De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zesentwintigste week. Maandag

40. De christelijke betekenis van het lijden

-De beproevingen en ellende van Job. -Het lijden van de rechtvaardigen. -Pijn en het lijden en sterven van Christus.

40.1 Tijdens deze week lezen wij in het boek Job over het onderwerp lijden en schande.1 Het is het inspirerende verhaal van een godvrezend man, Job genaamd, die in het land Us leefde. Gedurende zijn leven had hij talrijke zegeningen ontvangen. Hij was de rijkste man van heel het Oosten. Hij was de vader van een grote familie. Volgens het geloof van die tijd was er een directe relatie tussen deugdzaam leven en materiële voorspoed. De rijkdom van Job werd gezien als beloning van God voor zijn vroom leven. Het verhaal begint inderdaad met de vermelding, dat God zeer ingenomen is met Job. Satan komt bij God zijn opwachting maken om de oprechtheid van Jobs trouw te betwisten. Hij voorspelt, dat Job God zal verlaten, wanneer hij beproefd wordt: Hij vreest God niet voor niets! Gij hebt hemzelf, zijn familie en heel zijn bezit aan alle kanten omgeven en beschermd, Gij zegent al wat hij onderneemt, en zijn bezit grijpt steeds verder om zich heen in het land. Maar pak hem eens aan, tref hem in alles wat hij heeft: wedden dat hij U vloekt in uw gezicht.2

Met de toestemming van God ontneemt de duivel Job al zijn bezittingen. Dan komen zijn talrijke kinderen om bij een ramp. Trouw aan zijn geloof reageert Job met onderwerping aan de goddelijke Voorzienigheid: Naakt kom ik uit de schoot van moeder aarde, naakt keer ik daar terug. Jahwe geeft, Jahwe neemt, gezegend de naam van Jahwe!3 Job aanvaardt volledig Gods wil, zowel in voor- als in tegenspoed. Hij zet zijn ellende om in een geweldige geestelijke rijkdom.

Dan staat God de Satan toe Job nog zwaarder te beproe­ven. Zijn lichaam is bedekt met afschuwelijke zweren van zijn kruin tot aan zijn voeten. Het verlies van iemands lichamelijk welzijn kan zelfs nog erger zijn dan het verlies van materiële goederen. Het geloof van Job blijft echter onwrikbaar ondanks zijn kwalen en in weerwil van de scherpe woorden van zijn vrouw. Hij zegt haar: Het goede nemen wij wel aan van God, waarom dan het kwade niet?4

Vandaag is een goede gelegenheid om onze gevoelens ten opzichte van God te onderzoeken, wanneer wij schande ondervinden of pijn hebben of beide. God is altijd onze liefhebbende Vader, zelfs wanneer wij het heel erg te kwaad hebben. Gedragen wij ons als dankbare zonen en dochters, zowel in goede als in slechte tijden, in ziekte en in gezondheid?

40.2 Drie vrienden van Job, ieder uit een andere stam, horen van al de rampen die hem getroffen hebben en komen gezamenlijk naar hem toe om hem wat troost te bieden. Hun namen zijn Eliphaz, Bildad en Zophar. Wanneer zij Job in zulke beklagenswaardige omstandigheden aantreffen, raken zij overtuigd dat God hem vervloekt heeft. Deze mannen geloven, dat voorspoed Gods beloning is voor deugdzaamheid. Ellende, zo geloven zij, is Gods straf voor zondigheid. Het gedrag van deze mannen, gecombineerd met het voortduren van zijn lijden, maakt dat Job zich heel eenzaam voelt. Hij verbreekt zijn stilzwijgen met een langdurige weeklacht. Zijn zogenaamde 'troosters' hebben wat harde woorden voor hun vriend, die God zeker wel op een verschrikkelijke wijze beledigd moet hebben. Job is overtuigd van zijn wezenlijke onschuld, ofschoon hij kleine overtredingen heeft begaan zoals ieder ander.5 Hij herinnert zich ook de vele goede werken die hij heeft gedaan. In de diepte van zijn ziel breekt een groot conflict uit.

Job weet dat God rechtvaardig is, maar hij is helemaal niet in staat om het onrecht dat hij meemaakt te begrijpen. Hij gelooft ook dat God de mens behandelt volgens een of ander systeem van verdienste. Maar hoe kan hij Gods rechtvaardigheid rijmen met zijn tragisch lot? Zijn vrienden hebben voor zijn problemen hun antwoord klaar, maar hij verwerpt hun antwoord. Er schijnt een onoplosbare tegenstrijdigheid te zijn tussen goddelijke rechtvaardigheid en de onschuld van Job. Deze strijd geeft Job nog meer pijn dan zelfs zijn lichamelijk lijden en materiële rampspoed.6 Als men ernaar kijkt zonder de ogen van het geloof is het lijden van onschuldigen altijd verwarrend: kinderen die in hun vroege jeugd sterven, baby's die met ernstige gebreken geboren worden, eerlijke mensen die financiële rampen doormaken of ernstige ziekten... al dit soort zaken, terwijl anderen, die onverschillig ten opzichte van God lijken te leven, succes hebben zonder de minste zorg.

«Het boek Job legt met volledige eerlijkheid het probleem van het lijden van een onschuldig man voor: schuldeloos lijden. Job werd niet gestraft, er was geen reden om hem te straffen, ook al werd hij onderworpen aan een verschrikkelijke beproeving.»7 Als gevolg van deze toetsing komt Job gesterkt in deugdzaamheid te voorschijn. Zijn loyaliteit hangt toch niet af van de gaven van tijdelijke aard die hij van God heeft ontvangen. «Het boek Job is niet het laatste woord over dit onderwerp in de Openbaring. In zekere zin is het een voorspelling van het lijden van Christus.»8 dat de enige toereikende uitleg is voor het mysterie van het menselijk lijden, vooral voor de pijn die gevoeld wordt door hen die geen kwaad gedaan hebben.

Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben.9 «Men kan zeggen, dat door het lijden van Christus al het menselijke lijden zich in een nieuwe situatie bevindt. En het lijkt erop, dat Job dit voorzag toen hij zei: Ik weet dat mijn Verlosser leeft... (Job 19,25), en alsof hij zijn eigen lijden erop gericht had, dat zonder verlossing hem niet de volle betekenis ervan had kunnen worden geopenbaard. In Christus' kruis is niet alleen de verlossing voltooid door lijden, maar ook het menselijke lijden zelf is verlost. Christus, schuldeloos, nam al het kwaad van de zonde op zich.»10 Het lijden van Jezus was de prijs voor onze verlossing.11 Vanaf dat ogenblik kon ons lijden verenigd worden met het lijden van Christus. Zo kunnen wij deelnemen aan de verlossing van de hele mensheid. «Dit is de grote christelijke revolutie geweest: dat het leed is veranderd in lijden dat vruchtbaar is; dat uit een kwaad iets goeds is gemaakt. We hebben de duivel van dat wapen beroofd, en we veroveren er de eeuwigheid mee.»12

40.3 Van pijnervaring wordt men een andere persoon dan men tevoren was. Pijn kan de ziel zuiveren en verheffen. Het kan ons ertoe brengen om onze vereniging met de goddelijke wil te intensiveren. Het kan ons inspireren om ons van wereldlijke goederen en van te grote zorg om onze gezondheid los te maken. Pijn kan van ons mede-verlossers met Christus maken. Pijn kan dit alles doen... of het kan ons van de Heer verwijderen, de ziel vervreemd van het bovennatuurlijk leven achterlatend. Toen Simon van Cyrene uit de menigte werd gehaald om Jezus te helpen zijn kruis te dragen, deed hij wat van hem gevraagd werd zonder enthousiasme. Hij werd gevorderd, schrijft de evangelist.13 Het eerste wat hij zag was het kruis, slechts zware houten balken. Later keerden zijn gedachten zich van het hout tot de veroordeelde gevangene, die heel ongewone mens. Op dat ogenblik werd zijn houding een totaal andere. Hij hielp Jezus uit liefde. Hij won de prijs van het geloof voor zichzelf en zijn twee zonen, Alexander en Rufus.14 Ook wij moeten uitzien naar Christus te midden van onze beproevingen en ellende. Door dit te doen zullen wij minder aandacht geven aan het kruis en meer aandacht aan onze Geliefde. Wij zullen ontdekken, dat het dragen van het kruis een diepe betekenis heeft, wanneer wij naast de Meester voortgaan. «Zijn hevigste verlangen is onze harten te doen ontvlammen met hetzelfde vuur van liefde en offerbereidheid zoals dit in zijn eigen Hart brandt. Hoe weinig wij ook maar met deze wens overeenstemmen, ons hart zal toch een vuurhaard worden die krachtig genoeg is om alle onzuiverheden van onze zondenlast te verbranden. Wij zullen veranderd worden in heilige offergaven, geheiligd door lijden, totdat wij een grotere zuiverheid en een diepere verbondenheid met onze Geliefde bereiken. Wij zullen, zoals Hij wenst, het lijden van de Redder voltooien voor het welzijn van de Kerk en van allen (Kol 1,24). Aan de voeten van de gekruisigde Heer zullen wij de ware aard leren begrijpen van de liefde die in offer aanwezig is. Toch is het offer zoet voor degene die liefheeft.»15

Als wij onze overwegingen gaan beëindigen laten wij dan het tafereel beschouwen waar Onze Lieve Vrouw op Calvarië is, verenigd met het lijden van haar Zoon. «Bewonder de zielskracht van de heilige Maria: aan de voet van het Kruis, ten prooi aan de diepste menselijke smart - geen smart is aan de hare gelijk - en toch vol sterkte. - Vraag haar om die zielskracht, opdat ook jij het aan de voet van het Kruis leert uithouden.»16 Dichtbij Maria kunnen wij goed begrijpen, dat het offer zoet is voor degene die liefheeft. Wij zullen voor haar allerliefst hart al onze gebreken, fouten, wanbegrip, familieproblemen, hoofdpijn en tegenslagen op het werk, ziekte en pijn neerleggen... «Wanneer het offer is gebracht moeten wij proberen niet langer aan dat speciale probleem te denken. Wij moeten onze geest concentreren op het volbrengen van wat Gods wil is, daar waar wij zijn -in ons gezin, in de fabriek, op kantoor, op school... Vooral zullen wij proberen hen lief te hebben, die God ons als onze naasten gegeven heeft.

»Als wij dit doen, zullen wij verrast worden: onze ziel zal vervuld worden van vrede, van liefde, van pure vreugde, van licht. Wij zullen ons opgebeurd voelen door nieuwe energie. Wij zullen zien hoe wij kunnen deelnemen aan het werk van de verrezen Heer door vereniging met het kruis.

»Herboren door deze ontdekking zullen wij in staat zijn onze vrienden te helpen om troost te vinden te midden van hun tranen. Wij zullen instrumenten worden van vreugde voor heel veel mensen. Wij zullen een geluk verspreiden dat geen grenzen kent.»17

-1. Eerste lezing, even jaren, Job 1,6-22. -2. Job 1,9-11. -3. Job 1,21. -4. Job 2,10. -5. Vgl. Job 13,26; 14,4. -6. Vgl. B. Orchard, Verbum Dei, Barcelona 1960, ii, bl. 104 e.v. -7. Johannes Paulus ii, Apost. brief Salvifici doloris, 11 februari 1984, 11. -8. Ibidem. -9. Joh 3,16. -10. Johannes Paulus ii, o.c., 19. -11. Vgl. 1 Kor 6,20. -12. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 887. -13. Mt 27,32. -14. Vgl. Mc 15,21. -15. A. Tanquerey, Het lijden vergoddelijkt, Doornik 1934.-16. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 508. -17. Ch. Lubich, Palabra que se hace vida, Madrid 1990, bl. 39.




Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009