Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zevende week. Dinsdag
Noveen voor Pinksteren

45. DE GAVE VAN VROOMHEID

-Vroomheid maakt het ons mogelijk om ons goddelijk kindschap te waarderen, zodat onze verhouding met God de tederheid en liefde krijgt als van een zoon met zijn vader. -Kinderlijk vertrouwen in het gebed. De gave van vroomheid en de naastenliefde. -Vroomheid ten opzichte van de allerheiligste Maagd, de heiligen, de zielen in het vagevuur en onze ouders. Respect voor de aardse werkelijkheden

45.1 Het goddelijk kindschap is een resultaat van de gave van vroomheid. Deze bewerkt dat wij ons tot God verhouden met de liefde en tederheid van een goede zoon ten opzichte van zijn vader en tot de rest van de mensheid als broeders uit eenzelfde gezin.

In het Oude Testament ziet men deze gave op vele manieren, in het bijzonder in het voortdurende gebed van het uitverkoren volk: lofprijzing en smeekgebed; gevoelens van aanbidding van Gods goddelijke majesteit; persoonlijke ontboezemingen waarin het volk in alle eenvoud uiting geeft aan de Hemelse Vader van zijn vreugde, verdriet en hoop... Vooral in de psalmen vinden wij al deze gevoelens, welke de ziel vullen in haar vertrouwd gesprek met God.

Toen de volheid der tijden gekomen was, leerde Christus ons de juiste manier waarop wij God behoren aan te spreken. Wanneer ge bidt, zegt dan: Vader...1 In alle omstandigheden van ons leven moeten wij ons met dit kinderlijk vertrouwen tot God richten: Vader, Abba. De Heilige Geest heeft gewild dat wij op vele plaatsen van het Nieuwe Testament het Aramese woord abba vinden, welke de koosnaam was waarmee de Hebreeuwse kinderen hun vader aanspraken. Dit woord drukt onze houding ten opzichte van God uit en geeft de juiste richting aan ons gebed. «De God in wie wij geloven is niet een wezen, ver weg, dat onverschillig het lot van de mensen, hun verlangens, hun strijd en angsten, gadeslaat. Hij is een Vader die zijn kinderen liefheeft en wel zó, dat Hij het Woord, de tweede Persoon van de Heilige Drieëenheid heeft gezonden, opdat Hij, mensgeworden, voor ons zou sterven en ons zou verlossen. Diezelfde liefhebbende Vader trekt ons nu met zachte hand tot zich, door de werking van de Heilige Geest, die in onze harten woont.»2 

God wil dat wij tot Hem komen in volledig vertrouwen, zoals kleine kinderen met problemen dit doen. Heel ons vroomheidsleven wordt gevoed door dit feit: dat wij kinderen van God zijn. En de Heilige Geest leert en vergemakkelijkt, door de gave van vroomheid, deze vertrouwde relatie van een zoon met zijn Vader.

Hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft! Wij worden kinderen van God genoemd, en we zijn het ook.3 «Het lijkt of na de woorden Wij worden kinderen van God genoemd, Johannes pauzeert, om zijn geest gelegenheid te geven de oneindigheid van de liefde die de Vader ons gegeven heeft, te doorgronden, namelijk dat Hij zich niet ertoe beperkt ons eenvoudig kinderen van God te nóemen, maar dat Hij ons in de meest authentieke zin tot zijn kinderen máákt. Het is daarom dat Johannes vervolgens uitroept: en we zijn het ook4 De apostel nodigt ons uit om het enorme voordeel van het goddelijk kindschap te beschouwen, dat wij ontvangen door de genade van de doop, en hij bemoedigt ons om volgzaam te zijn ten opzichte van de Heilige Geest, die ons ertoe aanzet God onze Vader met groot vertrouwen en met tederheid te benaderen.

45.2 Dit kinderlijk vertrouwen kan men in het bijzonder waarnemen in het gebed dat de Geest zelf in onze harten opwekt. Evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp. Want wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.5 Dankzij dit pleiten zijn wij in staat om ons op de juiste toon tot God te wenden, in een rijk en gevarieerd gebed, zoals het leven zelf. Bij gelegenheid zullen wij tot onze Vader God spreken op de manier van een kinderlijk klagen: Waarom sluimert Gij, Heer?6 Of wij zullen ons verlangen uiten naar meer heiligheid: God, mijn God, naar U blijf ik zoeken, mijn ziel dorst van verlangen naar U; al wat ik ben, smacht naar U in een troosteloos dor land zonder water.7 Of onze vereniging met Hem: Doch bij U verlang ik niets meer op aarde.8 Of onze onwankelbare hoop op zijn barmhartigheid: Gij zijt de God van mijn behoud,U verbeid ik, elke dag weder.9 

Deze kinderlijke gesteltenis van de gave van vroomheid uit zich ook in de bereidheid om, net als kinderen die iets willen, almaar opnieuw te vragen, totdat wij krijgen wat we wensen. In het gebed wordt onze wil één met de wil van onze Vader, die altijd het beste voor zijn kinderen wil. Dit vertrouwen in het gebed geeft ons een veilig gevoel, maakt ons standvastig en dapper; het verdrijft bezorgdheid en de onrust die voortkomt uit het alleen vertrouwen op eigen kracht; het helpt ons om kalm te blijven ten overstaan van moeilijkheden.

De christen die bewogen wordt door de geest van vroomheid, begrijpt dat God onze Vader het beste wil voor al zijn kinderen. Hij heeft alles beschikt tot ons hoogste voordeel. Daarom bestaat ons geluk ook in het ontdekken van Gods wil op elk moment van ons leven, om dit zonder uitstel uit te voeren. Vanuit dit vertrouwen in Gods vaderschap krijgen wij rust, want we weten dat zelfs de dingen die een onherstelbaar kwaad lijken, bijdragen tot het heil van diegenen die God liefhebben.10 Onze Heer zal ons eenmaal leren wat de noodzaak was van die of die vernedering, dit faillissement, deze ziekte...

Deze gave van de Heilige Geest maakt het ons mogelijk om onze plichten van rechtvaardigheid en daden van naastenliefde direkt en eenvoudig uit te voeren. Ze helpt ons om de mensen met wie wij leven en die wij elke dag ontmoeten, als kinderen van God te zien, personen die een onschatbare waarde hebben, omdat Hij hen liefheeft met een eindeloze liefde en ook hèn heeft verlost met het aan het Kruis vergoten Bloed van zijn Zoon. De gave van vroomheid beweegt ons tot respect voor onze naaste, om hun lijden te delen en te proberen hen te helpen. Meer nog, de Heilige Geest leert ons Christus te zien in de naaste die wij van dienst zijn: Voorwaar, Ik zeg u: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan.11 

Dezelfde gave van vroomheid, met betrekking tot andere mensen, leidt altijd tot een mild oordeel «dat hand in hand gaat met een kinderlijke genegenheid voor God, onze gezamenlijke Vader.»12 Ze maakt dat wij makkelijk elke belediging, zelfs hele zware, vergeven. Dit is wat de Heer ons heeft bevolen: Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel, die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.13 Aangezien de Heer hier al verwijst naar zware tekortkomingen, moeten wij dan zeker niet de kleine wrijvingen, die eigen zijn aan het omgaan met anderen, door de vingers zien? Een grootmoedige en onvoorwaardelijke geest van vergevingsgezindheid is een goed kenmerk van de kinderen van God.

45.3 Deze gave van de Heilige Geest veroorzaakt bij ons een kinderlijke liefde voor onze hemelse Moeder, die wij innig trachten lief te hebben. Ook beweegt zij ons tot devotie voor de engelen en heiligen, in het bijzonder voor diegenen die ons speciaal beschermen14, en ook voor de zielen in het vagevuur, beminnelijke zielen die onze smeekbeden nodig hebben. Ze zorgt ervoor dat wij van de paus houden, die de gemeenschappelijke vader is van alle christenen... De deugd van de vroomheid, die vervolmaakt wordt door deze gave, houdt in dat wij ook díe personen met eerbied bejegenen die wettig boven ons gesteld zijn, in de eerste plaats onze ouders.

Het aardse vaderschap is te zien als een delen in, en een afspiegeling van Gods vaderschap naar wie alle vaderschap in de hemel en op aarde genoemd wordt.15 «Het respect voor de ouders (de kinderlijke piëteit) is gebaseerd op de erkentelijkheid voor hen die door de gave van het leven, hun liefde en hun werk, de kinderen ter wereld gebracht hebben en hun de kans gegeven hebben om te groeien in gestalte, in wijsheid en genade.»16

Het bewustzijn van ons goddelijk kindschap beweegt ons om onze ouders meer en meer lief te hebben en te eren en om respect te tonen voor ouderen (de Heer zal onze zorg voor bejaarde mensen ruim belonen!), evenals voor de wettige autoriteiten.

De gave van vroomheid komt voort uit en gaat tegelijk verder dan de handelingen die worden ingegeven door de deugd van godsvrucht.17 Door middel van deze gave activeert de Heilige Geest alle deugden die op de een of andere manier verbonden zijn met de rechtvaardigheid. Onder haar valt onze relatie met God, met de engelen en met andere mensen. Ze betreft zelfs alle geschapen dingen, «die worden gezien als 'familiebezittingen' van God»18: de vroomheid brengt ons ertoe ze altijd met respect te behandelen, juist door de relatie die zij met hun Schepper hebben.

Bewogen door de Heilige Geest, lezen christenen de Bijbel met liefde en eerbied, want hij is als een brief, gezonden door onze hemelse Vader: «In de heilige boeken treedt de Vader die in de hemel is, liefdevol zijn kinderen tegemoet en spreekt met hen.»19 Op gelijke wijze worden wij bewogen om een grote liefde te hebben voor heilige voorwerpen, in het bijzonder alles wat te maken heeft met de goddelijke eredienst.

Tot de vruchten die de vroomheid voortbrengt in de zielen die volgzaam beantwoorden aan de genadegaven van de Trooster, behoren: rust in alle omstandigheden van het leven; alles in vertrouwen overlaten aan Gods voorzienigheid, want als God zorgt voor al zijn schepselen, zorgt Hij zeker op een bijzondere manier voor zijn kinderen20; de vreugde is ook een prijzenswaardige eigenschap van de kinderen van God. «Laat niemand droefheid of verdriet van je gezicht kunnen aflezen, als je in de wereld om je heen de zoete geur van je offervaardigheid verspreidt: kinderen van God moeten altijd zaaiers van vrede en blijdschap zijn.»21

Als wij iedere dag vaak bedenken dat we zonen en dochters van God zijn, zal de Heilige Geest ons meer en meer aanmoedigen en opvoeden in deze kinderlijke en vertrouwvolle omgang met onze hemelse Vader. Ook de beoefening van de naastenliefde vergemakkelijkt de groei van deze gave in onze zielen.

-1. Lc 11,2. -2. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 84. -3. 1 Joh 3,1. -4. B. Perquin, Abba, Père. -5. Rom 8,26. -6. Ps 44,24. -7. Ps 63,1. -8. Ps 73,25. -9. Ps 25,5. -10. Vgl. Rom 8,28. -11. Mt 25,40. -12. R. Garrigou-Lagrange O.P., Het zieleleven van den christen, I. -13. Mt 5,44-45. -14. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q121. -15. Ef 3,15. -16. Katechismus van de Katholieke Kerk, 2215. -17. Vgl. M.M. Philipon, Les dons du Saint-Esprit. -18. Ibidem. -19. Vaticanum ii, Dei Verbum, 21. -20. Vgl. Mt 6,28. -21. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 59.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012