Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Derde week. Zaterdag

24. DE Broederlijke vermaning

-De plicht tot broederlijke vermaning. Haar bovennatuurlijke doeltreffendheid. -Het voorbeeld van de eerste christenen. Valse voorwendselen om de broederlijke vermaning niet te geven. -Deugden die men moet beoefenen bij het geven van de broederlijke vermaning, en de wijze waarop men ze dient te ontvangen.

24.1 Reeds in het Oude Testament toont de Heilige Schrift ons hoe God zich vaak bedient van sterke en liefdevolle mensen, om anderen te waarschuwen dat zij afdwalen van de weg die naar God leidt. Het boek Samuël verhaalt, dat de profeet Natan door God naar koning David werd gestuurd1 om hem te spreken over de buitengewoon zware zonden die hij begaan had. Ofschoon deze zo ernstige zonden overduidelijk waren -overspel met de vrouw van zijn trouwe dienaar, die hij vervolgens aan de dood overleverde- en de koning de Wet zeer goed kende, «had de wellust zich meester gemaakt van heel zijn gedachtenwereld en was zijn ziel als door slaapzucht volledig ingedommeld. Hij had het licht van de profeet nodig, die hem door zijn woorden deed inzien wat hij misdaan had.»2 Weken lang was Davids geweten door de zonde bedwelmd.

Om hem de ernst van zijn misdaad te doen inzien, hield Natan hem een gelijkenis voor: Twee mannen, een rijke en een arme, woonden in dezelfde stad. De rijke bezat heel veel schapen en runderen, de arme maar een enkel lammetje, dat hij gekocht had. Hij had het in leven kunnen houden en het was bij hem opgegroeid, tussen zijn kinderen; het dier at van zijn bord, het dronk uit zijn beker en het sliep op zijn schoot; het was net zijn dochter. Eens kreeg de rijke man bezoek. Hij kon het niet over zich te verkrijgen, een schaap of rund uit zijn eigen kudde te nemen en dat klaar te maken voor de reiziger die bij hem was gekomen. Hij pakte het lam van de arme en maakte dat klaar voor zijn gast. David was diep verontwaardigd over die man en hij zei tot Natan: Zowaar Jahwe leeft: de man die dat gedaan heeft verdient de dood!

Toen sprak Natan tot de koning: Die man, dat zijt gij! David besefte opeens de zonden die hij gedaan had, hij kreeg berouw en gaf uiting aan zijn droefheid in een psalm die de Kerk ons voorhoudt als een toonbeeld van berouw. Deze begint als volgt: Wees mij, God, in uw goedheid genadig, neem in uw oneindig erbarmen, mijn overtredingen weg...3 David deed boete en was God welgevallig. Dit alles dank zij een broederlijke vermaning, een krachtige terechtwijzing op het juiste moment, zoals die van Natan.

Een van de grootste weldaden die we de mensen van wie we het meest houden -en iedereen- kunnen bewijzen, is de -soms heldhaftige- hulp van de broederlijke vermaning. In de dagelijkse omgang kunnen we vaststellen dat onze familieleden, vrienden of bekenden, net als wijzelf, gewoonten kunnen aannemen die een goede christen onwaardig zijn en die hen scheiden van God: regelmatig voorkomend gebrek aan werklust en stiptheid, beunhazerij, een manier van spreken die grenst aan roddel en kwaadsprekerij, ruwheid, ongeduld... Het kunnen ook fouten zijn tegen de rechtvaardigheid in de arbeidsverhoudingen; een slecht voorbeeld door niet sober te leven of geen maat te houden (in het oog lopende uitgaven, gulzigheid of dronkenschap, geldverspilling in kansspelen of loterijen); relaties onderhouden die een gevaar vormen voor de huwelijkstrouw of de kuisheid... Men kan gemakkelijk begrijpen dat een broederlijke vermaning op het juiste moment, ter zake doende en vol naastenliefde en begrip, die de betrokkene onder vier ogen gegeven wordt, heel veel kwaad voorkomen kan: een schandaal, schade aan het gezin die later moeilijk te herstellen is...; of zij kan eenvoudigweg een daadkrachtige stimulans voor iemand zijn om zijn gebreken te corrigeren en dichter bij God te komen.

Deze geestelijke hulp komt voort uit liefde, en is een van de belangrijkste uitingen van deze deugd. Soms is zij ook een vereiste van rechtvaardigheid, wanneer er bijzondere verplichtingen bestaan om iemand te helpen. We moeten vaak erover denken, hoe we de mensen uit onze onmiddellijke omgeving hulp bieden. «Waarom neem je nu niet het besluit een broederlijke vermaning te geven? -Degene die haar krijgt, zal eronder lijden, want het kost moeite zich te vernederen, zeker in het begin. Maar een vermaning geven kost altijd moeite. Dat weet iedereen heel goed.

»De beoefening van de broederlijke vermaning is de beste hulpverlening, na het gebed en het goede voorbeeld.»4 Brengen we ze vaak in praktijk? Is onze liefde voor anderen een liefde met daden?

24.2 De broederlijke vermaning heeft een evangelische kern; de eerste christenen hebben haar vaak beoefend, zoals de Heer het had bevolen -Ga en wijs hem onder vier ogen terecht5-, en zij nam een zeer belangrijke plaats in hun leven in.6 Ze waren zich zeer bewust van haar doeltreffendheid. De heilige Paulus schrijft aan de gelovigen van Thessalonica: Volgt iemand ons bevel, in deze brief gegeven, niet op, noteert hem dan en gaat niet meer met hem om; dan zal hij zich schamen. Gij moet hem echter niet behandelen als een vijand, maar terechtwijzen als een broeder.7 In de Brief aan de Galaten zegt de apostel, dat zulk een vermaning moet geschieden in een geest van zachtmoedigheid.8 Op dezelfde manier spoort de apostel Jakobus de eerste christenen aan, door hen te herinneren aan de beloning die God hun zal geven: Als iemand onder u van de waarheid afdwaalt en een ander brengt hem tot inkeer, weet dan dat hij die een zondaar van zijn dwaalweg bekeert, zijn ziel zal redden van de dood en tal van zonden zal bedekken.9 Het is geen geringe beloning. Wij mogen ons niet verontschuldigen en de woorden van Kaïn herhalen: Moet ik dan op mijn broer passen?10

Een van de uitvluchten die in onze geest post kunnen vatten om de broederlijke vermaning na te laten of uit te stellen, is de vrees om degene die we moeten terechtwijzen, te bedroeven. Paradoxaal genoeg zal een arts niet aarzelen een patiënt te vertellen dat hij, om te genezen, een pijnlijke operatie moet ondergaan, maar hebben wij, christenen, tegenzin om mensen uit onze omgeving te zeggen, dat de gezondheid van hun ziel -van zoveel grotere waarde dan de lichamelijke!- op het spel staat. «Helaas zijn er velen die, om iemand wiens laatste dagen en laatste uren van zijn aardse bestaan zijn aangebroken niet te mishagen of angstig te maken, zijn werkelijke toestand verzwijgen en hem aldus onmetelijk groot kwaad aandoen. Maar er zijn nog meer mensen die zien dat hun vrienden in dwaling en zonde verkeren, of op het punt staan in het ene of het andere te vervallen, en die toch hun mond niet open doen en geen hand uitsteken om dit kwaad te voorkomen. Kunnen we mensen die zo jegens ons handelen, het predikaat 'vrienden' verlenen? Natuurlijk niet. En toch doen ze dat gewoonlijk, omdat ze ons niet willen mishagen.»11

Door de broederlijke vermaning vervullen we daadwerkelijk wat de Heilige Schrift ons zegt: een broer geholpen door zijn broer, is als een ommuurde stad.12 Niemand en niets is machtiger dan goed beleefde liefde. Door dit bewijs van christelijke liefde worden niet alleen de mensen beter, maar ook de samenleving zelf. Tegelijkertijd vermijdt men kritiek en geroddel, die de ziel haar vrede ontnemen en de betrekkingen tussen de mensen vertroebelen. Vriendschap, waarachtige vriendschap, wordt juist dieper en authentieker door een oprechte vermaning. Onze vriendschap met Christus groeit eveneens, als we een vriend, een familielid, een collega, helpen met dit effectieve geneesmiddel: een vriendelijke, maar ook duidelijke en moedige vermaning.

24.3 Wanneer we een broederlijke vermaning geven, moeten we een reeks deugden beoefenen, zonder welke ze geen ware uiting van liefde zou zijn. «Wanneer je moet terechtwijzen, doe dat dan met liefde, op het gepaste ogenblik, zonder te vernederen..., en met de bedoeling, dat je ook zelf leert en beter wordt op het punt waarin je de ander terechtwijst.»13 Zoals Christus zou vermanen als Hij in onze plaats stond, met dezelfde fijngevoeligheid, met dezelfde sterkte.

Soms brengt een zekere afkeer en gebrek aan innerlijke vrede ons ertoe, dat wij in anderen gebreken zien die in feite onze eigen gebreken zijn. «We moeten dus uit liefde terechtwijzen; niet met het verlangen om schade aan te richten, maar met de liefdevolle bedoeling de verbetering van zijn leven te bewerkstelligen [...]. Waarom corrigeer je hem? Omdat het je pijn doet, dat hij je beledigd heeft? God geve, dat dit niet zo is. Als je het uit eigenliefde doet, dan doe je niets. Als je door liefde bewogen wordt, dan handel je goed.»14

De nederigheid leert ons, misschien meer dan elke andere deugd, de juiste woorden te vinden en een manier van zeggen die niet beledigt, omdat ze ons eraan herinnert dat ook wij zelf vaak soortgelijke hulp nodig hebben. De deugd van voorzichtigheid brengt ons ertoe de vermaning aanstonds, op het gunstigste moment te geven. Wij hebben deze deugd nodig om rekening te houden met het karakter van de betrokkene en de omstandigheden waarin hij of zij verkeert, «zoals goede geneesheren, die niet iedereen op een en dezelfde wijze genezen»15, die niet aan alle patiënten hetzelfde recept voorschrijven.

Als de betrokken persoon niet lijkt te reageren op onze vermaning, moeten we hem nog een beetje meer helpen door ons voorbeeld, door gebed en versterving voor hem en door nog meer begrip.

Wij van onze kant moeten een vermaning nederig en stilzwijgend ontvangen, zonder excuses te zoeken; we moeten Gods hand zien in die goede vriend, die dat minstens vanaf dat moment is; met een levendig gevoel van dankbaarheid, omdat iemand waarachtige belangstelling voor ons heeft; met de vreugde te bedenken, dat wij niet alleen staan in het recht maken van onze wegen, die altijd naar de Heer moeten leiden. «Nadat je met bewijzen van vreugde en erkentelijkheid zijn waarschuwingen hebt ontvangen, moet je jezelf de plicht opleggen deze op te volgen, niet alleen omwille van de weldaad die zelfcorrectie met zich mee brengt, maar ook om hem te laten zien, dat zijn inspanningen niet vergeefs zijn geweest en dat je zijn welwillendheid jegens jou ten zeerste waardeert. Een trots man, zelfs als hij zich verbetert, wil niet de schijn wekken dat hij de raad die hem gegeven werd opgevolgd heeft; veeleer wil hij die met verachting naast zich neerleggen. Wie echt nederig is, vindt het een eer zich aan iedereen te onderwerpen uit liefde tot God, en zal de wijze raadgevingen die hij krijgt beschouwen alsof zij afkomstig zijn van God zelf, van welk instrument Hij zich ook bediend mag hebben.»16

Laten we ons tot besluit van ons gebed tot de maagd Maria, moeder van goede raad, wenden en haar vragen ons te helpen om, altijd als het nodig is, deze uiting te beleven van broederlijke liefde, van ware vriendschap, van oprechte waardering voor hen met wie wij het vaakst in contact komen.

-1. 2 Sam 12,1-17. -2. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 60,1. -3. Ps 51,3. -4. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 641. -5. Mt 18,15. -6. Vgl. Didache 15,13. -7. 2 Tes 3,14-15. -8. Gal 6,1. -9. Jak 5,19-20. -10. Gen 4,9. -11. S. Canals, Jesus as Friend, bl. 95. -12. Spr 18,19. -13. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 455. -14. H. Augustinus, Preek 82. -15. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 60,1-16. G. Pecci (Leo xiii), De practijk van de nederigheid, 41.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012