Eerste week. Maandag
6. DE DUIVEL EN zijn
werkzaamheid
-De duivel bestaat en werkt actief in op mens en
maatschappij.-Wie de duivel is. Zijn macht is beperkt. Wij hebben goddelijke
hulp nodig om hem te bestrijden. -Jezus Christus verslaat de duivel. Middelen
die wij kunnen gebruiken. Wijwater.
6.1 Opnieuw nam de
duivel Hem mee naar een hoge berg... Toen zei Jezus tot hem, 'Ga weg satan' 1, hebben we
gisteren in het evangelie gelezen.
De duivel bestaat. De
heilige Schrift spreekt over hem van het eerste tot en met het laatste
geopenbaarde boek, van Genesis tot en met de Apokalyps. In de parabel van de
tarwe en het onkruid bevestigt de Heer, dat het onkruid door de vijand2 gezaaid is om de tarwe te verstikken. In de parabel
van de zaaier komt de boze en rooft weg wat gezaaid ligt.3
Sommige mensen zijn geneigd tot een oppervlakkig optimisme en
denken dat het kwaad louter een toevallige onvolmaaktheid is in een wereld die
almaar onderweg is naar betere tijden. Niettemin is de geschiedenis van het mensdom ongunstig beïnvloed door de duivel. In onze
dagen vinden we alle trekken van een enorm kwaad, dat niet alleen in termen van menselijk gedrag verklaard kan
worden. De duivel is op allerlei manier oorzaak van verwoesting onder de
mensheid. Het lijdt geen twijfel, dat «door heel de mensengeschiedenis heen een
draad loopt van harde strijd tegen de machten der duisternis. Deze strijd
dateert vanaf het begin van de wereld en zal, volgens het woord van de Heer, voortduren tot aan de laatste dag.»4 De duivel doet dit op een dusdanige wijze
dat hij «een onmeetbaar kwaad van geestelijke aard en indirect ook van fysieke
aard berokkent aan individuen en aan de maatschappij.»5
De werkzaamheid van de duivel is mysterieus, maar
tegelijkertijd werkelijk en effectief. Vanaf de eerste eeuwen van de
christenheid waren gelovigen zich bewust van de duivelse werkzaamheid. De
heilige Petrus vermaande de eerste christenen: Weest nuchter, wordt wakker!
Uw vijand de duivel zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi
om te verslinden. Weerstaat hem, sterk door het geloof.6 Met Jezus
Christus is het rijk van de duivel ingeperkt, want Hij «heeft ons bevrijd van
de macht van de satan.»7 Als gevolg van het verlossingswerk van Christus kan de
duivel alleen echt kwaad aanrichten bij mensen die hem vrijelijk de kans geven
door in te stemmen met het kwaad en zich van God af te scheiden.
In veel passages van het evangelie toont de Heer zich als
overwinnaar van de duivel, door veel bezeten mensen van de duivel te bevrijden.
Wij moeten op Jezus vertrouwen en Hij zorgt ervoor dat de verleiding nooit onze
krachten te boven gaat.8 De duivel zal proberen «de menselijke geest te verkleinen
en te verleiden Gods geboden te overtreden, door de harten van de mensen die
hem dienen beetje bij beetje te verduisteren. Dit doet hij om hen ertoe te
brengen de ware God te verlaten en tot zichzelf te keren alsof zijzelf god
zijn.»9 Hij
doet het altijd op duizend verschillende manieren. God heeft ons echter alle
middelen gegeven om de verleiding te weerstaan. Laten we in deze vastentijd
diepgaand overdenken wat dat betekent.
Daarnaast heeft God ons, om ons te bevrijden van de invloed
van de duivel, een engelbewaarder gegeven om ons te helpen en te beschermen.
«Zoek op het moment van de beproeving hulp bij je engelbewaarder. Hij zal je
tegen de duivel beschermen en je heilige gedachten ingeven.»10
6.2 De duivel is een persoonlijk reëel en
individueel wezen, met een geestelijke en ondeelbare natuur, die zichzelf door
zijn zonde voor eeuwig van God heeft afgewend, «want de duivel en de andere
boze geesten zijn door God van nature goed geschapen, maar zijn uit zichzelf slecht
geworden.»11 Hij
is een leugenaar en de vader van alle leugens12, zonden, onenigheden, kwellingen, haat
en van alles wat absurd en kwaad is op aarde.13 Hij is de listige en jaloerse slang die
dood over de wereld brengt14, de vijand die kwaad zaait in het hart van de mens.15 Hij is het enige
wezen waar we bang voor moeten zijn, als we niet dicht bij God zijn. Zijn enige
doel in deze wereld, waaraan hij nooit verzaakt heeft, is ons in het verderf te
storten. Elke dag zal hij trachten dat doel te bereiken, met alle middelen die
hem ter beschikking staan. «Het begon allemaal met zijn afwijzen van God en
diens Koninkrijk toen hij zich zijn eigen soevereine macht aanmatigde en
trachtte de heilseconomie en de orde van de schepping zelf omver te werpen.
Deze houding zien we weerspiegeld in de woorden tot onze stamouders: U zult
gelijk aan God worden (Gn 2,5). Zo probeert de kwade geest in de mens een
houding van trotse rivaliteit, van weerspannigheid en opstand tegen God in te
planten, welke poging de drijvende kracht van zijn hele bestaan is geworden.»16
De duivel is de eerste oorzaak van het kwaad en van de
wanorde en breuken die in families en maatschappij te voorschijn komen.
«Veronderstel eens -zei kardinaal Newman- dat er een plotselinge duisternis
middenop de dag over de volle straten van een binnenstad zou neerdalen. Je kunt
je voorstellen, zonder dat ik het je zeg, wat een lawaai en geschreeuw daar zou
zijn, voetgangers, rijtuigen, karren, paarden, allemaal door elkaar. Dat is de
toestand van de wereld. De boze geest die werkt in de kinderen van het
ongeloof, de god van deze wereld, zoals de heilige Paulus zegt, heeft de ogen
verblind van wie niet gelooft. Daarom zijn zij gedwongen te kiften en te
kijven, want zij zijn de weg kwijt. Zij vallen uit naar elkaar, de een zegt
dit, de ander dat, omdat zij niet zien.»17
De duivel neemt vaak zijn toevlucht tot misleiding, want hij
kan ons alleen een vals goed en een fictief geluk voorhouden, die onontkoombaar
veranderen in eenzaamheid en verbittering. Buiten God bestaat er geen werkelijk
goed of geluk. Buiten God is er alleen duisternis, leegte en eindeloze ellende.
Maar de macht van de duivel is beperkt en ondergeschikt aan de oppermacht en
heerschappij van God die de enige Heer van het universum is.
De duivel -en onze engelen- kunnen niet in het diepst van
onze gedachten doordringen, als wij hen daar niet toelaten. «De onreine geesten
kunnen de aard van onze gedachten niet kennen, zij kunnen er alleen naar gissen
op grond van uiterlijk zichtbare tekenen, of anders door onze neigingen, onze
woorden of de dingen waar wij naar streven, te onderzoeken. Anderzijds is, wat
wij besloten hebben niet naar buiten te brengen, voor hen volledig
onbereikbaar. Onze reacties op de gedachten die zij ons opdringen kunnen ze
niet weten, behalve dan door ons handelen en uitwendige blijken.»18 De duivel is
niet in staat onze vrijheid aan te tasten. «Het is een vaststaand feit dat de
duivel geen mens kan verleiden als deze niet vrij de duivel zijn instemming van
de wil geeft.»19
De heilige Pastoor van Ars zegt, dat «de duivel een geketende
hond is die mensen op de vlucht jaagt, die een hels lawaai maakt, maar die
alleen diegenen bijt die te dichtbij komen.»20 Kortom: «Geen menselijke macht kan met
de zijne vergeleken worden. Derhalve is alleen de macht van God in staat hem te
overwinnen; alleen Gods licht vermag zijn listen te doorzien. De ziel die dus
zijn kracht moet overwinnen, zal daartoe zonder gebed niet in staat zijn. Zijn
listen zal hij niet kunnen doorzien zonder versterving en nederigheid.»21
6.3 Het leven van Jezus
werd samengevat in de Handelingen der Apostelen met de woorden: Hij ging
weldoende rond en genas allen die in de dwingelandij van de duivel stonden.22 En de heilige
Johannes, die spreekt over de oorzaak van de Menswording, verklaart: De zoon
van God is juist gekomen om het werk van de duivel ongedaan te maken.23
Christus is de ware overwinnaar van de duivel: Nu zal de
vorst van deze wereld worden buitengeworpen24, zal Jezus bij het Laatste Avondmaal,
een paar uur voor zijn dood, zeggen. God «heeft besloten, op een nieuwe en
definitieve wijze, binnen te treden in de geschiedenis der mensen: Hij heeft
namelijk zijn Zoon gezonden in ons vlees om door Hem de mensen te ontrukken aan
het machtsgebied van de duisternis en de Satan.»25
Niettemin blijft de duivel een bepaalde macht over de wereld
behouden, voor zover men de vruchten van de Verlossing verwerpt. Zijn rijk is
het rijk van degenen die zich op een of andere manier vrijwillig aan hem
overgeven en het koninkrijk van de duisternis verkiezen boven het koninkrijk
van de genade.26 Daarom
moeten we niet verbaasd zijn, als we het kwaad vaak de overwinning zien behalen
en het recht gruwelijk verkracht wordt.
De Heer heeft ons veel hulpmiddelen gegeven om te strijden en
in deze wereld te leven met de vrede en vreugde van een goed christen. Wie dit
weet, is vol vertrouwen. Denk eens aan gebeden bij voorbeeld, of versterving,
het veelvuldig ontvangen van de heilige communie en het sacrament van de biecht
en de liefde voor Onze Lieve Vrouw. In haar gezelschap zijn we altijd veilig.
Het gebruik van wijwater is ook een goed beschermingsmidddel
tegen de invloed van de duivel. « Je vraagt me, waarom ik er steeds weer op
aandring dat je dagelijks wijwater gebruikt. - Daarvoor zou ik je veel redenen
kunnen opgeven. Die, welke de heilige Teresia van Avila aanvoert, zal zeker
voldoende zijn: 'Voor niets gaan de duivels zo snel op de vlucht, zonder terug
te komen, als voor wijwater'.»27 Paus Johannes Paulus ii
spoort ons aan bij het bidden meer te overwegen wat we vragen in de laatste
smeekbede van het Onze Vader: «En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons
van het kwaad - van de Kwade, de Boze. Heer, laat ons niet toegeven aan de
ontrouw waartoe hij die vanaf het eerste begin altijd ontrouw is geweest, ons
verlokt.»28 De
beste manier om te laten zien dat we het 'non serviam', het 'ik zal niet
dienen' van de duivel willen vervangen door
een persoonlijk 'serviam', 'ik zal dienen Heer', is: gedurende
deze vastentijd ons best doen te groeien in trouw aan wat, naar we weten, God
van ons vraagt.
-1. Vgl. Mt 4,8-11. -2. Mt 13,25. -3. Mt
13,19. -4. Vaticanum ii,
Past. Const. Gaudium et spes, 37. -5. Johannes
Paulus ii, Algemene audiëntie, 13 augustus 1986. -6. 1 Pe
5,8. -7. Vaticanum ii,
Const. Sacrosanctum Concilium, 6. -8. Vgl 1 Kor 10,13. -9. H. Ireneüs van Lyon, Adversus
haereses, 5. -10. H. Jozefmaria
Escrivá, De Weg, 567. -11. iv
Conc. van Lateranen, 11-30 november 1215 (DS 800). -12. Joh 8,44.
-13. Vgl. Heb 2,14. -14. Vgl. Wijsh 2,14. -15. Vgl. Mt
13,28-39. -16. Johannes Paulus ii,
Algemene audiëntie, 13 augustus 1986. -17. Kard. J.H. Newman, Sermon for the Second Sunday of Lent.
-18. Johannes Cassianus, Gesprekken,
7. -19. Ibidem. -20. H.
Jean-Baptiste Marie Vianney, Preek over de bekoring. -21. H. Johannes van het Kruis, Geestelijk
Hooglied, 3,9. -22. Hnd 10,38. -23. 1 Joh 3,8. -24. Joh
12,31. -25. Vaticanum ii,
Decr. Ad gentes, 3. -26. Vgl. Johannes
Paulus ii, Algemene audiëntie, 13 augustus 1986. -27. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg,
572. -28. Johannes Paulus ii,
Algemene audiëntie, 13 augustus 1986.
|