Achtentwintigste zondag door het jaar (B)
56. De blik van Jezus
-De grootste wijsheid is het vinden van Jezus Christus. -De
ontmoeting met de rijke jongeling. -Jezus nodigt ons uit Hem te volgen.
56.1 De
teksten in de Mis van vandaag gaan over de goddelijke wijsheid. Wij moeten deze
hoger schatten dan enig ander goed. In de eerste lezing horen wij het gebed van
Salomon: Ik heb derhalve gebeden
en er werd mij inzicht gegeven. Ik heb gesmeekt en de geest van wijsheid kwam
tot mij. Ik schatte haar hoger dan scepters en tronen en ik beschouwde rijkdom
als niets in vergelijking met haar. Geen onbetaalbare steen stelde ik met haar
gelijk, want naast haar is alle goud maar wat zand en tegenover haar geldt
zilver als slijk.1 Niets is
vergelijkbaar met het kennen van God, wat ons doet deelhebben aan zijn
intimiteit en betekenis aan ons leven geeft: Meer dan gezondheid en schoonheid kreeg ik haar lief en ik
verkoos haar boven het licht, want de glans die zij uitstraalt dooft nimmer. En
tegelijk met haar vielen mij alle goede dingen ten deel en onmetelijke rijkdom
lag in haar handen.
Jezus Christus, de mensgeworden Zoon van God, is goddelijke
wijsheid die van alle eeuwigheid verborgen lag in de schoot van de Vader. Hij
is nu toegankelijk voor alle mensen die bereid zijn hun hart voor Hem open te
stellen. Naast Jezus is alle goud
maar wat zand, en tegenover Hem geldt zilver als slijk. Christus
bezitten is alles bezitten. Daarom begaan wij de grootste dwaasheid telkens
wanneer wij een werelds goed de voorkeur geven boven Christus, of het nu eer
is, of goede gezondheid, alles. Niets is meer waard dan de Meester.
«Heer, ik dank U, dat U op
aarde bent gekomen. U had ons kunnen redden zonder te komen. Het was
voldoende, dat U ons wilde redden. De menswording was niet nodig. Toch wilde U
een voorbeeld nalaten van volkomen volmaaktheid... Dank U, mijn Meester, dat U
midden in de wereld gekomen bent, een mens te midden van de mensen, de Mens
temidden van mensen, als een van ons... en toch zou deze Mens alle dingen tot
zich trekken, omdat ervoor, sedertdien of ooit in de toekomst, nooit zo iets
volmaakts bestaan heeft of bestaan zal. Dank U voor uw komst op aarde, omdat ik
U nu kan beschouwen en mijn leven op U kan schragen.»2
De grootste wijsheid ligt in het vinden van U, Heer, in het volgen van U.
56.2 In
het evangelie van vandaag vertelt de heilige Marcus het verhaal van de jongeman
die de voorkeur gaf aan tijdelijke goederen boven Jezus zelf.3 Jezus en zijn leerlingen stonden op het punt naar
Jeruzalem te gaan toen een jongeman kwam aanlopen die voor de Meester
neerknielde.4 Goede Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwig
leven te verwerven? De Heer antwoordde dat hij de geboden moest
onderhouden als een betrouwbare weg naar het heil. De jongeman antwoordde, dat
hij altijd de wet had onderhouden vanaf zijn kinderjaren. Jezus keek hem toen
aan om de zuiverheid van zijn hart en de mogelijke grootmoedigheid ervan in te
schatten. En Jezus keek hem
liefdevol aan. Hij hield al bij voorbaat van hem. Hij nodigde de
jongeman uit om Hem te volgen en van alles wat hij bezat afstand te doen.
Wij moeten eraan denken dat de heilige Marcus de catechese
van de heilige Petrus optekent. Hij heeft alle bijzonderheden uit de mond van
de apostel. Dit verklaart, dat de evangelist verwijst naar de manier waarop
Jezus naar de jongeman keek. Petrus zou nooit de blik van Jezus vergeten die
zijn hele levensloop zou veranderen! Jezus zag hem aan en zeide: gij zijt Simon, de zoon van
Johannes; gij zult Kefas -dat betekent: Rots- genoemd worden.5 Het leven van Petrus was daarna nooit meer hetzelfde
als ervoor. Zou het niet geweldig zijn de blik van Jezus te aanschouwen! Soms
verheven en innemend, of gepijnigd en bedroefd zoals toen Hij het ongeloof van
de Farizeeën zag.6 Ook was er zijn medelijdende
blik voor de overleden zoon van de weduwe van Naïm.7
Zijn blik nodigde Matteüs uit om op te staan en Hem te volgen.8 Deze blik was in staat het hart van Zacheüs tot
bekering te brengen.9 Met een liefdevolle blik
keek Hij naar de arme weduwe in de tempel, die alles gaf wat zij had.10 Deze doordringende blik brengt de mens oog in oog
met God en brengt de mensen tot boetvaardigheid. Deze uitwerking had de blik
van Jezus ook op de overspelige11 vrouw en op de
heilige Petrus.12 Een enkele blik bracht Petrus
ertoe bitter te wenen om zijn lafheid.
Jezus keek deze moedige jongeman liefdevol aan: Iesus autem
intuitus eum dilexit eum.
En Hij wenkte hem: «Volg Mij. Bewandel mijn weg. Blijf Mij trouw. Blijf
in mijn liefde.»13 Deze uitnodiging hebben wij
misschien zelf ontvangen... en wij hebben Hem gevolgd. «De mens heeft deze
liefdevolle blik nodig. Hij heeft behoefte aan de wetenschap dat hij bemind
wordt, eeuwig bemind en dat hij voor alle eeuwigheid is uitverkoren (Ef 1,4).
Tegelijkertijd vergezelt deze eeuwige liefdevolle goddelijke uitverkiezing de
mens gedurende zijn leven als de liefdevolle blik van Christus. En misschien op
de meest indringende wijze op het moment van beproeving, vernedering,
vervolging, mislukking, wanneer onze menselijkheid als het ware in de ogen van
andere mensen is uitgewist, beledigd en vertrapt. Op zo'n moment wordt het
bewustzijn dat de Vader ons altijd heeft bemind in zijn Zoon en dat Christus
altijd ieder van ons liefheeft, een degelijke steun voor heel ons menselijk
bestaan. Wanneer alles maakt dat wij aan onszelf en aan de betekenis van ons
leven twijfelen, dan stelt deze blik van Christus ons in staat te overleven
door het bewustzijn, dat de liefde in Christus krachtiger bleek dan welk kwaad
of vernietiging ook.»14
Iedere mens krijgt een persoonlijke oproep om de Meester te
volgen. Als wij Christus' uitnodiging beantwoorden, zullen wij vervuld worden
van vrede en waarachtig geluk. Werkelijke wijsheid bestaat in het 'ja' zeggen
op elke uitnodiging van Christus gedurende ons leven. «Op zekere dag -dat zal
niet bij iedereen op dezelfde manier zijn gegaan, maar open je hart en vertel
Hem je verhaal- heeft misschien een vriend, een gewone christen net als jij, je
ogen geopend voor ver-reikende perspectieven, nieuw en toch oud als het
evangelie. Die vriend of vriendin wees je op de mogelijkheid je serieus te gaan
inzetten om Christus na te volgen, om apostel van apostelen te worden.
Misschien werd je toen bevangen van een onrust. Die onrust sloeg pas om in
vrede toen je vrijwillig, zonder andere motieven -een bovennatuurlik motief bij
uitstek!- 'ja'zei tegen God. Toen kreeg je die innige, blijvende vreugde die je
pas kwijtraakt wanneer jij je van Hem verwijdert.»15
Dit is de vreugde van de zelfgave. Wat een contrast is dit vergeleken met de
droefheid van de rijke jongeling die zich niet bekommerde om de roep van de
Heer!
56.3 Ga verkopen wat ge bezit en geef het aan
de armen, daarmee zult ge een schat bezitten in de hemel. En kom dan terug om
Mij te volgen. Dit was de raad van de Heer aan de jongeling die vele goederen bezat.
De woorden van Jezus zouden een reden tot vreugde voor de jongeman geweest
kunnen zijn, maar zij maakten hem bedroefd. «Dit woord ontstelde hem en ontdaan
ging hij heen. De droefheid van de jongeman zet ons aan het denken. Wij zouden
verleid kunnen worden te denken dat veel bezit, veel van de goederen van deze
wereld, ons geluk kunnen brengen. In het geval van de jongeling uit het
evangelie zien wij daarentegen, dat zijn vele bezittingen de roep van Jezus om
Hem te volgen in de weg stonden. Hij was niet bereid 'ja' te zeggen tegen Jezus
en 'nee' tegen zichzelf, niet bereid 'ja' te zeggen tegen liefde en 'nee' tegen
het ontduiken ervan. Echte liefde stelt eisen.»16
Als wij ooit een spoor van droefheid in ons hart ontdekken, is het misschien
omdat de Heer iets van ons vraagt wat wij niet willen afstaan. Misschien hebben
wij ons hart nog niet losgemaakt van een of andere aardse gehechtheid. Dit is
het ogenblik om ons de woorden van Jezus te herinneren bij het einde van zijn
ontmoeting langs de weg: Voorwaar,
Ik zeg u, er is niemand die huis, broers, zusters, moeder, vader, kinderen of
akkers om Mij en om de Blijde Boodschap heeft prijsgegeven, of hij ontvangt nu,
in deze tijd het honderdvoud aan huizen, broers, zusters, moeders, kinderen en
akkers, zij het ook gepaard met vervolgingen, en in de toekomstige wereld het
eeuwige leven.
Kom en volg Mij...
Hoe moet ieder die daar was, gretig gewacht of gehoopt hebben op het juiste
antwoord van de jongeman. Met dezelfde woorden heeft Jezus zijn naaste
leerlingen geroepen. Deze uitnodiging is een roep om de Heer te vergezellen in
zijn eigen dienstwerk, om naar zijn leer te luisteren en deze langzaam op te
nemen, om zijn manier van leven na te volgen... Na de hemelvaart van de Heer
betekent dit 'volgen' niet langer dat men bij de Heer in Palestina is. Onze
uitdaging is om met Christus midden in de wereld te zijn, op de plaats waar Hij
ons geplaatst heeft. Voorwaarde is dat wij zijn leven en zijn leer laten
doordringen tot in ons diepste wezen, tot in de lucht die wij inademen.
Christus boodschap mogen wij doorgeven in alle omstandigheden van ons dagelijks
leven. De H. Jozefmaria Escrivá schreef: «In deze poging zich met Christus te
vereenzelvigen heb ik altijd vier trappen onderscheiden: Hem zoeken; Hem
vinden; met Hem omgaan; Hem beminnen. Jij zult misschien denken, dat je nog in
de eerste fase bent. Zoek Hem vol honger, zoek Hem uit alle macht in jezelf.
Als je met die inzet aan de slag bent gegaan, durf ik te verzekeren, dat je Hem
al ontmoet hebt en dat je al begonnen bent met Hem om te gaan en Hem te
beminnen en dat jij je gesprek in de hemel voert.»17
Jezus leeft vandaag en Hij roept zijn leerlingen -dezelfde Jezus die op de
wegen van Palestina liep. Wij kunnen de geweldige kans die Hij ons biedt, niet
voorbij laten gaan.
-1. Wijsh
7,7-11. -2. J. Leclerq, Treinta meditaciones sobre la vida
cristiana, Bilbao 19582, bl. 50-51. -3. Mc 10,17-30. -4. Vgl. Mt 19,16. -5. Joh 1,42. -6. Vgl. Mc 2,5. -7. Vgl. Lc 7,13. -8. Vgl. Mt 9,9. -9. Vgl. Lc 19,5. -10. Vgl. Mc 12,41-44. -11. Vgl. Joh 8,10. -12. Vgl. Lc 22,61; Mc 14,72. -13. Johannes Paulus ii, Preek te Boston, 1 oktober
1979. -14. Idem, Brief aan de jongeren, 31
maart 1985, 7. -15. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 1.
-16. Johannes Paulus ii, Preek te Boston, 1 oktober
1979. -17. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 300.
|