Zeventiende week.
Donderdag
25. Christus' tegenwoordigheid in het tabernakel
-God leeft te midden van ons. -Christus is aanwezig in het
tabernakel. -Devotie tot het heilig Sacrament. De hymne Adoro te devote.
25.1 Door heel het Oude Testament maakt God zijn bedoeling bekend om een
blijvende aanwezigheid onder de mensen te hebben. De tent van de samenkomst was in de woestijn de eerste tempel van God. Een wolk overdekte de
tent die de glorie van God en zijn aanwezigheid verzinnebeeldde: Toen overdekte de wolk de tent
van de samenkomst en vulde de heerlijkheid van Jahwe de woning.1 De wolk was een
teken van de goddelijke aanwezigheid.2
Veel later was de tempel van Jeruzalem de plaats waar de
Israëlieten God vereerden.3 Het was de plek
waarnaar zij hadden verlangd terwijl zij in de woestijn verbleven. Zij
herinnerden zich het enthousiasme van vroeger als zij naar het huis van de Heer
plachten te gaan terwijl zij liederen van blijdschap en lof zongen: Hoe lief is mij uw woning, Heer
der Hemelmachten. Mijn ziel verlangt en hunkert naar uw heiligdom. Mijn hart en
heel mijn wezen gaan juichend uit naar U, de God die leeft.4 Ver van het heiligdom verwijderd te zijn betekende
verstoken te zijn van echt geluk: Mijn ziel lijdt dorst naar God, naar God die leven is;
wanneer mag ik opgaan, dat ik voor God verschijn?5
In de volheid van de tijd is het Woord vlees geworden. De
kracht van de Allerhoogste overschaduwde Onze Lieve Vrouw op het moment van de
Menswording6 en de Maagd Maria werd het
tabernakel van God. Het Woord van God heeft onder ons gewoond.7 De heilige Johannes gebruikt een Grieks werkwoord
voor 'woont' dat «oorspronkelijk betekende 'zijn tenten opslaan', dus, te leven
in een plaats. De zorgvuldige lezer van de Schriften zal onmiddellijk denken
aan het tabernakel of, in de periode van de uittocht uit Egypte, de tent waar
God zijn tegenwoordigheid aan alle mensen van Israël toonde door bepaalde
tekenen van zijn glorie zoals de wolk die de tent overdekte... In veel passages
van het Oude Testament wordt aangekondigd dat God 'zal wonen te midden van zijn
volk' (zie b.v., Jer 7,3; Ez 43,9; Sir 24,8). Deze tekenen van Gods
tegenwoordigheid, de tent en de ark in de woestijn, de tempel van Jeruzalem,
worden gevolgd door die schitterende verschijningsvorm van Gods
tegenwoordigheid onder ons: Jezus Christus, volmaakt God en volmaakt Mens, in
wie de oude voorspelling wordt vervuld op een manier die de grootste
verwachtingen van de mensen ver overtrof. Ook de belofte gedaan door Jesaja
over de 'Emmanuel' of 'God-met-ons' (Jes 7,14; zie Mt 1,23) wordt volledig
vervuld door dit verblijf van de Mens geworden Zoon van God onder ons.»8 Vanaf die tijd kunnen we met alle juistheid zeggen
dat God onder ons leeft. Wij kunnen elke dag bij Hem zijn, dichter bij Hem dan
dat iemand voor mogelijk zou kunnen houden. God verblijft waarlijk onder ons.
25.2 Vanaf het ogenblik van de Menswording kunnen wij beamen, dat God met
ons is door de persoonlijke aanwezigheid van Jezus Christus. Waarachtig God en
waarachtig Mens, is Jezus dichter bij ons dan enig ander wezen. Jezus is: God-met-ons. In vroeger dagen plachten de Israëlieten te zeggen dat God 'met hen'
was. Nu kunnen wij dat in de zeer letterlijke betekenis zeggen. Toen Christus
in Palestina rondtrok, nam Hij de moeite om in vele steden te preken. Toen Jezus deze gelijkenissen
had beëindigd, ging Hij vandaar weg9, lezen we in het evangelie van vandaag.
God verliet die stad om andere mensen te ontmoeten. Als de priester de hostie
in de heilige mis consecreert, brengt hij Christus naar het altaar in zijn
heilige Mensheid. Hij is daar in de eucharistie met een bijzondere
tegenwoordigheid zolang als de sacramentele gedaanten blijven bestaan in het
tabernakel. Deze aanwezigheid doet zich op een directe manier voor als de
aanwezigheid van het Lichaam van Christus, en op een indirecte manier als de
aanwezigheid van de Drie Personen waarin het Goddelijk Wezen bestaat.10 Christus is echt tegenwoordig in het tabernakel met
zijn Lichaam, Bloed, Ziel en Godheid. Men kan heel letterlijk zeggen: 'God is
hier', dichtbij mij... Mijn Heer en mijn God, ik geloof vast dat U hier
aanwezig bent, dat U mij ziet, dat U mij hoort...
Door de eeuwen heen heeft de Kerk een manier ontwikkeld om
deze eucharistische tegenwoordigheid te omschrijven, die, om dwalingen tegen te
gaan, vaak een exacte definitie vereist. Het is een tegenwoordigheid in de
echte betekenis van het woord: het is noch symbolisch, noch betekent die of
maakt die een toespeling op enige beeldspraak. De eucharistische aanwezigheid
is een echte tegenwoordigheid. Deze is niet verzonnen of gewoon maar het
product van de verbeelding of de wil. Ze is substantieel, omdat de woorden van
de consecratie door de priester uitgesproken de werkelijkheid van brood en wijn
veranderen in het Lichaam en Bloed van Christus. «Elke theologische verklaring
die enig begrijpen van dit mysterie nastreeft, moet, om in overeenstemming te
zijn met het katholieke geloof, verdedigen dat in de werkelijkheid zelf,
onafhankelijk van ons verstand, brood en wijn na de consecratie opgehouden
hebben te bestaan, zodat die het aanbiddelijke Lichaam en Bloed van de Heer
Jezus zijn die vanaf dan werkelijk onder ons zijn in de sacramentele gedaanten
van brood en wijn...»11 «Door de transsubstantiatie
houden de gedaanten van brood en wijn een nieuwe 'werkelijkheid' in die we met
alle recht 'ontologisch' mogen noemen. Want onder die gedaanten bevindt zich
niet meer wat daar eerder was, maar iets geheel anders; en dat niet alleen
wegens het geloof van de Kerk, maar in de feitelijke werkelijkheid...»12
Jezus is aanwezig in onze tabernakels of we nu wel of niet
dit onuitspreekbare wonder waarderen. Hij is daar, met zijn Lichaam, zijn Bloed,
zijn Ziel en zijn Godheid. Mens geworden God. Hij kon niet dichterbij zijn. In
de eucharistie 'bezit' de Kerk de bron van alle genade en de oorzaak van onze
heiliging. Wij kunnen het wagen te zeggen dat de eucharistische
tegenwoordigheid van Christus de sacramentele verlenging is van de Menswording.
Vanuit het tabernakel nodigt Jezus ons uit onze zorgen en
vragen bij Hem te brengen. Door het bezoek aan het heilig Sacrament en andere
daden van aanbidding aangeboden aan de heilige eucharistie, danken wij voor
deze gave. Wij kunnen daar samenkomen om nieuwe krachten op te doen, om Jezus
te zeggen dat wij Hem missen, om Hem te zeggen dat wij Hem erg hard nodig
hebben... «de eucharistie wordt bewaard in de kerken en kapellen als het
geestelijke centrum van een religieuze gemeenschap of van een parochie, ja, van
de universele Kerk en van de gehele menselijke gemeenschap, omdat onder het
uiterlijk van deze gedaanten Christus is, het onzichtbare Hoofd van de Kerk, de
Verlosser van de Wereld, het Middelpunt van alle harten, 'door wie het al
bestaat en wij in het bijzonder' (1 Kor 8,6).»13
25.3 Het is de voortdurende gewoonte van de Kerk geweest om Christus
tegenwoordig in het tabernakel te aanbidden. Als we nagaan hoeveel eerbied de
Israëlieten hadden voor hun tent van samenkomst in de
woestijn, en voor de tempel te Jeruzalem, die symbolen en beelden waren van de
werkelijkheid, hoeveel meer eerbied moeten wij dan wel niet hebben voor
Christus die waarachtig in het tabernakel aanwezig is? In de eerste eeuwen van
de Kerk werd de heilige Hostie bewaard voor degenen die de eucharistische
viering niet konden bijwonen, vooral zieken en stervenden, en ook voor diegenen
die door de godsdienstvervolgingen gevangen zaten. Het Sacrament van de Heer
werd met vroomheid en vurigheid rondgebracht zodat deze christenen ook konden
communiceren. Later leidde het geloof in de tegenwoordigheid van Christus tot
de verering van het heilig Sacrament. De Kerk heeft met zijn gezag deze
handelwijzen goedgekeurd. Het Concilie van Trente verklaarde: «Het laat daarom
geen twijfel dat al de christen gelovigen, in overeenstemming met een altijd al
in de Kerk aanvaarde gewoonte, aan het verheven heilig Sacrament, dezelfde
eerbied en aanbidding verschuldigd zijn als aan de ware God.»14
In de dertiende eeuw stelde de heilige Thomas van Aquino een
hymne samen die het geloof van de Kerk op een gelovige en devote manier
belichaamt. Wij moeten ons deze hymne eigen maken om onze devotie te voeden en
eer te brengen aan het heilig Sacrament: Adoro te devote latens deitas... Devoot aanbid ik u,
verborgen God, / die U verbergt in deze schijn, / met heel mijn hart ben ik Uw
dienaar, / bij uw beschouwing ben ik niets.
Hier hebben we alle geloofswaarheden. Wij ervaren met
nederigheid en dankzegging inzicht, verbazing over de macht van God, verrassing
over de mate van zijn barmhartigheid. Met het vertrouwen verkregen door zijn
dichte nabijheid, vragen wij de Heer om zijn genade, om ons te verenigen met
zijn verheven heilige Wil.
Bij het tabernakel zullen wij leren hoe wij moeten
liefhebben. Daar zullen we de nodige kracht halen om trouw te blijven. Daar
zullen wij troost vinden ten tijde van smart. Hij wacht altijd op ons en
verheugt zich wanneer wij bij Hem zijn, zelfs als het maar heel even is. Daar
wacht Hij op zijn mensen die de tegenslagen van dit leven te verduren hebben.
Hij troost hen met de warmte van zijn begrip en zijn liefde. Het is in het
tabernakel dat die woorden van de Heer tot leven komen: Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten
gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken.15 Wij zullen niet nalaten Hem te bezoeken. Hij wacht
op ons. Zoveel gaven als Hij voor ons al klaar heeft!
-1. Eerste
lezing, Jaar I, Ex 40,34. -2. Vgl. Num 12,5; 1 Kon 8,10‑11. -3. Vgl. Jes 1,12; Ex 23,15-17. -4. Tussenzang, Jaar I, Ps 83,1-3.
-5. Ps 42,3. -6.
Vgl. Lc 1,35. -7. Joh 1,14. -8. The Navarre Bible, St.
John, bl. 50. -9. Mt
13,53. -10. Vgl. Concilie van Trente, De Sanctissima Eucharistia,
11. -11. Paulus vi, Het credo van het volk Gods,
28. -12. Idem, Enc. Mysterium Fidei, 3
september 1965. -13. Idem, 69.
-14. Concilie van Trente, Sessie
XIII, can.5 (Dz 1643). -15. Mt 11,28.
|