Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

22 januari. Vijfde dag van de Bidweek

8. CHRISTUS EN DE KERK

-In de Kerk ontmoeten wij Christus. -Voorstellingen en voorafbeeldingen van de Kerk. Mystiek Lichaam van Christus. -De Kerk is een gemeenschap van geloof, sacramenten en leiding. De Gemeenschap van de heiligen.

8.1 De zending van Christus eindigde niet bij zijn opstij­ging ten hemel. Jezus is niet slechts een historische figuur die geboren werd, geleefd heeft, gestorven en verrezen is om verheerlijkt te worden aan de rechterhand van God de Vader, maar Hij leeft ook nu nog werkelijk, zij het mysterieus, onder ons.

In de eerste christentijd bestond het gevaar, dat sommigen alleen leefden vanuit de historische herinnering aan die Jezus, die velen van hen hadden gezien; anderen daarentegen leken alleen in afwachting te leven van de wederkomst van Christus, die zij zeer spoedig verwachtten. Tegenover deze gevaren schreef de auteur van de 'Brief aan de Hebreeën': Jezus Christus is dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.1 Ofschoon de apostelen en de eerste geloofsleiders sterven en geen rechtstreeks getuigenis van hun geloof kunnen afleggen, behouden de gelovigen een Meester en Leidsman die nooit zal sterven, die voor altijd leeft, met heerlijkheid gekroond. Mensen verdwijnen; Christus blijft eeuwig met ons. Hij bestond gisteren, bij de mensen in een concreet historisch verle­den; Hij leeft vandaag in de hemel, aan de rechterhand van de Vader, en Hij staat vandaag naast ons: Hij geeft ons voortdurend het leven door middel van de sacramenten, Hij vergezelt ons daadwerkelijk in de wederwaardigheden van onze levensweg. De allerheiligste Mensheid van Christus werd vanaf een bepaalde tijd aangenomen; de menswording was echter vanaf de eeuwigheid vast­gesteld, en Gods Zoon, geboren uit de Maagd Maria in de tijd en geschiedenis, in de dagen van keizer Augustus, blijft mens voor altijd, met een verheerlijkt lichaam waarin de tekenen van zijn lijden uitstralen.2

Christus leeft, verrezen en verheerlijkt, in de hemel en, mysterieus  maar werkelijk, in zijn Kerk; deze Kerk is geen godsdienstige beweging die met zijn prediking een aanvang nam, maar staat in nauwe betrekking tot de Persoon zelf van Christus. De Kerk stelt ons Christus tegenwoordig; in haar ontmoeten wij Hem.

De grootheid van de Kerk ligt juist in deze innige betrekking tot Jezus; zij is daarom een mysterie dat niet in woorden te vervatten is. Geen enkele mensentaal is in staat haar ondoorgrondelijke rijkdom tot uitdrukking te brengen: deze vindt haar oorsprong in de Persoon van Jezus zelf en heeft tot doel zijn heilbrengende aanwezigheid onder ons voort te zetten. Meer nog, de enige zen­ding van de Kerk bestaat in het tegenwoordig stellen van Christus, die ten hemel is gevaren, maar die heeft aange­kondigd, dat Hij met ons zou zijn alle dagen tot aan de voleinding der wereld.3 Het is de opdracht van de Kerk ons tot Hem te voeren. Het Tweede Vaticaans Concilie stelt, dat Hij de bewerker is van het heil en het beginsel van vrede en eenheid, en dat Hij de Kerk gesticht heeft «opdat deze voor allen en ieder afzonderlijk het zichtbare sacrament mag zijn van deze heil brengende eenheid.»4

8.2 Paulus vi wees erop, dat het voor de volgelingen van Christus van beslissende betekenis is het wezen van de Kerk te leren kennen. «En deze kennis is des te belangrij­ker, met name voor ons katholieken, naarmate er zoveel dwalingen, zoveel onjuiste opvattingen, zoveel eigen menin­gen voorkomen in de discussies van onze tijd.» Welk een onwetendheid, wat een dwaling! Velen vergeten of weten niet dat «de Kerk een mysterie is, niet slechts in de zin van de diepgang van haar leven, maar evenzo in de zin, dat zij niet zozeer een menselijke, historische en zichtbare wer­kelijkheid is, dan wel een goddelijke realiteit die ons natuurlijk bevattingsvermogen overstijgt.»5

De heilige Schrift toont ons hoe de Kerk is door middel van verscheidene voorafbeeldingen die elkaar aanvullen. Zij hebben alle Jezus Christus als middelpunt en draaien rondom de eenheid: de Kerk is als een schaapskooi, waar­van Jezus de deur is; een kudde met Jezus als Goede Herder die ervoor zorgt, dat zij nooit in handen van de vijand valt of zonder weidegrond is; akker en wijngaard van de Heer; gebouw, waarvan Christus de hoeksteen is, dat de apostelen tot fundament heeft en waarin de gelovi­gen de taak van levende stenen vervullen. De Kerk, die ook het Jeruzalem van omhoog en onze Moeder wordt genoemd, wordt eveneens beschreven als de onbevlekte Bruid.6 Zoals sint Paulus aan de eerste christenen van Korinthe uitlegde, is de Kerk het Mystieke Lichaam van Christus.7 Met dit beeld wordt duidelijk uitgedrukt hoe de Kerk Christus toebehoort en met Hem verbonden is. Tussen Jezus en de Kerk, tussen Jezus en ons is een levensstroom gevestigd die hen onafscheidelijk maakt.8 Door deze vitale en innige vereniging van Christus met de Kerk kun je over Christus dingen zeggen die in letterlijke zin genomen alleen maar op de Kerk van toepassing zijn, en omgekeerd. Zo kan men zeggen, dat Christus ver­volgd wordt, wanneer de Kerk vervolgd wordt9, dat Christus bemind wordt, als de leden van zijn Lichaam bemind wor­den, dat Christus wordt geloochend, wanneer men de gelovigen niet wil helpen.10 Eveneens kunnen we zeggen, dat «het verzoe­nend lijden van Christus hernieuwd en in zekere zin voortgezet en aangevuld wordt in het Mystieke Lichaam, de Kerk... Terecht dus wil Jezus Christus, die nu nog in zijn Mystieke Lichaam lijdt, dat wij zijn metgezellen zijn in de boetedoening, en dat wordt ook vereist door onze verbondenheid met Hem; want omdat wij het Mystieke Lichaam van Christus zijn, moeten ook de ledematen hetzelfde lijden ondergaan als het hoofd.»11 Het betreft derhalve een zeer hechte en mysterieuze vereniging.

Deze vereniging verhindert niet, dat iedere gelovige zijn eigen manier van zijn, zijn eigen persoonlijkheid bezit. Het individuele 'ik' van ieder mens wordt niet opgeheven door de vereniging met Christus, evenmin als het eigen wezen van de Kerk, ook al wordt zij door Hem gevormd en tot leven gebracht. De getrouwe gelovigen ontvangen van de Heer hetzelfde genadeleven; deze deelneming aan het goddelijk leven geeft vorm aan hun onderlinge vereni­ging. De innige gemeenschap van de gelovigen omvat zowel het inwendige, geestelijke en onzichtbare aspect als het uitwendige en zichtbare karakter van de Kerk. «Als de Kerk een lichaam is -zo verklaarde Pius xii-, dan zal dit noodzakelijkerwijs één en onverdeeld moeten zijn; naar het woord van sint Paulus: Wij allen tesamen maken één lichaam uit (1 Kor 12,12). En niet alleen moet het één en onverdeeld zijn, maar ook iets concreets en duidelijk zichtbaars [...]. Zodoende verwijderen zich van de goddelijke waarheid degenen die zich een dusdanig beeld van de Kerk vormen, dat men haar niet kan aanraken of zien, door haar te maken tot een 'pneumatisch' wezen, zoals ze dat noemen, waarin vele gemeenschappen van christenen, ook al zijn ze in het geloof van elkaar gescheiden, zich niettemin door een onzichtbare band verenigen. Maar het lichaam heeft ook behoefte aan een veelheid van ledematen die zodanig met elkaar verbonden zijn, dat zij elkaar wederkerig ondersteunen.»12

8.3 De eenheid van de gelovigen die het Mystieke Lichaam van Christus vormen wordt gegrondvest door een gemeen­schap van geloof, sacramenten en hiërarchie, waarvan de paus het middelpunt is.

De Kerk is een 'geloofsgemeenschap', dat wil zeggen, zij wordt gevormd door alle gedoopten, die van God eenzelfde roeping hebben ontvangen en die deze goddelijke roepstem edelmoedig hebben beantwoord. Bij gevolg belijden zij dezelfde leer en zijn zij verenigd door hetzelfde goddelijk leven dat hun door het doopsel is verleend. Deze innige vereniging, die voortkomt uit het geloof, behelst leer en leven te zamen. Wanneer in de oude tijden een gedoopte zich afscheidde van de leer of het leven zoals dit door allen in de Kerk werd beleden en beleefd, dan werd deze beschouwd als een 'geëxcommuniceerde', dat wil zeggen, iemand die de 'gemeenschap' van allen had verbroken. Vervolgens werd deze zaak door het kerkelijk gezag behandeld en werd iemand, in uitzonderlijke en buitengewoon ernstige gevallen, uit de Kerk gezet.

In het Mystieke Lichaam van Christus bestaat ook een 'gemeenschap van geestelijke goederen', waaraan men met name via de sacramenten deel heeft. Door de sacra­menten verkrijgen de gelovigen het goddelijk leven; zij worden erdoor gevoed en gesterkt. De heilige eucharistie is het hoogtepunt van het leven van de Kerk, want daarin wordt ons de gemeenschap met het lichaam en bloed van Christus geschonken, wordt de meest innige vereniging van Christus met zijn leerlingen bereikt en wordt tegelij­kertijd de vereniging tussen allen die de Kerk vormen versterkt. De heilige eucharistie is «bron en hoogtepunt van het christelijk leven.»13

De Kerk is evenzeer een 'gemeenschap van wederzijdse bovennatuurlijke hulp'. Zij kent een grote verscheidenheid en veelvormigheid van charisma's en roepingen, ondergeschikt aan de eenheid en onder eenzelfde hiërar­chie, waarvan de paus het middelpunt is; zonder hem kan de eenheid van eenzelfde geloof niet voortbestaan.

De eenheid van de Kerk vindt haar verwezenlijking in de 'gemeenschap van de heiligen'. Dit dogma drukt de verbintenis van de christenen onder elkaar uit, want wanneer één lid lijdt, delen alle ledematen in het lijden; wordt één lid geëerd, alle delen in de vreugde.14 «De onderlinge samenhang van de christenen, met Christus verenigd door de sacramentele liefde, wordt van afstand geordend, geeft ieder de schatten van de anderen, en aan de anderen de schatten van ieder.»15 Wij allen hebben elkaar nodig, wij allen kunnen elkaar steunen; inderdaad genieten wij voortdurend de geestelijke goederen van de Kerk. Ons gebed, het opdragen van ons werk, van de kleine ongemakken die de dag van vandaag met zich meebrengt, dat alles kan daadwerkelijk een steun zijn voor alle broeders die op weg zijn naar het geloof en voor hen die er al wel dicht bij zijn, maar nog niet de volle gemeenschap bezitten. De overweging van deze daadwerkelijke hulp die wij anderen kunnen bieden, moet ons ertoe aanmoedigen onze kleinste verplichtingen zo goed mogelijk te vervullen en er een bovennatuurlijke zin aan te geven door ze de Heer als offer aan te bieden, want «op dezelfde manier als in een natuurlijk lichaam de werking van elk lid gericht is op het welzijn van het geheel, zo geschiedt dit ook met het geestelijk lichaam, de Kerk: omdat alle gelovigen één lichaam vormen, wordt het goede dat door de een tot stand wordt gebracht, overgebracht op de andere.»16 Dit moet aanmoedigen anderen hulp te verlenen door gebed en het trouw vervullen van ons werk. Eens zullen we, vol verwondering, in God het zo grote goed mogen aanschouwen dat wij voor vele christenen en voor de gehele Kerk hebben gedaan vanuit ons kantoor, de keuken, de operatiezaal of de akker. Laten we geen enkel uur werk, geen enkele tegenslag of lang wachten verloren doen gaan. Alles kunnen we veranderen in genade, en zo, met Christus verenigd, heel zijn Mystieke Lichaam nieuw leven geven.

Heer, zie genadig naar uw volk en schenk het in uw goedheid de gaven van uw Geest. Laat het voortdurend groeien in liefde tot de waarheid en de volmaakte eenheid van alle christenen met woord en daad nastreven.17

-1. Heb 13,8. -2. Vgl. The Navarre Bible, noot bij Heb 13,8. -3. Mt 28,20. -4. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 9. -5. Paulus vi, Toespraak 27-IV-1966. -6. Vgl. Vaticanum ii, loc. cit., 6. -7. Vgl. 1 Kor 12,12-17. -8. Vgl. Vaticanum ii, loc. cit., 7. -9. Vgl. Hnd 9,5. -10. Vgl. Mt 25,35-45. -11. Pius xi, Enc. Miserentissimus Redemptor, 8-V-1928. -12. Pius xii, Enc. Mystici Corporis, 29-VI-1943, 7. -13. Vgl. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 11; Decr. Presbyterorum ordinis, 5. -14. 1 Kor 12,26. -15. Ch. Journet, Théologie de l'Eglise. -16. H. Thomas van Aquino, Over het Credo. -17. Altaarmissaal, Mis voor de eenheid der christenen, cyclus C, collectegebed.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012