Zesentwintigste zondag door het jaar (A)
37. De deugd van gehoorzaamheid
-De parabel van de twee zonen die naar de wijngaard gezonden
werden. Gehoorzaamheid wordt geboren uit liefde. -Het voorbeeld van Christus.
Gehoorzaamheid en vrijheid. -Verlangen Christus na te volgen.
37.1 De
Heer was in de tempel onderricht aan het geven, toen Hij deze parabel vertelde:
Wat denkt ge van het volgende? Een
man had twee zonen. Hij ging naar de eerste toe en zei: Mijn zoon, ga vandaag
werken in mijn wijngaard. Goed vader, antwoordde deze, maar hij deed het niet.
Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde. Deze antwoordde: Neen, ik wil
niet; maar later kreeg hij spijt en ging toch. Jezus vraagt aan zijn
toehoorders, wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan? Zij zeiden
dat het de laatste was. Dan verduidelijkt Jezus de
bovennatuurlijke betekenis van dit onderricht: Voorwaar, Ik zeg u: de tollenaars en de ontuchtige vrouwen
gaan eerder dan gij het rijk Gods binnen. Johannes kwam tot u en beoefende
gerechtigheid; toch hebt gij hem geen geloof geschonken, terwijl de tollenaars
en de ontuchtige vrouwen hem wel geloof schonken.1
Johannes de Doper had de weg tot verlossing getoond, toch
hadden de schriftgeleerden en Farizeeën, de mensen van wie men verwachtte dat
zij zich toelegden op de dienst aan God, de wegbereider niet serieus genomen.
Zij worden gesymboliseerd door de zoon die zei, Goed vader, maar die niet naar de wijngaard
ging. Zoals algemeen bekend, waren deze gezagsdragers zeer nauwgezet in het
naleven van de wet. En toch, toen het moment van de waarheid aanbrak, bij het
getuigenis van Johannes de Doper, lieten deze godsdienstige leiders hun ware
'ik' zien. Zij waren niet bereid de goddelijke wil te volgen en niet meegaand
wat betreft de vervulling van de wet. Aan de andere kant gaf een groot aantal
tollenaars en zondaars gehoor aan de oproep van de Doper tot bekering. Zij
worden verbeeld door de zoon die aanvankelijk zei: Ik wil niet, maar toen het zover was toch aan
het werk ging in de wijngaard. Hij gehoorzaamde, en deed daardoor zijn vader
enorm veel genoegen.
De Heer zelf onderricht door voorbeeld te geven: «Om de wil
van de Vader te vervullen, heeft Christus het rijk der hemelen op aarde
ingeluid en ons zijn mysterie geopenbaard, door in gehoorzaamheid de verlossing
te bewerken.»2 In de tweede lezing van de Mis3 benadrukt de heilige Paulus hoe Jezus zijn liefde
voor ons duidelijk maakte door gehoorzaamheid: Hij heeft zich vernederd, Hij werd gehoorzaam tot de dood,
tot de dood aan een kruis. De Romeinen en de Joden beschouwden
kruisiging als de meest vernederende vorm van executie. Als gevolg hiervan was
het een straf die bestemd was voor slaven en voor de zwaarste misdadigers. Welk
een diep geheim ligt er verborgen in het feit dat God de Zoon verkoos de wil
van God de Vader te doen zelfs tot in deze volslagen vernedering.
Christus gehoorzaamde uit liefde. God wil niet gediend worden
door slaven of door robots. God wil gediend worden door zijn zonen en dochters.
Hij verlangt een gewillige en blijde gehoorzaamheid die recht uit het hart
komt. De heilige Teresia van Ávila herinnerde zich hoe zij eens jaloers werd op
een boetedoening die door een vrouw gedaan werd die zij kende. Teresia had
dezelfde boetedoening willen doen, maar haar biechtvader verbood het haar. Zij
vroeg zich af of het beter zou zijn haar vriendin die de boete deed, te
evenaren of haar biechtvader te gehoorzamen. Na enige tijd zei Jezus tot haar:
«Mijn dochter, je bent op de goede weg. Zie je hoeveel boete deze vrouw doet?
Weet dat ik jouw gehoorzaamheid nog meer waardeer.»4
37.2 Zoals
we zojuist gehoord hebben van de heilige Paulus was de gehoorzaamheid die door
Christus werd voorgeleefd geen kwestie van pure onderworpenheid aan de wil van
de Vader. Christus werd de gehoorzaamheid zelve. Hij wer$ volmaakt verenigd met
de plannen van de Vader voor de redding van het mensengeslacht. Christus
beoefende een actieve gehoorzaamheid.
Een heel goed teken dat iemand op de goede weg is in het
geestelijke leven, is de bereidheid om anderen te gehoorzamen.5 «Trots brengt ons ertoe onze eigen wil te doen en
datgene te zoeken wat ons verheft, niet door anderen gestuurd te worden maar
hen te sturen. Gehoorzaamheid is tegenovergesteld aan deze trots. De enige Zoon
van de Vader kwam uit de hemel om ons te redden, onze trots te genezen,
gehoorzaam te worden tot aan de dood, en zelfs tot de dood aan het kruis.»6 Jezus zelf zal ons de weg tot zelfverloochening
leren: Een lamp voor mijn voet is
uw woord, een schijnend licht op mijn pad.7
Gehoorzaamheid ontstaat uit de vrijheid en leidt ons
tegelijkertijd tot nog grotere vrijheid. Wie het goede kiest, niet omdat het
hem behaagt maar uit gehoorzaamheid, die vermijdt de slavernij van het kwaad en
is uiteindelijk vrijer. Dit kunnen we vergelijken met het volgen van de
signalen langs de autowegen. We voelen ons vast niet belemmerd of minder vrij
door de verkeerstekens langs de weg. Zo voelt een bergbeklimmer zich ook niet
beperkt door het touw dat hem aan zijn makkers bindt. Er zijn veel van
dergelijke voorbeelden die zo uit het gewone leven genomen kunnen worden.
Liefde maakt, dat de gehoorzaamheid in vrijheid plaatsheeft.
Christus gehoorzaamde de wil van de Vader, niet omdat het moest, maar omdat Hij dat wilde. «Liefde is datgene wat onze
gehoorzaamheid volkomen vrij maakt. Voor de mens die Christus wil volgen, is de
wet nooit een last. Deze wordt alleen een last als men daarin de roep van
Christus niet herkent of als men die roep niet wil volgen. Daarom, wanneer de wet
soms moeilijk lijkt, is het misschien niet zozeer de wet die aangepast moet
worden, als wel onze ijver om Christus te volgen.
»Als gij Mij
liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden (Joh 14,15). Daarom
wil ik U, Heer, en uw Kerk gehoorzamen; niet op de eerste plaats omdat ik de
redelijkheid inzie van de geboden -hoewel die redelijkheid dikwijls heel
duidelijk is. Nee, in de eerste plaats omdat ik U wil liefhebben en U mijn
liefde wil tonen. En ook omdat ik ervan overtuigd ben, dat uw geboden uit
liefde voortkomen en mij vrijmaken. Steeds zal ik de weg gaan van uw geboden, omdat Gij mijn hart verruimt...
Laat mij leven volgens uw weg. Zie ik verlang uw bevelen te volgen.
(Ps 119, 32.45)»8
37.3 Gehoorzamen is beter dan offeren.9 Over dit vers uit het eerste boek Samuel heeft de
heilige Gregorius de Grote opgemerkt: «Het is passend om bij gehoorzaamheid te
denken aan offerdieren. Want juist zoals dierenvlees wordt geofferd, zo ook
houdt gehoorzaamheid het offeren van onze wil in.»10
Dit offer is het moeilijkst te volbrengen, omdat het te maken heeft met het
allerdiepste in ons. Daarom is het de Heer zo welgevallig. Tot op zekere hoogte
zou dit kunnen verklaren, waarom Jezus zoveel nadruk legde op deze deugd. Laten
wij niet vergeten, dat aan Hem die ons gehoorzaamheid leert, zelfs de winden en
de zee gehoorzamen.11
Alle innerlijke vooruitgang heeft te maken met de groei in
deze deugd. Deze opvatting wordt in het hele oude Testament benadrukt, zoals in
het Boek Spreuken waar wij lezen:
Vir obediens loquetur victoriam... Hij die gehoorzaamt zal overwinnen.12 Hij zal genade en licht van God verkrijgen. Zoals
de heilige Petrus zei tot de hogepriester en de raad: Van dit alles zijn wij getuigen, maar ook de Heilige Geest,
die God geschonken heeft aan wie Hem gehoorzamen. De heilige
Teresia van Ávila riep uit: «O deugd van gehoorzaamheid! Deze kan alles
bewerken!»14 Omdat deze deugd zo belangrijk is
voor ons streven naar heiligheid, stelt de duivel ons met allerlei smoesjes op
de proef, in de hoop dat wij ongehoorzaam zullen worden.15
De praktijk van christelijke gehoorzaamheid verenigt ons met
het mysterie van het kruis en onze verlossing.16
Wie grenzen stelt aan zijn gehoorzaamheid, stelt daarmee grenzen aan zijn
vereniging met Christus. Een ongehoorzaam mens zal niet in staat zijn de Heer
na te volgen. Die gezindheid moet
onder u heersen welke ook Christus Jezus bezielde: Hij die bestond in
goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met
God, Hij heeft zich van zichzelf ontdaan en het bestaan van een slaaf
aangenomen.17
Wij moeten ons geweten goed onderzoeken op de kwaliteit van
onze gehoorzaamheid. Doe ik, wat God wil dat ik doe? Geef ik toe aan mijn
ijdelheid, mijn stemmingen, mijn opwellingen? Luister ik naar de stem van de
Heer? Zoek ik daarvoor geestelijke leiding? Beoefen ik echte christelijke
gehoorzaamheid die innerlijk, stipt, opgewekt, nederig en onopvallend is?18
Laten wij Onze Lieve Vrouw
vragen om een groot verlangen ons te vereenzelvigen met Christus, ook al kost
dat moeite. «Gehoorzaam zonder al dat nutteloze gepieker. Het tonen van
verdriet of tegenzin tegenover de opdracht is een grote fout. Maar
teleurstelling of tegenzin voelen en verder niets, is helemaal niet verkeerd,
het kan zelfs een gelegenheid zijn om een grote overwinning op jezelf te
behalen, de kroon op een heldhaftige deugdbeoefening.
»Dat verzin ik niet. Weet je het nog? Het evangelie vertelt
ons over een vader van een gezin, die aan zijn beide zoons dezelfde opdracht
gaf... En Jezus was blij met die zoon die, ondanks dat hij eerst moeilijkheden
maakte, de opdracht uitvoerde; Hij verheugde zich daarover, omdat discipline
een vrucht is van de Liefde.»19
-1. Mt
21,28-32. -2. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 3. -3. Fil 2,8. -4. H. Teresia van Ávila, Cuentas de conciencia, 20. -5. H. Thomas van Aquino, Commentaar op de brief aan de christenen van Filippi,
2,8. -6. R. Garrigou-Lagrange o.p., Het zieleleven van den christen,
II. -7. Getijdenboek,
Eerste Vespers, Ps
119,105. -8. C. Burke, Authority and Freedom in the Church,
bl. 49. -9. 1 Sam
15,22. -10. H. Gregorius de Grote, Moralia, 14. -11. Vgl. Mt 8,27. -12. Spr 21,28. -13. Hnd 5,32. -14. H. Teresia van Ávila, Leven, 18,10. -Idem, De
kloosterstichtingen, 5,10. -16. Vgl. H. Thomas van
Aquino, Commentaar
op de brief aan de Romeinen, V, 8,5. -17. Fil 2,5-7. -18. Vgl-H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, qq. 104 en 105; q108,
aa. 5 en 8. -19. H. Jozefmaria
Escrivá, De
Voor, 378.
|