Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Drieëndertigste week. Woensdag

42. Christus, onze koning

-Alles op Christus instellen. -De verwerping van Jezus. -Het koninkrijk van Christus verbreiden.

42.1 Jezus bevond zich in de buurt van Jeruzalem en velen verwachtten de onmiddellijke komst van het Koninkrijk Gods, een koninkrijk -volgens hun verkeerde opvatting- van tijdelijk karakter. De Heer zou, naar ze dachten, zegevierend de stad binnentrekken na het Romeinse gezag overwonnen te hebben. En zij zouden, wanneer dat ogenblik gekomen was, een bevoorrechte plaats krijgen. Dit droombeeld dat zo ver van de werkelijkheid af stond, was het verlengstuk van een mentaliteit die in veel joodse kringen van die tijd bestond. Om deze dwaling tot in de kern recht te zetten legde Jezus hun een gelijkenis voor, die we vandaag in het evangelie van de heilige Mis horen.1

Een man van hoge geboorte ging op reis naar een ver land om het koningschap te verkrijgen. Het was gebruikelijk dat de koningen van de gebieden die afhankelijk waren van het Romeinse Rijk, de koninklijke macht uit handen van de keizer ontvingen, en daartoe moesten zij soms zelfs naar Rome gaan. In de parabel laat deze voorname man het beheer van zijn gebied over aan tien vertrouwensmannen; daarna vertrok hij om het koningschap te verkrijgen. Hij gaf hun tien ponden. Het pond was geen officiële munt maar werd wel als munteenheid gebruikt; de waarde ervan was 35 gram goud. Deze mannen kregen een opdracht: Doet daar tijdens mijn afwezigheid zaken mee. Zij dienden dus hun kleine schat te gelde te maken. En deze mannen vervulden hun taak: zij leenden het tegen rente uit, bezochten markten, kochten en verkochten. Zij deden goed werk voor hun heer, weken, maanden en jaren lang... En dat is precies hetgeen ook de Kerk blijft doen sinds Pinksteren, toen zij de onmetelijke gave van de Heilige Geest ontving, en samen met Hem, door Christus gezonden, het onfeilbare Woord Gods, de kracht van de sacramenten, de macht tot vergeving schenkt... Zoals de H. Jozefmaria Escrivá de Balaguer schreef: «Er is zeer veel gedaan in die twintig eeuwen; het lijkt mij dan ook niet objectief noch eerlijk, als ik zie met hoeveel animositeit sommigen het werk van hun voorgangers minachten. Er is veel werk verricht in de loop van tweeduizend jaren, en vaak is het zelfs uitstekend gedaan. Andere keren zijn er vergissingen begaan, was er soms achteruitgang; vrees en angstvalligheid hebben niet ontbroken, dapperheid en edelmoedigheid echter evenmin, zoals ook nu. Maar de mensenfamilie vernieuwt zich steeds weer. Daarom moet iedere generatie zich er opnieuw mee bezig houden de mens de grootheid van zijn roeping als kind van God bewust te maken, hem het gebod van de liefde tot Schepper en naaste in te prenten.»2

Het leven is een tijd om de goddelijke goederen vruchten te doen geven. Het is de taak van ieder van ons, gelovigen, om thans de schat van genade die de Heer in onze handen heeft gelegd, te gelde te maken, terwijl wij «in zijn Geest tot leven gewekt en verenigd, op weg zijn naar die voleinding van de geschiedenis van de mensheid, welke volledig met het plan van zijn liefde overeenstemt: Alles in Christus herstellen wat in de hemel en op aarde is (Ef 1,10).»3 Terwijl de Heer tot ieder van ons terugkeert op het wellicht niet zo ver verwijderde moment van de dood, is dit onze opdracht: met alle ijver de Heer tegenwoordig pogen te stellen in alle menselijke werkelijkheden. Niets is God vreemd, want alles is door Hem geschapen en richt zich tot Hem, ofschoon ieders eigen autonomie bewaard blijft: de zaken, de politiek, het gezin, de sport, het onderwijs...

Zie, Ik kom spoedig -zegt de Heer vandaag tot ons- en mijn loon breng Ik mee, om ieder te vergelden naar zijn werk. Ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste, de oorsprong en het einde.4 Alleen in Hem krijgt ons doen en laten hier op aarde betekenis. De gehele Kerk en iedere gedoopte is de bewaarder van Christus' schat: de heiligheid van God groeit in de wereld, wanneer ieder van ons strijdt om trouw te zijn aan zijn plichten, aan de verplichtingen die hij als burger, als christen, is aangegaan.

42.2 Terwijl die trouwe beheerders ijverig poogden de schat van hun heer winst te laten opbrengen, waren er veel burgers in dat land, die hem haatten en hem een gezantschap achterna stuurden om te zeggen: Wij willen niet, dat deze man koning over ons wordt. De Heer zal met veel verdriet deze woorden in zijn verhaal hebben ingelast, want Hij spreekt hier in de parabel over zichzelf: Hij is die voorname man die naar verre landen vertrekt. Jezus zag in de ogen van heel wat Farizeeën een toenemende haat en de meest volledige afwijzing. Hoe groter zijn goedheid was en hoe groter de bewijzen van zijn barmhartigheid, des te meer nam het onbegrip toe dat men op vele gezichten kon aflezen. Wat zal voor de Meester die frontale afwijzing hard geweest moeten zijn, een afwijzing die haar hoogtepunt bereikte in zijn Lijden, korte tijd daarna!

De Heer wil eveneens de afwijzing tot uitdrukking brengen die Hij in de loop der eeuwen van zoveel mensen zou moeten ondervinden. Is die afwijzing in onze tijd soms minder sterk? Zijn haat en onverschilligheid geringer? In de literatuur, de kunst, de wetenschappen..., in de gezinnen, lijkt men wel een reusachtig geschreeuw te horen: nolumus hunc regnare super nos!, wij willen niet, dat die man koning over ons wordt! «Hij, die de Maker is van het heelal en van ieder schepsel, en die toch zijn heerschappij niet oplegt, maar bedelt om wat liefde door ons zwijgend de wonden van zijn handen te tonen. Waarom kennen zoveel mensen Hem dan niet? Waarom moeten wij altijd die wrede afwijzing blijven horen: wij willen niet, dat deze man koning over ons wordt (Lc 19,14)? Er zijn op aarde miljoenen mensen die zich op deze wijze opstellen tegenover Christus, of tegen de wijze waarop Hij wordt voorgesteld; zij kennen Hem gewoonweg niet. Zij hebben de schoonheid van zijn gelaat niet gezien en zijn heerlijke leer heeft niemand hun leren kennen.

»Bij dit trieste schouwspel voel ik mij gedrongen de Heer eerherstel te bieden. Als ik de onophoudelijke afwij­zing bespeur die meer metterdaad dan in woorden geschiedt, dan voel ik de behoefte om met luide stem uit te roepen: opportet illum regnare! (1 Kor 15,25), Hij moet Koning zijn [...]. De Heer heeft mij ertoe gedreven om sinds jaren in mijzelf die stille kreet te herhalen: serviam! ik zal dienen. Moge Hij in ons doen toenemen dat verlangen naar overgave en trouw aan zijn goddelijke oproep -heel eenvoudig, zonder praal, zonder lawaai- midden in de wereld, ook op straat, waar je loopt. Laten wij Hem uit de grond van ons hart dankzeggen, ons onderdanig gebed, ons kinderlijk gebed tot Hem richten. Dan zullen onze tong en ons verhemelte met melk en honing worden verzadigd. Spreken over het Rijk Gods, Rijk van vrijheid, vrijheid die Hij voor ons verdiend heeft (vgl. Gal 4,31), zal dan voor ons iets heerlijks worden.»5 Wij zullen onze Heer dienen als onze Koning en Heer, als de Heiland van de gehele mensheid en van ieder van ons afzonderlijk. Serviam! Ik zal U dienen, Heer, zo zeggen wij Hem vanuit de grond van ons hart.

42.3 Na enige tijd kwam die heer als koning terug. Toen beloonde hij op grandioze wijze de dienaren die zich hadden uitgesloofd om winst te maken met hetgeen ze hadden ontvangen; maar hij strafte op harde wijze degenen die hem tijdens zijn afwezigheid hadden verworpen, evenals een van de beheerders die zijn tijd verknoeid had en het pond dat hij had gekregen niet te gelde had gemaakt. «De slechte dienaar had zich niet beijverd en kon hem niets overhandigen; hij heeft zijn meester niet geëerd en werd derhalve gestraft. God verheerlijken is daarentegen het aanwenden van de mogelijkheden die Hij mij heeft gegeven om Hem te kennen, lief te hebben en te dienen, en Hem aldus heel mijn wezen terug te geven.»6 Dat is het doel van ons leven: God eer bewijzen, nu hier op aarde met wat ons is toevertrouwd, en later in eeuwigheid samen met de Maagd, de engelen en de heiligen. Als wij dat voor ogen houden, wat zullen we dan goede beheerders zijn van de gaven die de Heer ons heeft willen schenken, opdat wij daarmee de hemel winnen!

«Het zal u nooit berouwen, dat u Hem hebt liefgehad», herhaalde de heilige Augustinus telkens weer.7 De Heer betaalt uitstekend, ook in dit leven, indien wij trouw zijn. Hoe zal dat dan niet in de hemel zijn! Thans is het onze opdracht het Koninkrijk van Christus te verbreiden op aarde, te midden van de samenleving waarin we ons bewegen: in het gezin, op het werk, onder buren, onder onze collega's op de universiteit of in de werkplaats, onder de klanten, de leerlingen... En heel bijzonder onder hen die ons op enigerlei wijze zijn toevertrouwd. «Laat de hand van uw kleintjes nooit los; draagt vol ijver bij aan het heil van uw gezin»8 luidde de vurige raad van de heilige bisschop van Hippo.

In deze dagen voor het hoogfeest van Christus Koning kunnen wij ons voorbereiden door enkele schietgebeden te herhalen: Regnare Christum volumus!, wij willen dat Christus koning is! En wij willen in de eerste plaats, dat dit koninkrijk tot werkelijkheid wordt in ons verstand, onze wil, ons hart, in heel ons zijn.9 Daarom bidden wij Hem: «Jezus, mijn Heer: maak, dat ik uw genade zozeer voel en volg, dat mijn hart zich ontledigt..., opdat Gij het vult, mijn Vriend, mijn Broer, mijn Koning, mijn God, mijn Liefde!»10

-1. Lc 19,11-28. -2. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 121. -3. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 45. -4. Apok 22,12-13. -5. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 179. -6. J. Tissot, , La vie intérieure. -7. Vgl. H. Augustinus, Preek 51, 2. -8. Idem, Preek 94. -9. Vgl. Pius xi, Enc. Quas primas, 11 december 1925. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 913.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012