Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Veertiende week door het jaar. Maandag

58. Christus vinden in de Kerk

-Het is niet mogelijk Christus lief te hebben, te volgen of naar Hem te luisteren zonder de Kerk lief te hebben, te volgen en naar haar te luisteren. -In de Kerk delen wij in het Leven van Christus. -Geloof, hoop en liefde voor de Kerk.

58.1 Iedereen zoekt naar Jezus. Iedereen heeft Jezus nodig, en Hij op Zijn beurt staat altijd klaar om medelijden te hebben met allen die Hem met geloof benaderen. Zijn Allerheiligste Mensheid was, zolang Hij onder de mensen verbleef, als het ware een kanaal waardoor alle genade vloeide. Daarom probeerden de menigten Hem aan te raken, want er ging van Hem een Kracht uit die allen genas. (Lc 6,19)

De vrouw over wie wij in het evangelie van de mis van vandaag1 horen, was ook bewogen om dicht bij Jezus te komen. Bij haar fysieke lijden -dat al twaalf jaar had geduurd- kwam nog de schaamte zich onrein te voelen volgens de wet. In die tijd beschouwden de joden de vrouw, aangedaan door een ziekte van dit type, niet alleen als onrein, maar ook alles wat zij aanraakte. Daarom naderde zij Jezus van achteren en raakte alleen zijn mantel aan, zodat de mensen haar niet zouden opmerken. «Zij raakte voorzichtig de zoom van Zijn mantel aan, zij kwam naar Hem toe met geloof, zij geloofde en zij wist dat zij genezen was.»2

Deze wonderen -genezingen en uitdrijvingen van de duivel- die Christus verrichtte terwijl Hij op aarde leefde, waren een bewijs dat de verlossing reeds een werkelijkheid was, niet slechts een hoop. De mensen die wij naar de Meester zien gaan, voorzeggen als het ware de devotie die christenen later zouden hebben voor de Allerheiligste Mensheid van Christus. Later, toen Hij op het punt stond naar de hemel op te stijgen en zijn plaats in te nemen naast zijn Vader, en in de wetenschap dat wij Hem altijd nodig zouden hebben, stelde Hij de middelen in waardoor wij in alle tijden en plaatsen in staat zouden zijn de oneindige schatten van de verlossing te ontvangen: Hij stichtte de Kerk, en op zo'n manier dat wij haar gemakkelijk zouden herkennen en vinden. Wanneer we de Kerk zoeken, zijn we zoals de mensen die naar de Zoon van Maria zochten. In de Kerk zijn is met Jezus zijn; zich met zijn kudde verenigen is zich met Jezus verenigen. Tot deze gemeenschap behoren is een lid te zijn van zijn Lichaam. Het is alleen in de Kerk dat we Christus kunnen vinden, precies dezelfde Christus waar het uitverkoren volk zo lang op gewacht had.

De mensen die beweren zich tot Christus te keren terwijl ze zijn Kerk aan de kant laten liggen, en haar zelfs schade berokkenen, kunnen op een dag tot dezelfde verrassing komen als de heilige Paulus toen hij onderweg was naar Damascus: Ik ben Jezus die gij vervolgt.3 En Beda de Eerbiedwaardige bedenkt dat «Hij niet zegt: 'waarom achtervolg je mijn leden, maar waarom achtervolg je Mij?' Want Hij wordt nog steeds beledigd in Zijn Lichaam, dat de Kerk is.»4 Paulus wist tot op dat ogenblik niet dat de Kerk achtervolgen Jezus zelf achtervolgen is. Wanneer hij later over de Kerk spreekt, doet hij dat met woorden die haar beschrijven als het Lichaam van Christus5, of eenvoudig als Christus6; en hij beschrijft de gelovigen als leden van Christus' Lichaam.7 Het is niet mogelijk Christus te beminnen, te volgen of naar Hem te luisteren, zonder de Kerk te beminnen, te volgen of naar Haar te luisteren, want zij is de vertegenwoordiging, zowel sacramenteel als geheimvol, van de Heer die zijn reddende zending in de wereld verlengt tot het einde van de tijd.

58.2 Niemand kan zeggen dat hij God liefheeft als hij niet de weg, door God zelf bepaald, naar Hem kiest: Jezus. Dit is mijn Welbeminde Zoon; luistert naar Hem.8 Wij handelen onlogisch als wij beweren vrienden van Christus te zijn en tegelijkertijd zijn woorden en wensen afwijzen. Die menigten mensen van vele verschillende plaatsen ontdekken allemaal in Jezus Iemand die tot hen spreekt met gezag, die tot hen spreekt over God. Hij zelf is het vleesgeworden goddelijke Woord; zij komen van aangezicht tot aangezicht te staan met Jezus de Meester. En wij, in onze tijd, sluiten ons bij Hem aan wanneer we de leer van de Kerk aanvaarden: Wie naar u luistert, luistert naar Mij; en wie u verstoot, verstoot Mij.9

Jezus is vooral onze Verlosser. Hij is de Priester; Hij bezit volledig het éne en enige priesterschap en Hij offerde zichzelf als het verzoenend slachtoffer voor de zonde. Ook Christus heeft zichzelf niet de eer van het hogepriesterschap toegekend; dat heeft God gedaan, die Hem zei 'Gij zijt mijn zoon'.10 Wij verenigen ons met Christus, tegelijkertijd priester en slachtoffer, die eer geeft aan God de Vader en ons heiligt wanneer we deelnemen aan het leven van de Kerk; wij doen dat in het bijzonder als we deelhebben aan haar sacramenten, die als het ware goddelijke kanalen zijn waardoor de genade vloeit totdat ze onze zielen bereikt. Telkens wanneer wij de sacramenten ontvangen, komen we met Christus zelf in aanraking, de fontein van alle genade. Door de sacramenten bereiken de oneindige verdiensten die Christus voor ons verwierf, de mensen van alle tijden, en zijn voor allen de vaste hoop op eeuwig leven. In de heilige eucharistie die Christus de Kerk gebood te vieren, hernieuwen wij Zijn offergave en opoffering. Dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt, doet dit tot gedachtenis aan Mij.11 Alleen de heilige eucharistie garandeert ons het Leven dat Hij voor ons verdiende: Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, ten bate van het leven van de wereld.12 De voorwaarde om in dit offer en deze maaltijd te delen gaat terug op een ander sacrament dat Christus aan zijn Kerk heeft geschonken: het Doopsel. Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.13 Wie gelooft en gedoopt is zal gered worden.14 En als onze zonden de oorzaak zijn dat wij van God zijn gescheiden, is de Kerk ook het middel waardoor onze toestand als levende leden van de Heer wordt hersteld: Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.15 Christus legde vast dat deze sterke band met Hem tot stand zou worden gebracht door die zichtbare tekenen die het sacramentele leven van zijn Kerk zijn. Door de sacramenten vinden we ook Christus.

Ofschoon er soms meningsverschillen in de Kerk kunnen zijn, zal het voor ons niet moeilijk zijn Christus te vinden. Meerderheden of minderheden doen er niet veel toe wanneer het een kwestie is van Jezus te vinden; op de Calvarieberg stonden alleen Zijn moeder met een paar vrouwen en een aankomende volwassene, maar daar, een paar meter verder, was Jezus! In de Kerk weten ook wij waar de Heer is: Hij maakte aan Petrus bekend, Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn.16 Zelfs Simons verloocheningen van Hem waren voor Hem niet voldoende om die macht te herroepen. Eenmaal uit de doden opgestaan bevestigde de Heer die macht op een plechtige wijze: Weid mijn lammeren, hoed mijn schapen17. De Kerk is daar waar Petrus en zijn opvolgers zijn, en de bisschoppen in gemeenschap met de opvolger van Petrus.

58.3 In de Kerk zien we Jezus, dezelfde Jezus die de menigten zo graag wilden aanraken want er ging van Hem een kracht uit die allen genas. Een ieder die zich verbindt met Christus de Leraar, de Priester en de Koning door het aanvaarden van de leer, de sacramenten en het gezag van de Kerk, behoort tot de Kerk. Op een bepaalde manier onderhouden wij eenzelfde relatie met de Kerk als we met Christus doen: door middel van geloof, hoop en naastenliefde.

Op de eerste plaats door geloof, dit betekent geloven wat bij veel gelegenheden niet zo voor de hand liggend is. Ook de tijdgenoten van Jezus zagen een man die werkte, die moe werd, die eten nodig had, die pijn voelde, kou en angst, maar die Man was God. In de Kerk hebben wij heilige mensen gezien die dikwijls onopgemerkt bleven, verborgen zoals ze zijn geweest door een zeer gewoon leven. We zien ook zwakke mensen zoals wijzelf, kleingeestig, lui, egocentrisch. Maar als zij gedoopt zijn en in staat van genade blijven, zijn zij in Christus en delen zij in zijn leven, ondanks al hun gebreken. Als zij zondaars zijn, heet de Kerk hen ook welkom in haar midden, als leden die haar nog meer nodig hebben.

Onze houding ten opzichte van de Kerk moet er ook een zijn van hoop. Christus zelf verzekerde ons: Op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.18 Zij zal de vaste rots zijn waar we bescherming kunnen zoeken tegen de grillige slingeringen die de wereld schijnt te maken. Zij kan ons nooit in de steek laten, want wij zullen in haar altijd Christus vinden.

En als wij God liefde schuldig zijn, dat betekent dat wij ook onze Moeder de Kerk moeten liefhebben, «want niemand kan God als Vader hebben die de Kerk niet als zijn moeder heeft.»19 Zij is de Moeder die ons het leven schenkt; dat leven van Christus waardoor wij kinderen zijn van de Vader. Een moeder moet worden bemind. Alleen slechte kinderen blijven onverschillig, soms vijandig, tegenover de persoon die hun het zijn gaf. Wij hebben een goede moeder: het is daarom dat wij zo gekwetst zijn door de wonden die haar worden aangedaan door sommigen buiten en binnen de Kerk, en door de zonden en zwakheden van haar leden. Daarom, als goede zonen en dochters van de Kerk, doen wij ons uiterste best niet te spreken over de zwakten van individuele personen, in het verleden of nu, over deze of die christen, of zij wel dan niet een positie van gezag bekleden. Wij trachten nooit de Kerk te bekritiseren die Heilig is en zo barmhartig dat zij haar moederlijke zorgen zelfs niet aan zondaars ontzegt. Hoe kunnen wij ooit koud, nors of beledigend over haar spreken? Hoe kunnen we onverschillig blijven voor onze moeder? Wij zijn niet onverschillig en willen het niet zijn. Wat het hare is, is ook het onze; en het kan niet van ons worden verwacht dat wij een neutrale houding aannemen zoals een rechter die onpartijdig een rechtszaak tegen iemand aanhoort. Dit kan nooit de houding zijn van een kind ten opzichte van zijn moeder.

Wij behoren toe aan Christus wanneer wij tot de Kerk behoren. In haar worden wij leden van het lichaam van Hem die Onze Lieve Vrouw ontving, droeg, en in de wereld bracht. Het is daarom dat de Gezegende Maagd «Moeder van de Kerk is, dat wil zeggen, Moeder van heel het volk van God, zowel de gelovigen als de herders.»20 Het voorlaatste juweel, dat de kinderlijke vroomheid in de litanie van Onze Lieve Vrouw heeft geplaatst, het meest recente compliment aan de Moeder van Christus is bijna synoniem: Moeder van de Kerk.

-1. Mt 9,20-22. -2. H. Ambrosius, Commentaar op het evangelie volgens de heilige Lucas VI, 56. -3. Hnd 9,5. -4. H. Beda, Commentaar op de Handelingen van de Apostelen, in loc. -5. 1 Kor 12,27. -6. 1 Kor 1,13. -7. Rom 12,5. -8. Mt 17,5. -9. Lc 10,16. -10. Heb 5,5. -11. Lc 22,19. -12. Joh 6,51. -13. Mt 28,19. -14. Mc 16,16. -15. Joh 20,23. -16. Mt 16,19. -17. Joh 21,15-17. -18. Mt 16,18.-19. H. Cyprianus, Over de Eenheid, 6,8. -20. Paulus vi, Toespraak, 21 november 1964.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012