Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Derde zondag van Pasen

15. DE DAG DES HEREN

-Zondag, de dag des Heren. -Christelijke feesten. Betekenis van feestelijkheden. De heilige Mis, middelpunt van alle christelijke feesten. -Openbare eredienst voor God. Zondagsrust, ook feestelijke rust.

15.1 «Op de dag die naar de zon genoemd is, komen allen bijeen op dezelfde plaats, de mensen uit de stad en die van het land. [...] En wij komen allen op die dag bijeen, omdat op die dag, de eerste der week, de Heer de wereld schiep [...] en omdat op die dag Jezus Christus, onze Verlosser, verrezen is uit de doden.»1 De Joodse sabbat ging vanaf het allereerste begin van de Kerk over in de christelijke zondag. Vanaf die tijd vieren wij elke zondag de opstanding van Christus.

De sabbat was in het Oude Testament de aan Jahwe toegewijde dag. God zelf heeft deze ingesteld2 en bevolen, dat de Israëlieten zich op die dag van de week van bepaalde werkzaamheden moesten onthouden om zich aan God te wijden.3 Het is ook de dag, waarop de familie bij elkaar komt en het eind van de Egyptische gevangenschap gevierd wordt. Na verloop van tijd zijn de rabbijnen het goddelijk voorschrift ingewikkelder gaan maken. In de tijd van Jezus bestond er een reeks minutieuze en benauwende voorschriften die niets van doen hadden met wat God over de sabbat beschikt had.

De farizeeën botsten regelmatig met Jezus vanwege deze kwesties. Jezus minachtte de sabbat overigens niet en heeft deze ook niet afgeschaft als de aan Jahwe gewijde dag. Het leek integendeel zijn favoriete dag. Op deze dag ging Hij naar de synagoge om te preken; heel wat wonderen deed Hij op de sabbat.

De Heilige Schrift heeft in ettelijke passages blijk gegeven een hoge en edele opvatting te hebben over de sabbat. Deze dag was door God ingesteld, opdat zijn volk voor Hem in het openbaar een eredienst zou vieren. En de volledige toewijding van de dag komt naar voren als een ernstige verplichting.4 De belangrijkheid van het voorschrift kan ook afgeleid worden uit de herhaling ervan door de hele Schrift. De profeten zien in het niet onderhouden van de sabbat de oorzaak van de straffen van God.

De sabbatsrust is naar haar aard strikt godsdienstig. Daarom vond zij haar hoogtepunt en uiting in het brengen van een offer.5 De feesten van Israël, en met name de sabbat, zijn een teken van het verbond met God en een uiting van vreugde door het besef eigendom van de Heer te zijn en voorwerp van zijn uitverkiezing en liefde. Daarom is elk feest verbonden met een heilsgebeurtenis.

De inhoud van deze feesten is louter de belofte van een werkelijke, historische gebeurtenis die volgens de Joden nog niet heeft plaatsgehad. Met de verrijzenis van Christus is de sabbat voor ons, christenen, overgegaan in de werkelijkheid die erdoor aangekondigd werd, de viering van Christus' verrijzenis. Jezus zelf sprak over het Rijk Gods als over een groot feest, dat door een koning was aangericht bij gelegenheid van de bruiloft van zijn zoon6, voor welk feest wij uitgenodigd zijn om te delen in de Messiaanse goederen.7 Met Christus komt er een nieuwe en verhevener eredienst, want wij hebben ook een nieuwe Priester en er wordt een nieuw Slachtoffer opgedragen.

15.2 Na de verrijzenis werd de eerste dag van de week door de apostelen beschouwd als de dag des Heren, dominica dies8, omdat Hij door zijn verrijzenis voor ons de overwinning op zonde en dood verworven heeft. Daarom hielden de eerste christenen hun liturgische bijeenkomsten op zondag. Dat is de ononderbroken en wereldwijde traditie gebleven tot in onze dagen. «Het paasmysterie wordt door de Kerk, krachtens apostolische overlevering die teruggaat tot de eigen dag van de verrijzenis van Christus, telkens gevierd op de achtste dag, die terecht dag des Heren -of zondag- wordt genoemd.»9 

Het voorschrift de dag des Heren te heiligen regelt een wezenlijke verplichting van de mens jegens zijn Schepper en Verlosser. Op deze God-gewijde dag brengen wij Hem in het bijzonder eer door deel te nemen aan het Misoffer. Geen enkele andere viering voldoet zozeer in de ware zin aan de vervulling van dit voorschrift.

Naast de zondag heeft de Kerk de feesten vastgesteld, die de belangrijkste gebeurtenissen van onze verlossing gedenken: Kerstmis, Pasen, Hemelvaart, Pinksteren en andere feesten van de Heer; en de feesten van Onze Lieve Vrouw. Daarnaast hebben de christenen van meet af aan de dies natalis, of de verjaardag van de marteldood -de geboorte voor het eeuwig leven- van de eerste christenen gevierd. Uiteindelijk zijn de kerkelijke feesten ook bepalend geworden voor de burgerlijke kalender. De kalender volgend «viert de Kerk de verlossingsmysteries, ontsluit Zij voor de gelovigen de rijke schat van heilsdaden en verdiensten van haar Heer; en wel zo, dat deze mysteries te allen tijde in zekere zin tegenwoordig worden gesteld, opdat de gelovigen ermee in contact komen en van heilsgenade worden vervuld.»10 

Het middelpunt en de oorsprong van het christelijke feest is gelegen in de aanwezigheid van de Heer in zijn Kerk, wat het onderpand en de voorproef is van een definitieve vereniging bij het feest dat geen einde zal kennen.11 Hieruit komt de blijdschap voort die het vieren van de zondag doordrenkt, zoals blijkt uit het 'Gebed over de gaven' van vandaag: «Aanvaard de gaven die de Kerk U vol vreugde brengt. Nu reeds zijt Gij de bron van onze blijdschap: geef ons dan ook de eeuwige vreugde.» Daarom zijn onze feesten niet louter de gedachtenis van voorbije feiten, zoals de jaarlijkse herdenking van een historische gebeurtenis, maar zij zijn een teken waarin Christus onder ons aanwezig komt.

De heilige Mis doet Jezus aanwezig zijn in zijn Kerk en is het oneindig waardevolle offer, dat opgedragen wordt aan God de Vader in de Heilige Geest. Alle overige menselijke, culturele en maatschappelijke waarden van een feest komen pas op de tweede plaats, elk naar eigen merites, zonder dat deze ook maar één moment dat, wat wezenlijk moet zijn, verduisteren of vervangen. Naast de heilige Mis zijn er belangrijke uitingen van liturgische vroomheid en volksdevotie, zoals aanbidding en verering van het Allerheiligste, processies, zang, grotere zorg voor de kleding enz.

Door ons voorbeeld en ons apostolaat dienen wij ervoor te zorgen, dat de zondag wordt: «de dag des Heren, een dag van aanbidding en verheerlijking van God en van het heilig sacrament des altaars, een dag van gebed, van rust, van ingetogenheid, van vreugde om het bijeen zijn van de familie.»12 

15.3 Jubelt voor God alle landen, alleluia; bezingt de heerlijkheid van zijn Naam, alleluia, en brengt Hem uw hulde, alleluia..., zingen wij in de introïtus van vandaag.13 Het voorschrift de feestdagen te heiligen komt overeen met de noodzaak openlijk een eredienst voor God te houden en niet alleen maar privé. Sommige mensen pretenderen hun omgang met God te regelen in de sfeer van het geweten, alsof er niet noodzakelijkerwijs ook uiterlijke blijken moeten zijn. De mens heeft trouwens de plicht en het recht God uitwendig en publiekelijk eer te brengen. Het zou een grove inbreuk zijn, als de christenen zich verplicht zouden zien zich te verschuilen om hun geloof te kunnen praktizeren en God eer te brengen, wat hun eerste recht en hun eerste plicht is.

De zondagen en de door de Kerk vastgestelde feestdagen zijn allereerst dagen voor God en bij uitstek geschikt Hem te zoeken en te ontmoeten. «Quaerite Dominum. Wij mogen nooit ophouden Hem te zoeken: er zijn bovendien perioden, waarin wij Hem intensiever moeten zoeken, omdat de Heer bijzonder nabij is, waardoor het makkelijker is Hem te vinden en te ontmoeten. Deze nabijheid vormt het antwoord van de Heer op het smeken van de Kerk, dat in de liturgie onophoudelijk tot uitdrukking komt. Juist door de liturgie wordt de nabijheid van de Heer geactualiseerd.»14 Feesten zijn van groot belang om de gelovigen te helpen de werkdadigheid van de genade beter te beleven. Op deze dagen wordt gevraagd, dat de gelovige het werk onderbreekt om zich beter aan God te kunnen wijden. Maar er is geen feest zonder viering. Een tijd niet werken is nog geen feestvieren. Er kan evenmin een christelijk feest zijn, zonder dat de gelovigen bijeenkomen om dank te zeggen, de Heer te loven, zijn werken te gedenken enz. Daarom zou het van weinig christelijke zin getuigen, als de zondagen, de feestdagen, de weekeinden... zo besteed worden, dat deze omgang met God onmogelijk of heel moeilijk zal zijn. Sommige lauwe katholieken overkomt het, dat zij uiteindelijk menen geen tijd te hebben de Mis bij te wonen, of zij doen het gehaast, zoals iemand die zich van een al te vervelend karweitje afmaakt.

Vrije tijd is niet alleen een gelegenheid nieuwe krachten op te doen, maar het is ook een teken en voorafschaduwing van de uiteindelijke rust van het feest in de hemel. Daarom wil de Kerk haar feesten vieren juist zonder storende invloed van arbeid. Op deze vrije tijd heeft de christen, en met hem zijn medeburgers, overigens recht. De staat heeft dit recht te garanderen en te eerbiedigen.

Het vrij zijn vanwege een feestdag moet niet gezien en beleefd worden, als een simpel niets-doen -tijdverspilling- maar als een positieve bezigheid en persoonlijke verrijking door andere, meer culturele werkzaamheden. Er zijn heel veel mogelijkheden om zich te ontspannen, en men hoeft niet bij de makkelijkste te blijven stilstaan. Als wij bijvoorbeeld het televisie kijken op feestdagen zouden weten te beperken, zouden wij veel minder vaak hoeven te komen met de onterechte smoes 'geen tijd te hebben'. Wij zullen integendeel ontdekken, dat wij op die dagen dan meer tijd hebben om in het gezin door te brengen, aandacht te geven aan de opvoeding van de kinderen, sociale contacten, omgang met vrienden te onderhouden, een bezoek te brengen aan iemand die het nodig heeft, alleen is, ziek is enz. Het biedt misschien de gelegenheid waarnaar wij op zoek waren om eens uitgebreid met een vriend te praten; of voor een vader of moeder om eens met een kind alleen te praten, en naar hem te luisteren. Bij echte ontspanning «hoort ook dat men de hele dag ingedeeld heeft volgens een flexibel rooster en elk uur met een nuttige bezigheid kan vullen, dat men de dingen zo goed mogelijk doet en ervoor zorgt dat ook kleinigheden stipt, netjes en in een goed humeur verlopen. In een dergelijke dagindeling moet, afgezien van de tijden voor het gebedsleven, de nodige tijd vrij blijven voor zinvolle ontspanning en voor het samenzijn met het gezin, en verder voor lectuur, hobby's, kunst en dergelijke.»15

-1. Getijdengebed, tweede lezing, H. Justinus, Apologia I, 67. -2. Vgl. Gn 2,3. -3. Vgl. Ex 20,8-11; 21,13; Dt 5,14. -4. Vgl. Ex 31,14-15. -5. Vgl. Num 28,49 en 28,9-10. -6. Vgl. Mt 22,2-13. -7. Vgl. Jes 25,6-8. -8. Apok 1,10. -9. Vaticanum ii, Sacrosanctum concilium, 106. -10. Ibidem, 102. -11. Vgl. Apok 21,1 e.v.; 2 Kor 1,22. -12. Pius xii, Toespraak, 7 september 1947. -13. Ps 65,1-2. -14. Johannes Paulus ii, Homilie, 20 maart 1980. -15. Gesprekken met Mgr. Escrivá, 111.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012