Tweede zondag van de
heilige Jozef
21. DE DEUGDEN VAN DE HEILIGE JOZEF
-Nederigheid van de heilige aartsvader.
-Geloof, hoop en liefde. -Zijn natuurlijke deugden.
21.1 Op deze tweede zondag van sint Jozef mogen wij de deugden beschouwen,
waardoor de heilige aartsvader een toonbeeld is voor ons die, zoals hij, een dagelijks leven van arbeid leiden. Wanneer Matteüs
ons de heilige aartsvader voorstelt,
schrijft hij: Omdat Jozef, haar man,
rechtschapen was...
1 Dit is de lofprijzing en definitie die het evangelie geeft aan sint
Jozef: een rechtschapen man. Deze rechtschapenheid is niet alleen de deugd
die erin
bestaat, dat men iedereen geeft wat hem toekomt: zij betekent ook heiligheid, de voortdurende beoefening van de deugd, de vervulling van Gods wil. Het begrip
'rechtschapen' in het Oude Testament is hetzelfde begrip als in het
evangelie wordt uitgedrukt met de term 'heilig'. Rechtschapen is degene die een
zuiver hart heeft en oprecht in zijn bedoelingen is, die in zijn doen en laten
alles onderhoudt wat voorgeschreven is met betrekking tot God, tot de naaste en
tot zichzelf...2 Jozef was 'rechtschapen' in alle
betekenissen van het woord; in hem treft men alle deugden in hun volheid aan,
in een eenvoudig leven, menselijk gezien zonder bijzondere betekenis.
Wanneer wij de
deugden van de heilige aartsvader beschouwen -soms verborgen voor de ogen van de mensen, maar altijd stralend voor de ogen van God-, dan moeten we bedenken,
dat deze kwaliteiten somtijds niet naar
waarde worden geschat door hen die alleen maar aan de oppervlakte van de dingen en gebeurtenissen
leven. Het is een veel voorkomende gewoonte onder de mensen «zich helemaal te geven aan wat zich aan de
buitenkant bevindt en het inwendige
te veronachtzamen; tegen de klok te werken; de uiterlijke schijn te aanvaarden
en het ware en hechte te minachten; zich al
te druk te maken om wat men lijkt en
niet te denken aan wat men moet zijn. Vandaar dat de deugden die het
meest gewaardeerd worden die zijn, welke een rol spelen in het zaken doen en
handel drijven van de mensen; geheel in tegenstelling daarmee worden de
innerlijke en verborgen deugden waaraan 'het volk' geen deel heeft, waarin zich
alles afspeelt tussen God en de mens, niet alleen niet gevolgd, maar evenmin
begrepen. En toch ligt in dit verborgene heel het geheim van de ware deugd [...]
Jozef, een eenvoudig man, zocht God; Jozef, een onbaatzuchtig man, heeft God
gevonden; Jozef, een teruggetrokken man, verheugde zich in God.»3 Zoals het leven van de heilige aartsvader, bestaat
ook ons leven in het zoeken van God in ons dagelijkse handelen, in het vinden
van Hem, het beminnen van Hem en in het zich verheugen in zijn liefde.
De eerste deugd die zich in het leven van sint
Jozef openbaart is de nederigheid, wanneer hij de grootheid van zijn roeping en zijn eigen nietigheid ontdekt.
Wanneer hij tijdens of na het werk naar Jezus, dicht bij hem, keek, zal
hij zich soms afgevraagd hebben: waarom heeft God mij uitgekozen en niet iemand
anders?, wat bezit ik om deze goddelijke opdracht ontvangen te hebben? En hij
zal daarop geen antwoord hebben gevonden, want de uitverkiezing voor een
goddelijke opdracht is altijd een zaak van
de Heer. Hij is degene die roept en overvloedig genade schenkt, opdat de
werktuigen voor die opdracht geschikt zijn. We moeten in gedachten houden, dat
«de naam Jozef in het Hebreeuws betekent: God zal eraan toevoegen. God voegt aan het
heilig leven van degenen die zijn wil vervullen onvermoede dimensies toe: het
belangrijkste, datgene wat zijn waarde geeft aan alles, het goddelijke. God
heeft aan het nederige en heilige leven van Jozef het leven van de maagd Maria
en dat van Jezus onze Heer -om zo te zeggen- toegevoegd. God laat zich nooit
overtreffen in edelmoedigheid. Jozef kon
zich de woorden die zijn vrouw, de heilige Maria, uitsprak, eigen maken:
Quia fecit mihi magna, qui potens
est, Hij die almachtig is, heeft aan mij grote dingen verricht, quia respexit humilitatem,
want Hij zag neer op mijn geringheid (Lc 1,48-49). Jozef was inderdaad een
gewone man, op wie God heeft vertrouwd om grote dingen tot stand te brengen.»4
De ontdekking van
zijn roeping en de enorme genade die hij om niet had ontvangen, bevestigden de nederigheid
van Jozef. Zijn leven was steeds vol dankbaarheid jegens God en van bewondering over de opdracht die hij
gekregen had. Ditzelfde verwacht de Heer van ons: de gebeurtenissen
bezien in het licht van de eigen roeping, die men zo radicaal mogelijk beleeft5, ons keer op keer verwonderen over zo'n grote gave van God en dankbaar zijn voor de
goedheid van de Heer die ons roept om in zijn wijngaard te werken.
21.2 Hij twijfelde geen ogenblik aan Gods belofte. Integendeel, hij heeft God geëerd door de kracht
van zijn geloof.6
Ondanks de
duisternis van het geheim, bleef het geloof van Jozef
altijd krachtig overeind, juist omdat hij zo nederig was. Het woord van God
dat hem door de engel werd overgebracht,
verheldert voor hem de maagdelijke ontvangenis van de Heiland, en Jozef geloofde in eenvoud van hart. Maar de
duisternis zou spoedig weer opdoemen: Jozef was arm, hij was al afhankelijk van zijn arbeid, toen hij de openbaring ontving van het mysterie van het goddelijk
moederschap van Maria; en hij is nog armer, wanneer Jezus ter wereld komt. Hij kan geen plaats aanbieden die
waardig is voor de geboorte van de Zoon van de Allerhoogste, want ze worden nergens in Betlehem ontvangen, in geen
enkel huis en evenmin in de herberg. En Jozef weet, dat dit Kind de Heer is, de
Schepper van hemel en aarde. Later zou
het geloof van Jozef opnieuw op de proef worden gesteld in de haastige vlucht
naar Egypte... De machtige God vlucht voor Herodes. Hoe vaak moet ons
geloof niet opnieuw bevestigd worden,
wanneer we te maken krijgen met gebeurtenissen waarin overduidelijk
blijkt, dat Gods logica lang niet altijd overeenstemt met de logica van de
mensen! Sint Jozef wist God in iedere
gebeurtenis te zien: daarvoor was een grote heiligheid nodig, het
resultaat van het voortdurend beantwoorden van de genade die hij ontving.
De hoop werd
duidelijk zichtbaar in zijn groeiend verlangen naar de komst van de Redder, die onder zijn hoede zou worden
gesteld. Later werd deze deugd beoefend vanaf de eerste
dagen van het Kind Jezus, toen hij Hem naast zich zag opgroeien, en hij zal zich meermalen hebben afgevraagd
wanneer Hij zich als Messias aan de wereld zou openbaren. Zijn liefde voor
Jezus en Maria, gevoed door het geloof en de hoop, groeide van dag tot dag.
Niemand beminde hen zo zeer als hij. En deze liefde kwam in zijn dagelijks leven tot uitdrukking: in zijn manier
van werken, in het omgaan met buren en klanten...
21.3 ...omdat hij
rechtschapen was...
De genade zorgt ervoor, dat ieder mens de
volheid bereikt overeenkomstig het door God
voorziene plan; en zij geneest niet slechts de wonden van de menselijke
natuur, maar zij vervolmaakt haar. De talloze gaven die sint Jozef ontving om de opdracht die hij van God kreeg
te vervullen en zijn volmaakt
beantwoorden daaraan, maakten de heilige aartsvader tot een man vol van
natuurlijke en bovennatuurlijke deugden. «Uit het evangelie blijkt de grote
persoonlijkheid van Jozef [...] Ik stel mij hem voor -zei de H.
Jozefmaria Escrivá- jong, sterk, misschien iets ouder dan Maria, maar in de
kracht van zijn leven.»7
Zijn rechtschapenheid, zijn heiligheid voor God
scheen door in zijn rechtschapenheid tegenover de mensen. Jozef was een goed man, in de volle betekenis van het
woord: een man op wie anderen konden
vertrouwen; integer tegenover zijn vrienden en klanten; eerlijk, het
rechtvaardige innend, de opdrachten die hij ontving naar geweten
vervullend. God vertrouwde zozeer op hem, dat Hij hem zijn Moeder en zijn Zoon toevertrouwde. En Hij werd niet teleurgesteld.
Het leven van sint Jozef was een leven van
arbeid, eerst in Nazaret, daarna wellicht in Betlehem, in Egypte en vervolgens
wederom in Nazaret. Hij stond bij allen bekend om zijn werklust en geest van
dienstbaarheid, die van buitengewoon belang zal zijn geweest in de vorming van
een sterk karakter, zoals men kan vaststellen in de verschillende
omstandigheden waarin hij in het evangelie voorkomt. Niet anders kon degene
zijn die in alles zo bereidwillig Gods plannen steunde en zich voor moeilijke
beproevingen gesteld zag, zoals het evangelie van Matteüs ons verhaalt.
Zijn beroep in die tijd vereiste vakmanschap en
handigheid. In Palestina was een 'timmerman' een handig man, een buitengewoon
handig en zeer geacht man.8 Hij vervaardigde
zulke verschillende, zulke noodzakelijke en nuttige
voorwerpen, zoals balken, kisten voor het bewaren van kleding, tafels, stoelen, planken waarop meel
gekneed werd alvorens het naar de oven ging, jukken, troggen... En hij
gebruikte verschillende werktuigen als een zaag, bijl, hamer, gladschaaf,
beitel, vijl... Hij kon lijmen, in elkaar
zetten... Hij was goed op de hoogte van de verschillende houtsoorten: hun
kwaliteit, hun hardheid, waarvoor elke soort het meest geschikt was...
Zoals uit het evangelie blijkt, kunnen de
natuurlijke en bovennatuurlijke deugden van
sint Jozef in een enkel woord worden samengevat: hij was een rechtschapen man. Rechtschapen
tegenover God en rechtschapen tegenover de
mensen. Dat zou men van ieder van ons moeten kunnen zeggen. Dàt is het
wat God van ons verwacht.
Zijn rechtschapenheid openbaarde zich in een
zuiver en onberispelijk hart, in een oor dat bereid was Gods wil op te vangen en ten uitvoer te brengen. Hij was
een aangename en hartelijke man in de omgang, bedacht op de noden van
zijn vrienden en buren, vriendelijk tegen iedereen, opgewekt. Hoewel het
evangelie geen enkel woord van hem heeft bewaard, heeft het wél zijn werken
beschreven: eenvoudige, dagelijkse handelingen, waarin zich zijn heiligheid en
zijn liefde weerspiegelen, en die de spiegel moeten zijn waarin wij ons
veelvuldig bekijken, wij die een gewoon leven, zoals dat van de heilige
aartsvader, dienen te heiligen. «Het gaat uiteindelijk om de heiliging van het
dagelijkse leven, die ieder moet bereiken naar gelang zijn eigen staat en die gevoed moet worden volgens een
voor allen toegankelijk toonbeeld: 'Sint Jozef is het toonbeeld van de
nederigen, die door het christendom verheven worden tot een grote bestemming;
sint Jozef is het bewijs dat men om goede en ware navolgers van Christus te
zijn geen grote dingen behoeft te doen, maar dat slechts de gewone, menselijke,
eenvoudige, maar wel echte en authentieke deugden vereist zijn' (Paulus VI,
Toespraak, 19-III-1969).»9
-1. Vgl. Mt 1,18. -2. Vgl. J. Dheilly, Dictionnaire Biblique. -3.
J. Bossuet, Preek over Sint Jozef. -4. H. Jozefmaria Escrivá, Als
Christus nu langs komt, 40.
-5. Vgl. Johannes
Paulus ii, Apost. exhort. Christifideles laici, 30-XII-1988, 2. -6. Getijdenboek, Hoogfeest van sint Jozef, beurtzang na de eerste
lezing. -7. H. Jozefmaria
Escrivá, o.c., 40.
-8. Vgl. H. Daniel-Rops, La vie quotidienne en Palestine,
Hachette, Parijs 1961, bl. 295. -9. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Redemptoris custos, 15-VIII-1989, 24.