De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zesde week. Zaterdag
Noveen voor Pinksteren

42. DE GAVE VAN KENNIS

-Deze gave doet ons begrijpen wat de geschapen dingen zijn volgens Gods plan. -De gave van kennis en de heiliging van tijdelijke werkelijkheden. -Echte waarde en betekenis van deze wereld. Onthechting en nederigheid om deze gave te kunnen ontvangen.

42.1 «De schepselen zijn als het ware een afdruk van Gods voetstap. In hen vindt men sporen terug van zijn grootheid, macht, wijsheid en andere goddelijke eigenschappen.»1 Zij zijn als een spiegel, en daarin weerspiegelt zich de pracht van zijn schoonheid, zijn goedheid, zijn macht...: De hemel verkondigt de majesteit Gods, het zwerk meldt het werk zijner handen.2 

Toch weten mensen, als gevolg van de erfzonde en persoonlijke zonden, in veel gevallen dit spoor van God in de wereld niet te herkennen. Zij komen er niet toe te vatten wie de bron van alle dingen is: zij zijn niet in staat geweest uit de zichtbare goederen de goddelijke Kunstenaar te kennen. Bekoord door de fraaiheid van de geschapen dingen zijn zij deze gaan houden voor goden. Zij hadden moeten leren begrijpen -vervolgt de Heilige Schrift- hoeveel voortreffelijker de Heer van dat alles is, want Hij die het geschapen heeft, is de oorsprong van de schoonheid.3 

De gave van kennis maakt het de mens makkelijk de geschapen dingen op te vatten als tekenen die naar God verwijzen, en wat de betekenis is van de verheffing tot de bovennatuurlijke orde. Door de wereld van de natuur en die van de genade doet de Heilige Geest ons de oneindige wijsheid, de almacht, de goedheid, de eigen natuur van God waarnemen en beschouwen. «Het is een gave van de beschouwing en net als de gaven van verstand en wijsheid doet zij de blik dóórdringen in het mysterie zelf van God.»4 

Dankzij deze gave ziet en begrijpt de christen in alle helderheid, «dat de hele schepping, de beweging van de aarde en de andere hemellichamen, het goede streven van de mens en al wat positief is in de vooruitgang van de geschiedenis, dat dit alles van God komt en in Hem zijn laatste bestemming heeft.»5 Een bovennatuurlijke gesteltenis doet de ziel deelhebben aan Gods eigen kennis. Zij ontdekt de verbanden tussen al het geschapene en de Schepper ervan en ontdekt welk middel en welke weg de mens dienen om zijn laatste doel te bereiken.

Een blijk van de gave van kennis vinden we in het boek Daniël, in het Loflied van de drie jongelingen dat velen bidden als dankzegging na de Mis. Alle geschapen dingen wordt gevraagd de Schepper te loven en te prijzen: Benedicite, omnia opera Domini Domino... Looft de Heer, alle werken des Heren; prijst en verheft Hem voor eeuwig. Looft de Heer, gij engelen des Heren. Hemelen... alle wateren boven de hemel... zon en maan... sterren des hemels... dauw en regen... alle winden... hitte en koude... rijp en dauw... nacht en dag... licht en donker... bergen en heuvels... alle gewassen op aarde... waterbronnen... zeeën en stromen... zeegedrochten en al wat in het water wemelt... vogels in de lucht... wilde en tamme dieren... priesters van de Heer... rechtvaardige geesten en zielen... heiligen en ootmoedigen van hart... prijst en verheft Hem, want zijn barmhartigheid is eeuwig.6 

Deze prachtige lofzang van de hele schepping, van bezielde wezens en van schepselen die geen leven hebben, brengt eer aan haar Schepper. Het is «een van de zuiverste en vurigste uitdrukkingen van de gave van kennis: dat de hemelen en de hele schepping de glorie van God zingen.»7 Het zal voor ons bij vele gelegenheden ook een steun zijn in de dankzegging na deelgenomen te hebben aan wat de grootste lofzang tot God is: de heilige Mis.

42.2 Door de gave van kennis weet degene die volgzaam is jegens de Heilige Geest, zonder enige aarzeling onderscheid te maken tussen dat wat naar God voert en dat wat van Hem scheidt. Dat geldt voor de kunsten, voor het milieu, voor de mode, voor ideologieën... Hij kan naar waarheid zeggen: De Heer voert de rechtvaardige langs rechte paden en geeft hem de kennis van het heilige.8 De Parakleet waarschuwt ook, als zaken die op zich goed en juist zijn, kunnen veranderen in dingen die slecht zijn voor de mens, omdat ze hem van zijn bovennatuurlijk doel afhouden: door een ongeordende zucht naar bezit, door een verknochtheid van het hart aan aardse goederen die zó sterk is, dat het niet meer vrij is voor God enzovoort.

De christen, die geheiligd wil worden te midden van de wereld, heeft deze gave in bijzondere mate nodig om alle aardse activiteiten op God te richten door deze aan te wenden als middelen tot heiligheid en apostolaat. Door middel van de gave van kennis begrijpt een moeder beter, dat haar huishoudelijke bezigheden de weg vormen die naar God voert, als zij gedaan zijn met de juiste bedoeling en het verlangen God te behagen. Zo begrijpt een student op dezelfde manier, dat zijn studie de gewone weg is om God te kunnen beminnen, apostolaat uit te oefenen en de samenleving ten nutte te zijn. Voor de architect zijn het zijn ontwerpen en projecten in uitvoering; voor de verpleegster haar zorg voor de zieken enz. Dan is het ook duidelijk waarom wij de wereld en de gewone aardse bezigheden op hun juiste waarde weten te schatten. Dan begrijp je hoe er «in elke situatie, hoe alledaags ook, 'iets' heiligs, 'iets' goddelijks te vinden is. Aan jou de taak dat te ontdekken.»9 «Zo zal» -zegt de heilige Jozefmaria Escrivá verder- «als een christen de onbenulligste kleinigheid van elke dag met liefde doet, die kleinigheid met de grootheid van God vervuld worden. Dat is de reden waarom ik er steeds maar weer op hamer, dat de christelijke roeping erin bestaat van het proza van elke dag heldendichten te maken.»10

Houd van de zaken van de wereld, maar schat ze op de juiste waarde: de waarde die ze voor God hebben. Zo zullen wij er groot belang aan hechten tempels van de Heilige Geest te zijn, want «als God in onze ziel woont, is al het overige -hoe belangrijk het ook lijkt- bijzaak, voorbijgaand. Daarentegen zijn wij, in God, het blijvende.»11 Meer dan de aardse goederen, dan het leven zelf, beschouwen we het geloof als de grootste schat die we gekregen hebben en we zouden eerder bereid moeten zijn al het andere achter te laten, dan deze schat te verliezen. Met het licht van deze gave kennen we, bijvoorbeeld, de waarde van het gebed en van de versterving en de beslissende invloed die ze op ons leven hebben. Dat zal ons ertoe aanzetten ze onder geen enkele omstandigheid te verwaarlozen.

42.3 Met het licht van deze kennis ziet de christen de geringe waarde van het tijdelijke, als dit hem niet verder helpt op weg naar het eeuwige; ziet hij hoe kort het mensenleven op aarde is; hoe pover het geluk is, dat deze wereld kan bieden in vergelijking met wat God beloofd heeft aan wie Hem wil liefhebben; de nutteloosheid van zoveel inspanningen die niet voor het aanschijn van de Heer verricht zijn... Bij het overzien van het voorbije leven, waarin God misschien niet op de eerste plaats kwam, voelt de ziel een diep berouw om zoveel kwaad, om zoveel verloren kansen. Dan groeit in haar het verlangen de verspilde tijd goed te maken door de Heer trouwer te zijn.

Alles van deze wereld -waar we van houden en wat we moeten heiligen- blijkt in het licht van deze gave het stempel te dragen van vergankelijkheid, terwijl de gave van kennis het bovennatuurlijk doel van de mens in volle glans doet uitkomen, waaraan we alle aardse realiteiten ondergeschikt moeten maken.

Deze kijk van het geloof op wereld, gebeurtenissen en mensen zou verduisterd kunnen worden, verblind zelfs door wat de heilige Johannes noemt het begeren der ogen.12 Dan lijkt het alsof de geest het ware licht niet aanneemt, en de aardse werkelijkheden niet op God weet te richten, maar ze tot haar doel maakt. Het ongeordend verlangen naar materiële goederen, het meten van geluk met de maat van hier beneden, belemmert of vernietigt de werking van deze gave. De ziel vervalt dan tot een soort blindheid, waardoor zij niet in staat is de echte goede dingen -de blijvende dingen- te herkennen en ervan te genieten. De bovennatuurlijke hoop wordt dan vervangen door een steeds groeiende zucht naar materieel welzijn en de ziel vlucht voor alles wat versterving en offer vraagt.

Een louter menselijke kijk op de werkelijkheid zal uiteindelijk uitmonden in onwetendheid omtrent de waarheden over God, of men zou die hoogstens als 'academische waarheden' beschouwen, zonder praktische betekenis voor het gewone leven, zonder de mogelijkheid inzicht te verschaffen in het normale bestaan. Zonden tegen deze gave laten de mens in het duister achter. Dat verklaart die grote onwetendheid omtrent God die over de wereld waart. Soms gaat het om een reële onmogelijkheid het bovennatuurlijke te begrijpen of aan te nemen, omdat men de ogen van de ziel volledig afgewend heeft naar dingen die wel voor een deel goed, maar ook bedrieglijk kunnen zijn en de ogen voor de echt goede dingen gesloten houdt.

Om ons in de juiste gesteldheid te brengen deze gave te ontvangen, is het nodig de Heilige Geest te vragen, dat Hij ons helpt om te leven in vrijheid en onthechting van aardse goederen. En of Hij ons wil helpen nederig te zijn, om onderricht te kunnen worden inzake de werkelijke waarde der dingen. Naast deze gesteldheden zullen we de aanwezigheid van God koesteren, wat helpt de Heer te zien te midden van ons werk. Laten we het vaste besluit maken die gebeurtenissen in ons gebed op te nemen, die bepalend zijn voor ons leven en ook de realiteit van elke dag: het gezin, de collega's die schouder aan schouder voor hetzelfde karwei staan, dat wat ons het meest bezighoudt... Het gebed is altijd een machtige schijnwerper die de echte werkelijkheid van de dingen en gebeurtenissen in het juiste licht plaatst.

Om deze gave te verkrijgen, om de capaciteit te verwerven haar in bezit te houden, zullen we onze toevlucht nemen tot de heilige maagd Maria. Zij is de Moeder van de Schone Liefde, en van godsvrucht, en van kennis en van de heilige hoop.13 «Moeder van kennis is Maria, omdat van haar de belangrijkste les geleerd wordt: dat niets de moeite waard is, als wij niet naast de Heer staan; dat alle wonderen der aarde, alle bevredigde ambities tot niets dienen, als in onze borst niet de vlam van een levende liefde brandt, het licht van de heilige hoop die een voorproef is van de oneindige liefde in ons definitieve Vaderland.»14

-1. H. Johannes van het Kruis, Geestelijk Hooglied, 3,5. -2. Ps 19,1. -3. Wijsh 13,1-3. -4. M.M. Philipon, Les dons du Saint-Esprit. -5. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 130. -6. Vgl. Dan 3,52-90. -7. M.M. Philipon, o.c. -8. Wijsh 10,10. -9. Gesprekken met Mgr. Escrivá, 114. -10. Ibidem, 115. -11. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 92. -12. 1 Joh 2,16. -13. Sir 24,18. -14. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 278.



Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009