Zevende week. Woensdag
Noveen voor Pinksteren
46. DE GAVE VAN STERKTE
-De Heilige Geest geeft de ziel de noodzakelijke kracht om
moeilijkheden te overwinnen en de deugd te beoefenen. -God verwacht van ons dat
wij heldhaftig zijn in het kleine, in het volbrengen van onze dagelijkse
plichten. -Sterkte in ons dagelijks leven. Middelen om deze gave werkzamer te
doen zijn.
46.1 De geschiedenis
van het volk Israël is een voortdurende manifestatie van Gods bescherming. De
opdracht aan degenen die het uitverkoren volk moesten leiden en beschermen op
weg naar het Beloofde Land, ging ten enen male hun krachten en mogelijkheden te
boven. Toen Mozes tegenover God zijn onvermogen uitsprak om voor de Farao te
verschijnen met het verzoek de Israëlieten weg te laten gaan uit Egypte, zei
God tegen hem: Ik zal u bijstaan.1 Dezelfde goddelijke bijstand wordt
verleend aan de profeten en aan iedereen die bijzondere opdrachten heeft. Uit
al hun dankliederen blijkt duidelijk dat alleen door de kracht die van boven
ontvangen werd, zij de mogelijkheid kregen om hun opdracht uit te voeren. Ook
de Psalmen houden niet op om Gods beschermende kracht te bejubelen: Jahwe is de
Rots van Israël, zijn sterkte en zijn bescherming.
Onze Heer belooft de apostelen, de steunpilaren van de Kerk,
dat zij met kracht uit den hoge zullen zijn toegerust.2 De Trooster zelf
helpt de Kerk en ieder van haar leden tot het einde der tijden. De
bovennatuurlijke deugd van sterkte, Gods directe hulp, is voor de christen een
noodzakelijke hulp om hindernissen die van binnenuit opkomen, te bevechten en
te overwinnen, om God elke dag meer lief te hebben en zijn plichten te
vervullen. De deugd van sterkte wordt vervolmaakt door de gave van sterkte en
die zorgt ervoor dat christelijk handelen vlot verloopt.
In zoverre het ons lukt om onze ziel te zuiveren en wij
volgzaam zijn in de werking van de genade, kan ieder van ons met de heilige
Paulus zeggen: Alles vermag ik in Hem die mij kracht geeft.3 Onder de werking
van de Heilige Geest voelt de christen zich in staat om de moeilijkste daden te
verrichten en de zwaarste beproevingen te dragen, dit alles uit liefde voor
God. De ziel die door deze gave bewogen wordt, vertrouwt niet op eigen kracht.
Juist in zijn nederigheid is niemand beter dan hijzelf zich bewust van eigen
zwakheid en onvermogen om de taak van zijn heiliging en de zending die God hem
in dit leven heeft toevertrouwd, uit te voeren. Hij hoort echter, in het
bijzonder tijdens moeilijke momenten, de stem van God tot hem spreken: Ik zal
met je zijn. En hij durft te antwoorden: Indien God voor ons is, wie zal dan
tegen ons zijn? [...] Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?
Verdrukking wellicht of nood, vervolging, honger, naaktheid, levensgevaar, of
het zwaard? [...] Maar over dit alles zegevieren wij glansrijk, dankzij Hem die
ons heeft liefgehad. Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven,
noch engelen noch boze geesten, noch wat is noch wat zijn zal, en geen macht in
den hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden
van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer.4 Dit is een
uitroep van sterkte en optimisme die op God zelf gegrondvest zijn.
Als wij de Heilige Geest toestaan bezit te nemen van ons
leven, zal ons vertrouwen onbegrensd worden. Dan zullen wij pas ten diepste
beseffen dat God kiest wat zwak is, wat voor de wereld van geringe afkomst
is en onbeduidend... opdat tegenover God geen mens zou roemen op zichzelf 5, en dat Hij van
zijn zonen en dochters slechts de bereidheid vraagt om alles wat zij kunnen in
dienst van Hem te stellen, om het Hem zo mogelijk te maken wonderen van genade
en barmhartigheid te verrichten. Dan zal niets te moeilijk blijken te zijn,
omdat wij in alles op God vertrouwen en niet op in te zetten menselijke middelen,
maar op Gods genade. De geest van sterkte geeft de ziel -als zij zowel met
interne als met externe hindernissen geconfronteerd wordt- hernieuwde kracht
tot daadwerkelijke deugdbeoefening in haar omgeving.
46.2 De Overlevering associeert de gave van sterkte
met de honger en dorst naar gerechtigheid.6 Het levendige verlangen om God te
dienen, ondanks alle moeilijkheden, is inderdaad de honger die de Heer zelf in
ons opwekt. Hij brengt deze honger voort en vervult dit verlangen, zoals aan de
profeet Daniël gezegd werd: En ik ben gekomen om het u mee te delen, want ge
zijt een man van verlangens (Dan 9,23).7 Deze gave brengt in de ziel, die
gehoorzaam is aan de Heilige Geest, een steeds groter verlangen naar heiliging
voort, dat niet vermindert door hindernissen en moeilijkheden. De heilige
Thomas van Aquino zegt dat wij op dusdanige wijze naar deze heiligheid behoren
te verlangen dat «wij in dit leven nooit voldoening vinden, zoals een vrek ook
nooit voldaan is.»8
Het voorbeeld van de heiligen inspireert ons om meer en meer
in trouw aan God te groeien te midden van onze verplichtingen, Hem des te meer
lief te hebben naarmate wij grotere moeilijkheden ondervinden. Ons verlangen
naar heiligheid zal zo op een hecht fundament rusten, zodat we niet ontmoedigd zullen
raken door een gebrek aan menselijke hulpmiddelen in ons apostolaat of bij een
vermoeden dat er geen vooruitgang is in onze ascetische strijd. De heilige
Theresia zegt het zo: «Het is belangrijk -ja, allerbelangrijkst- dat zij goed
beginnen door een vurig en heel vastbesloten voornemen te maken om niet te
stoppen totdat zij hun doel bereikt hebben, wat er ook mag komen, wat er ook
met hen mag gebeuren, hoe hard ze zich ook moeten inspannen, wie er ook over
hen mag klagen, of ze hun doel nu bereiken of dat ze onderweg bezwijken of de
moed verliezen om de beproevingen het hoofd te bieden, of zich afvragen of de
wereld nu voor hun ogen vergaat.»9
De deugd van sterkte, vervolmaakt door de gave van de Heilige
Geest, maakt het ons mogelijk om hindernissen, die wij op de een of andere
manier altijd zullen tegenkomen op het pad van onze heiliging, te overwinnen.
Zij neemt echter niet de zwakheid van de menselijke natuur, de angst voor
gevaar, pijn of vermoeidheid weg. Wie sterk is, kan angst ervaren maar kan deze
overwinnen dankzij de liefde. Juist de liefde maakt dat een christen de
grootste gevaren kan doorstaan, hoewel hij afschuw voelt, niet alleen in het
begin maar ook voor zo lang de beproeving duurt of het begeerde wordt
nagejaagd. Sterkte heft niet altijd alle gebreken op die eigen zijn aan onze
menselijke natuur.
Deze deugd kan ons ertoe brengen om, mocht de Heer dit
verlangen, ons leven op te offeren, als getuigenis van het geloof. Het
martelaarschap is de hoogste daad van de sterkte die God heeft gevraagd aan
veel gelovigen door de hele geschiedenis van de Kerk heen. De martelaren waren
-en zijn- de kroon van de Kerk, een bewijs van haar goddelijke oorsprong en van
haar heiligheid. Iedere christen behoort erop voorbereid te zijn om zijn, of
haar, leven te geven voor Christus, als de omstandigheden dit zouden verlangen.
De Heilige Geest zal dan aan ieder de kracht en de moed geven om ook deze
hoogste beproeving te doorstaan. Gewoonlijk wordt er echter niet meer van ons
gevraagd dan heldhaftigheid in kleine zaken, in de dagelijkse vervulling van
onze plichten.
Elke dag hebben wij de gave van sterkte nodig, want elke dag
moeten we deze deugd beoefenen om ons egoïsme, onze grillen en onze gemakzucht
te overwinnen. Wij moeten niet wankelen, als we in aanraking komen met een
omgeving die vaak vijandelijk tegenover Christus' leer staat. Zo overwinnen wij
het menselijk opzicht en geven wij een eenvoudig maar welsprekend getuigenis
van de Heer, zoals de apostelen dit ook deden.
46.3 We moeten de gave van sterkte veelvuldig vragen,
om zo onze weerstand, om te doen wat wij moeilijk vinden, te overwinnen; om de gewone problemen het hoofd te
kunnen bieden; om ziekte, als zij komt, geduldig te dragen; om te volharden in
ons dagelijkse werk; om standvastig te zijn in het apostolaat; om tegenslag
rustig en met een bovennatuurlijke geest te dragen. Wij moeten deze gave vragen
om zo die innerlijke kracht te verkrijgen, die ons onszelf doet vergeten en ons
meer aandacht geeft voor de mensen om ons heen. Onze neiging de aandacht te
trekken moet afsterven, om zo anderen te kunnen dienen, zelfs zonder dat zij
dit zelf merken. Wij moeten ons ongeduld overwinnen en niet te veel bezig zijn
met onze eigen problemen en moeilijkheden zodat, wanneer wij met moeilijkheden
of ongemakken in aanraking komen, we niet klagen. Wij moeten onze verbeelding
versterven door alle ijdele gedachten af te wijzen... We hebben sterkte nodig in
het apostolaat om zonder angst over God te kunnen spreken; om ons altijd op een
christelijke wijze te gedragen, zelfs al gaat dit tegen de heidense stroming
in; om een broederlijke vermaning te geven, wanneer dit nodig is... Sterkte is
een noodzaak voor ons, om onze plichten doeltreffend te vervullen: om de
mensen, die van ons afhankelijk zijn, zonder voorbehoud te helpen en om op een
vastberaden maar vriendelijke manier dàt te eisen wat elke zaak behoeft... Op
deze wijze wordt de gave van sterkte onze grote toevlucht tegen de lauwheid,
die aanleiding zou kunnen geven voor verwaarlozing en luiheid.
De gave van sterkte ziet de moeilijkheden als een
buitengewone gelegenheid om innerlijk te groeien en zich te ontwikkelen, mits
wij dicht bij onze Heer blijven. «Bomen die op schaduwrijke en beschutte
plekken groeien worden, hoewel zij van buiten zich gezond lijken te ontwikkelen,
zwak en meegaand en ze raken door het minste of geringste gemakkelijk
beschadigd; bomen die op de toppen van hoge bergen groeien, zijn daarentegen,
door het voortdurend blootstaan aan het grillige weer, gebeukt door sterke
winden en bewogen door onweer en veelal bedekt met sneeuw, harder dan staal.»10
Deze gave wordt verkregen door nederig te zijn -onze eigen
zwakheid te aanvaarden- en onze toevlucht te zoeken bij God, in het gebed en de
sacramenten.
Het sacrament van het vormsel gaf ons de kracht om te vechten
als milites Christi, als soldaten van Christus.11 De communie -voedsel om sterk
te zijn12-
herstelt onze energie. Het sacrament van de boete versterkt ons tegen zonde en
verleiding. In het sacrament van de ziekenzalving helpt de Heer ons om ook in
die laatste slag, waarin onze eeuwige bestemming wordt bepaald, te overwinnen.
De Heilige Geest is een milde en wijze Leraar, maar Hij is
ook veeleisend, want Hij schenkt ons niet eerder zijn gaven totdat wij bereid
zijn om ons kruis op te nemen en zo aan zijn genade te beantwoorden.
-1. Ex 3,12. -2. Lc 24,49. -3. Fil
4,13. -4. Rom 8,31-39. -5. Vgl. 1 Kor 1,27-29. -6. Vgl. Mt
5,6. -7. R. Garrigou-Lagrange O.P., Het
zieleleven van den christen, II. -8. H.
Thomas van Aquino, Commentaar over het Matteüsevangelie, 5,2. -9.
H. Theresia van Avila, De weg
der volmaaktheid, 21,2. -10. H.
Johannes Chrysostomus, Homilie over de glorie van de beproeving. -11.
Vgl. 2 Tim 2,3. -12. Vgl. H.
Augustinus, Belijdenissen, 7,10.
|