Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweede week. Woensdag

15. DE BEKER VAN DE HEER DRINKEN

-In alles onze wil vereenzelvigen met die van de Heer. Met Hem medeverlossen. -Het offer van lijden en vrijwillige versterving. Boete in het gewone leven. Een paar voorbeelden van versterving. -Verstervingen die voortvloeien uit het dienen van de anderen.

15.1 Onderweg naar Jeruzalem spreekt Jezus voor de derde keer tot zijn leerlingen over zijn lijden en dood en over zijn glorierijke verrijzenis. In een stopplaats, in de omgeving van Jericho, komt een vrouw, de moeder van Jakobus en Johannes, naar Hem toe om Hem een verzoek te doen ten behoeve van haar zoons. Zij wierp zich voor zijn voeten -vertelt de heilige Matteüs- om Hem iets te vragen. In alle eenvoud zegt zij Jezus: Laat deze twee jongens van mij in uw Koninkrijk zitten, een aan uw rechter- en een aan uw linkerhand.1 De Heer antwoordt vervolgens: Gij weet niet wat gij vraagt. Zijt gij in staat de beker te drinken die Ik ga drinken? Zij zeiden Hem: ja, dat kunnen wij.2 

De twee broers moeten er niet veel van hebben kunnen volgen toen Jezus sprak van het lijden, zegt de heilige Lucas: Zij begrepen er niets van; die uitspraak bleef hun duister, en wat Hij zei, konden zij niet volgen.3 

Het is moeilijk de taal van het kruis te volgen. Toch waren zij ertoe bereid, al was het maar door de algemene bedoeling alles te willen doen wat Jezus verlangde. Zij kenden voor hun Heer geen beperkingen; net zomin als wij die gesteld hebben. Daarom moeten we, als we in ons gebed iets vragen, bereid zijn vóór alles de wil van de Heer te aanvaarden; ook als die niet samenvalt met onze verlangens. «Zijne Majesteit -zegt de heilige Theresia van Avila- weet beter wat goed voor ons is; het is niet aan ons Hem raad te geven over wat Hij moet geven, want Hij kan ons terecht zeggen, dat we niet weten wat we vragen.»4 Hij wil dat we Hem vragen wat we nodig hebben en verlangen, maar vooral dat we onze wil laten beantwoorden aan de zijne. Hij zal ons altijd het beste geven.

Johannes en Jakobus vragen een ereplaats in het nieuwe rijk. En Jezus spreekt hun van verlossing. Hij vraagt hun of zij bereid zijn met Hem te lijden. Hij gebruikt het Hebreeuwse beeld van de beker, die de wil van God over een mens verbeeldt.5 Die van de Heer is een allerbitterste beker die zal veranderen in een beker van zegeningen6 voor alle mensen.

Andermans beker drinken was een teken van een diepe vriendschap en de bereidheid een gezamenlijk doel te delen. De Heer nodigt wie Hem volgen wil uit tot deze nauwverbonden deelneming. Om deel te hebben aan zijn glorierijke verrijzenis is het nodig met Hem het kruis te delen. Zijt gij bereid met Mij te lijden? Kunt gij met Mij de beker drinken? Dat kunnen wij, antwoordden die twee apostelen.

De heilige Jakobus stierf een paar jaar later, onthoofd op bevel van Herodes Agrippa.7 Johannes heeft onnoemelijk veel pijn en vervolging ondergaan uit liefde tot de Heer.

«Ook aan ons vraagt Hij, zoals Hij Jakobus en Johannes gevraagd heeft: Potestis bibere calicem, quem ego bibiturus sum? (Mt 20,22). Kunt u de kelk drinken -de kelk der volkomen overgave aan de wil van de Vader- die Ik zal drinken? Possumus, ja, wij kunnen het, antwoorden Johannes en Jakobus. U en ik, zijn wij ernstig bereid in alles de wil van God onze Vader te vervullen? Hebben we de Heer ons hele hart geschonken? Of hangen wij nog vast aan onszelf, onze gemakzucht, onze eigenliefde? Is er in ons nog iets wat niet past bij ons christen-zijn? Waar ligt het aan dat wij ons niet willen zuiveren? Vandaag hebben we de gelegenheid ons te beteren.»8

15.2 Als die vrouw haar moederlijk verzoek uit, vraagt Jezus aan zijn leerlingen: «Zijt gij in staat de beker te drinken... ? De Heer weet dat zij zijn lijden zouden kunnen navolgen, en toch vraagt Hij het hun, opdat wij ook horen dat niemand met Christus kan heersen, als hij niet eerst zijn lijden nagevolgd is. Immers, waardevolle dingen krijg je niet dan tegen een hoge prijs.»9 Een christelijk leven zonder versterving is onbestaanbaar; het is de prijs die betaald moet worden. «De Heer heeft ons gered door het kruis; met zijn dood heeft Hij ons opnieuw de hoop, het recht op leven willen geven. We zullen Christus niet voldoende kunnen eren, als we Hem niet erkennen als onze Redder, als we Hem niet eren in zijn dienstwerk aan het kruis... De Heer heeft van smart een instrument van de verlossing gemaakt; met zijn smart heeft Hij ons verlost, in zoverre wij niet weigeren onze smart met de zijne te verenigen en van beide een verlossingswerktuig maken.»10 

Smart zal nu en altijd de mogelijkheid bieden zich aan te sluiten bij de beker van Christus, zich te verenigen met zijn lijden, tot heil van heel de mensheid. Wat geen betekenis had, heeft nu betekenis in Christus. Ook wij kunnen zeggen: Daarom ben ik bereid alles te verdragen ter wille van de uitverkorenen, opdat ook zij het heil verwerven in Christus Jezus en eeuwige heerlijkheid.11 Dagelijks sterf ik, broeders, zo waar als ik roem draag op u in Christus Jezus onze Heer.12 Het belangrijkste argument voor versterving en een leven van boetvaardigheid waartoe de vasten ons oproept, is de medeverlossing, «het deelhebben aan het lijden van Christus»13, deelhebben aan juist de beker van de Heer.

Wij zijn de eerste begunstigden, maar de bovennatuurlijke werkzaamheid van onze geofferde smart en vrijwillige versterving raakt de gehele Kerk, en zelfs de hele wereld. Die vrijwillige versterving is een middel tot zuivering en uitboeting, nodig om in het gebed met de Heer te kunnen omgaan en onmisbaar voor een vruchtbaar apostolaat, want «actie is niets waard zonder gebed; het gebed krijgt waarde door het offer.»14 Boetvaardigheid en versterving beoefenen we in ons gewone leven, in het doen en laten van elke dag, zonder dat we op bijzondere gelegenheden hoeven te wachten. «Boete is het stipt uitvoeren van de dagindeling die u opgesteld hebt, ook als het lichaam tegenstreeft of de geest zich wil verliezen in hersenspinsels. Boete is op tijd opstaan. En ook, het niet -tenzij om een geldige reden- uitstellen van dat moeilijke en inspannende karwei.

»Boete bestaat in het kunnen samenvoegen van de verplichtingen tegenover God, tegenover de anderen en tegenover uzelf door van uzelf veel te eisen, zodat u voor alle noodzakelijke dingen tijd vindt. U doet boete als u zich met liefde onderwerpt aan uw gebedsrooster, ook als u uitgeput bent, lusteloos of kil.

»Boete is zich altijd met de grootste genegenheid tegenover de anderen gedragen, te beginnen bij uw familie. Het is zorg dragen voor de grootst mogelijke fijngevoeligheid jegens hen die lijden, zieken, voor hen die pijn hebben. Het is het met geduld tegemoet treden van lastige en ongelegen komende mensen. Het is het onderbreken of veranderen van onze plannen als dat -vooral vanwege de goede en juiste belangen van anderen- nodig is.

»Boete bestaat in het met goed humeur verdragen van duizend vervelende kleinigheden die domweg voorkomen; in het niet opgeven van het werk, ook niet op momenten waarop het élan van het begin verdwenen is; in het dankbaar opeten wat ons wordt voorgezet zonder lastig te doen met onze grillige voorkeuren.

»Boete is -voor ouders en in het algemeen voor ieder die een leidende of opvoedende opdracht heeft- corrigeren wat gecorrigeerd moet worden met inachtneming van de aard van de fout en de omstandigheden van degene die hulp nodig heeft, en zonder toe te geven aan geborneerde en sentimentele subjectieve oordelen.

»De geest van boete brengt ons ertoe ons niet op onordelijke wijze te verliezen in die monumentale schetsen van toekomstplannen, waarin we nu al onze meesterlijke pen- en penseelstreken zien. Wat zal God blij zijn, als het meestertje weet af te zien van gekrabbel en geklieder en als we ermee instemmen dat Hij de kleuren en lijnen gebruikt die Hij het mooist vindt.»15

15.3 De andere leerlingen die het gesprek tussen Jezus en de twee broers gehoord hadden, werden kwaad. En dan zegt de Heer hun: Gij weet dat de heersers der volkeren hen met ijzeren vuist regeren en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen. Dit mag bij u niet het geval zijn; wie onder u groot wil worden moet dienaar van u zijn, en wie onder u de eerste wil zijn, moet slaaf van u wezen, zoals ook de Mensenzoon niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.16 

Christus' dienstwerk voor de mensheid zal uitmonden in de verlossing. Onze houding moet zijn: God en de naasten dienen met een bovennatuurlijke visie, speciaal in zaken die met onze verlossing te maken hebben, maar ook bij alle gelegenheden die zich iedere dag aandienen. Dienen, inclusief de persoon die je niet zo goed ligt, zonder er iets voor terug te verwachten. Dat is de beste gelegenheid je leven te geven voor je naasten, op een vruchtbare en onopvallende manier, die nauwelijks waargenomen wordt, en het eigen egoïsme te bestrijden, dat ons dreigt van onze vreugde te beroven.

De meeste beroepen zijn een dienst voor de naasten: huisvrouwen, winkeliers, leraren, huishoudelijk personeel en alle andere, ook al is het soms minder rechtstreeks, vormen een 'service', een dienst voor de naaste. Laten we dat aspect niet uit het oog verliezen: dat deze diensten ons zullen helpen ons te heiligen in het werk.

Het dienen van de naasten vergt versterving en Gods aanwezigheid en het vergeten van zichzelf. In sommige gevallen zal dienstvaardigheid botsen met de mentaliteit van velen die alleen aan zichzelf denken. Voor ons, christenen, vormt het 'onze trots' en onze waardigheid, want zo volgen we Christus na. Wie vrijwillig uit liefde wil dienen, zal noodzakelijkerwijs veel menselijke en bovennatuurlijke deugden in het geding moeten brengen. «Deze waardigheid uit zich in de dienstbaarheid naar het voorbeeld van Christus die niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen. Wanneer men dus in het licht van Christus' houding alleen werkelijk kan 'heersen' door te 'dienen', dan eist het dienen tegelijk een zo grote geestelijke rijpheid welke men terecht met 'heersen aan kan duiden. Om de anderen waardig en doeltreffend te kunnen dienen, moet men zichzelf kunnen beheersen en daartoe ook de nodige deugden bezitten die deze zelfbeheersing mogelijk maken.»17 

Ons belang ligt in het veel dienen en helpen van de mensen aan onze zijde, ook al krijgen we geen cent beloning. Dienen, verbonden met Christus en omwille van Christus, is regeren met Hem. Onze Moeder, de heilige Maria, die dienstbaar is aan haar Zoon en de heilige Jozef, zal ons helpen onszelf te geven, zonder maat, zonder berekening.

-1. Mt 20,21-22. -2. Mt 20,22. -3. Lc 18,34. -4. H. Theresia van Avila, De innerlijke burcht, 2,8. -5. Vgl. Ps 16,5 en Jes 51,17-22. -6. 1 Kor 10,16. -7. Vgl. Hnd 12,2. -8. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 15. -9. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 15. -10. Paulus vi, Toespraak, 24 januari 1967. -11. 2 Tim 2,10. -12. 1 Kor 15,31. -13. Paulus vi, Const. Poenitemini, 17 februari 1966. -14. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 81. -15. Idem, Vrienden van God, 138. -16. Mt 20,24-28. -17. Johannes Paulus ii, Enc. Redemptor Hominis, 21.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012