Vijfde week. Donderdag
37. Christus' Lijden overwegen
-De gewoonte om het Lijden van onze Heer te overwegen. -Hoe
wij het Lijden van Christus behoren te overwegen. -De vruchten van zo'n
overweging.
37.1 Mijn volk, wat
heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd? Antwoord mij... Ik heb u gelaafd
met heilzaam water uit de rots: en gij hebt Mij gelaafd met gal en azijn. Mijn
volk, wat heb Ik u gedaan?1
De liturgie van deze dagen gedurende de vasten brengt ons
dichter bij het fundamentele mysterie van ons Geloof: de Verrijzenis van de
Heer. Zo het liturgische jaar gericht is op Pasen, dan vereist deze periode
«een zelfs grotere toewijding van onze kant, gezien de nabijheid van de
prachtige mysteries van goddelijke genade.»2 «Maar laten wij die weg toch niet te
haastig gaan. We mogen een zeer eenvoudige waarheid, die misschien soms aan
onze aandacht ontsnapt, niet uit het oog verliezen: dat wij aan de Verrijzenis
van de Heer geen deel kunnen hebben, als wij ons niet verenigen met zijn Lijden
en Dood. Om Christus op het einde van de Goede Week in zijn glorie te kunnen
vergezellen, is het noodzakelijk dat wij dieper doordringen in zijn
levensoffer, dat wij ons één voelen met Hem, die heden dood hing aan een
Kruis.»3 Dus,
laat ons gedurende deze dagen Jezus vergezellen, in onze gebeden, langs zijn
verschrikkelijke weg naar Calvarië en zijn dood op het Kruis. Als wij Hem gezelschap
houden, laat ons niet vergeten dat ook wij hoofdpersonen zijn in al deze
verschrikkingen, want Jezus droeg de last van onze zonden4, van alle zonden
van ieder van ons. Wij werden bevrijd uit de handen van de duivel en van de
eeuwige dood voor een grote prijs5, die van het Bloed van Christus.
De gewoonte om het Lijden van Christus te overwegen begon in
de allereerste dagen van de Christenheid. Velen van de gelovigen in Jeruzalem
waren zelf aanwezig geweest toen Christus voorbijkwam in de straten van de stad
op de vooravond van het paasfeest. Zij zouden
nooit Jezus' lijden vergeten toen Hij op weg was naar Calvarië. De evangelisten
hebben een belangrijk deel van hun geschriften besteed aan een gedetailleerd
verslag van die gebeurtenissen. De heilige Johannes Chrysostomus zegt: «Laten
we voortdurend het lijden van de Heer lezen; welk een grote verrijking, welk
voordeel zullen we verdienen! Want al was je zo hard als een steen, als je
beschouwt hoe Hij sarcastisch werd gehuldigd, mikpunt van bespotting, en
vervolgens geslagen, onderworpen aan de meest afschuwelijke folteringen, dan
zul je zo zacht worden als was, en alle hoogmoed uit je ziel verbannen.»6 Hoeveel mensen zijn bekeerd door zorgvuldige
overweging van het lijden van Christus!
De heilige Thomas van Aquino zei dat «de Passie van Christus
voldoende is om als gids en model te dienen voor ons hele leven.»7 Eens, toen hij
bij de heilige Bonaventura op bezoek was, vroeg de heilige Thomas hem waar hij
zulk een goede doctrine had verkregen die hij in zijn werken uiteenzette. Er
wordt gezegd dat de heilige Bonaventura hem een kruisbeeld liet zien dat zwart
geworden was van al de kussen die hij het had gegeven, en verklaarde: «Dit is
het boek dat mij zegt wat ik moet schrijven; het weinige dat ik weet, heb ik
ervan geleerd.»8 Van
het kruisbeeld leerden de heiligen hoe te lijden en echt van Christus te
houden. Ook wij behoren ervan te leren. «Je Kruisbeeld. Als christen zou je
altijd je Kruisbeeld bij je moeten dragen. En het op je werktafel leggen. En
het kussen als je gaat slapen en als je opstaat; en als je arme lichaam in
opstand komt tegen je ziel, kus het dan ook.»9
Het Lijden van onze Heer behoort een vaak voorkomend
onderwerp in ons gebed te zijn, maar in het bijzonder in deze dagen die de weg
wijzen naar het voornaamste mysterie van onze verlossing.
37.2 «Bij onze
meditatie treedt het lijden van Christus buiten het kader van levenloze
historische feiten en van stichtelijke beschouwingen. Het speelt zich voor onze
ogen af in al zijn terneerdrukkende afschuwelijkheid, wreedheid en bloederigheid...
maar met al zijn liefde.»10
Wij doen er dan goed aan het
Lijden van onze Heer te overwegen: in onze persoonlijke meditatie, als we het
evangelie lezen, in de droevige geheimen van de heilige rozenkrans, in de
kruisweg... soms verbeelden wij ons daar zelf te zijn, aanwezig onder hen die die
ogenblikken gadesloegen. We nemen plaats tussen de apostelen gedurende het
laatste avondmaal, toen onze Heer hun voeten waste en tot hen sprak met
oneindige tederheid, op het hoogst verheven ogenblik van de instelling van de
eucharistie. We stellen onszelf voor als één meer onder de drie die sliepen te
Getsemane toen de Heer hoopte dat wij Hem zouden vergezellen in zijn mateloze
eenzaamheid; als één onder hen die Petrus hoorde zweren dat hij Jezus niet
kende; als iemand die de valse getuigenissen hoorde bij die karikatuur van een
rechtszitting en de hogepriester een groots spektakel zag maken van geërgerd te
zijn door Jezus' woorden; als iemand te midden van de massa die om zijn dood
krijste en Hem te Calvarië op het Kruis gehesen zag. Wij begeven ons tussen de
toeschouwers en zien het misvormde, maar toch edele gezicht van Jezus.
Stomverbaasd worden wij zijn oneindig geduld gewaar.
Bovendien, met de hulp van
de genade kunnen we ook proberen het Lijden van Christus te overwegen zoals Hij
het zelf doormaakte.11 Het
schijnt onmogelijk, en natuurlijk zal het altijd een erg armzalige visie zijn
vergeleken met de werkelijkheid zoals die feitelijk plaatsgreep, maar het kan
voor ons een buitengewoon rijke bron van gebed worden. De heilige Leo de Grote
zegt ons dat «wie ook het Lijden van Christus wenst te vereren, behoort
Jezus te overwegen met de ogen van zijn ziel, en op zo'n manier dat hij zijn
eigen lichaam vereenzelvigt met dat van Jezus.»12
Wat moet Jezus met zijn
onbegrensde heiligheid te Getsemane hebben gevoeld toen Hij de last van alle
zonden van de wereld op zich nam, alle daden van verdorvenheid, van ontrouw,
van heiligschennis? Hoe eenzaam moet Hij zich hebben gevoeld toen Hij zijn
leerlingen, die Hij voor gezelschap op die avond met zich had meegenomen, tot
drie maal toe vast in slaap aantrof; Hij zag ook degenen onder zijn vrienden,
die in de loop van de eeuwen op hun post in slaap zouden vallen terwijl de
vijand klaar wakker bleef.
37.3 Als wij Christus weten te
kennen en te volgen, moeten wij geroerd worden door zijn pijn en hulpeloosheid,
we moeten de zweepslagen voelen, de doornen, de beledigingen, de nalatigheid,
de ontaarding.
En dit behoort niet enkel zo
te zijn als toevallige toeschouwers, maar als hoofdpersonen, want het waren
onze zonden die Hem tot Calvarië brachten. Daarom «past het dat wij goed tot
ons laten doordringen wat Christus' dood ons openbaart, zonder te blijven staan
bij uiterlijke vormen of gemeenplaatsen. Wij moeten werkelijk trachten door te
dringen tot de diepste betekenis van de taferelen die wij in deze dagen opnieuw
doorleven; de smart van Jezus, de tranen van zijn Moeder, de vlucht van de
leerlingen, de moed van de heilige vrouwen, de durf van Jozef van Arimathea en
Nikodémus, die Pilatus om het Lichaam des Heren vragen.»13
«Ik zou willen voelen wat
Gij voelt, maar dat is niet mogelijk. Maar Gij zijt volmaakt mens en uw
gevoeligheid is veel groter dan de mijne. Aan uw zijde zie ik, keer op keer,
dat ik niet kan lijden. Daarom [ontstelt] me de mate waarin Gij alles weet te
geven, zonder voorbehoud.
»Jezus, ik moet U zeggen dat
ik laf ben, heel erg laf. Maar als ik U aan het kruis genageld zie, 'alles
lijdend wat een mens maar lijden kan, met uitgestrekte armen, in de houding van
de eeuwige hogepriester' (J. Escrivá, De Heilige Rozenkrans), zal ik U
iets heel gedurfds vragen: ik wil U navolgen, Heer. Ik wil me volledig aan U
overgeven, eens en voor altijd, en klaar zijn alles te doen wat Gij me vraagt.
Ik weet dat dit verzoek mijn krachten te boven gaat. Maar ik weet, Jezus, dat
ik van U houd.»14
«Kort gezegd: laten wij
dichterbij komen, bij de gestorven Jezus, bij het Kruis dat tegen de hemel
afsteekt op de top van Golgotha. Maar naderen wij met grote oprechtheid en de
ingekeerdheid die een teken van christelijke rijpheid is. Zo zullen de
gebeurtenissen van het Lijden - zo goddelijk en menselijk tegelijk -
dóórdringen in onze ziel als woorden die God tot ons richt om in het diepst van
onze ziel wakker te roepen en ons te openbaren wat Hij van ons verwacht.»15 Door het overwegen van het Lijden van Christus
zullen wij ontelbare beloningen verkrijgen. Ten eerste zal het ons helpen te
zorgen voor een grote afkeer van alle zonden, daar Hij werd doorstoken om
onze weerspannigheid, om onze zonden gebroken.16 De gekruisigde Jezus moet het boek zijn dat wij, op
de manier van de heiligen, voortdurend lezen om zo de zonde te verafschuwen en
werkelijk te groeien in liefde voor zo een liefhebbende God; want het is in de
wonden van Christus dat wij het kwaad van de zonde ontdekken dat Hem
veroordeelde zo'n wrede en smadelijke dood te ondergaan, opdat de goddelijke
gerechtigheid uitgeoefend zou kunnen worden. Het is in de wonden van Christus
dat wij het bewijs vinden van zijn grote liefde voor ons, want Hij doorstond zo'n
verschrikkelijke pijn en lijden juist om ons te laten zien hoeveel Hij van ons
hield.17
«En je voelt dat de zonde
niet kan worden gereduceerd tot een kleine 'spellingfout': het is kruisigen, de
handen en de voeten van de Zoon van God met hamerslagen stuk rijten, zijn hart
doen bezwijken.»18 Daarom
is een zonde zoveel meer dan een eenvoudige 'menselijke fout'. Het lijden van
Christus zal ons aanmoedigen om alles te vermijden wat als een bekrompen
houding zou kunnen worden omschreven; onwil en luiheid. Het zal onze liefde
doen ontbranden en lauwheid op een afstand houden. Het zal ons helpen onze ziel
te onthechten en beter al onze zintuigen te bewaken.
Als de Heer ons soms een
ziekte, pijn of tegenslagen laat ondervinden die bijzonder intens en ernstig
zijn, dan zal het een grote steun en opluchting zijn de pijn te
beschouwen die Christus doorstond in zijn Lijden. Hij ervoer elke soort fysieke en morele pijn want: «Hij leed door toedoen
van heidenen en Joden, van mannen en vrouwen, zoals blijkt uit de dienstmeisjes
die Petrus beschuldigden. Ook leed Hij door de voornaamsten en hun soldaten, en
door het gewone volk. Hij leed door vrienden en leerlingen: Judas heeft
Hem verraden en Petrus heeft Hem verloochend. Christus leed in zijn goede naam,
vanwege alle tegen Hem geuite godslasteringen; Hij leed in zijn eer, vanwege
alle grappen en grollen die ze Hem hebben
aangedaan; in zijn bezit, aangezien zelfs zijn kleren Hem werden ontnomen; in
zijn ziel, vanwege droefheid en angst; in zijn lichaam, door de wonden en
zweepslagen.»19
Laten wij ons dus voornemen in deze dagen die opgaan naar het Lijden van haar Zoon, dicht bij de maagd
Maria te zijn; en laat ons haar vragen ons te laten zien hoe te
mediteren over die ogenblikken toen Hij zoveel voor ons leed.
-1. Liturgie van Goede
Vrijdag, Improperia. -2. H. Leo de
Grote, Preek 47. -3. H.
Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 95. -4. Vgl. 1
Pe 2,24. -5. Vgl. 1 Kor 6,20. -6. H.
Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 87,1. -7. H. Thomas van Aquino, Over de
geloofsbelijdenis, 6. -8. H.
Alfonsus van Liguori, Overwegingen over Christus' Lijden, 1,4.
-9. H. Jozefmaria Escrivá, De
Weg, 302. -10. Idem, De
Voor, 993. -11. Vgl. R. A. Knox,
A Retreat for Lay People. -12. H.
Leo de Grote, Preek 15 over de Passie. -13. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus
nu langs komt, 101. -14. C. O'Shea,
De Kruisweg, 11. -15. H.
Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 101. -16. Jes
53,5. -17. H. Alfonsus van Liguori,
Overwegingen over Christus' Lijden, I,4. -18. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 993. -19. H. Thomas van Aquino, Summa
Theologiae, III, q46, a5.
|