Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zesentwintigste week. Woensdag

42. Christus volgen

-De materiële goederen zijn slechts hulpmiddelen.-Consequenties van armoede: juist gebruik van geld, geen onnodige uitgaven. -Schaarste en gebrek blijmoedig accepteren.

42.1 Het evangelie van vandaag vertelt ons van het moment waarop Jezus besloot het Meer van Galilea over te steken.1 Iemand kwam naar Hem toe en zei: Ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat. Toen legde Jezus in enkele woorden uit, wat het volgen van Hem inhoudt: verwerpen van gemak en comfort, onthechten van bezit, volledige overgave aan de goddelijke wil: de vossen hebben holen en de vogels hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten.

Jezus vraagt van leerlingen, van ons allemaal, een radicale onthechting, die een gewoonte moet worden: het vaste besluit om de baas te blijven over de dingen die wij gebruiken. Wij mogen nooit gehecht raken aan bezittingen. Voor degenen die geroepen zijn om in de wereld te leven, is het noodzaak deze strijd serieus aandacht te geven en gaande te houden. Deze strijd is nu des te belangrijker omdat het verlangen om te hebben, te bezitten, het genieten van het bezit het einddoel geworden is voor velen.2

Om de armoede te beleven die Christus van zijn leerlingen vraagt, is een grote innerlijke onthechting in de geest, de wil, de fantasie, onontbeerlijk. Het is noodzakelijk dezelfde geest als de Heer in zijn leven tot uitdrukking te brengen.3 Een van de eerste blijken van evangelische armoede is het gebruik van goederen als middel in plaats van als doel op zichzelf.4 Laten wij de Heer vragen, dat wij ons nooit laten meeslepen door een ongeordend verlangen naar steeds meer overvloed. Materiële middelen zijn goed voorzover zij gebruikt worden voor een hoger doel: om een gezin te onderhouden, om kinderen op te voeden, om een betere opleiding te krijgen, om de maatschappij vooruit te helpen, om apostolaatswerk te steunen en mensen in nood bij te staan...

Dit is niet zo makkelijk als het op de praktijk aankomt, want de mens is geneigd toe te geven aan het hart, dat zich zonder maat of matiging hecht aan de materiële middelen. Wij moeten leren hoe wij in het dagelijkse leven de gehechtheid aan mens, plaats of bezit, die ons op weg gaan naar de Heer kan belemmeren, kunnen vermijden. Deze oefening is nodig, of wij nu heel veel bezitten of nauwelijks iets. Wij moeten de geest van armoede niet verwisselen met de toestand van armoede: «Het is dat soort armoede, die bestaat in onthechting, godsvertrouwen, soberheid en bereidheid om te delen, die Jezus zalig noemde.»5 Deze armoede wordt gevraagd van degenen die heilig willen worden middenin de wereld.

De heilige Paulus zegt ons, dat ook hij deze leerschool van het onder alle omstandigheden onthechte leven onderging. Hij schreef de christenen van Filippi: Ik weet wat armoede is, ik weet wat overvloed is, ik ben volledig ingewijd. Ik kan volop eten en ik kan honger lijden, ik ben vertrouwd met overvloed en met gebrek. Alles vermag ik in Hem die mij kracht geeft.6 Hij had heel zijn vertrouwen op God gevestigd.

42.2 Laten wij verder gaan met onze beschouwing van de armoede van Christus die niets had om zijn hoofd op te laten rusten. Christus volgen is leven zoals Hij leefde. Het is nodig dat wij materiële middelen gebruiken om onze taak op aarde te volbrengen, maar wij moeten niet toelaten, dat deze middelen onze vastberadenheid doen verminderen of verslappen.

De ware christelijke armoede valt niet te rijmen met de zucht naar overtollige goederen, maar ook niet met een onrustig streven naar dingen die nodig zijn. Als iemand die vastbesloten is God te dienen, door zulke zorgen zou worden verteerd, dan zou dit een teken zijn van lauwheid. In dit geval is de ziel tevergeefs aan het proberen twee heren te dienen.7 Als wij de ontbering en het ongemak van de armoede bereidwillig aanvaarden, zullen wij meer en meer verenigd worden met Jezus Christus.

Een aspect van deze deugd heeft te maken met het juiste gebruik van geld. Sommige dingen zijn zonder meer te luxueus. Hoe kan een christen streven naar zo'n overdaad wanneer zoveel mensen leven in bittere armoede? Sommige voorwerpen, gemakken en gewoonten passen niet in het leven van een christen, ook niet als het door iemand anders betaald wordt. Leven zonder deze aantrekkelijke zaken zal misschien botsen met de huidige stijl van leven. Ons voorbeeld zal vele anderen helpen om de waarde van een sober leven te ontdekken.

Wat staat er meer haaks op de geest van christelijke ascese dan een vlaag van koopwoede die ingegeven wordt door een bevlieging? Wij moeten ook eerlijk tegenover onszelf zijn op het punt van, bijvoorbeeld, zakelijke kostenrekeningen en dergelijke vaste vergoedingen en voorrechten. Het hart kan heel gemakkelijk verstrikt raken in de wereldse zaken en onbekwaam worden om bovennatuurlijke goederen lief te hebben. Er zijn veel hogere waarden dan wat de zintuigen verrukt.

Ongeacht of wij nu rijk zijn of arm, wij dienen arm van geest te zijn uit liefde voor Christus. Wij gebruiken mate­riële goederen op allerlei manieren, maar wij behoren ze altijd te gebruiken met dezelfde innerlijke benadering. «Ik schrijf deze tekst over, omdat deze rust zal geven aan je ziel: 'Ik bevind mij in een financiële situatie die zo ellendig is, dat het niet erger kan. Ik laat er mijn gemoedsrust niet onder lijden. Ik heb de absolute zekerheid, dat God, mijn Vader, deze hele situatie eens en voor altijd zal oplossen.

»Ik wil, Heer, de zorg voor al het mijne in uw edelmoedige handen leggen. Onze Moeder, Uw Moeder, heeft net als in Kana in uw oren laten klinken: ze hebben niet genoeg... Ik geloof in U, ik hoop op U, ik heb U lief, Jezus: voor mij niets; alles voor hen.'»8 Misschien dienen wij dikwijls dit gebed tot het onze te maken.

42.3 Wij willen Christus van nabij volgen, leven zoals Hij leefde midden in de wereld. Een manier om in armoede te leven is, goed om te gaan met wat wij hebben, zodat het lang meegaat. Deze manier van omgaan met bezit vereist echte versterving. Het bestaat in kleine zelfverloocheningen die telkens opnieuw gedaan worden. Het is veel gemakkelijker en aangenamer om spullen maar te laten rondslingeren zonder ernaar om te kijken, om een kleine reparatie achterwege te laten die een grotere reparatie met meer kosten later zou voorkomen.

Als wij kunnen leven zonder overvloed aan goederen, zullen wij in dit opzicht dichter bij het leven van Christus zijn, dat vol verstervingen was. Laten wij onszelf dikwijls afvragen: Heb ik dit of dat echt nodig? De heilige Augustinus leert ons: «Wat overdaad is voor de rijke, is noodzaak voor de arme. Wanneer wij overvloedig veel bezitten, hebben wij zaken die ons schaden.»9 Heb ik veel spullen die ik niet echt nodig heb? Schoenen, gebruiksvoorwerpen, sportkleding, kleren... «Een duidelijk teken van onthechting is: niets -maar dan ook niets- te beschouwen als je bezit.»10 Leef ik werkelijk consequent volgens christelijke onthechting?

Christelijke armoede is zeker te combineren met een smaakvolle inrichting van het eigen huis. Het huis moet een plaats zijn waar ieder van het gezin zich kan ontspannen van het dagelijkse werk in een plezierige omgeving. Mensen mogen ernaar uitzien om thuis weer nieuwe energie op te doen. Toch mag het geen plek zijn voor non-stop amusement. «Wij moeten in het dagelijks leven tegenover onszelf veeleisend zijn, anders maken wij problemen die er niet zijn, krijgen wij quasi-behoeften die per slot van rekening het gevolg zijn van inbeelding, grilligheid, gemakzucht en luiheid. We moeten met rasse schreden naar God gaan, zonder dodelijke last en zonder belemmeringen waardoor de tocht bemoeilijkt wordt.»11

Terwijl wij vechten om vrij te worden van bedrieglijke banden, moeten wij groeien in dankbaarheid jegens de Heer voor alles wat wij hebben. Wij mogen God danken voor de goederen die wij tot onze beschikking hebben op het werk, dat ons toestaat ons gezin te onderhouden en mee te werken aan activiteiten met een goed doel. Wij zijn bereid om van die goederen afstand te doen, als God het zo wil. Wij klagen niet als wij datgene wat wij nodig hebben, ontberen. Wij zullen onze innerlijke vreugde niet verliezen, omdat wij ons weten in de handen van onze liefhebbende Vader. Hij weet wat goed voor ons is.

De heilige Maagd zal ons helpen dit uitstekende advies in praktijk te brengen: «Hecht je hart aan niets dat vergankelijk is: volg Christus na die zich arm maakte voor ons, en niets had om zijn hoofd op te leggen.

»Vraag Hem jou midden in de wereld een daadwerkelijke onthechtheid, zonder afzwakkingen, te verlenen.»12

-1. Lc 9,57-62. -2. Vgl. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium spes, 63. -3. Vgl. H. Franciscus van Sales, Inleiding tot het devote leven, III, 15. -4. A. Tanquerey, The spiritual life, Baltimore, 1930. -5. Congregatie voor de geloofsleer, Instructie over christelijke vrijheid en geweten, 22 maart 1986, 66. -6. Fil 4,12-13. -7. Vgl. Mt 6,24. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 807. -9. H. Augustinus, Commentaar op de Psalm 147. -10. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 524. -11. Idem, Vrienden van God, 125. -12. Idem, De Smidse, 523.


Eenentwintigste zondag door het jaar (B)

56. Christus volgen

-Net als de apostelen volgen wij Christus voor altijd. -De wegmarkering. We hebben de vrijheid die te volgen. -Ware vrijheid. Onze overgave aan de Heer vernieuwen.

56.1 De eerste lezing van vandaag1 vertelt ons over het moment dat het uitverkoren volk, na de Jordaan te zijn overgestoken, op het punt staat het Beloofde Land binnen te gaan. Jozua riep alle stammen van Israël in Sichem bijeen en zei tegen hen: Als u Jahwe niet verkiest te dienen, kiest dan nu wie u wel wilt dienen: de goden die uw voorouders aan de overkant van de Rivier hebben vereerd, of de goden van de Amorieten, in wier land u woont. Ik en mijn familie, wij dienen Jahwe. En alle volken antwoordden hem: Wij denken er niet aan, Jahwe te verlaten [...] Ook wij willen Jahwe dienen, Hij is onze God.

In het evangelie van vandaag2 lezen we dat Jezus dezelfde vraag stelt aan zijn leerlingen. Na de aankondiging van de eucharistie in de synagoge van Kafarnaüm verlieten veel leerlingen hun Meester, omdat ze zijn leer over het mysterie van de eucharistie moeilijk konden aanvaarden. Jezus blijft achter met alleen zijn naaste volgelingen en Hij wil dat zij hun trouw en onvoorwaardelijk vertrouwen in Hem opnieuw bevestigen. Dus wendt de Heer zich tot de mannen die Hem tot dan toe gevolgd hebben en vraagt hun: Wilt ook gij soms weggaan? En Petrus antwoordt namens allen: Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt. De apostelen zeggen nogmaals 'ja' tegen Christus. Wat zou er zonder Jezus van hen terechtkomen? Waarheen zouden ze gaan? Wie zou de verlangens van hun hart bevredigen? Leven zonder Christus, toen net zoals nu, is leven zonder betekenis.

Ook wij moeten 'ja' zeggen tegen Jezus, voor altijd. We hebben de Waarheid, het Leven en de Liefde omarmd. We hebben de vrijheid die God ons gegeven heeft, gericht op haar enig geldige doel. Op de dag dat de Heer op een bijzondere manier naar ons keek, hebben wij Hem verteld dat Hij het doel van ons leven zou zijn; en sindsdien hebben wij Hem bij vele andere gelegenheden gezegd: Heer, naar wie zouden wij gaan? Zonder U heeft niets enige betekenis.

Vandaag is een goede gelegenheid om de oprechtheid van onze overgave aan de Heer te onderzoeken, om te kijken of we met vreugde alles achterwege laten wat ons ervan afhoudt Jezus te volgen. «Vraagt u zich wel eens af -samen met mij, ik doe immers hetzelfde onderzoek- of u onwrikbaar en standvastig trouw bent aan de keuze van uw levensweg? Of u, als u de zeer lieflijke stem van God u tot heiligheid hoort aansporen, in vrijheid antwoordt: 'ja'?»3 'Ja' zeggen tegen de Heer in alle omstandigheden betekent ook 'nee' zeggen tegen andere wegen, tegen andere mogelijkheden. Hij is onze Vriend; alleen Hij heeft woorden van eeuwig leven.

56.2 Zoals de leerlingen die te Kafarnaüm hun volledige aanhankelijkheid aan Christus bevestigden, zijn er in alle tijden en op alle plaatsen vele mannen en vrouwen die, na misschien lange tijd in de duisternis gewandeld te hebben, uiteindelijk Jezus vinden en het pad zien dat voert naar de hemel die open is en vóór hen staat aangegeven. Zo is het ook in ons leven gebeurd. Ten slotte ontdekken we dat wij onze vrijheid niet zomaar gekregen hebben om van de ene plek naar de andere te gaan zonder een vast referentiepunt, maar juist om aan te sturen op een doel: Christus! Toen begonnen we het verrassend vreugdevolle karakter te kennen van de vrijheid die Jezus kiest en ons dichter bij Hem brengt, en afwijst wat ons scheidt, want «de vrijheid staat [...] niet op zichzelf: zij vraagt om een richting, een gids.»4 De Poolster van onze vrijheid, die op ieder moment aanwijst welke richting we moeten nemen, is de Heer, want naar wie zouden wij gaan als we niet tot Hem gingen?

Helaas betekent vrijheid voor veel mensen je impulsen of instincten volgen, jezelf laten meeslepen door je hartstochten of door waar je op het moment maar zin in hebt. Veel mensen denken zo, en zij vergeten dat «vrijheid beslist een onvervreemdbaar en fundamenteel menselijk recht is, maar vooral dat zij niet gekarakteriseerd mag worden door de mogelijkheid om voor het kwade te kiezen, maar voor de mogelijkheid 'het goede te kunnen kiezen op verantwoorde wijze', door het als zodanig te herkennen en ernaar te verlangen.»5 Iemand die een verkeerde en verarmde opvatting van vrijheid heeft, zal het idee afwijzen dat er een geldig en verplicht doel is dat alle mensen moeten volgen, omdat dat hem tegengesteld aan de vrijheid zal schijnen te zijn.6

Als wij Christus gekozen hebben, als Hij echt het doel van ons streven en van al onze handelingen is, verheven boven elk ander doel, dan zullen we alles wat ons leert hoe we naar Hem moeten reizen, of alles wat ons opmerkzaam maakt voor de belemmeringen die ons van Hem scheiden, zien als een enorme gunst, als een zekere gids waarvoor we innig dankbaar zijn. Een reiziger in een onbekend land zorgt ervoor een kaart te hebben, vraagt mensen die de weg kennen en volgt de aanwijsborden, en doet dat vrijwillig, want hij wil zijn bestemming bereiken. Hij beschouwt zijn vrijheid op geen enkele wijze beperkt en hij vindt het ook geen vernedering dat hij van kaarten, verkeersborden en gidsen afhankelijk is om te komen waar hij heen wil. Als hij onzeker is, of denkt dat hij verdwaald is, zijn de wegwijzers die hij tegenkomt een gelegenheid voor geruststelling en opluchting.

Eigenlijk vertrouwen we heel vaak meer op kaarten of wegwijzers dan op ons eigen gevoel voor richting, want we hebben de onbetrouwbaarheid daarvan al vaak genoeg ervaren. Wanneer we de wegwijzers volgen, hebben we niet het gevoel dat die ons opgelegd worden; we verwelkomen ze eerder als een grote hulp, een nieuw stuk informatie dat we ons onmiddellijk eigen gaan maken. Dit gebeurt met de Tien Geboden, met de wetten en het onderricht van de Kerk en met de raadgevingen die we in geestelijke leiding krijgen of die we in moeilijke situaties zoeken. Ze zijn als wegwijzers die op verschillende manieren onze vrijheid garanderen, de vrije keuze die we gemaakt hebben om Christus te volgen en geen andere paden te verkennen die voeren naar plaatsen waar we niet heen willen. «Het gezag van de Kerk, in haar onderricht over geloof of moraal, is een 'dienst'. Het is als de bewegwijzering die naar de hemel leidt. We moeten haar vertrouwen, want het heeft een goddelijk gezag. Het wordt niemand opgelegd. Het wordt eenvoudigweg aan de mensen aangeboden. En iedereen kan, als hij of zij wil, het zich eigen maken.»7

We moeten niet verbaasd zijn als deze goddelijke wegwijzers ons soms uitnodigen om paden en wegen te verlaten die aantrekkelijker lijken te zijn, en ons voeren langs andere die steiler en smaller en zwaarder zijn. Hoewel ons gevraagd kan worden een gemakkelijk bestaan op te geven, zullen we altijd de vreugde hebben, zelfs wanneer de weg zwaar is, dat ons leven het bereiken van een moeilijk doel vóór zich heeft, dat we misschien een groot aantal jaren geleden gekozen hebben of misschien een paar dagen terug. Laten we naar de top gaan, waar Christus op ons wacht.

56.3 De wegwijzers die de Heer ons geeft, moeten we vertrouwen. Het zijn geen beperkingen die aan de mensen worden opgelegd, het zijn geen zware lasten. Het zijn stralende lichtbronnen die de weg verlichten, die ons in staat stellen gemakkelijker te zien en te reizen. Wie oprecht op de genade van God probeert te antwoorden, zal ware vrijheid ontdekken door Jezus te volgen. Bij het horen van zijn stem ziet men eindelijk zijn weg: «de geboden worden dan niet gezien als van buitenaf opgelegd, maar als een vereiste die van binnenuit wordt geboren, en waaraan de christen zich derhalve uit vrije wil, 'helemaal vrij' onderwerpt, omdat hij weet, dat hij aldus meer en vollediger aan zichzelf beantwoordt.»8 En we moeten de vrije beslissing nemen om te proberen goed te doen in ons werk, in eerlijke ontspanning, in het gezinsleven, in vriendschap, in alle edele dingen -een beslissing die vaak vernieuwd moet worden, waardoor we trouw blijven aan Christus en zo die volheid van zijn bereiken waartoe wij geroepen zijn.

Johannes Paulus ii zegt ons dat «de mens niet echt vrij kan zijn of echte vrijheid kan doen groeien, tenzij hij erkent dat zijn bestaan de wereld te boven gaat en hij zijn relatie met God beleeft; want vrijheid is altijd de vrijheid van de mens, gemaakt naar het beeld van zijn Schepper [...]. Christus, de Verlosser van de mensen, maakt ons vrij. De apostel Johannes tekent de woorden op: Als de Zoon je vrijmaakt, zul je inderdaad vrij zijn (Joh 8,36). En de apostel Paulus voegt eraan toe: Waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid (2 Kor 3,17). Vrijgemaakt worden van ongerechtigheid, vrees, dwang en lijden zou nutteloos zijn als we in de diepte van ons hart slaaf zouden blijven, slaaf van de zonde. Om echt vrij te zijn moet de mens bevrijd worden van deze slavernij en veranderd worden in een nieuw schepsel. De radicale vrijheid van de mens ligt zo op het diepste niveau, het niveau van openheid voor God door de bekering van het hart, want in het hart van de mens zijn de wortels te vinden van elke vorm van onderworpenheid, elke schending van de vrijheid.»9

Iedere dag dat we Christus volgen, ervaren we sterker de vreugde van onze keuze en de verruiming van onze vrijheid, terwijl we tegelijkertijd de slavernij zien van hen die op een bepaald moment God hun rug toekeerden of die Hem niet wilden kennen. «Slaaf of Gods kind! Dat is de keuze van ons leven. Of kind van God, of slaaf van de hoogmoed, van het zingenot, van dat benauwende egoïsme waarin zoveel zielen verstrikt schijnen te zijn.

»Gods liefde wijst de weg van de waarheid, van de gerechtigheid en van het goede. Als we besluiten de Heer te antwoorden met 'mijn vrijheid behoort U' zijn we op hetzelfde moment bevrijd van alle banden waarmee we vastzaten aan onnozelheden, aan lachwekkende bezigheden en pietluttige eerzucht.»10 Als we Christus kiezen als het doel van ons leven, hebben we alles gewonnen.

Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven. Laten we vandaag opnieuw bevestigen dat we Christus volgen, met veel liefde, met vertrouwen op zijn barmhartige hulp; en met volledige vrijheid kunnen wij Hem zeggen: 'Ik leg mijn vrijheid in uw handen.' Laten we ook haar navolgen die zei: Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.

-1. Joz 24,1-2,15-17,18. -2. Joh 6,61-70. -3. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 24. -4. Ibidem, 26. -5. Johannes Paulus ii, Toespraak, 6 juni 1988. -6. Vgl. C. Burke, Conscience and freedom. -7. Ibidem. -8. Johannes Paulus ii, Toespraak, 6 juni 1988. -9. Johannes Paulus ii, Boodschap van Wereldvredesdag, 8 december 1980, 11. -10. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 38.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012