Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweede zondag van de advent

8. BEREID DE WEG VAN DE HEER

-De roeping van Johannes de Doper. Zijn plaats in de advent. -De nederigheid van Johannes. De noodzaak van deze deugd voor het apostolaat. -Wij zijn getuigen en voorlopers. Apostolaat onder de mensen met wie wij gewoonlijk omgaan.

8.1 Volk van Sion: zie de Heer komt tot redding van zijn volkeren. De Heer zal de glorie van zijn stem doen horen tot blijdschap van uw hart.1

Zie de Heer komt... De Verlosser stond op het punt te komen en niemand had iets in de gaten. De mensen gingen hun gewone gang, in volstrekte onverschilligheid. Alleen Maria wist het; en Jozef die door de engel op de hoogte gebracht was. De wereld verkeerde in duisternis: Christus was al in de schoot van Maria. De Joden gingen maar door met uitweiden over de Messias zonder te vermoeden dat Hij zo dichtbij was. Sommigen leefden in de verwachting van Israëls vertroosting: Simeon, Anna... Wij zijn in de advent, in afwachting.

In deze liturgische tijd laat de Kerk ons nadenken over de figuur van Johannes de Doper. Hij is het die de profeet Jesaja bedoelde, toen hij zei: -een stem van iemand die roept in de woestijn: bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.2 De komst van de Messias werd voorspeld door profeten die lang tevoren zijn komst aankondigden, als herauten die de komst van een groot koning aankondigen: «Johannes verschijnt als de scheidslijn tussen beide testamenten: het Oude en het Nieuwe. De Heer zelf leert min of meer wie sint Jan is, als Hij zegt: De Wet en alle profeten tot aan Johannes de Doper. Hij is de verpersoonlijking van de oudheid, de aankondiger van nieuwe tijden. Als vertegen­woordiger van de oudheid wordt hij geboren uit ouders met een tamelijk hoge leeftijd; als aankondiger van nieuwe tijden profeteert hij al in de moederschoot. Hij was nog niet geboren, toen hij bij de aankomst van Maria opsprong van vreugde onder het hart van zijn moeder.3 Johannes wordt de profeet van de Allerhoogste genoemd, omdat het zijn opdracht was uit te gaan voor de Heer om zijn wegen te bereiden, om zijn volk de boodschap van verlossing te brengen4

Het hele leven van Johannes de Doper werd bepaald door deze opdracht, zelfs al in de moederschoot. Dat was zijn roeping. Hij had als doel Jezus een volk te bereiden dat in staat zou zijn het koninkrijk van God te ontvangen en anderzijds openlijk van Hem te getuigen. Johannes verrichtte zijn werk niet door te streven naar zelfverwerkelijking, maar om de Heer een volmaakt volk te bereiden. Hij zou het doen, niet omdat hij er toevallig zin in had, maar omdat hij daartoe in de moederschoot ontvangen was. Zo is alle apostolaat: zichzelf vergeten en oprecht bezorgd zijn om de anderen.

Johannes zou tot in het uiterste volbrengen wat er van hem verwacht werd, hij zou in de vervulling van zijn roeping zijn leven geven. Velen zouden Jezus leren kennen dank zij de inspanningen van Johannes de Doper. De eerste leerlingen zouden Jezus volgen op zijn uitdrukkelijke aanwijzing en anderen zouden innerlijk voorbereid worden dank zij zijn prediking.

Roeping omvat het hele leven en alles staat ten dienste van de goddelijke roeping. Van het antwoord dat Johannes later zou geven, liet de Heer de bekering van veel kinderen van Israël afhangen. Elke mens, op zijn eigen plaats en in zijn eigen omstandigheden, heeft een door God gegeven roeping. Van het vervullen van die roeping hangen veel andere zaken af die de goddelijke wil welgevallig zijn: «Veel grote dingen hangen ervan af, of jij en ik ons gedragen zoals God het wil. - Vergeet dat niet.»5 Brengen wij de mensen om ons heen dichter bij de Heer? Zijn wij een voorbeeld in het uitvoeren van ons werk, thuis, in onze sociale contacten? Spreken we over de Heer met onze collega's of medestudenten?

8.2 In het volle bewustzijn van de opdracht die hem toever­trouwd was, weet Johannes dat tegenover Christus niemand waardig genoeg zou zijn Hem van zijn sandalen te ontdoen6, wat in die tijd door de minste knecht gedaan werd. Voor die taak was iedereen geschikt. De Doper aarzelt niet te verklaren, dat hij in vergelijking met Jezus niet meetelt. Hij laat zich niet eens voorstaan op zijn priesterlijke af­komst. Hij zegt niet: 'Ik ben Johannes, zoon van Zacharias, uit de stam der priesters...' Integendeel, als hem gevraagd wordt, wie zijt gij? zegt Johannes: ik ben de stem van iemand die roept in de woestijn: maakt recht de weg van de Heer (vgl. Joh 1,22-23). Hij is niet meer dan dat: de stem. De stem die Jezus aankondigt. Dat is zijn opdracht, zijn leven, zijn persoonlijkheid. Zijn hele wezen wordt bepaald naar Jezus. Zo zou het ook moeten zijn met het leven van elke christen. Wat telt in ons leven, is Christus.

Naarmate Christus meer naar buiten treedt, tracht Johannes de Doper niet meer op de voorgrond te treden, onopvallend te verdwijnen. Zijn beste leerlingen zouden de leerlingen zijn die, op aanwijzing van Johannes, de Meester volgden vanaf het begin van diens openbaar leven. Zie het Lam Gods, zei hij tot Johannes en Andreas, en wees daarbij op Jezus die voorbij kwam. Met grote fijngevoeligheid liet hij de mensen die hem volgden los, opdat zij met Christus verder zouden gaan. Johannes «was volhardend in de heiligheid, omdat hij in zijn hart steeds nederig bleef.»7 En zo verdiende hij die geweldige lofprijzing van de Heer: Voorwaar, Ik zeg u: onder wie uit vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper.8

De Voorloper geeft ook nu het pad aan dat wij te volgen hebben. In het persoonlijk apostolaat -als wij dus bezig zijn anderen voor te bereiden op hun ontmoeting met Christus- moeten we zorgen niet zelf in het middelpunt te staan. Het gaat om Christus. Hij moet verkondigd, gekend en bemind worden. Hij alleen heeft woorden van eeuwig leven, Hij alleen is de belichaming van onze zaligheid. De houding van Johannes is een energieke vermaning tegen de ongeordende eigenliefde die ons ertoe brengt onszelf ten onrechte op de eerste plaats te stellen. Zucht tot opvallen laat geen ruimte over voor Jezus.

De Heer vraagt ons ook ons leven te leiden zonder vertoon, zonder te verlangen de hoofdrol te spelen. Hij wil dat wij eenvoudig leven, gewoon; dat we ervoor zorgen iedereen goed te doen en onze verplichtingen eerzaam na te komen. Zonder nederigheid zullen wij onze vrienden nooit dichter bij de Heer brengen. En dan is ons leven niets dan een grote leegte.

8.3 Wij zijn trouwens niet alleen voorlopers, wij zijn ook ge­tuigen van Christus. Bij het doopsel en het vormsel hebben we de eervolle plicht gekregen ons geloof in Christus te belij­den met daden en woorden. Om die taak goed te verrichten ontvangen wij vaak, of zelfs dagelijks, het goddelijk voedsel van het Lichaam van Christus. Priesters schenken ons in overvloed de sacramen­tele genade en onderwijzen ons met het onderricht van het goddelijk Woord.

Alles wat wij bezitten, is zozeer verheven boven wat Johannes de Doper had, dat Jezus zelf kon zeggen dat de kleinste in het Rijk der hemelen groter is dan Johannes. Wat een verschil trouwens! Jezus staat op het punt op aarde te komen en Johannes leeft tot in het diepst van zijn wezen alleen maar om de Voorloper te zijn. Wij zijn getuigen, maar wat voor getuigen zijn wij? Hoe staat het met ons christelijk getuigenis onder collega's, of thuis? Gebruiken we voldoende kracht om de mensen te overtuigen die nog steeds niet in Hem geloven, die niet van Hem houden, die een verkeerd beeld hebben van Jezus? Is ons leven een bewijs, of ten minste een vermoeden van bewijs, van de waarheid van het katholieke geloof? Het zijn vragen die ons zouden kunnen helpen deze advent zo te beleven, dat deze niet te weinig apostolische betekenis heeft.

Zie de Heer komt... Johannes weet, dat de Heer iets zeer groots in de zin heeft, waarvoor hij een instrument moet zijn en hij gaat in de richting die de Heilige Geest hem aangeeft. Wij weten veel meer over wat God de mens­heid bereid had. Wij kennen Christus en zijn Kerk. Wij hebben de sacramenten, de heilsleer die ons volmaakt overgedragen is. Wij weten, dat de wereld het nodig heeft dat Christus haar regeert. Wij weten dat het geluk en de zaligheid van de mensen van Hem afhangen. Wij hebben Christus zelf, dezelfde die Johannes de Doper kende en verkondigde.

Wij zijn getuigen en voorlopers. Wij moeten getuigenis afleggen en tegelijkertijd anderen de weg wijzen. «Onze verantwoordelijkheid is groot, want getuigen van Christus zijn, betekent allereerst dat wij ons overeenkomstig zijn leer gedragen, opdat ons gedrag een afspiegeling zij van dat van Jezus, waardoor zijn beminnelijke gestalte bij de mensen opnieuw tot leven komt. Wij moeten ons zodanig gedragen dat allen kunnen zeggen als ze ons zien: dit is een christen, want hij haat niet, hij heeft begrip, hij is niet fanatiek, hij kan zich beheersen en offers brengen, hij koestert gedachten van vrede en hij heeft lief.»9

Misschien verwachten mensen tegenwoordig, in veel gevallen, wel niets. Of hun hoop gaat een andere kant uit, waar niets vandaan zal komen. Sommigen worden door stoffelijke goederen aangetrokken, alsof die het opperste geluk verschaffen; maar zij zullen er hun hart nooit mee kunnen verzadigen. We zullen hun de weg moeten wijzen. Aan allemaal. «Gij weet -zegt de heilige Augustinus ons- wat ieder van ons dient te doen, thuis, bij een vriend, bij buren, bij mensen die van u afhankelijk zijn, bij ondergeschikten, bij meerderen. Gij weet ook, op welke wijze God gelegenheden biedt, hoe Hij de deur opent met zijn woord. Inderdaad, gij zoudt niet in rust kunnen leven voordat gij hen voor Christus gewonnen had, want gij zijt gewonnen door Christus.»10

Onze familieleden, vrienden, mensen op ons werk, men­sen die we regelmatig zien, moeten de eersten zijn die baat hebben bij onze liefde tot de Heer. Met voorbeeld en gebed moeten we ook tot die mensen doordringen met wie we niet kunnen praten.

Onze grote blijdschap zal bestaan in het dichter bij Christus gebracht hebben van heel wat mensen die ver van Hem weg of onverschillig tegenover Hem waren, zoals Johannes de Doper deed. Zonder uit het oog te verliezen, dat het de genade van God is en niet onze menselijke kracht die erin slaagt de zielen naar Jezus te voeren. En omdat niemand geeft wat hij niet heeft, is het van het grootste belang moeite te doen te groeien in het inwendig leven, zodat wij zullen overlopen van liefde tot God en daarmee de mensen met wie wij in aanraking komen, zullen aansteken.

De Koningin van de apostelen zal onze verwachting en onze inspanningen om zielen naar haar Zoon te brengen doen toenemen, in de zekerheid dat tegenover Hem geen enkele inspanning vergeefs is.

-1. Introïtus van de Mis, vgl. Jes 30,19 en 30. -2. Mt 3,3. -3. Vgl. Lc 1,41. -4. H. Augustinus, Sermo 293, 2. -5. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 755. -6. Vgl. Mt 3,11. -7. H. Gregorius de Grote, In Lucas Evangelium tractatus, 20,5. -8. Mt 11,11. -9. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 122. -10. H. Augustinus, In Ioannis Evangelium tractatus, 10,9.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012