Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Achttiende week. Woensdag

33. De deugd van nederigheid

-De nederigheid van de Kananese vrouw. -De werkzame aard van de nederigheid. -De weg naar nederigheid.

33.1 In het evangelie van vandaag1 tekent de heilige Matteüs op dat Jezus zich met zijn leerlingen terugtrok in het land van de heidenen, in het gebied van Sidon en Tyrus. Daar kwam een vrouw luid roepend naar hen toe: Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter is van een duivel bezeten en wordt verschrikkelijk gekweld. Jezus hoorde haar, maar gaf geen antwoord. De heilige Augustinus merkt op dat Hij haar geen antwoord gaf, juist omdat Hij wist welke gunst zij zou krijgen. Hij bleef niet zwijgen om haar af te wijzen, maar zodat zij -door haar nederige volharding- de gunst zou verdienen.2

De vrouw drong waarschijnlijk lang aan, zodat de leerlingen er genoeg van kregen en tegen de Meester zeiden: Stuur die vrouw toch weg, want zij blijft ons achterna roepen. De Heer legde haar uit dat Hij gekomen was om in de eerste plaats voor de Joden te prediken. Maar de vrouw wierp zich, ondanks de afwijzing voor Hem neer terwijl zij zei: Heer, help mij!

De volharding van deze Kananese vrouw bracht de Heer ertoe zijn antwoord te herhalen gebruikmakend van een beeld dat zij onmiddellijk begreep: Het is niet goed het brood dat voor de kinderen bestemd is aan de honden te geven. Opnieuw zegt Hij haar dat Hij naar de zonen van Israël is gestuurd en geen voorkeur mag geven aan heidenen. De beminnelijke en vriendelijke houding van de Heer zal elk vleugje van hardheid van zijn woorden wegnemen. Zijn woorden vervulden de vrouw met vertrouwen. Met grote nederigheid antwoordde zij: Wel waar, Heer, want de honden eten immers toch ook de kruimels die van de tafel van hun meesters vallen. Zij erkende haar ware positie: «zij beleed als haar meesters diegenen die Hij kinderen noemde.»3 De heilige Augustinus zegt ook dat de vrouw «door nederigheid was veranderd en verdiende met de kinderen aan tafel te zitten»4. Zij veroverde het hart van God, verkreeg de gunst waarom zij verzocht, alsook een groot compliment van de Heer: Vrouw, ge hebt een groot geloof! Uw verlangens worden ingewilligd. En vanaf dat ogenblik was haar dochter genezen. Later zou zij waarschijnlijk een van de eerste heidenvrouwen zijn die het geloof aannamen en zij zou vanaf dat moment blijvende dankbaarheid en liefde voor de Heer koesteren.

Wij, die ver verwijderd zijn van het geloof en de nederigheid van deze vrouw, vragen de Meester vurig: «Goede Jezus, als ik apostel moet zijn, moet U mij heel nederig maken.

»Alles wat door de zon wordt aangeraakt, wordt verlicht: Heer, vul me met Uw licht, vergoddelijk me: maak dat ik me vereenzelvig met Uw aanbiddelijke Wil, om het werktuig te kunnen worden dat U wilt... Geef mij Uw onvoorstelbare nederigheid die U ertoe heeft gebracht om arm te worden geboren, arbeid zonder glans te verrichten, roemloos te sterven, vastgenageld aan een stuk hout, en om zich geheel weg te cijferen in de verborgenheid van het tabernakel.

»Maak dat ik mijzelf leer kennen: mezelf en U. Dan zal ik nooit mijn niets uit het oog verliezen.»5 Alleen zo zal ik U kunnen volgen zoals Gij wilt en ik wil: met een diep geloof en een grote liefde, zonder enig obstakel in de weg te zetten.

33.2 In het 'Leven van de heilige Antonius, abt', wordt verteld dat God hem de wereld toonde vol met strikken die de duivel had gespannen om mensen te vangen. Na het visioen was de heilige doodsbang en vroeg: «Heer, wie kan aan zoveel strikken ontsnappen?» En hij hoorde een stem die antwoordde: «Antonius, wie nederig is kan ontsnappen, want God geeft zijn genade aan de nederige, maar de trotse trapt in alle valstrikken die de duivel heeft gespannen. Nochtans durft de duivel de nederige mens niet aan te vallen.»

Als we de Heer willen dienen, moeten wij de deugd van nederigheid vurig verlangen en er met aandrang om vragen. Om deze deugd echt te verlangen, moeten wij eraan denken dat het tegenovergestelde van nederigheid -de hoofdzonde van hoogmoed- de grootste hinderpaal is voor de roeping die wij van de Heer hebben gekregen. Dat is wat gezinsleven en vriendschap kwaad doet, wat ons ware geluk het meest van alles in de weg staat. Het is de meest effectieve medewerker die de duivel heeft, om het werk van de Heilige Geest in onze ziel teniet te doen.

Nederig zijn is meer dan alleen de gevoelens van trots, zelfzucht en ijdelheid te verwerpen. In feite ondervonden Jezus en Maria, die de deugd van nederigheid ten volle bezaten, nooit enige neiging tot trots. Het woord 'nederig' is afgeleid van het Latijnse woord 'humus'. Etymologisch betekent nederig geneigd tot de aarde; de deugd van nederigheid bestaat in neerbuigen voor God en alles wat van God in schepselen is.6 Praktisch gezien leidt het ons ertoe onze minderwaardigheid te erkennen, onze kleinheid en behoeftigheid. De heiligen scheppen grote vreugde in het niets worden ten aanzien van God, erkennend dat alleen Hij groot is en dat alle menselijke grootheid in vergelijking met Hem leeg is en een leugen.

Nederigheid is gebaseerd op waarheid7, en vooral op de grote waarheid dat de afstand tussen het schepsel en de Schepper oneindig is. Daarom moeten wij vaak de tijd nemen om ons eraan te herinneren en te overtuigen dat al het goede in ons van God komt, en dat al het goede dat wij hebben gedaan, begonnen is en vrucht gedragen heeft door Hem, door zijn genade. Wij uiten geen enkel verlangen zonder de ingeving en genade van de Heilige Geest.8 De gebreken, zonden en zelfzucht zijn van ons. «Deze ellenden zijn minder dan niets, want zij zijn een wanorde en verlagen onze ziel tot een waarlijk jammerlijke staat.»9 Genade, van de andere kant, doet onze ziel glanzen zodat zelfs de engelen verbaasd staan over de glans van de goddelijke gave.

De Kananese vrouw voelde zich niet vernederd door Jezus' vergelijking die het verschil tussen de Joden en de heidenen benadrukte. Zij was nederig en wist haar plaats met betrekking tot het uitverkoren volk. Omdat zij nederig was, geneerde zij zich niet om vol te houden, zich voor Jezus neer te werpen niettegenstaande de schijnbare afwijzing. Wegens haar nederigheid, durf en volharding, verkreeg zij een grote gunst. Nederigheid heeft niets te maken met bedeesdheid, met wispelturigheid of met een onbeduidend leven zonder verlangens en zonder hoop. Nederigheid ontdekt dat al het goede in ons, zowel in de orde van de natuur als in de orde van de genade, aan God toebehoort want uit zijn volheid hebben wij alles ontvangen.10 En zo'n overvloed van gaven zet ons aan dankbaar te zijn.

33.3 «Met de vraag, 'hoe zal ik nederig worden?' stemt het onmiddellijke antwoord overeen: 'Door de genade van God'... Alleen de genade van God kan ons een heldere kijk geven op onze ware toestand en het bewustzijn van de waardigheid die voortkomt uit nederigheid.»11 Daarom moeten wij naar deze deugd verlangen en er onophoudelijk om vragen, overtuigd dat wij God ermee zullen liefhebben en niettegenstaande onze zwakheden tot grote ondernemingen in staat zijn...

Te zamen met dit verzoek moeten wij de vernederingen-meestal kleine- die zich elke dag op verschillende manieren kunnen voordoen aanvaarden: tijdens ons werk en in onze omgang met anderen, wanneer we ons bewust zijn van onze zwakheid of vergissingen begaan, groot of klein. Er wordt verteld dat de heilige Thomas van Aquino eens bij het lezen tot de orde werd geroepen voor een veronderstelde grammaticale fout. Hij verbeterde die zoals aangeduid. Naderhand vroegen zijn metgezellen hem waarom hij dat had gedaan, omdat hijzelf moest weten dat hij het eerst goed had voorgelezen. «Ten aanzien van God», antwoordde de heilige, «beter een grammaticale fout dan een fout in gehoorzaamheid en nederigheid.» Wij gaan de weg van de nederigheid als wij vernederingen aanvaarden, grote en kleine, en wanneer wij onze gebreken aanvaarden en strijden om ze te overwinnen.

Wie nederig is heeft geen lofprijzing of vleierij in zijn werk nodig omdat zijn hoop rust in de Heer, die de ware bron is van zijn bezit en geluk, en betekenis geeft aan al wat hij doet. «Eén van de redenen waarom mensen zo geneigd zijn elkaar lof toe te zwaaien, hun eigen waarde en kundigheden te overschatten, zich te storen aan alles wat hen in hun eigen ogen of in de ogen van anderen dreigt te verlagen, is dat zij geen hoop hebben op geluk buiten henzelf. Daarom zijn zij vaak zo overgevoelig, zo geprikkeld wanneer zij worden bekritiseerd, zo kwaad op iedereen die hen tegenspreekt, zo koppig om hun zin te krijgen, zo vastbesloten hun omgeving te overheersen. Zij verankeren zich aan zichzelf zoals een schipbreukeling zich vasthoudt aan een strohalm. En het leven gaat door, en zij verwijderen zich verder en verder van het geluk...»12

Wie probeert nederig te zijn zoekt geen lofprijzing, en als er lof komt, verwijst hij dat naar God, de auteur van alle goede dingen. Nederigheid bestaat niet zozeer uit zelfverachting als uit zichzelf vergeten en op een vreugdevolle manier beseffen dat wij niets hebben wat wij niet gekregen hebben. Het brengt ons ertoe Gods kleine kinderen te worden, die al hun kracht vinden in de sterke hand van hun Vader.

Wij leren nederig te zijn door de Passie van de Heer te beschouwen, door zijn grootheid te overwegen ten overstaan van zoveel vernederingen; hoe Hijzelf als een lam voor zijn scheerders werd geleid, zoals voorspeld was13; hoe Hij door zijn nederigheid in de heilige eucharistie op ons wacht opdat we Hem bezoeken en met Hem spreken; door zijn geduld te overwegen bij zoveel beledigingen. Wij zullen leren de weg van de nederigheid te gaan als we letten op Maria, de dienstmaagd des Heren, die geen ander verlangen had dan de Wil van God te doen. We kunnen ons ook tot de heilige Jozef wenden, die zijn leven doorbracht met Jezus en Maria te dienen, de taak vervullend die God hem had toevertrouwd.

-1. Mt 15,21-28. -2. H. Augustinus, Sermo 154, A, 4. -3. Idem, Sermo 60, A, 2-4. -4. Ibidem. -5. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 273. -6. R. Garrigou-Lagrange o.p., Het zieleleven van den christen, ii. -7. H. Theresia van Ávila, De Innerlijke Burcht, VI, 10. -8. 1 Kor 12,3. -9. R. Garrigou-Lagrange o.p., Ibidem. -10. 1 Kor 1,4. - 11. E. Boylan, This Tremendous Lover. -12. Ibidem. -13. Jes 53,7.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012