Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Negende week door het jaar. Vrijdag

17. DE ENGELBEWAARDER

-Voortdurende aanwezigheid van de engelbewaarder. -Devotie tot de engelbewaarder. Hulp in het gewone leven en in het apostolaat. -Toevlucht nemen tot zijn steun in het inwendig leven.

17.1 Naast de schepping van de zichtbare wereld en van de mens, wilde God zijn goedheid verder verbreiden door het aanzijn te geven aan de engelen, louter geestelijke wezens, van een allerhoogste volmaaktheid.

De engelen, zuivere geesten -niet samengesteld uit stof, zonder lichaam- zijn in het geheel van de schepping de volmaaktste schepselen. Enerzijds werkt hun intelligentie met een eenvoud en een scherpzinnigheid waartoe de mens niet in staat is, en hun wil is volmaakter dan die van de mens. Anderzijds is hun reeds de gelukzalige aanschouwing, de visio beatifica, verleend, zijn zij verheerlijkte schepselen die God van aangezicht tot aangezicht zien. Deze grotere voortreffelijkheid die zij van nature en door de genade bezitten, maakt van de engelen de gewone dienaren van God -die zich in het besturen der wereld gewoonlijk bedient van causas secundas, tweede oorzaken- en stelt hen in staat invloed uit te oefenen op het bestaan van de mensen en de lagere wezens. «De naam waarmee de Heilige Schrift hen aanduidt, geeft aan dat wat het meest telt in de openbaring, de werkelijkheid is van de werkzaamheden van de engelen jegens de mensen: engel betekent feitelijk boodschapper.»1

Op veel plaatsen in het Nieuwe en het Oude Testament is sprake van engelen, en wel op zo duidelijke wijze, dat hun aanwezigheid onlosmakelijk is van het heilswerk van God voor de mensen.2

Naast hun tussenkomst in bijzondere gebeurtenissen in de mensengeschiedenis, treden de engelen voortdurend handelend op in het persoonlijk leven van de mensen, want «de goddelijke Voorzienigheid heeft aan de engelen als taak gegeven het mensdom te beschermen en iedere mens afzonderlijk ter zijde te staan».3 Zij zijn het zoveelste blijk van de goddelijke goedheid voor ons, daarom helpen zij ons, moedigen zij ons aan, beuren zij ons op, sporen zij ons aan tot het goede, tot vertrouwen en tot gemoedsrust. Een heel boek van het Oude Testament is gewijd aan het relaas over de hulp van een aartsengel, Rafaël, aan de familie van Tobias.4 Zonder bekend te maken een engel te zijn, vergezelde hij de jonge Tobias op een lange en moeilijke reis. Hij gaf hem raad, verleende hem zeer waardevolle diensten. Aan het eind van het verhaal presenteert hij zich: Ik ben Rafaël, een van de zeven engelen die staan voor de troon van Gods heerlijkheid en Hem de gebeden der heiligen aanbieden.5 De Heer kende het eerzame gedrag van die familie goed: Toen ge onder tranen uw gebeden verrichtte, toen ge de doden begroeft en uw eten ervoor liet staan, toen ge overdag de doden in uw huis gingt verbergen om hen 's nachts te begraven, toen droeg ik uw gebeden op aan de Heer.6

Ons leven is ook een lange weg. Aan het eind ervan, als wij door de hulp van de genade in het huis van onze Vader God zijn, zal onze engelbewaarder kunnen zeggen: «ik was met u». De engelbewaarders hebben immers de opdracht de mensen te helpen, het bovennatuurlijk doel waartoe zij door God geroepen zijn, te bereiken. Ik zend mijn engel voor u uit -zegt de Heer tot Mozes- om u onderweg te beschermen en u te brengen naar de plaats die Ik heb vastgesteld.7

Laten wij de Heer danken, dat Hij ons heeft willen aanbevelen aan deze hemelvorsten die zo'n groot verstand hebben en zo doeltreffend zijn in hun optreden. Laten wij vaak de achting uiten die wij voor hen koesteren.

17.2 De Handelingen van de Apostelen bevatten een paar episodes die ons leren hoe zorgzaam de engelen voor de mens zijn: de bevrijding van de apostelen uit de gevangenis, vooral die van Petrus die door Herodes met de dood bedreigd werd; of de tussenkomst van een engel in de bekering van Cornelius en zijn gezin; of de engel die de diaken Filippus naar de dienaar van koningin Kandake bracht, op de weg van Jeruzalem naar Gaza.8

Paus Johannes Paulus ii gebruikte deze feiten bij wijze van voorbeeld in zijn catechese over de engelen. Hij zei: «Men begrijpt hoe zich in de Kerk de overtuiging heeft kunnen vormen over het dienstwerk dat aan de engelen ten gunste van de mensen is toevertrouwd. Op grond van dit dienstwerk belijdt de Kerk haar geloof in de engelbewaarders. Zij vereert hen in de liturgie met een eigen feest, en beveelt ons aan onze toevlucht te nemen tot hun bescherming door herhaald bidden, zoals bijvoorbeeld het gebed Engel van God. Dit gebed lijkt de schone woorden van de heilige Basilius te vergaren: 'Elke gelovige heeft naast zich een engel, als leidsman en herder om hem ten leven te voeren'.»9

Dit gebed, Engel van God, dat veel christenen geleerd hebben uit de mond van hun ouders, wordt in het Nederlands als volgt gebeden: «Engel van God, die mijn bewaarder zijt, aan wie de goddelijke goedheid mij heeft toevertrouwd, verlicht, bewaar, geleid en bestuur mij. Amen.» Het is een kort gebed, dat men van jongs af kan zeggen, en dat zijn diensten nog zal bewijzen als een groot deel van ons leven al verstreken is, en wij nog steeds dezelfde behoefte hebben aan bescherming en beschutting. Als wij het voornemen maken vandaag gedurende de dag meer met onze engelbewaarder om te gaan, zullen wij zijn aanwezigheid merken, en veel genade en hulp verkrijgen door zijn bemiddeling. Naast zijn geestelijke hulp biedt hij ons ook steun en medewerking in de kleine noden van het gewone leven: iets vinden, wat wij kwijt waren; ons herinneren aan iets wat wij vergeten hadden, maar waar wij aan moesten denken; stipt zijn... In alles wat zich richt op het verheerlijken van God -en al het eerlijk menselijke kan daarheen gericht en geleid worden- kunnen wij rekenen op de steun van onze engelbewaarder.10

Wij kunnen ons ook wenden tot de engelbewaarders van onze vrienden, vooral om die vrienden dichter bij God te brengen, en te voorkomen dat zij zich van Hem afwenden: om subtiel een ander gespreksonderwerp aan te snijden, om een initiatief te steunen zodat zij gaan biechten, of om ze deel te doen nemen aan activiteiten voor ascetische of leerstellige vorming...

De christelijke vroomheid meent al vanaf de oudheid, dat daar waar de Allerheiligste Eucharistie bewaard wordt, er engelen zijn om Jezus voortdurend te aanbidden in het sacrament. De christelijke kunst die deze volksvroomheid weerspiegelt, heeft vaak engelen uitgebeeld die een monstrans omgeven, het gelaat verborgen achter hun vleugels, omdat zij zich niet waardig achten voor zijn aangezicht te treden. Zo groot is zijn majesteit! Laten wij hun vragen ons te leren met liefde, en tegelijkertijd met de grootste eerbied waartoe wij in staat zijn, om te gaan met Jezus, werkelijk aanwezig in het tabernakel.

17.3 Ondanks de volmaaktheid van hun geestelijke natuur hebben de engelen geen goddelijke macht of wijsheid: zij kunnen niet lezen in het binnenste van de gewetens, want zij zijn niet onbegrensd in hun kennisvermogen. Daarom is het noodzakelijk, dat wij hun laten weten wat wij op een bepaald moment van hen nodig hebben. We hoeven daarvoor geen woorden tot hen te spreken; het is voldoende zich geestelijk tot hen te wenden, want hun verstand is in staat te kennen wat wij ons expliciet voorstellen of denken. Vandaar de steeds terugkerende aanbeveling een diepe vriendschap met de engelbewaarder te koesteren.

In de tastbare orde is de omgang met de engelbewaarder minder voelbaar dan die met een aardse vriend, maar de werkzaamheid ervan is veel groter. Zijn raadgevingen komen van God en dringen veel dieper door dan de menselijke stem. Hij is in staat ons onmetelijk veel beter te horen en te begrijpen dan onze beste vriend. Niet alleen omdat hij ononderbroken aan onze zijde verblijft, maar ook omdat hij veel dieper doordringt in wat wij nodig hebben of uiten.

De bijstand die hij ons in ons innerlijk leven weet te bieden, is zeer waardevol: hij vergemakkelijkt onze vroomheid, oriënteert ons inwendig gebed en onze mondelinge gebeden en, in het bijzonder, onze tegenwoordigheid van God. Onze bewaarengel zal onze verbeelding desgevraagd kunnen vergrendelen, als deze ons werk en onze omgang met God voortdurend blijft bemoeilijken. Hij zal ons voornemens tot verbetering suggereren, of een eenvoudige en handige manier aan de hand doen om een goed verlangen, dat tot nu toe werkeloos bleef, in daden om te zetten. Laten wij ons altijd vertrouwensvol tot hem wenden om te vragen, zich ten gunste van ons tot de Heer te wenden en Hem dat te zeggen, wat wij, onhandig als wij zijn, in het persoonlijk gebed niet in woorden weten te vatten.11 Ook kunnen wij hem vragen, de passende woorden in te fluisteren om in alle volheid de eenvoud en oprechtheid ons in de geestelijke leiding te beleven, nadat wij aan zijn zijde het gewetensonderzoek gedaan hebben. Op momenten van zwakte zal onze omgang met hem ons rust verschaffen.

De zending van de engelbewaarder begint op aarde, maar zal zijn vervulling vinden in de hemel, omdat zijn vriendschap geroepen is zich voort te zetten voor eeuwig. De inhoud daarvan is zo intiem en persoonlijk, dat de bovennatuurlijke vriendschapsbanden die op aarde ontstonden, voortbestaan in de hemel. Op het moment waarop wij God rekenschap zullen moeten geven van ons leven, zal hij een grote bondgenoot zijn. «Hij zal bij het bijzonder oordeel na je dood de attenties die je in de loop van je leven aan de Heer hebt bewezen, naar voren brengen. Meer nog: als je je verloren zult voelen door de vreselijke aanklachten van de vijand, zal je engel aankomen met die diepe uitingen van je gevoel die je ooit tot God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest hebt gericht en die je zelf misschien al vergeten bent. -Daarom moet je je Engelbewaarder nooit vergeten en dan zal deze Hemelvorst je niet in de steek laten, nu niet en niet op het beslissende ogenblik.»12 Hij zal onze beste vriend hier op aarde zijn, en later in de eeuwigheid.

-1. Johannes Paulus ii, Algemene audiëntie, 30 juli 1986. -2. Vgl. Idem, Algemene audiëntie, 9 juli 1986. -3. Romeinse catechismus, IV,9,4. -4. Eerste lezing van de mis, cyclus I: Tob 11,5-17. -5. Tob 12,15. -6. Tob 12,12-13. -7. Ex 23,20. -8. Vgl. Hnd 5,18-20; 12,5-10; 10,3-8; 8,26 e.v. -9. Johannes Paulus ii, Algemene audiëntie, 6 augustus 1986. -10. Vgl. G. Huber, Gods engelen waken over ons, Lommel 1973, bl. 128. -11. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 272. -12. Idem, De Voor, 693.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012