tussen het Oude en Nieuwe Testament. Het laatste is zowel de vervolmaking als de vernieuwing van het eerste. In de eerste lezing1 wordt ons reeds in alle helderheid het eerste gebod aangekondigd: Luister, Israël, Jahwe is onze God, Jahwe alleen! Gij moet Jahwe uw God beminnen met heel uw hart, met heel uw ziel en met al uw krachten. Deze passage was bij alle joden heel goed bekend, want zij herhaalden deze tweemaal per dag, tijdens het ochtend- en middaggebed.

In het evangelie2 lezen we hoe een wetgeleerde in alle oprechtheid de Heer een vraag stelt. Deze geleerde had Jezus' gesprek met de sadduceeën aanhoord en verbaasd gestaan over zijn antwoord. Daardoor werd hij ertoe gebracht het onderricht van de Meester beter te willen kennen: Wat is het allereerste gebod?, vraagt hij Hem. En ondanks alle harde beschuldigingen die Hij aan het adres van Farizeeën en sadduceeën zal richten, blijft Jezus thans voor deze man staan, die oprecht de waarheid lijkt te willen leren kennen. Aan het einde van het gesprek spoort Hij hem aan een stap verder te zetten in de richting van zijn bekering en heeft Hij een bemoedigend woord voor hem: Gij staat niet ver af van het Koninkrijk Gods. Jezus staat altijd stil bij elke ziel waarin de kiem van het geringste verlangen om Hem te leren kennen te bespeuren valt. Nu herhaalt de Heer hem, langzaam, de woorden van de Schrift: Luister, Israël, Jahwe is onze God, Jahwe alleen! Gij moet Jahwe uw God beminnen met heel uw hart...

Dit is het eerste gebod, de samenvatting en het hoogtepunt van alle andere. Maar... waarin bestaat die liefde? Kardinaal Luciani, de latere paus Johannes Paulus I, beschreef dit in een commentaar aan de heilige Franciscus van Sales: «Volgens u, beste heilige, moet de mens die God bemint, zich inschepen op het schip van God, vastbesloten de koers te varen die is aangegeven door Gods geboden, door de voorschriften van hen die Hem vertegenwoordigen en door een levenswijze die Hij toestaat.»3 En hij vertelt van een denkbeeldig gesprek met Margaretha, de echtgenote van de heilige Lodewijk, koning van Frankrijk, toen deze op het punt stond ter kruisvaart te trekken. Zij wist niet waar de koning heen ging en zij had ook geen enkele belangstelling voor een bezoek aan de plaatsen waar zij zouden aanleggen; ook maakte zij zich niet druk over de gevaren die vast en zeker zouden opdoemen. «Ik heb geen andere wens dan bij mijn koning te zijn.»

«Die koning is God, die Margaretha zijn wij als we God echt beminnen.» Wat maakt het uit, of we ons nu hier of daar bevinden, als wij maar bij God zijn, die wij boven alles beminnen? Wat maakt het uit, of we gezond of ziek zijn, rijk of arm...? «Bij God zich voelen als een kind op de armen van zijn moeder: of Hij ons op de linker- of op de rechterarm draagt, het maakt geen verschil, laat Hem doen zoals Hij wil.» Hij alleen, dat is voldoende: de plaats waar we zijn, de pijn die we kunnen lijden, succes of mislukking, dat alles heeft niet alleen maar betrekkelijke waarde, maar zal ons kunnen helpen om meer lief te hebben. We kunnen de raad van de heilige Teresia vanAvila volgen: «Laat niets je in verwarring brengen, niets je verschrikken, alles gaat voorbij, maar God verandert niet, geduld vermag alles; wie God bezit, hem zal niets ontbreken: God, en verder niets, dat is voldoende.»4

20.2 Hoezeer heb ik U lief, Heer, mijn sterkte! De Heer is mijn steenrots, mijn burcht, gevaren doet Hij mij ontkomen: mijn God, mijn beschuttende rots, mijn schild, hoorn mijns heils, mijn verheffing5, zo bidden we in de tussenpsalm.

Deze psalm 17 is als het ware een Te Deum dat David tot Jahwe richt om Hem te danken voor alle hulp die hij tijdens zijn leven van Hem heeft ontvangen.6 De Heer heeft hem bevrijd van zijn vijanden, met name uit de handen van Saul, Hij schonk hem de overwinning op heidense vol­keren, gaf hem Jeruzalem terug nadat hij dat had moeten verlaten ten gevolge van de opstand van zijn zoon Absalom. David vond bij zijn Heer altijd steun en hulp. Vandaar zijn dankbaarheid en liefdebetoon: Hoezeer heb ik U lief, Heer, mijn sterkte! Hij was altijd zijn bondgenoot: steenrots, toevlucht, beschuttende rots, beschermend schild... Jahwe was steeds zijn beschutting: de Heer is mijn bijstand geweest.7 Ieder van ons kan deze zelfde woorden herhalen. Wat ons leven bepaalt, wat alle duisternis en droefheid wegneemt is het gegeven, dat God ons liefheeft. Deze werkelijkheid vervult het hart van hoop en troost. En de liefde die God is, heeft zich onder ons geopenbaard doordat Hij zijn enige Zoon in de wereld gezonden heeft om ons het leven te brengen. Hierin bestaat de liefde: niet wij hebben God liefgehad, maar Hij heeft ons liefgehad, en Hij heeft zijn Zoon gezonden om door het offer van zijn leven onze zonden uit te wissen.8 De menswording is de hoogste openbaring van Gods liefde voor ieder van zijn kinderen. Maar deze liefde bestond reeds voor iedere openbaring vanaf de eeuwigheid: Mijn liefde voor u duurt eeuwig.9 Zij is eerder dan elk scheppend voornemen, aan­gezien zij het meest intieme van het goddelijk wezen verbeeldt. De heilige Thomas leert, dat deze liefde de bron is van alle genade die wij ontvangen.10

Meer nog, opdat wij meer lief kunnen hebben, is Gods liefde in ons hart uitgestort door de Heilige Geest die ons werd geschonken.11 «Wij werden bemind -leert de heilige Augustinus- toen wij Hem nog onwelgevallig waren, opdat ons iets werd verleend waarmee we Hem konden behagen.»12 Elders leert de heilige: «Hoor, hoe ge bemind werd toen ge niet beminnelijk waart; hoor, hoe ge werd bemind toen ge slecht en lelijk waart; kortom, voordat er iets in u was dat liefde waardig was. Gij werd eerst bemind, opdat ge waardig werd bemind te worden.»13

Waarom zouden we niet aan zo'n grote liefde beantwoorden. De Heer vraagt van ons, dat wij Hem liefhebben met werken en de genegenheid van ons hart, dat iedere dag meer en beter die weg leert kennen naar de Drieëenheid, die de Allerheiligste Mensheid van Jezus is. De Vader heeft de Zoon lief 14 en heeft ons lief: Gij hebt hen liefgehad, zoals Gij Mij hebt liefgehad.15 Hij heeft ons zozeer lief als wij de Zoon liefhebben: Wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader bemind worden.16

Liefde vraagt daden: vertrouwen als kinderen, wanneer we de gebeurtenissen niet begrijpen; altijd naar Hem toe gaan, elke dag en met name wanneer we in grotere noden verkeren; vreugdevol danken voor alle gaven die we ontvangen; trouw zijn als kinderen, waar we ons ook bevinden... «We zoeken allemaal een baantje in de burcht van God: kok, bordenwasser, kamerdienaar, stalknecht of bakker. Als het de Koning behaagt ons tot lid te benoemen van zijn persoonlijke Raad, dan zullen we dat aannemen, maar ons er niet te zeer over opwinden, wetend dat de beloning niet afhangt van het ambt maar van de trouw waarmee we het vervullen.»17 Op de plaats waar we ons bevinden, in de concrete situatie van ons leven, wil God dat wij gelukkig zijn, want in die omstandigheden kunnen we trouw zijn aan de Heer. Hoe vaak zullen we niet tot Hem moeten zeggen: «Heer, ik heb U lief..., maar leer mij U lief te hebben!»

20.3 Toen er nog maar heel weinig geld was in het pas gestichte klooster van de Heilige Jozef in Avila, werd daar droog brood gegeten met misschien nog iets erbij. Maar nooit ontbraken er kaarsen voor het altaar, en alles wat voor de eredienst was bestemd, was uitgelezen en goed, tussen alle armoede waarin men verkeerde. Een bezoeker die er een bezoek bracht, vroeg enigermate geërgerd: «Een geparfumeerde linnen doek voor de priester om zijn handen te wassen voor de Mis?»

De heilige Teresia, met het gelaat vervuld van godsvrucht, wierp alle schuld op zichzelf. «Deze onvolmaaktheid -antwoordde zij- hebben mijn zusters van mij meegekregen. Maar wanneer ik eraan denk, dat de Heer zich beklaagde, omdat de farizeeër Hem niet op eervolle wijze had ontvangen, dan zou ik willen dat alles, vanaf de drempel van de kerk, doordrenkt was van balsem.»18 De Heer blijft niet onverschillig voor deze oprechte eerbewijzen van een hart dat weet lief te hebben.

Wij beminnen de Heer door de geboden te onderhouden en onze plichten te midden van de wereld te vervullen door elke gelegenheid tot zonde te vermijden, door de liefde te beoefenen tot in de kleinste details..., en ook door die han­delingen die misschien gering lijken maar vol van tederheid en liefde jegens de Heer zijn: een echte kniebuiging voor het tabernakel, het nauwgezet beoefenen van de`vroomheid, een blik op een Mariabeeld... Het zijn juist deze uitdrukkingen die zo gering lijken, maar die de liefde tot de Heer, die nooit mag doven, brandend houden.

Alles wat wij voor de Heer doen, is slechts gering tegenover het goddelijk initiatief. «God houdt van mij... En de apostel Johannes schrijft: 'Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons het eerst heeft liefgehad'. -Alsof dat nog niets is, komt Jezus naar ieder van ons, ondanks onze onloochenbare onnozelheden, om aan ons zoals aan Petrus te vragen: 'Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij meer lief dan dezen?'... -Dat is het moment om te antwoorden: 'Heer, Gij weet alles, Gij weet dat ik U liefheb'; en daar nederig aan toe te voegen: help mij U meer te beminnen, Heer, vermeerder mijn liefde.»19

-1. Dt 6,2-6. -2. Mc 12,28-34. -3. Vgl. A. Luciani, Brieven aan beroemde mensen, bl. 102-103. -4. H. Teresia van Avila, Poesías, VI, bl. 1123. -5. Tussenzang, Ps 17,2-4; 17;51. -6. Vgl. D. de las Heras, Comentario ascético-teológico sobre los salmos, Zamora 1988, bl. 61. -7. Ps. 17,17-20. -8. 1 Joh 4,9-10. -9. Jer 31,3. -10. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, I, q43 a5. -11. Rom 5,5. -12. Vgl. H. Augustinus, Commentaar op het evangelie van Johannes, 102,5. -13. Idem, Preek 142. -14. Joh 3,35. -15. Joh 17,23. -16. Joh 14,21. -17. A. Luciani, o.c., bl. 103. -18. Vgl. M. Auclair, Het leven van de heilige Teresia van Avila, Utrecht-Antwerpen 19512, bl. 162. -19. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 497.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012