Zevende zondag van Pasen
Noveen voor Pinksteren
43. DE GAVE VAN WIJSHEID
-Wijsheid geeft ons een liefdevolle kennis van God, van de
mensen en van de geschapen dingen. -Door deze gave delen we in de gevoelens van
Jezus Christus. Voorzienigheid van God, die zich altijd laat zien als onze
Vader. -De gave van wijsheid en het beschouwende gebed in ons gewone leven.
43.1 Er bestaat een kennen van God en van datgene
wat met Hem verband houdt, wat alleen bereikt kan worden door heilig te leven.
De Heilige Geest plaatst deze kennis door de gave van wijsheid binnen het bereik
van eenvoudige zielen die de Heer beminnen: Ik prijs U, Vader, Heer van
hemel en aarde -riep Jezus uit in de aanwezigheid van een paar kinderen- omdat
Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze
hebt geopenbaard aan kleinen.1 Het is een kennis die niet uit boeken komt, maar door God
zelf aan de ziel wordt meegedeeld, door deze te verlichten en tegelijkertijd de
geest en het hart, het verstand en de wil te vervullen van liefde. Door het
licht dat de liefde uitstraalt, bezit de gelovige een zeer intieme en gelukkig
makende kennis van God en zijn geheimen.
«Als wij een stuk fruit in onze mond nemen, waarderen wij de
smaak veel meer, dan wanneer wij alle botanische verhandelingen die er over
bestaan, zouden lezen. Welke beschrijving is vergelijkbaar met de smaak die we
ervaren als we een stuk fruit proeven? Zo is het ook, wanneer wij verenigd zijn
met God en Hem door de intieme ervaring smaken. Daardoor leren wij de
goddelijke zaken beter kennen dan door alle beschrijvingen die geleerden zouden
kunnen bieden of door de boeken van zeer wijze mensen.»2 Deze kennis wordt op bijzondere
wijze ervaren in de gave van wijsheid.
Zoals een moeder haar kind kent door haar moederliefde, zo
verwerft de ziel door de deugd van de liefde een diepe kennis van God, die ons
uit liefde begiftigt met zijn licht en zijn macht om in de geheimen door te
dringen. Het is een gave van de Heilige Geest omdat het een vrucht is van de
liefde die door Hem in de ziel is uitgestort en die het deelhebben aan zijn
oneindige wijsheid deed ontstaan. De heilige Paulus bad voor de eerste
christenen, dat uw diepste wezen machtig door zijn Geest wordt gesterkt [...]
en dat gij in de liefde geworteld en gegrondvest blijft. Moogt gij in staat
zijn met alle heiligen te vatten wat de breedte en lengte en hoogte en diepte
is en te kennen de liefde van Christus, die alle kennis te boven gaat.3 Om te begrijpen,
gegrondvest zijn in de liefde..., zegt de Apostel. Het is een diepe en gelukkig
makende kennis.
De heilige Thomas van Aquino leert dat het eerste en
belangrijkste voorwerp van deze kennis4 God zelf is en de goddelijke zaken, maar evengoed
de zaken van deze wereld, in zoverre ze op Hem geordend zijn en van Hem
voortkomen.
Wij kunnen naar geen verhevener kennis van God streven dan
dit aangenaam weten, dat ons gebed en heel ons leven ten dienste van God en de
medemens omwille van God verrijkt en vergemakkelijkt: Want de wijsheid is
meer waard dan koralen en geen kostbaarheden komen haar nabij.5 Ik schatte
haar hoger dan skepters en tronen en ik beschouwde rijkdom als niets in
vergelijking met haar. [...] Naast haar is alle goud maar wat zand en tegenover
haar geldt zilver als slijk. Meer dan gezondheid en schoonheid kreeg ik haar
lief en ik verkoos haar boven het licht, want de glans die zij uitstraalt dooft
nimmer. En tegelijk met haar vielen mij alle goede dingen ten deel [...] omdat de
wijsheid dat alles meebrengt, ik wist nog niet dat zij er de moeder van is. [...]
Zij is voor de mensen een onuitputtelijke schat: wie die schat verwerven,
winnen de vriendschap met God.6
De gave van wijsheid is op intieme wijze verweven met de
goddelijke deugd van de liefde, die een bijzondere kennis van God en de mensen
verschaft, waardoor de ziel tot het bezit komt van een «zekere ervaring van de
zoetheid van God»7 in
Hemzelf en in geschapen dingen, in zoverre die op Hem betrekking hebben.
Doordat deze gave zo nauw verbonden is met de liefde, zullen
wij meer bereid zijn deze deugd in onze omgeving in onszelf te laten blijken.
Elke dag zijn er binnen ons bereik gelegenheden te over om de anderen te helpen
en te dienen. Laten we vandaag in ons gebed overwegen of die kleine diensten
royaal zijn, of we werkelijk moeite doen het leven voor de mensen in onze
omgeving aangenamer te maken.
43.2 «Onder de gaven van de Heilige Geest is er
één die wij, christenen, mijns inziens bijzonder nodig hebben: de gave der
wijsheid. Deze doet ons God kennen en smaken. Daardoor zijn we in staat de
situatie, waarin we ons bevinden en de gebeurtenissen in ons leven, naar
waarheid te beoordelen.»8 Met de verheven visie die deze gave de ziel verleent, zal
de gelovige die de Heer van nabij volgt, de geschapen werkelijkheid met een
doordringender blik beschouwen, want hij heeft op bijzondere wijze deel aan de
visie die God zelf heeft op de hele schepping. De gelovige beoordeelt met de
zuiverheid van deze gave.
De anderen zijn dan een voortdurende gelegenheid om
barmhartigheid te betrachten, om hen door een werkzaam apostolaat bij de Heer
te brengen. Een katholiek begrijpt beter de geweldige behoefte die mensen
hebben om geholpen te worden op hun weg naar Christus. Hij ziet de anderen als
personen die God heel erg nodig hebben, zoals Jezus hen zou zien.
Heiligen hebben, verlicht
door deze gave, de echte betekenis begrepen van de successen in dit leven:
successen die wij als groot of klein
beschouwen. Om die reden noemen zij ziekte, tegenslagen die ze hebben moeten
ondergaan geen tegenslag, omdat zij begrepen dat God op vele wijzen zijn
zegeningen uitdeelt en heel vaak met het kruis. Zij weten dat alles, ook het
menselijk onverklaarbare, een bijdrage zal leveren aan het welzijn van hen die
God beminnen.9
«De influisteringen van de Heilige Geest, waar wij door deze
gave volgzaam naar luisteren, zullen ons beetje bij beetje de wonderbare orde
van het goddelijk heilsplan verhelderen, ook en juist díe dingen die ons tevoren
in verwarring brachten, treurige en onvoorziene gevallen, die God laat gebeuren
met het oog op een hoger goed.»10
De werking van de gave van wijsheid brengt ons een grote
vrede -niet alleen voor onszelf, maar ook voor de naaste- en helpt ons blijdschap
door te geven, daar waar we komen. Met de hulp van die gave zullen we steeds
precies dat woord vinden, dat helpt om mensen te verzoenen die met elkaar in
onmin leven. Daarom stemt deze gave overeen met het zalig zij die vrede
brengen, wie zelf vrede in zich draagt, kan die aan anderen doorgeven. Die
vrede, die de wereld niet kan geven, is het gevolg van het zien van de
gebeurtenissen binnen het heilsplan van God, die zijn kinderen geen moment
vergeet.
43.3 De gave van wijsheid geeft ons een
liefdevol, doordringend geloof, klaarheid en zekerheid omtrent het niet te
bevatten mysterie van God, die we nooit voor mogelijk gehouden zouden hebben.
Misschien houdt het verband met de aanwezigheid en nabijheid van God of met de
werkelijke aanwezigheid van Christus in het tabernakel, dat er in ons een
onverklaarbaar geluk ontstaat als we ons voor het aanschijn van God bevinden.
«Blijf daar, zonder iets te zeggen, of herhaal eenvoudigweg enkele woorden die
recht uit het hart komen. Blijf daar in intense beschouwing, de ogen gehecht
aan de heilige Hostie, zonder het kijken ernaar moe te worden.»11
Het zal gewoon zijn God te ontmoeten in het dagelijks leven,
zonder buitengewone verschijningen, maar met de intieme zekerheid, dat Hij naar
ons kijkt, dat Hij onze bezigheden ziet, dat Hij naar ons kijkt als naar zijn
kinderen... Te midden van het werk en het gezin leert de Heilige Geest ons, als
we zijn genade trouw zijn, dat juist dit het gewone middel is dat God ons ter
beschikking heeft gesteld om Hem hier te dienen en in eeuwigheid te
aanschouwen.
In de mate waarin we ons hart gaan zuiveren, zullen we de
ware werkelijkheid van de wereld, van mensen -naar wie we kijken als naar
kinderen van God- en van al wat er gebeurt, beter begrijpen door deel te hebben
aan de visie van God op het geschapene -natuurlijk wel overeenkomstig onze
beperkte natuur.
De gave van wijsheid verlicht ons verstand en prikkelt onze
wil om God te kunnen ontdekken in het gewone van alle dagen, in het heiligen
van de arbeid, in de liefde waarmee we ons werk met perfectie afmaken, in de
moeite die het klaarstaan voor anderen altijd vergt.
Deze liefderijke werking van de Heilige Geest in ons leven,
zal alleen mogelijk zijn, als we bijzondere aandacht besteden aan de ogenblikken die we speciaal aan God gewijd hebben:
de heilige Mis, perioden van persoonlijke overweging, bezoeken aan het Allerheiligste... maar ook in het gewone
dagelijkse leven en speciaal wanneer we iets ondernemen dat schijnbaar onze
krachten te boven gaat, zodat we het toch nog
tot een goed einde brengen. De werking van de Heilige Geest ervaart men
niet alleen in het gewone dagelijkse gebedsleven maar ook in tijden van
dorheid, ziekte of als we ons ontspannen of op reis zijn. Naast deze zorg voor
de ogenblikken die meer speciaal aan God gewijd zijn, moeten we niet vergeten
dat de Heer in de loop van de dag altijd aanwezig is. De aanwezigheid van God, gevoed door schietgebeden, dankzeggingen, vragen om
hulp, akten van eerherstel of kleine verstervingen die soms voortvloeien
uit ons werk of die wij ons vrijwillig opleggen.
«Moge de Moeder van God en onze Moeder ons behoeden, opdat
ieder van ons in de volheid van het geloof de Kerk kan dienen, met de gaven van
de Heilige Geest en met een contemplatief leven. Laat een ieder zijn
persoonlijke verplichtingen nakomen. Laat een ieder in zijn ambt en beroep, in
het nakomen van zijn plichten van staat de Heer vol vreugde eer brengen.»12
-1. Mt 11,25. -2. L.M. Martínez, El Espíritu Santo, Studium (6de druk; Madrid
1959), bl. 201. -3. Ef 3,16-19. -4. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, I, q45, a2.
-5. Spr 8,11. -6. Wijsh 7,8-14. -7. H. Thomas van Aquino, o.c., I-II, q112, a5, c. -8. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus
nu langs komt, 133. -9. Vgl. Rom 8,28. -10. R. Garrigou-Lagrange O.P., Het zieleleven van den christen.
-11. A. Riaud, L'action de
l'Esprit-Saint dans les âmes. -12. H.
Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 316.
|