Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Eenendertigste week. Vrijdag

26. Bidden voor de overledenen

-Hulp aan de zielen in het vagevuur, een in de Kerk vanaf de eerste eeuwen beleefde waarheid. -Hun wachttijd op het binnengaan in de hemel bekorten door gebed en goede werken. -De aflaten.

26.1 In deze novembermaand verveelvoudigt de Kerk als een goede moeder de zoenoffers voor de zielen in het vagevuur en nodigt zij ons uit de zin van het leven te overwegen in het licht van ons einddoel: het eeuwige leven, waarheen wij in snel tempo onderweg zijn.

De liturgie brengt ons in herinnering dat de zielen die in het vagevuur gelouterd worden, de liefde verkrijgen van hun broeders op aarde, dat men voor hen verdiensten kan verwerven en hun wachttijd op de hemel kan bekorten. De dood vernietigt de door de Heer gestichte eenheid niet, maar vervolmaakt deze. De eenheid in Christus is sterker dan de lichamelijke scheiding, omdat de Heilige Geest een machtige band van eenheid is tussen de christenen. Naar hen vloeien de liefde en de trouw van degenen die nog op aarde pelgrimeren: zij brengen hun blijdschap en bekorten die korte spanne tijds die hen nog scheidt van de eeuwige zaligheid; en dat ook als men het niet uitdrukkelijk bedoelt. Als men het bewust wil, is die stroom van liefde en blijdschap nog groter.1

Het Getijdenboek brengt vandaag het verhaal van een veldslag die de Israëlieten met Gods hulp hebben gewonnen.2 Daags na de overwinning liet Judas de Makkabeeër de lichamen van de in de strijd gesneuvelde soldaten op­halen. Toen ontdekte men, dat diegenen waren gedood die onder hun kleren voorwerpen verborgen hadden die waren toegewijd aan de afgoden van de naburige volkeren. Bij het zien daarvan prezen allen de Heer, de Rechtvaardige Rechter, die het verborgene aan het licht brengt. Judas de Makkabeeër liet toen een inzameling houden en zij haalden tweeduizend drachmen op; die zond hij naar Jeruzalem voor een zoenoffer. Want, zo besluit de gewijde schrijver: Dat was een mooie en edele daad, ingegeven door de gedachte aan de verrijzenis. Want als hij niet gehoopt had, dat de gevallenen zouden verrijzen, dan was het nutteloos en dwaas geweest voor de overledenen te bidden. Daarom liet hij voor de overledenen een zoenoffer opdragen, opdat ze van hun zonde zouden worden vrijgesproken.

Talloze grafschriften en veel teksten getuigen ervan, dat de Kerk vanaf de eerste eeuwen «met diepe vroomheid de gedachtenis van de overledenen heeft gevierd en zoenoffers voor hen heeft opgedragen»3, in de volle overtuiging zo de pijnen van de zielen in het vagevuur te kunnen verlichten. Want «als de mannen van Mattatias met offers de misdaden hebben uitgeboet van hen die in de slag gevallen zijn na eerst op ongodvruchtige wijze gehandeld te hebben -legt de heilige Efrem uit- hoeveel te meer boeten de priesters van de Zoon dan door heilige offers en gebed uit hun mond, de zonden van de overledenen uit!»4

Zozeer is onder de eerste christenen de gewoonte geworteld om voor de overledenen te bidden, dat er al heel spoedig een vaste plaats in de heilige Mis werd bepaald om hen aan God aan te bevelen, zelfs met hun naam: Gedenk ook, Heer, uw dienaars en dienaressen N. en N. die vóór ons zijn heengegaan, gemerkt met het teken van het geloof en die rusten in de slaap van de vrede. Laat hen en allen die in Christus zijn ontslapen genadig toe tot het oord van de vreugde, het licht en de vrede. En in een ander eucharistisch gebed kunnen we lezen: Gedenk ook onze broeders en zusters die reeds ontslapen zijn in de hoop der verrijzenis, ja, alle gestorvenen dragen wij op aan uw zorg. Neem hen aan en laat hen verschijnen in het licht van uw gelaat.5 Deze woorden die in de liturgie van de Mis worden gebruikt, stammen heel waarschijnlijk van de opschriften op de graven in de catacomben: «in het teken van het geloof», «in de slaap der rechtvaardigen», «plaats van rust en vrede» zijn formules die men aantreft op de Romeinse begraafplaatsen van de eerste eeuwen en in de «Acten der Martelaren».6

Deze waarheid, namelijk dat wij voor hen die ons voorgingen, ten beste kunnen spreken en die van altijd al door het christenvolk is aanvaard, werd plechtig tot geloofswaarheid verklaard.7

Wij kunnen tijdens dit gebedsuur die mensen in herinnering roepen die reeds zijn overleden en die met ons door krachtige banden blijven verbonden. Laten we vandaag nagaan, hoe het met ons gebed voor hen gesteld is. Laten we niet vergeten dat het hier om een groot werk van barmhartigheid gaat, dat de Heer zeer welgevallig is.

26.2 God, mijn God, naar U blijf ik zoeken, mijn ziel dorst van verlangen naar U; al wat ik ben, smacht naar U in een troosteloos dor land zonder water.8 Mijn ziel lijdt dorst naar U, o God, naar God die leven is; wanneer mag ik opgaan, dat ik voor God verschijn?9 Op de zielen in het vagevuur kan men heel sterk deze noodkreet en dit verlangen van de gewijde schrijver toepassen.

De zonden brengen een tweevoudige wanorde met zich mee. In de eerste plaats is er de belediging van God, die voor de ziel meebrengt hetgeen de theologen «reato de culpa» noemen, de vijandschap met en verwijdering van God die, als het een doodzonde betreft, een radicale afwijking veronderstelt ten aanzien van het doel waartoe de ziel is geschapen; haar wacht God eeuwig te ontberen. Deze schuld wordt, in het geval van zonden die na het doopsel zijn begaan, in de sacramentele biecht vergeven.

Bovendien veroorzaakt de zonde, in de mate waarin zij een bekering naar de schepsels toe betekent, een wanorde die de zondaar zelf treft: hij knot zijn eigen persoonlijke zelfverwezenlijking af, evenals die van de andere gelovigen, met wie hij innig verenigd is door de gemeenschap van de heiligen, en hen die hij benadeelt en beledigt, want vast en zeker «heeft de zonde het menszijn ontluisterd door de mens ervan af te houden de volheid te bereiken.»10 Daarnaast «verlaagt de ziel die zich door de zonde verlaagt, ook de Kerk en in zekere zin heel de wereld.»11 Deze gevol­gen van de persoonlijke zonde noemt men «reato», of rest, «de pena», die gewoonlijk ook blijft bestaan na de sacramentele absolutie en die in dit leven hersteld moet worden door het vervullen van de in de biecht opgelegde penitentie, andere goede werken of door aflaten die door de Kerk worden verleend. De ziel die zonder voldoende herstel uit deze wereld heengaat of die nog dagelijkse zonden of gebrek aan liefde tot God heeft, zal zich moeten louteren in het vagevuur12, want in de hemel zal niets onreins binnenkomen.13 Daar brengen zij voldoening voor hun schulden en smetten, zonder dat zij er zelfs iets mee kunnen verdienen -met de dood eindigt de tijd daarvoor!-, zonder dat hun liefde tot God vermeerderd wordt.

In het vagevuur bestaat naast een onvoorstelbare pijn ook een grote blijdschap, omdat de zielen die daar verblijven zich in genade bevestigd weten en daarom bestemd zijn voor het eeuwig geluk. Wij kunnen verdiensten voor hen verkrijgen en de zielen helpen die zich voorbereiden om de hemel binnen te treden; en dat doen we vooral door de heilige Mis, het meest verhevene wat wij -in vereniging met Christus- in deze wereld aan God de Vader kunnen aanbieden. Bij de jaarlijkse herdenking van alle overleden gelovigen gedenkt de Kerk, met name in deze novembermaand, die kinderen van haar, die nog niet volledig de eeuwige zaligheid kunnen delen, en zij spoort aan tot het veelvuldig aanbieden van het heilig offer voor hun intentie; zij verleent bijzondere aflaten, bestemd voor deze zielen, en zij roept allen op mee te werken aan een werk van barmhartigheid dat zijn vruchten tot buiten de aardse wereld zal afwerpen. De Heer heeft gewild, dat elk goed werk, in staat van genade verricht, de gestorvenen kan helpen en een beloning bij Hem kan verkrijgen. Deze verdiensten kunnen worden aangewend als zoenoffer voor de zielem in het vagevuur. Het betreft onder andere het ontvangen van de sacramenten, met name de communie, het bidden van de heilige rozenkrans, het opdragen van ziekte, pijn, dagelijkse tegenslagen. Bij deze werken beschikken wij iedere dag over een belangrijk hulp voor onze gestorven broeders: het werk of de studie, mits gewetensvol, menselijk volmaakt en in bovennatuurlijke zin vervuld.

26.3 Bijzonder belangrijk bij de hulp die we de zielen in het vagevuur kunnen verlenen zijn de -volle of gedeeltelijke- «aflaten», die we als zoenoffer kunnen aanwenden; enkele ervan zijn zelfs exclusief bestemd ten gunste van de gestorvenen. De Kerk verleent een gedeeltelijke aflaat voor alle vrome oefeningen: inwendig gebed, mondgebeden zoals de Engel des Heren en het Regina Coeli; het gebruik van een vroom voorwerp -kruis, rozenkrans, scapulier, medaille- door een priester gezegend, en indien gezegend door de paus of een prelaat verdient men een volle aflaat op het feest van de heilige Petrus en Paulus door het verrichten van een akte van geloof; lezing van de Heilige Schrift; het bidden van het Memorare; geestelijke communie, in welke bewoordingen dan ook; alle litanieën; het bidden van het Adoro te devote; het Salve Regina; gebed voor de paus; retraite... Sommige worden door de Kerk nog meer verrijkt doordat zij -onder de gebruikelijke voorwaarden: biecht, communie, gebed voor de paus- de begunstiging krijgen van «volle aflaat», die alle tijdelijke straf ten gevolge van de zonde kwijtscheldt. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het bidden van de Kruisweg, een half uur van gebed voor het allerheiligste Sacrament, het godvruchtige bezoek aan een kerkhof in deze eerste acht dagen van november...

Zoals de heilige Thomas van Aquino14 en vele anderen onderrichten, kunnen de zielen in het vagevuur de herinnering bewaren aan de dierbaren die zij op aarde hebben achtergelaten en voor hen bidden, ofschoon zij -tenzij God het hun wil openbaren- de concrete noden niet ken­nen van hen die nog op aarde leven. Zij komen tussenbeide voor de beminden die zij hier achterlieten, zoals wij voor hen bidden, ook al weten we niet zeker of zij in het vagevuur zijn of reeds God in de hemel genieten. Zij kunnen geen verdiensten meer opbouwen, maar wel ten beste spreken door de Heer de verdiensten voor te leggen die zij hier op aarde hebben verworven; zij helpen ons in veel dagelijkse noden «en met name hen met wie zij in dit leven waren verbonden»15, degenen die hen het meest hebben geholpen om het heil te bereiken, hen die zij bijzonder hadden aanbevolen. Laten we altijd tot hen gaan... en laten we edelmoedig zijn in zoenoffers voor hen tot wie de liturgie ons in deze maand heel bijzonder aanspoort.

-1. Vgl. M. Schmaus, Teología dogmática, Rialp, Madrid 1975, vol. II, Los novísimos, bl. 503. -2. Vgl. Getijdenboek, eerste lezing. 2 Mak 12,41 e.v. -3. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 50. -4. H. Efrem, Testamentum, 78. -5. Romeins Missaal, Eucharistisch gebed I en II. -6. Vgl. F. Suárez, El sacrificio del altar, Madrid 1989, bl. 208. -7. Tweede Conc. van Lyon, Professio fidei Michaelis Palaeologi. DS 858 (464). -8. Ps 63,1. -9. Ps 41,3. -10. Vati­canum ii, Past. const. Gaudium et spes, 13. -11. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Reconciliatio et paenitentia, 2 december 1984, 16. -12. Congregatie voor de Geloofsleer, Brief aan de bisschoppen inzake de eschatologie, 17 mei 1979, 7. -13. Apok 21,27 -14. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, I q89. -15. M. Schmaus, o.c., bl. 507.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012