Drieëntwintigste zondag door het jaar (A)
10. Bidden in het gezin
-Bidden in het gezin is God erg aangenaam. -Enige vrome
praktijken thuis. -Een gezin dat samen bidt, blijft samen: de heilige
rozenkrans.
10.1 Jezus
leert ons vaak dat verlossing en de daaruit voortvloeiende eenheid met God uiteindelijk
iets persoonlijks is: niemand kan onze persoonlijke plaats tegenover God
innemen. Maar Hij wil ook, dat wij elkaar steunen en dat we elkaar helpen op
onze weg naar onze uiteindelijke bestemming. Deze eenheid, die God zo aangenaam
is, moet vooral blijken te midden van hen die een geestelijke band met elkaar
hebben of bij hetzelfde gezin behoren. Deze eenheid, die vraagt dat wij heel
wat deugden beoefenen, verlangt God zo sterk, dat Hij ons als bijzondere gave
beloofd heeft dat Hij ons makkelijker dat zal geven wat we vragen met eenheid
van intentie. Zo lezen we vandaag in het evangelie: Eveneens zeg Ik u: wanneer twee van u eensgezind op aarde
iets vragen -het moge zijn wat het wil- zullen zij het verkrijgen van mijn
Vader die in de hemel is. Want waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam,
daar ben Ik in hun midden.1
Sinds de vroegste tijden is gemeenschappelijk gebed2 in de Kerk praktijk geweest. Het is niet
tegengesteld aan en kan ook niet vervangen worden door persoonlijk gebed, dat
de christen op intieme wijze met Christus verenigt. Bidden in het gezin is God
op bijzondere wijze zeer aangenaam; het is een van de schatten die we van
vorige generaties hebben gekregen opdat we er rijke vrucht van zouden plukken
en het weer overdragen aan komende generaties. «Ze hebben uitstekende middelen
in de weinige, korte dagelijkse religieuze oefeningen die altijd in de
christelijke gezinnen beleefd zijn, en die volgens mij schitterend zijn:
dankzeggen voor de maaltijd, morgen- en avondgebeden, samen de rozenkrans
bidden... Gewoonten verschillen van plaats tot plaats, maar ik denk dat je altijd
een paar akten van vroomheid, waarin het gezin zich op eenvoudige en
natuurlijke manier kan verenigen, moet bevorderen.
»Dit is de manier om ervoor te zorgen dat God niet als een
vreemdeling wordt gezien die we eenmaal per week op zondag in de kerk gaan
opzoeken. Hij zal gezien en behandeld worden zoals Hij werkelijk is, niet
alleen in de kerk, maar ook thuis, want de Heer heeft ons gezegd: waar er twee of drie verenigd zijn in
mijn Naam, daar ben Ik in hun midden.»3
«Dit gebed», zo leert paus Johannes Paulus ii in een commentaar op
deze passage van het evangelie, «doelt op het gezinsleven zelf [...]: Vreugde en
verdriet, hoop en teleurstellingen, geboorten en verjaardagen, trouwdagen van
de ouders, afscheid, vertrek en thuiskomst, belangrijke en verstrekkende
beslissingen, de dood van dierbaren enz. -al deze dingen zijn gelegenheden voor
de liefhebbende inmenging van God in het gezinsleven. Ze moeten beschouwd
worden als geschikte momenten voor dankzegging, om dingen te vragen, om je als
gezin vertrouwvol in de handen van je gemeenschappelijke Vader in de hemel te
leggen. De waardigheid en verantwoordelijkheid van het christelijke gezin als
Huiskerk kan slechts bereikt worden met de voortdurende hulp van God, die Hij
zeker zal verlenen als er nederig en vertrouwvol in gebed om gevraagd wordt.»4
Bidden in het gezin verleent een bijzondere sterkte aan het
hele gezin. De eerste en belangrijkste hulp die we aan onze ouders, kinderen,
broers en zussen geven, is met hen en voor hen te bidden. Bidden vereist de
bovennatuurlijke visie die ons doet begrijpen wat er om ons heen en in het
gezin gebeurt, en ons leert dat alles in het plan van God is: Hij toont zich
altijd aan ons als Vader en zegt ons dat het gezin meer van Hem is dan van ons.
Bidden verlicht ons ook bij die gebeurtenissen die, als we niet dicht bij Hem
zouden zijn, onbegrijpelijk zouden zijn: de dood van een dierbare, de geboorte
van een gehandicapt kind, ziekte, economische moeilijkheden. Als we van de Heer
houden, houden we van zijn heilige wil en in plaats van uit elkaar te vallen,
worden gezinnen sterker verenigd, onderling en met God.
10.2 Wie niet zorgt voor eigen familie en
zelfs niet voor het eigen gezin, heeft het geloof verloochend en is erger dan
een ongelovige5, schreef de
heilige Paulus aan Timoteüs, waarmee Hij ons herinnert aan de verplichtingen
die we allen hebben jegens degenen die de Heer onder onze zorg gesteld heeft.
Een van de belangrijkste verplichtingen die ouders jegens hun kinderen hebben
-evenals, soms, oudere broers en zussen jegens jongere broers en zussen- is hun
te leren hoe ze met God moeten omgaan. Deze taak is zo belangrijk dat ze als
wezenlijk kan worden beschouwd. Als de jaren voorbijgaan, blijven deze eerst
gezaaide zaden vrucht dragen, wellicht zelfs tot het moment van de dood. Voor
velen is dit de geestelijke hulp geweest die het meest voor hen heeft betekend.
«In alle christelijke omgevingen laat de ervaring zien welke
goede effecten deze natuurlijke en bovennatuurlijke introductie in het leven
van vroomheid, die gegeven wordt in de liefhebbende omgeving van het huis,
heeft. Kinderen leren God op de eerste plaats te zetten in hun genegenheid. Ze
leren God te zien als hun Vader en Maria als hun Moeder en leren bidden door
het voorbeeld van hun ouders na te volgen. Op deze manier kan iemand
gemakkelijk zien tot welk een prachtig apostolaat ouders geroepen zijn en
hoezeer het hun plicht is een volledig christelijk gebedsleven te hebben, zodat
ze hun liefde tot God kunnen overbrengen op hun kinderen. Dit is iets meer dan
hen louter te onderwijzen.»6
Het christelijk gezin heeft altijd geweten hoe het van ouders
tot kinderen eenvoudige en korte gebeden moest overbrengen, gemakkelijk te
begrijpen, die de zaden van de vroomheid zijn: schietgebeden tot Jezus, tot
onze moeder Maria, tot de heilige Jozef, tot de beschermengelen... eeuwige
gebeden, die door elke generatie duizenden malen herhaald worden. Kinderen
leren deze lessen en gebeden, die zo duidelijk deel uitmaken van het leven van
hun ouders, snel uit hun hoofd. Als ze een beetje ouder zijn, zullen ze in hun
leven de betekenis ingepast en opgenomen hebben van dankzeggen voor en na de
maaltijd, van aan Maria opdragen wat op de een of andere wijze moeilijk is... met
een kus of met een blik de afbeeldingen van Maria groeten, aan je beschermengel
denken wanneer je het huis in- of uitgaat...
Hoeveel jonge mensen, nu mannen en vrouwen, herinneren zich
met warmte de eenvoudige en precieze uitleg die hun moeder of een oudere broer
of zus hun gaf over de echte aanwezigheid van Christus in het tabernakel, of de
eerste keer dat ze hun moeder om een of andere dringende noodzakelijkheid
hoorden vragen of hun vader een echt eerbiedige knieval zagen maken! Bidden als
lid van een gezin waarin Christus aanwezig is, zou iets natuurlijks moeten
zijn, omdat Hij ook in het huis aanwezig is en Degene is die boven alles bemind
zou moeten worden.
Juist wanneer de sfeer minder gunstig voor gebed en vroomheid
is moeten we als een dierbare schat deze oefeningen van vroomheid bewaren die
deze menselijke liefde sterkt en ons dichter bij God onze Vader brengt.
10.3 Als wij elkaar liefhebben, woont God in
ons7, zingt de liturgie op Witte
Donderdag. Als christenen bij elkaar komen om te bidden, is Christus in hun
midden, en Hij luistert blij naar dit gebed dat gegrond is in de eenheid. Zij allen bleven eensgezind volharden in
het gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus...8 Dit was het nieuwe gezin van Christus.
Het gebed 'bij uitstek' in het gezin is de heilige
rozenkrans. «Het christelijke gezin», leert paus Johannes Paulus ii, «vindt en bevestigt
zijn identiteit in het gebed. Probeert elke dag een moment te vinden om samen
te bidden, om te spreken met de Heer en te luisteren naar zijn stem. Wat is het
mooi als het gezin 's avonds de rozenkrans bidt, ook al is het maar een
stukje ervan. Het gezin dat samen bidt, blijft samen; een gezin dat bidt, is
een gezin dat gered is. Laat je huis een plaats zijn van christelijk geloof en
christelijke deugd door je gezamenlijk gebed.»9
Bij het thuis samen bidden van de rozenkrans zullen de ouders
misschien alleen beginnen, maar later zal een van de kinderen zich bij hen
voegen, en oma... Soms kan ze tijdens een reis in de auto gebeden worden, of,
zelfs beter, op een tijdstip dat van tevoren afgesproken is; misschien is het
in sommige landen geschikt voordat de maaltijd begint, of direct erna... De
rozenkrans en het Angelus, onderwees de paus bij een andere gelegenheid,
«moeten voor elke christen en des te meer voor christelijke gezinnen een
geestelijke oase zijn gedurende de dag, waaruit moed en vertrouwen geput kunnen
worden.»10 «Hoezeer wens ik dat de mooie
gewoonte om in het gezin de rozenkrans te bidden, nieuw leven krijgt ingeblazen.»11
De Kerk wil veel genaden en gunsten verlenen als in het gezin
de rozenkrans wordt gebeden. Laten we doen wat nodig is om dit gebed te
bevorderen dat de Heer en zijn allerheiligste Moeder zozeer behaagt, en dat
beschouwd wordt als «een groot openbaar en universeel gebed voor de gewone en
buitengewone noden van de Kerk, van naties en van de gehele wereld.»12 Dit is een goed fundament waarop de eenheid van het
gezin gebouwd kan worden en de beste hulp om zijn noden onder ogen te zien.
-1. Mt
18,19-20. -2. Vgl. Hnd
12,5. -3. Gesprekken met Mgr.
Escrivá, 103. -4. Johannes
Paulus ii, Apost. exhort. Familiaris consortio, 22 november 1981, 59.
-5. 1 Tim 5,8.
-6. Gesprekken met Mgr. Escrivá,
103. -7. 1 Joh
4,12. -8. Hnd 1,14.
-9. Johannes Paulus ii, Toespraak tot de gezinnen,
24 maart 1984. -10. Idem, Angelus in Otranto, 5
oktober 1980. -11. Idem, Preek, 12 oktober 1980.
-12. Johannes xxiii, Toespraak, 29 september
1961.
|