Vierde week. Vrijdag
31. CHRISTUS HERKENNEN IN ZIEKEN EN ZIEKTE
-Jezus stelt zich tegenwoordig in zieken. -De ziekte
heiligen. Aanvaarding. Leren goede zieken te zijn. -De ziekenzalving. Vruchten
van dit sacrament voor de ziel. Voorbereiding van de zieken op dit sacrament.
31.1 Bij
zonsondergang brachten allen die zieken hadden, lijdend aan velerlei kwalen,
dezen naar Hem toe. Hij genas hen door hun een voor een de hand op te leggen.1
De zieken waren zo talrijk, heel de stad stroomde voor de
deur samen.2 Zij
brachten hun zieken na zonsondergang.3 Waarom niet eerder? Vast en zeker omdat het
sabbat was. Na zonsondergang begon een nieuwe dag, dan gold de verplichte
sabbatsrust niet meer die door de vrome Joden zeer stipt onderhouden werd.
Het evangelie van de heilige Lucas laat niet na ons dat
pakkende detail van Christus over te leveren: Hij genas hen door hun een
voor een de hand op te leggen. Jezus richt zich met volle aandacht tot
iedere zieke afzonderlijk omdat elke persoon, en in het bijzonder de persoon
die lijdt, voor Hem zeer belangrijk is. Elke mens is bij Christus altijd
welkom. Hij heeft een meevoelend en barmhartig hart voor allen, met name voor
hen die er het meest behoefte aan hebben.
Christus' aanwezigheid onder ons wordt gekenmerkt door het
verkondigen van de blijde boodschap van het Koninkrijk en het genezen van alle
ziekten en kwalen.4 Daarover verbaasde zich het volk dat zag hoe stommen
spraken en gebrekkigen gezond werden, lammen liepen en blinden konden zien. En
zij verheerlijkten de God van Israël.5
«Tijdens zijn optreden als Messias te midden van het volk van
Israël heeft Christus zich voortdurend tot de wereld van het menselijk lijden
gewend. Hij ging weldoende rond (Hnd 10,38);
zijn optreden was vooral gericht op degenen die leden en hulp verwachtten. Hij
genas de zieken, troostte de bedroefden, verzadigde de hongerigen, verloste de
mensen van doofheid en blindheid, van melaatsheid, de duivel en allerlei
lichamelijke gebreken; drie maal deed Hij doden weer leven. Hij was zeer
gevoelig voor alle menselijk lijden, zowel het lichamelijke als het
geestelijke. Maar tegelijkertijd gaf Hij onderricht en in het centrum van zijn
leer staan de 'acht zaligsprekingen', die gericht zijn tot de mensen die in het
aardse leven door allerlei bittere moeilijkheden gekweld worden.»6
Wij, die zijn trouwe leerlingen trachten te zijn, moeten van Hem leren met zieken om te gaan en hen lief te
hebben. We moeten hen benaderen met groot respect, tederheid en
medelijden. Het moet ons deugd doen iets voor hen te kunnen doen, hen te bezoeken, gezelschap te houden, ervoor te zorgen
dat ze de sacramenten makkelijk kunnen ontvangen. In hen zullen we, op
bijzondere wijze, Christus zien. «-Kind. -Zieke. Komen jullie niet in de
verleiding deze woorden met hoofdletters te schrijven? Immers, een op Hem
verliefd mens ziet Hem in een kind en in een zieke.»7
Er zullen in ons leven misschien wel ogenblikken geweest
zijn, waarop wij, of mensen in onze omgeving, ziek waren. Dat is een schat van
God waar we met zorg mee om moeten gaan. De Heer komt bij ons opdat we meer van
Hem zullen houden en Hem beter zullen weten te ontmoeten. In de omgang met
mensen die lijden en van diverse ziekten last hebben, worden de woorden van de
Heer werkelijkheid: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van
mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan.8
31.2 Ziekte die men uit
liefde tot God ondergaat, is een middel tot heiliging en apostolaat; het is een
voortreffelijk middel deel te hebben aan het verlossende kruis van de Heer.
Lichamelijke pijn, waarmee men in een mensenleven zo vaak geconfronteerd wordt,
kan een middel zijn waar God zich van bedient om ons van onze schuld en onvolmaaktheden
te zuiveren. Die pijn kan een middel zijn de deugden te beoefenen en te
verstevigen, en een bijzondere gelegenheid om ons te verenigen met het lijden
van Christus die, hoewel Hij onschuldig was, toch de kastijding onderging die
onze zonden verdiend hadden.9
Zoek vooral tijdens ziekte de nabijheid van Christus. «Zeg
eens, vriend, -vroeg de beminde- zou je het geduldig dragen, als je lijden werd
verdubbeld? Ja -antwoordde de vriend-, als jij maar mijn liefde verdubbelt.»10 Hoe pijnlijker
de ziekte, hoe meer liefde we nodig zullen hebben en hoe meer genade van God we
zullen verkrijgen. Ziekten zijn heel bijzondere gelegenheden die de Heer ons
verleent om met Hem mee te verlossen en ons te zuiveren van de wonden die onze
zonden in de ziel achterlaten.
Als wij ziek worden, moeten we leren goede zieken te zijn. Op
de eerste plaats door de ziekte te aanvaarden. «Ik zeg u, godminnende ziel, het
geduld vergt dat wij de ziekte verdragen, zoals God wil dat wij ziek zullen
zijn, daar waar Hij het wil en onder de omstandigheden die God heeft bepaald,
in de omgeving waar Hij wil en met de ongemakken die Hij wil; en dit geldt
evenzeer voor andere narigheden.»11
Vraag God hulp ziekten op
een menselijk aangename wijze te doorstaan, zonder klagen, het advies van de
dokter opvolgen. Immers, «als we ziek zijn, kunnen we stierlijk vervelend zijn:
er wordt geen aandacht aan me geschonken, niemand denkt aan mij, ik krijg
niet de behandeling die ik verdiend heb, niemand begrijpt me... De duivel
ligt altijd op de loer. Hij valt aan waar hij maar kan. Bij ziekte is het zijn
tactiek een soort psychose op te wekken waardoor we ons van God verwijderen, de
sfeer vergallen, of die schat aan verdiensten vernietigen die we voor het
welzijn van alle zielen kunnen verwerven door het ongemak en het lijden met een
bovennatuurlijk optimisme -en met liefde!- te aanvaarden. En als het Gods wil
is, dat we in de greep van de beproeving raken, aanvaardt het als een blijk dat
Hij ons rijp genoeg acht om inniger aan zijn verlossend Kruis deel te hebben.»12
Wie in eenheid met de Heer lijdt, vult aan met zijn
eigen lijden, wat nog ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus.13 «Het lijden van
Christus heeft het heil van de Verlossing
van de wereld bewerkstelligd. Dit heil is in zich onuitputtelijk en
oneindig en de mens kan er niets aan toevoegen. Maar tegelijk heeft Christus in
het mysterie van de Kerk als zijn lichaam zijn verlossend lijden in zekere zin
voor alle menselijke beproevingen opengesteld.»14
In Christus vinden wij de volle betekenis van lijden en
ziekte. Geef Heer, dat uw getrouwen middels de smarten van hun leven
deelhebben in uw lijden, opdat in hen ook de vruchten van uw verlossing
werkzaam zullen zijn.15
31.3 Tussen de
zendingen die aan de apostelen toevertrouwd zijn, onderscheidt zich de opdracht
te prediken en zieken te genezen. Hij riep de twaalf bijeen en gaf hun macht
en gezag over alle boze geesten en de kracht om ziekten te genezen [...]. Toen
gingen ze op weg en trokken van dorp tot dorp, terwijl ze overal de Blijde
Boodschap verkondigden en genezingen verrichtten.16 De zending die zijn leerlingen na
de verrijzenis toevertrouwd wordt, bevat deze belofte: als ze zieken de
handen opleggen, zullen deze genezen zijn.17
Deze opdracht zullen de leerlingen uitvoeren door het
voorbeeld van de Meester te volgen. De Handelingen van de Apostelen en de
brieven van het nieuwe testament beschrijven en bewonderen de zorg van de
eerste christenen voor hun zieken. Het sacrament van de ziekenzalving is door
Christus ingesteld en door de apostel Jakobus in zijn Brief verkondigd.18 Het stelt op
werkzame wijze aanwezig de bekommernis van de Heer voor allen die aan een
ernstige ziekte lijden. De aanwezigheid van de priester aan de zijde van de
zieke is een teken van de aanwezigheid van Christus, niet alleen omdat hij de
bedienaar is van de ziekenzalving, de biecht en de eucharistie, maar ook omdat
de priester de dienaar bij uitstek is van de vrede en de troost van Christus.
Ziekte is in de wereld gekomen als gevolg van de zonde.
Ziekte is ook door Christus overwonnen, daardoor kan ziekte omgezet worden in
een veel groter goed dan onze gezondheid hier in deze wereld. Door het
sacrament van de ziekenzalving ontvangen we talrijke weldaden, die de Heer ons
verleent om een ernstige ziekte te heiligen. De eerste uitwerking van het
sacrament is de vermeerdering in de ziel van de heiligmakende genade; daarom is
het passend vóór het ontvangen van dit sacrament te biechten. Als een persoon
zich echter niet in staat van genade bevindt en niet in staat is te biechten
-bij voorbeeld iemand die een ernstig ongeluk heeft gehad en buiten bewustzijn
is- zal deze ziekenzalving ook de doodzonde uitwissen. Het is voldoende dat de
zieke een akte van berouw zegt, of tevoren gezegd heeft, zelfs als het berouw
niet volmaakt zou zijn.
Naast de vermeerdering van de genade zuivert het sacrament de
ziel van de verwondingen door de zonde, geeft het een bijzondere genade om
weerstand te bieden aan de verleidingen die zich in een dergelijke situatie
kunnen voordoen, en verbetert het de gezondheid zodat dit heilzaam is voor de
ziel.19 Zo
wordt de ziel erop voorbereid de hemel binnen te treden. Een bijkomende
uitwerking is vaak een grote vrede en serene blijdschap voor de zieke die
bedenkt dat hij nu veel dichter bij God, zijn Vader, is.
Onze Moeder de heilige Kerk doet de aanbeveling dat zieken en
hoogbejaarde personen dit sacrament op een geschikt ogenblik ontvangen, zonder
de toediening uit te stellen tot de laatste momenten van ons leven hier op
aarde op grond van een verkeerd soort medelijden, meeleven... Het zou jammer zijn
als mensen, die de laatste sacramenten zouden hebben kunnen ontvangen, uit
onwetendheid, misverstand of een goed bedoelde maar dan misplaatste
vriendelijkheid van verwanten of vrienden zouden sterven zonder deze
sacramenten ontvangen te hebben. Het voorbereiden van zieken op de laatste
sacramenten is een bijzonder blijk van liefde en, vaak, van gerechtigheid.
Onze Moeder, de heilige Maria, is altijd heel dichtbij. «De
aanwezigheid van Maria en haar hulp in deze moeilijke ogenblikken [van ernstige
ziekte] moet niet beschouwd worden als een marginale zaak die simpelweg bij de
ziekenzalving hoort. Het is eerder een aanwezigheid en hulp die veroorzaakt
wordt en werkelijkheid wordt door het heilig oliesel zelf.»20
Het is nu vasten. Laten we, juist in deze tijd van het
liturgisch jaar, onze ogen open houden voor het lijden om ons heen. Christus
wil zich aanwezig stellen in zijn lijden, in de pijnen, in de ziekte van
onszelf en van anderen om er een verlossende waarde aan te hechten.
-1. Lc 4,40. -2. Mc 1,33. -3. Mc
1,32. -4. Vgl. Mt 9,35. -5. Mt 15,31. -6. Johannes Paulus ii, Apost. brief Salvifici doloris,
11-2-1984, n 16. -7. H. Jozefmaria
Escrivá, De Weg, 419. -8. Mt 25,40. -9. Vgl. 1 Joh
4,10. -10. Raymundus Lullius, Libre
de amíc e amat, 8. -11. H.
Franciscus van Sales, Inleiding tot het devote leven, 3,3. -12. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van
God, 124. -13. Vgl. Kol 1,24. -14. Johannes
Paulus ii, Apost. brief Salvifici doloris, 11 februari 1984,
n 24. -15. Getijdenboek, Vespers van vrijdag in de vierde week van de
vasten. -16. Lc 9,1 en 6. -17. Mc 16,18. -18. Vgl. Jak
5,14-15. -19. Vgl. Concilie van Trente,
Doctrina de sacramento extremae unctionis, Cap. 2 (DS 1696); tevens Paulus vi, Apost. const. over
het sacrament van de ziekenzalving, 30 november 1972, bl. 9. -20. A. Bandera, La Virgen María y los
Sacramentos (Madrid 1978), bl. 179.
|