Eerste week.
Dinsdag
3. De Messias, «vredevorst»
-Vrede,
een geschenk van God. Vrede gaat verloren door de zonde, door hoogmoed en
onoprechtheid. -Blijdschap en gelijkmoedigheid verschaffen aan mensen die
daarvan verstoken zijn. -Het goddelijk kindschap, grondslag van onze vrede en
onze blijdschap.
3.1 Vrede is
een van de grote waarden waar in het Oude Testament om gesmeekt wordt. Deze
gave wordt het volk van Israël beloofd als beloning voor zijn trouw1 en wordt gezien als een werk van God2 waaruit ontelbare weldaden voortspruiten. Maar de
echte vrede kwam pas in de wereld met de komst van de Messias. Daarom
verkondigen de engelen al zingend: Eer aan God in den hoge en vrede op aarde
aan de mensen van goede wil.3 De advent
en de kersttijd zijn bij uitstek geschikt de vrede in onze harten te doen
toenemen. Het zijn ook tijden om vrede te vragen voor deze wereld vol strijd en
onenigheid.
Ziet, de Heer komt met sterkte. Om zijn
volk met vrede te bezoeken en het het eeuwig leven te geven.
4 Jesaja herinnert in de eerste lezing van de Mis van
vandaag eraan dat in het messiaanse tijdperk de wolf zal samenwonen met het
lam, de panter zich neervlijt naast het bokje, de leeuw weidt samen met het
kalf.5
Met de komst van de Messias worden de vrede en de harmonie
van het begin der schepping hersteld en wordt er een nieuwe orde gevestigd. De
Heer is de Vredevorst6> en op hetzelfde moment waarop Hij geboren
wordt, brengt Hij ons een boodschap van vrede en blijdschap, van de enige echte
vrede en de enige zekere vrede, welke Hij later overal zal uitzaaien: Vrede
zij u; Ik ben het, vreest niet.
7
De aanwezigheid van Christus in ons leven
is, onder alle omstandigheden, de bron van een kalme en onverwoestbare vrede. Ik
ben het, vreest niet, zegt Hij ons.
Het onderricht van de Heer
is de blijde boodschap van vrede.8 Dat is ook de schat die Hij als erfenis
naliet aan zijn leerlingen van alle tijden: Vrede laat Ik u na; mijn vrede geef Ik u. Niet zoals de wereld die geeft,
geef Ik hem u.9 «De vrede op aarde ontspruit uit de
naastenliefde. Zij is het beeld en het gevolg van de vrede van Christus die
voortkomt uit God de Vader. De mensgeworden Zoon, de Vredevorst, heeft alle
mensen door zijn kruis met God verzoend, [...] in zijn eigen vlees de haat
vernietigd en, door zijn verrijzenis verheerlijkt, de Geest van liefde in de
harten van de mensen uitgestort.»10 De vrede van de Heer overtreft volledig de vrede van de
wereld die een oppervlakkige schijnvrede is en vaak gebaseerd is op egoïsme of
gepaard gaat met onrecht.
Christus is onze vrede11 en onze
blijdschap. De zonde daarentegen zaait niets dan eenzaamheid, onrust en
verdriet in de ziel. De voor het apostolaat en voor de samenleving zo
noodzakelijke vrede van de christen is het gevolg van inwendige orde, van
kennis der eigen gebreken en deugden, respect voor de naaste en een volledig vertrouwen
op de Heer die, zoals we weten, ons nooit in de steek laat. Het is het gevolg
van nederigheid, van ons goddelijk kindschap en van onze strijd tegen de eigen
hartstochten die altijd gericht zijn op
wanorde en innerlijke verdeeldheid.
De vrede raakt verloren
door de zonde, door hoogmoed en door gebrek aan oprechtheid tegenover zichzelf
en tegenover God. Vrede kan ook verloren gaan door ongeduld; als we in
moeilijke tijden van tegenspoed niet de voorzienige hand van God kunnen zien.
Het eerlijk opbiechten van onze zonden is een van de machtige middelen om de
vrede te herstellen die door de zonde of door een te weinig beantwoorden aan
zijn genade verloren is gegaan. «Vrede met God, het gevolg van de
rechtvaardiging en het verwijderen van de zonde; vrede met de naaste, vrucht
van de door de Heilige Geest uitgestorte liefde; en vrede met onszelf, de vrede
van het geweten die voortkomt uit de overwinning op de hartstochten en op het
kwaad.»12 Het
herstel van de innerlijke vrede, mochten we die ooit verloren hebben, is een
van de beste blijken van liefde voor de medemens en onze eerste taak om ons
hart op de komst van het Kind Jezus voor te bereiden.
3.2 In de
zaligspreking waarin Hij de gave van de vrede verkondigt «is het voor de Heer
niet genoeg elke discussie en onderlinge vijandigheid uit te sluiten. Hij
vraagt meer van ons: dat we vrede trachten te brengen aan mensen die onderling
vijandig zijn.»13 De christen is
een mens die open staat voor vrede. Als het goed is, heeft zijn aanwezigheid
een uitstraling van rust en blijdschap, maar we hebben het dan wel over de
echte vrede, niet over surrogaten daarvoor. Wij zijn oprecht gelukkig als we
vrede weten te brengen aan bedroefden, als we dienen als instrument om de
eenheid te bevorderen binnen onze gezinnen, binnen de kring van mensen op onze
werkplek en onder alle mensen die wij in de loop van de dag ontmoeten. Om deze
zeer belangrijke opdracht tot een goed einde te brengen is het van belang
nederig en verzoenend te zijn, want hoogmoed brengt enkel ruzie teweeg.14 De mens die de vrede in zijn hart bewaart, zal haar
welhaast onbewust overbrengen en anderen zullen op hem gaan vertrouwen om steun
en gemoedsrust te vinden. Dat is een grote hulp in het apostolaat. Wij als
christenen moeten de innerlijke vrede van ons hart verbreiden onder de mensen
met wie we verkeren. Wie daarentegen bitter, onrustig en pessimistisch is en de
vrede verre houdt van zijn hart, vernietigt alles wat hij op zijn weg vindt.
Bijzonder gezegend door de
Heer zijn zij die bidden om vrede onder de volkeren en er met een juiste
intentie aan werken. Hij zegent hen die bidden en offers brengen om de mens met
God te verzoenen. Dat is de eerste opdracht in alle apostolische activiteiten.
Het apostolaat van de biecht dat ons ertoe brengt onze vrienden te bewegen te
gaan biechten, zal in de hemel extra beloond worden, want dat sacrament is in
de wereld echt de grootste bron van vrede en vreugde. «Biechtstoelen over de
gehele wereld, waarin de mensen hun eigen zonden kunnen belijden, spreken niet
over de strengheid van God, maar over zijn barmhartige goedheid. Velen die de
biechtstoel binnengaan, vaak na jaren en met de last van zware zonden, zullen
bij het verlaten ervan de verlangde verlichting ervaren; zij zullen de blijdschap
en de gelijkmoedigheid ervaren die buiten de biecht niet in gelijke mate
verkregen kunnen worden.»15
Wie de vrede van de Heer
behoudt en in zijn omgeving verbreidt zal kind van God genoemd worden.16 De heilige
Johannes Chrysostomus legt uit waarom: «Werkelijk, dat was het werk van de
Eengeborene: bijeenbrengen wie van elkaar verwijderd waren en strijdenden met
elkaar verzoenen.»17 Zouden
we in deze adventstijd niet in ons eigen gezin, op de werkplek, onder vrienden,
een grotere eenheid met God in de mensen kunnen doen groeien? Zouden we niet
kunnen zorgen voor een harmonieuzer en blijere samenleving?
3.3 «Als de
mens zijn eeuwige bestemming uit het oog verliest en de horizon van zijn leven
beperkt blijft tot het aardse bestaan, zal hij tevreden zijn met een
schijnvrede, met een louter uitwendige rust. Die rust is een voorwaarde voor
het veiligstellen van een met een minimum aan inspanning bereikt maximaal
materieel welzijn. Op die wijze bewerkstelligt hij een onvolmaakte en
instabiele vrede. Deze vrede is immers niet geworteld in de waardigheid van de
menselijke persoon die gemaakt is naar Gods beeld en gelijkenis en die geroepen
is tot het kindschap van God. Jullie zullen je nooit tevreden stellen met een
dergelijke surrogaatvrede. Het zou een ernstige vergissing zijn. De vrucht
ervan zou de bitterste desillusie zijn. Dit kondigde Jezus Christus al vlak
voor zijn Hemelvaart aan, toen Hij tot zijn leerlingen zei: Vrede laat Ik u
na, mijn vrede geef Ik u. Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik haar u (Joh 14,27).
»Er bestaan dus twee
soorten vrede: de vrede die de mens zichzelf bewerkstelligt en de vrede die een
geschenk is van God; [...] de vrede die met de wapens wordt afgedwongen en de
vrede die aan het hart ontspruit. De eerste is kwetsbaar en onzeker. Men zou
haar een loutere schijn van vrede kunnen noemen omdat ze berust op vrees en
wantrouwen. De tweede daarentegen is een sterke en duurzame vrede, omdat deze
berust op gerechtigheid en liefde en dus doordringt tot in het hart. Het is een
geschenk dat God geeft aan hen die zijn wet liefhebben (Vgl. Ps 119,165).»18 Als wij mannen
en vrouwen zijn die de echte vrede in ons hart bewaren, zullen wij beter in
staat zijn te leven als kinderen van God en meer in broederschap met elkaar te
leven. Naarmate wij ons meer kinderen van God voelen, zullen wij mensen zijn
met een onwankelbare vrede. Het goddelijk kindschap is de basis van de vrede en
de vreugde van de christen. Daarin vinden we de geborgenheid die we nodig
hebben, een vaderlijke warmte en het vertrouwen in de toekomst. Wij leven in
het vertrouwen, dat er achter alle wisselvalligheden van het leven altijd iets
goeds steekt: God bevordert in alles het heil van die Hem liefhebben19, zei de heilige
Paulus tot de eerste christenen van Rome.
De wetenschap dat we
kinderen van God zijn, zal ons helpen sterk te staan tegenover moeilijkheden.
«Weest niet bang, vreest geen enkel kwaad, ook als de omstandigheden waarin u
werkt afschuwelijk zijn [...]. Gods hand is ook machtig en als het nodig was, zou
Hij er wonderen mee voortbrengen.»20 Wij zijn goed beschermd.
Laten we dan, in deze
adventsdagen, trachten vrede en blijdschap te doen groeien door hindernissen te
overwinnen. Laten we leren de Heer in alle dingen te ontmoeten; ook op
moeilijke momenten. «Zoekt het aangezicht van Hem die altijd, met werkelijke
lichamelijke aanwezigheid, in zijn Kerk verblijft. Doe op zijn minst wat de
leerlingen deden. Zij hadden maar een klein geloof, zij beschikten noch over
een groot vertrouwen noch over vrede, maar zij verwijderden zich tenminste niet van Jezus [...]. Verweer u niet tegen Hem,
als u in moeilijkheden verkeert. Ga elke dag naar Hem toe. Vraag Hem ernstig en
volhardend de gunsten die Hij alleen kan
verlenen [...]. Dan zal Hij zich, ook als in u veel zwakte is die daar
niet behoort te zijn, verwaardigen de winden en de zee tot rust te brengen en
zeggen: Vrede, wees kalm. En er zal een grote vrede over u komen.»21
De heilige Maria, Koningin
van de Vrede, zal ons helpen de vrede te bewaren in onze harten en haar te
herstellen als wij de vrede verloren zouden hebben. Zij zal ons helpen de vrede
over te dragen aan de mensen om ons heen. Nu het al bijna het feest van de
Onbevlekte Ontvangenis is, is het goed te trachten de hele dag onze toevlucht
tot Maria te nemen door haar meer aanwezig te doen zijn in ons werk en haar een
of ander blijk van onze genegenheid aan te bieden.
-1. Lev 26,6.
-2. Jes 26,12. -3. Lc 2,14. -4. Antifoon uit het
getijdengebed van vandaag. -5. Vgl. Jes 11,1-9. -6. Jes 9,6. -7. Lc
24,36. -8. Hnd 10,36. -9. Joh 14,27. -10. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 78.
-11. Ef 2,14. -12. Johannes
Paulus ii, Toespraak, 24 maart 1986. -13. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën
over Matteüs, 15,4. -14. Spr 13,10. -15. Johannes Paulus ii, Homilie, 16 maart 1980. -16.
Vgl. Mt 5,9. -17. H. Johannes
Chrysostomus, o.c., 15,4. -18. Johannes
Paulus ii, Toespraak, 24 maart 1986. -19. Rom 8,28.
-20. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden
van God, 105. -21. Kard. J. H.
Newman, Preek op de vierde zondag na Driekoningen, 1848.
|