Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Drieëndertigste week. Maandag

40. De Heer weigert nooit zijn genade

-De vurigheid van het gebed vermeerderen in ogenblikken van duisternis. -Geestelijke leiding, de gebruikelijke weg waarlangs God in de ziel te werk gaat. -Geloof in en bovennatuurlijke dimensie van dit middel tot innerlijke groei.

40.1 Toen Jezus Jericho naderde, zat er langs de weg een blinde te bedelen, lezen we in het evangelie van de Mis.1

Sommige kerkvaders merken op dat die blinde aan de poort van Jericho het beeld is «van degene die de helderheid van het eeuwige licht niet kent»2, want de ziel kan somtijds momenten van blindheid en duisternis doormaken. De vlakke, open weg die hij ontwaarde, kan op een dag vaag en minder duidelijk worden, en wat voorheen licht en vreugde was, wordt dan diepe duisternis die het hart bedroefd. Vaak wordt zulk een toestand veroorzaakt door persoonlijke zonden waarvan de gevolgen nog niet geheel zijn weggenomen, of door gebrek aan meewerken met de genade: «Misschien vormt het stof dat wij bij het lopen doen opdwarrelen -onze armzaligheid- een dichte wolk, die het licht niet laat doordringen».3 In andere gevallen staat de Heer zo'n moeilijke situatie toe om de ziel te zuiveren, haar in nederigheid en vertrouwen in Hem te doen rijpen. Het is logisch dat in zulke omstandigheden alles meer moeite kost, dat de duivel de droefheid heviger tracht te maken of van dit ogenblik van innerlijke onrust gebruik wil maken.

Waar deze toestand ook vandaan komt, als wij er ooit in terecht komen, wat moeten we dan doen? De blinde van Jericho -Bartimeüs, de zoon van Timeüs-4 leert het ons: we moeten ons tot de Heer wenden, die altijd nabij is, ons gebed intensiveren opdat Hij zich over ons zal ontfermen en medelijden met ons krijgt. Hij hoort ons altijd, ook al lijkt Hij zijn weg te vervolgen en ons achter te laten. Hij is niet ver. Maar het kan gebeuren, dat ons overkomt wat ook Bartimeüs overkomen is: Die voorop liepen, snauwden hem toe te zwijgen. De blinde ondervond steeds meer moeilijkheden om bij Jezus te komen en «wanneer wij willen terugkeren tot God, dan komen juist die zwakheden waarin we vervallen zijn, in ons hart, bedekken het begripsvermogen, brengen de geest in verwarring en zouden de stem van onze gebeden willen uitdoven.»5 Het is de druk van de zwakte of de zonde die zich doet voelen.

Laten we het voorbeeld van de blinde nemen: Maar hij riep nog veel harder: Zoon van David, heb medelijden met mij. «Daar heb je het nu: terwijl de menigte hem berispte dat hij moest zwijgen, verheft hij steeds luider zijn stem; zo ook met ons [...]. Hoe groter de innerlijke verwarring is, hoe groter de moeilijkheden die we tegenkomen, met des te meer kracht moet het gebed uit ons hart opstijgen.»6

Jezus bleef staan terwijl Hij de indruk wekte zijn tocht naar Jeruzalem te vervolgen, en Hij liet de blinde bij zich roepen. Wat wilt ge dat Ik voor u doe? Hij zei: Ut videam, Heer, maak dat ik zien kan. En terstond kon hij zien en volgde Hem, terwijl hij God verheerlijkte.

Soms zal het moeilijk zijn de oorzaken te achterhalen waarom de ziel zo'n moeilijke situatie moet doorstaan waarin alles meer moeite lijkt te kosten. We weten niet waar het vandaan komt, maar wel kennen wij het altijd werkzame geneesmiddel: het gebed. «Als we in duisternis verkeren, onze ziel blind en in onrust is, moeten we zoals Bartimeüs naar het Licht gaan. Herhaal, roep, dring steeds harder aan: Domine, ut videam! -Heer, laat mij zien!... En voor je ogen zal het weer dag beginnen te worden, je zult weer kunnen genieten van het heldere licht dat Hij je schenken zal.»7

40.2 Jezus, de Heer van alle dingen, kon de zieken genezen -Hij kon immers elk wonder bewerkstelligen- op de wijze die Hij het meest geëigend achtte. Sommigen heeft Hij met een enkele zin, een eenvoudig gebaar, op afstand genezen... Bij anderen deed Hij dat in fasen, zoals bij de blinde over wie Johannes ons spreekt...8 Thans geeft Hij de zielen veelal het licht door middel van andere mensen. Toen de Wijzen in duisternis verkeerden, omdat de ster die hen van zo ver had geleid, verdwenen was, deden zij wat het gezond verstand hun ingaf: navraag doen bij wie zou moeten weten waar de koning der joden geboren was. Zij vroegen daarom naar Herodes. «Wij, christenen, hebben het echter niet nodig bij een Herodes of de wijzen van de wereld te rade te gaan. Want Christus heeft zijn Kerk de veilige leer en de genadestroom van de sacramenten gegeven. Hij heeft het zo beschikt, dat er mensen zijn die ons de weg wijzen, ons leiden en ons voortdurend aan de juiste weg herinneren [...]. Als de Heer toelaat dat wij de weg niet vinden in de duisternis, ook in kleine dingen, als wij bemerken dat ons geloof niet sterk is, dan moeten wij onze toevlucht zoeken bij de goede herder [...]. Hij geeft zijn leven voor de anderen. Hij wil door woord en daad getuigen dat zijn hart vol liefde is. Misschien is ook hij een zondaar, maar hij vertrouwt altijd op de vergeving en de barmhartigheid van Christus.»9

Gewoonlijk is niemand in staat zichzelf te leiden zonder een uitzonderlijke hulp van God. Het gebrek aan objectiviteit waarmee we onszelf bezien, de hartstochten... maken het moeilijk, wellicht onmogelijk, om die -soms kleine, maar wel veilige- paden te vinden die ons in de juiste richting zetten. Daarom heeft de Kerk, die altijd een moeder is, vanaf de vroegste tijden het voorname middel tot innerlijke vooruitgang aangeraden: de geestelijke lei­ding. Laten we geen buitengewone genade verwachten in normale dagen en evenmin in die dagen waarin we meer behoefte hebben aan licht en helderheid, als wij die middelen die de Heer binnen ons bereik heeft gesteld niet zouden willen benutten. Hoe vaak verwacht Jezus niet oprechtheid en gehoorzaamheid van de ziel om het wonder te kunnen bewerkstelligen! De Heer ontzegt zijn genade nooit of te nimmer als wij in gebed tot Hem gaan, en evenmin in de middelen waarmee Hij zijn genade uitstort.

Met de nederigheid die de heiligen eigen is, schreef de heilige Teresia: «Wij zouden voortdurend moeten bidden voor hen die ons licht geven. Wat zouden we zonder hen zijn te midden van zo grote stormen die de Kerk nu teisteren?»10 De heilige Johannes van het Kruis merkte op gelijke wijze op: «Wie alleen wil zijn, zonder steun of leiding, is als een boom die alleen, zonder eigenaar, in het veld staat; hoeveel vruchten hij ook krijgt, de voorbijgangers zullen ze plukken en hij zal niet tot bloei komen. De boom echter, die verzorgd en beschermd wordt door de goede zorgen van zijn eigenaar, zal vruchten geven op de tijd dat men het van hem verwacht. Een ziel die alleen is, zonder meester, ook al is ze deugdvol, is als een ontstoken kool die alleen is; men zal er eerder kou dan vuur van ondervinden.»11

Laten we altijd tot de Heer gaan, met intenser gebed naarmate de inwendige of uitwendige moeilijkheden groter zijn, als deze ons trachten te beletten ons tot Jezus te wen­den, die voorbijgaat. Laten we steeds die gewone middelen benutten, waardoor Hij zo grote wonderen bewerkt.

40.3 Wij zullen de geestelijke leiding benutten vanuit de intentie te leren leven volgens de goddelijke wil. Zelfs met de heilige Paulus wilde God, ondanks het buitengewone begin van zijn roeping, nadien de normale weg bewandelen, dat wil zeggen: hem vormen en zijn wil omvormen via anderen. Ananias legde hem de handen op en op hetzelfde ogenblik vielen hem als het ware de schellen van de ogen. Hij zag weer.12

In degene die ons helpt, zien wij Christus zelf die onderricht, verlicht, geneest en voedsel aan onze ziel schenkt om zijn weg te volgen. Zonder deze bovennatuurlijke betekenis, zonder dit geloof zou de geestelijke leiding zonder kracht zijn. Zij zou iets volledig anders worden: een uitwisseling van meningen misschien. Dit middel is een grote hulp en schenkt veel sterkte, wanneer we werkelijk Gods wil met ons willen onderzoeken en ons daarmee vereenzelvigen. Laten we in de geestelijke leiding niet iemand zoeken die onze tijdelijke problemen kan oplossen; hij zal ons helpen om ze te heiligen, nooit om ze te organiseren of op te lossen. Dat is niet zijn zaak.

Het besef dat wij via die persoon, die op een bijzondere genade van God mag rekenen, tot Christus zelf naderen, zal ons vertrouwen, onze fijnzinnigheid, eenvoud en oprechtheid bepalen in dit middel, de geestelijke leiding. Bartimeüs kwam naar Jezus toe als iemand die naar het Licht, het Leven, de Waarheid, de Weg toe gaat. Zo moeten ook wij doen, omdat de geestelijke leidsman een werktuig is van de Heer, door middel van wie Hij ons genade schenkt, gelijk aan die welke wij zouden hebben verkregen als we Hem op de wegen van Palestina hadden ontmoet. In een voortdurende geestelijke leiding wordt de ziel langzamerhand gesmeed; en stap voor stap, met vallen en opstaan, bouwen wij het bovennatuurlijke bouwwerk van de heiligheid op. «Heb je gezien hoe ze dit machtige bouwwerk hebben laten oprijzen? -Een baksteen, en nog een. Duizenden bakstenen! Maar één voor één. -En zakken cement, één voor één. En blokken steen, waarvan elk op zich, vergeleken met het geheel, weinig voorstelt. -En brokken ijzer. -En arbeiders die dag in dag uit evenveel uren werken...

»Heb je gezien hoe ze dit machtige bouwwerk opgetrokken hebben?... -Door almaar kleine dingen!»13 Een schilderij komt penseelstreek na penseelstreek tot stand, een boek wordt bladzijde voor bladzijde geschreven, met geduldige liefde, en een kabel die een groot gewicht kan torsen is uit een oneindig aantal vezels geslagen.

Als we het middel van de geestelijke leiding goed benutten, zullen we ons voelen als Bartimeüs, die Jezus op zijn weg volgde terwijl hij God verheerlijkte, vol vreugde.

-1. Lc 18,35-43. -2. Vgl. H. Gregorius de Grote, Homilieën over de Evangelies, I,2,2. -3. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 34. -4. Mc 10,46-52. -5. H. Gregorius de Grote, o.c., I,2,3. -6. Vgl. Ibidem, I,2,4. -7. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 862. -8. Vgl. Joh 9,1 e.v. -9. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 34. -10. H. Teresia van Avila, Leven, 13,10. -11. H. Johannes van het Kruis, Dichos de luz y de amor. -12. Vgl. Hnd 9,17-18. -13. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 823.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012