Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zevende week. Dinsdag

56. DE HEER, KONING DER KONINGEN

-De psalm van het koningschap en de triomf van Christus. -Het afwijzen van God in de wereld. -Het goddelijk kindschap.

56.1 Vele generaties lang waren de psalmen een bedding voor de ziel om God hulp te vragen, Hem te danken, te loven en Hem vergeving te vragen. De Heer zelf wilde een psalm gebruiken om zich te wenden tot zijn hemelse Vader op de laatste momenten van zijn leven hier op aarde.1 Het waren de voornaamste gebeden voor de Joodse families. De heilige Maagd en sint Jozef zullen in hun onmetelijke vroomheid heel wat psalmen gebeden hebben. Jezus leerde ze van zijn ouders. Hij maakte ze zich eigen en gaf ze de volheid van hun betekenis. De Kerk gebruikt de psalmen elke dag in de liturgie van de mis en zij vormen een belangrijk deel van het gebed -het getijdengebed- dat de priesters dagelijks uit naam van de gehele Kerk tot God bidden.

Psalm ii werd van oudsher gerekend tot de messiaanse of koninklijke psalmen en de Kerkvaders en kerkelijke schrijvers hebben deze vaak becommentarieerd, en hij heeft de vroomheid van veel gelovigen gevoed. De eerste christenen namen hun toevlucht tot deze psalm om te midden van de tegenstand kracht te vinden. In de Handelingen der apostelen is ons een getuigenis van dit gebed nagelaten. Verteld wordt hoe Petrus en Johannes voor het Sanhedrin gebracht werden omdat zij een lamme die bij de ingang van de Tempel om aalmoezen bedelde, door de naam van Jezus Christus2 genezen hadden. Toen zij op wonderbare wijze bevrijd waren, keerden zij terug naar hun eigen mensen en vertelden wat hun overkomen was. Allen tezamen hieven een smeekbede aan tot de Heer, waarvan deze psalm van het koningschap van Christus het middelpunt is. Hun gebed luidde als volgt: Heer, Gij zijt het, die hemel en aarde, de zee en alles wat daarin is, gemaakt hebt, die door de Heilige Geest bij monde van David, uw dienaar, gezegd hebt: Waarom tieren de volken en zinnen de naties op ijdele plannen? De koningen der aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de Heer en tegen zijn Gezalfde.3

De woorden die de psalmist tot God richt bij het overwegen van de situatie van zijn tempel, zijn profetische woorden die in vervulling zouden gaan in de tijd van de apostelen, en daarna gedurende het bestaan van de Kerk en zo ook in onze dagen. Vanuit de realiteit van dit moment kunnen wij herhalen: Waarom zijn de volken rumoerig, beramen de naties verzet? Waarom zoveel haat, zoveel kwaad? Sinds de erfzonde heeft die strijd ononderbroken voortgeduurd: de machtigen der aarde verenigen zich tegen God en wat van God is. Je hoeft alleen maar te kijken hoe de waardigheid van Gods schepsel, de mens, op zoveel plaatsen met voeten getreden wordt, hoe de machtige massamedia zich ten dienste stellen van het kwaad, te kijken naar de laster en smaad, de abortus van honderdduizenden schepselen die geen enkele kans hadden te kiezen voor het menselijke en bovennatuurlijke leven waar God zelf hen toe bestemd had, naar zoveel aanvallen op de Kerk, tegen de paus en tegen de mensen die trouw willen zijn aan hun geloof en vanuit die trouw willen leven...

God echter is sterker. Hij is de rots.4 Tot Hem nemen Petrus en Johannes en de mensen met wie zij toen in Jeruzalem bijeen waren, hun toevlucht. Daardoor konden zij in alle vrijmoedigheid zijn woord verkondigen. Toen dat gebed ten einde was -vertelt ons de heilige Lucas in de Handelingen- voelden allen zich gesterkt. Allen werden vervuld van de Heilige Geest en verkondigden vrijmoedig het woord Gods.5

Wij kunnen in het overwegen van deze psalm kracht vinden om de hindernissen te overwinnen die zich kunnen voordoen in een milieu dat van God verwijderd is, de betekenis van ons goddelijk kindschap en de blijdschap van het verkondigen van Gods koningschap naar alle windhoeken.

56.2 Dirumpamus vincula eorum... Laat ons hun boeien verbreken, hun ketenen werpen wij af!6 Het lijkt de weerklank van een algemene klacht. «Zij breken het zoete juk, ontdoen zich van de last ervan, de wondere last van heiligheid en gerechtigheid, van genade, van liefde en van vrede. Zij gaan tekeer tegen de liefde, zij lachen om de ongewapende goedheid van een God die weigert gebruik te maken van zijn engelenlegioenen om zich te verdedigen (Vgl. Joh 18,36).»7 Die woont in de hemel, Hij lacht, de Heer, drijft de spot met hen. Dan vaart Hij uit in zijn gramschap en slaat hen met schrik voor zijn toorn.8 De straf van God wordt niet alleen in het aardse leven voltrokken. Ondanks de schijnbare triomf van velen die zich verklaren tot of gedragen als vijanden van God, ligt hun grootste ongeluk, als zij geen berouw hebben, in het niet begrijpen en nooit bereiken van het echte geluk. Menselijke of bovenmenselijke voldoening kan de trieste beloning zijn voor het goede dat zij in de wereld tot stand hebben gebracht. Sommige heiligen hebben over dit alles gezegd, dat «de weg naar de hel al een hel is». Ondanks alles is de Heer altijd bereid hen te vergeven, hun de echte vrede en blijdschap te schenken.

De heilige Augustinus wijst er in zijn verklaring van deze psalmverzen op, dat de toorn van God ook begrepen kan worden als de verblinding van de geest waarmee zij geslagen worden die de wet van God op deze wijze onvoldoende naleven.9 Er bestaat geen grotere rampspoed dan God niet te kennen, Hem de rug toegekeerd te hebben, dan in te stemmen met zijn eigen leven van dwaling en kwaad.

Niettemin is God, ondanks zoveel schandaligs, geduldig en Hij wil dat alle mensen gered worden.11 De wraak van God, waarover de psalm spreekt, «is niet zomaar kwaadheid omdat iets niet goed gaat; het is de strengheid die nodig is, zoals bij een vader jegens zijn kind, een arts jegens zijn patiënt, een leraar tegenover zijn leerling».12 Alles wel beschouwd is de tijd om over de goddelijke barmhartigheid te beschikken beperkt: Er komt een nacht en dan kan niemand werken.13 Met de dood verdwijnt de mogelijkheid tot berouw.

Paus Johannes Paulus ii heeft aangegeven dat verwerping van de goddelijke barmhartigheid een opvallend kenmerk van onze tijd is. Dit is een droevige feitelijkheid die ons voortdurend moet aanzetten tot de bekering van ons hart; tot een smeken bij de Heer en de vraag aan Hem naar het waarom van zoveel opstandigheid. Aan iedereen dringt zich het beeld op van veel mensen die zich afsluiten voor de goddelijke barmhartigheid en de vergeving van de zonden die zij beschouwen als «niet belangrijk of niet wezenlijk voor hun leven.» Het is «een ondoordringbaarheid van het geweten, een zielstoestand die uit vrije keuze verstard lijkt: het is wat de Heilige Schrift gewoonlijk de hardheid van het hart noemt. In onze tijd weerspiegelt deze gesteltenis van de geest en het hart zich in het verlies van het zondebesef.»14

Wie Christus van nabij wil volgen, heeft de plicht eerherstel te brengen voor deze heftige afwijzing van God door zoveel mensen en wij moeten bidden om een overvloed aan genade en barmhartigheid. Laten wij bidden, dat deze goddelijke clementie nooit op zal raken. Het is immers de laatste reddingslijn waaraan de schipbreukeling zich kan vastklampen, nadat hij iedere andere hulp waardoor hij gered had kunnen worden heeft afgewezen.

56.3 Op het grote vraagstuk van het mysterie van het kwaad -de opstandigheid van het schepsel- waarvoor wij komen te staan wanneer wij nadenken over de vrijheid van de mens, wijst psalm 2 naar de oplossing door het koninkrijk van Christus -ondanks het kwaad dat bestaat of kan bestaan- te verkondigen: Heb Ik hem niet gezalfd tot mijn koning op de Sion, mijn heilige berg? Zo gewaag ik van 's Heren besluit; Hij sprak tot mij: gij zijt mijn zoon, Ik riep u heden in het leven.15

«De barmhartigheid van God onze Vader heeft ons zijn Zoon tot Koning gegeven. Wanneer Hij dreigt, laat Hij zich vermurwen; Hij kondigt zijn toorn aan en levert ons zijn liefde uit. Gij zijt mijn Zoon, zegt Hij tot Christus. Ook tot ons, tot jou en tot mij, zegt Hij, jullie zijn mijn kinderen, mits wij besluiten alter Christus, ipse Christus te worden, de andere Christus, Christus zelf. Het hart dat ontroerd is over de goedheid van God, is welsprekender dan de mond. Hij zegt ons: Gij zijt mijn kind. Niet een vreemdeling, niet een goed behandelde dienaar, niet een vriend, wat al heel wat zou zijn. Kind!»16 Dat is onze toevlucht: het goddelijk kindschap. Daarin vinden wij de benodigde kracht voor alle moeilijkheden: moeilijkheden van een milieu dat soms vijandig staat tegenover het christelijk leven, de bekoringen die de Heer toelaat, opdat wij ons geloof en onze liefde opnieuw bevestigen.

God onze Vader vinden wij altijd heel dichtbij. «Zijn aanwezigheid is als een hardnekkige geur die nooit die kracht verliest waarmee hij overal doordringt, zowel in het binnenste van de harten die Hem aanvaarden, als daarbuiten, in de natuur, in de dingen, in een menigte. God is daar, Hij hoopt ontdekt, geroepen te worden. Hij hoopt, dat men zich rekenschap van Hem geeft.»17

Vraag Mij, Ik geef u de volken als erfdeel, schenk u de aarde als eigendom.17 Elke dag zegt de Heer ons: Vraag Mij. In het bijzonder in de ogenblikken waarin de genade werkzaam is na de communie. Vraag Mij, zegt Jezus ons. Hij verlangt ernaar zich te geven en dat wij ons aan Hem geven.

De heilige Johannes Chrysostomus verklaart deze woorden van de psalm en onderricht, dat Hij ons niet nu land belooft dat overvloeit van melk en honing, noch een lang leven, noch een rijk nageslacht, noch graan, noch wijn, en geen kudde, maar de hemel en de weldaden van de hemel: het goddelijk kindschap, de Eniggeborene als broer, het deelhebben in zijn erfdeel, verheerlijkt met Hem verbonden zijn en met Hem heersen.18

Ik breek hun verzet met ijzeren scepter, sla hen in stukken als potten van klei. Weest nu verstandig, gij vorsten, heersers der aarde, weet wat ge doet. Dient de Heer met ontzag, kust Hem bevend de voeten.19 Christus heeft gezegevierd, en voor altijd. Met zijn dood aan het kruis heeft Hij voor ons het leven gewonnen. Volgens het getuigenis van de kerkvaders is de ijzeren roede het kruis, «dat gemaakt is van hout, maar sterk is als staal».20 Het is de banier van de christen, waarmee wij in elke veldslag zullen overwinnen: de hinderpalen zullen blijken lemen kruiken te zijn. Het kruis in ons verstand, op onze lippen, in ons hart, in alles wat wij doen: dat is het wapen om te overwinnen. Ofwel: een leven van soberheid en versterving, zonder te vluchten voor het beminnelijke offer dat ons verenigt met Christus.

De psalm eindigt met een oproep aan ons trouw te blijven op de weg, met vertrouwen op de Heer. Dient de Heer met ontzag, [...] en weest de zoon onderdanig, opdat hij niet zich vertoornt en gij omkomen zoudt op uw weg. Want licht kan ontbranden zijn gramschap! Gelukkig te prijzen dan allen die toevlucht vinden bij Hem!21 Wij hebben al ons vertrouwen gesteld op de Heer. De heilige Engelbewaarders, de trouwe dienaren van de Heer, vragen wij, dat zij ons elke dag bewaren in een grotere trouw en liefde tot de eigen roeping, door het koninkrijk te dienen van zijn Zoon, waartoe wij geroepen zijn.

-1. Vgl. Mt 27,46. -2. Hnd 4,1-33. -3. Vgl. Hnd 4,23-26. -4. 1 Kor 10,4. -5. Hnd 4,29-31. -6. Ps 2,3. -7. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 185. -8. Ps 2,4-5. -9. H. Augustinus, Commentaar op de psalmen, 2,4. -10. 1 Tim2,4. -11. H. Hiëronymus, Breviarium in Psalmos II. -12. Joh 9,4. -13. Johannes Paulus ii, Enc. Dominum et vivificantem, 46-47. -14. Ps 2,6-7. -15. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 185. -16. Ps 2,8. -17. M. Eguíbar, ¿Por qué se amotinan las gentes? (Salmo II), bl. 27-28. -18. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 16,5. -19. Ps 2,9-11. -20. H. Athanasius, Commentaar op de Psalmen, 2,6. -21. Ps 2,11-12.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012