Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tiende week door het jaar. Woensdag

24. De genade van bijstand

-Noodzaak van genade om het goede te verwezenlijken. -Genade van bijstand. -Beantwoording aan de genade.

24.1 De menselijke natuur heeft, door de erfzonde, de staat van heiligheid verloren waartoe zij door God verheven was, en blijft als gevolg daarvan ook verstoken van de gaafheid en de innerlijke orde die zij bezat. Sindsdien mist de mens voldoende kracht en wil om te voldoen aan alle morele voorschriften die hij kent. Het is moeilijk geworden om het goede te doen na de verschijning van de zonde op aarde. En «dit is -leert het Tweede Vaticaans Concilie- wat de innerlijke gespletenheid van de mens verklaart; heel het menselijk leven, het individuele en het gemeenschappelijke, doet zich voor als een strijd, die zeker dramatisch is, tussen het goede en het kwade, tussen het licht en de duisternis.»1

De hulp van God is voor ons absoluut noodzakelijk om daden te stellen die ons op weg helpen naar het bovennatuurlijk leven. Nogmaals, dit betekent niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn, zodat wij ons enige verdienste kunnen toeschrijven. Heel onze bekwaamheid komt van God.2 Bovendien wordt deze hulp na de erfzonde nog noodzakelijker. «Niemand wordt door zichzelf en uit eigen kracht van de zonde bevrijd en boven zichzelf verheven; niemand wordt geheel en al verlost van zijn zwakheid, eenzaamheid of slavernij»3; maar allemaal hebben wij Christus nodig, toonbeeld, geneesheer, bevrijder, verlosser en levendmaker.4 Zonder Hem vermogen wij niets; met Hem kunnen wij alles.

Hoewel de menselijke natuur niet bedorven is door de erfzonde, ervaren wij -ook na het doopsel- een neiging tot het kwade, en het kost ons moeite om het goede te doen: het is de zogenaamde fomes peccati of zondige begeerte, die -zonder in zichzelf een zonde te zijn- voortkomt uit de zonde en overhaalt tot zonde.5 De vrijheid zelf, hoewel niet onderdrukt, is verzwakt.

Zo begrijpen wij, in het licht van deze leer, dat onze goede werken, onze vruchten van heiligheid en apostolaat, in de eerste plaats van God zijn; op de tweede plaats -ver op de tweede plaats- zijn zij het resultaat van ons antwoorden aan de genade als werktuigen, altijd slap en zonder juiste verhouding. De Heer vraagt ons, dat we altijd rekening houden met de armzaligheid van onze toestand, door het gevaar van een verwaande zelfingenomenheid te vermijden. Want dikwijls, verzekert ons de heilige Alfonsus van Liguori, «is de man die beheerst wordt door de hoogmoed, een dief, slechter dan andere dieven, omdat hij geen aardse goederen rooft, maar de eer van God [...]. Wij kunnen in feite, volgens de Apostel, uit onszelf geen goede werken verrichten, zelfs niet een goede gedachte hebben (vgl. 2 Kor 3,5) [...] En daar dit zo is, moeten we de Heer zeggen, wanneer we iets goeds doen: Wij schenken U slechts wat wij uit uw hand ontvangen hebben (1 Kron 29,14).»6 Dit moeten we doen met welke vrucht dan ook die we in onze handen aantreffen: deze opnieuw aan God aanbieden, want we weten goed dat het slechte, de tekortkomingen, van ons zijn; het schone en het goede zijn van Hem.

24.2 Zoals wij opmaken uit de bladzijden van het evangelie, waren de ontmoetingen van die mannen en vrouwen met Christus enig en eenmalig: Nikodemus, Zacheüs, de overspelige vrouw, de rouwmoedige rover, de apostelen... De kracht van God had reeds langzaam deze zielen erop voorbereid, zich te openen voor de Heer op het geschikte ogenblik; en zo, ná deze buitengewone en beslissende ontmoeting, zal de genade van God hen blijven begeleiden, terwijl zij in hun zielen een nieuwe bekering en vooruitgang zoeken en verwezenlijken. Andere personages antwoordden niet, geheel of gedeeltelijk, op het licht van God.

Onze ontmoetingen met Christus zijn ook enig en eenmalig geweest, zoals die van die mensen die zich bevonden in het land van Galilea, dichtbij het meer van Gennesaret, in Jeruzalem of in een willekeurig dorp in Samaria toen Hij daar doorheen trok. Jezus is evenzeer in ons leven aanwezig, en wij ontvangen ook, door de goedheid van God, de kracht en de hulp om tot Hem te naderen, om een karwei tot het einde toe af te maken, om een versterving te doen of een akte van geloof, om onszelf te overwinnen uit liefde tot God bij iets wat ons moeite kost...: Het is de genade van bijstand, kosteloze en tijdelijke gave van God, die op elke ziel op een speciale manier zijn uitwerking heeft. Hoeveel genaden van bijstand hebben we elke dag ontvangen! Hoeveel meer zullen we er ontvangen, als we de poort van onze ziel niet sluiten voor dit stille en doeltreffende handelen van de Heiligmaker!

Door de genade verleent God aan elke man, aan elke vrouw, niet slechts het gemak om het goede te doen, maar zelfs de mogelijkheid om het te verwezenlijken, want de schepselen zijn niet in staat -op onze eigen kracht alleen- de geboden na te komen en andere bovennatuurlijke werken te doen. Want los van Mij kunt gij niets7, zegt de Heer stellig. En de heilige Paulus leert dat het heil niet afhangt van de wil of de inspanning van de mens, maar van Gods ontferming8, van een onafgebroken en oneindige ontferming. Hoezeer hebben wij dit ervaren!

De Heilige Geest verlicht ons opdat wij de waarheid leren kennen, hij bezielt en beweegt ons, door onze goede daden voor te gaan, te vergezellen en te vervolmaken. Want God is het, die naar zijn welbehagen in u het willen uitwerkt en het handelen.9 Toch onderdrukt de genade de vrijheid niet, want we zijn het zelf die willen en handelen.

Wij moeten de Heer de praktische wijsheid vragen, om altijd op hem te steunen en niet op onszelf, om in Hem onze sterkte te zoeken en niet in de bedrevenheid van ons verstand of in andere eigen middelen; wij moeten dikwijls luisteren, in het dagelijks leven, naar de liefdevolle aanmaning van de meester: los van Mij kunt gij niets. In het bovennatuurlijk leven zullen wij altijd beginners blijven, strijdend met de volgzaamheid en de toewijding van een kind, dat in alles de hulp van volwassenen nodig heeft. De heilige Franciscus van Sales illustreert met dit voorbeeld de fijngevoeligheid van Gods liefde voor de mensen: «Wanneer een moeder haar kindje leert lopen, helpt en ondersteunt ze het wanneer het nodig is, en ze laat het een paar stapjes nemen op vlakkere en minder gevaarlijke plekken, neemt het bij de hand en houdt het vast, of pakt het op in haar handen en draagt het. Op dezelfde wijze past de Heer steeds op zijn kinderen.»10 Zo staan ook wij tegenover God: als kleine kinderen die nog niet klaar zijn met leren te lopen.

Het is aan ons om te antwoorden, om onze goede wil te tonen, om te beginnen en opnieuw te beginnen, terwijl we oprecht zijn in de geestelijke leiding, en een zeer concreet bijzonder gewetensonderzoek hebben (dat punt waarin we op een bijzondere wijze strijden). Onze dagen zullen veelvuldig samen te vatten zijn als: hulp vragen, beantwoorden aan deze hulp en dankbaarheid betonen.

24.3 God gaat met elke ziel om met een oneindig respect, want Hij dwingt onze wil niet, de mens kan zich verzetten tegen de genade en het goddelijke verlangen onvruchtbaar maken. In feite zeggen we gedurende de dag, wellicht in kleine dingen, soms nee tegen God. En we moeten onze best doen om vele malen 'ja' te zeggen tegen hetgeen de Heer van ons vraagt, en 'nee' tegen het egoïsme, tegen onze neigingen tot hoogmoed, tegen onze luiheid.

Ons vrijwillig antwoord op de genade van God moet gegeven worden in onze gedachten, met woorden en met daden.11 Het geloof alleen is niet genoeg om op doeltreffende wijze mee te werken: God vraagt onze persoonlijke inspanning, daden, initiatieven, doelmatige verlangens... Hoewel de Heer, met zijn dood aan het kruis, voor ons een oneindige schat aan goeds heeft verdiend, worden deze genaden ons desondanks niet alle in een keer verleend; en naarmate wij meer of minder aan de genade beantwoorden, wordt ze ons gegeven. Wanneer wij bereid zijn om de Heer 'ja' te zeggen in alles, trekken we een waarlijke regen van gaven aan.12 De genade, de liefde tot God, overspoelt ons, wanneer wij trouw zijn bij de kleine influisteringen van elke dag: wanneer we 's morgens de 'heldhaftige minuut' beleven, en er ons best voor doen dat onze eerste gedachte voor God is; wanneer we ons voorbereiden op de heilige mis, en de verstrooiingen die ons willen verwijderen van wat belangrijk is, afwijzen; wanneer we ons werk opdragen...

Niemand zal kunnen zeggen dat hij vergeten of in de steek gelaten is door God, als hij alles doet wat er binnen zijn bereik ligt, want de Heer verleent zijn hulp aan iedereen, ook aan diegene die buiten zijn schuld buiten de Kerk staat.13 De Heer, oneindig barmhartig en geduldig, heeft bovendien keer op keer, en op duizend verschillende manieren, gedaan gekregen dat iemand, die er met de erfenis vandoor was gegaan en daardoor in een beklagenswaardige situatie terecht was gekomen, terugkeert. Elke dag gaat hij hem opwachten en beweegt zijn hart, opdat het opnieuw de weg neemt die naar het vaderhuis leidt. En wanneer hij een positief antwoord krijgt, overstelpt Hij hem met hulp en genade, en doet zijn uiterste best om de ziel meer en meer op te heffen.

Als we in dit persoonlijke gebed merken, dat het ons moeite kost om op de genade te antwoorden, laten we dan deze raad opvolgen: «Begin een gesprek met de heilige Maria en vertrouw je aan haar toe: Vrouwe, om het ideaal te beleven dat God mij in het hart gelegd heeft, moet ik vliegen... hoger, hoger (...).»14 En dichtbij Maria ontmoeten wij altijd Jozef, haar allertrouwste echtgenoot, die zo goed en zo voortvarend wist te verwerkelijken wat God, door middel van zijn engel, hem openbaarde. Tot hem kunnen wij ons wenden in de loop van de dag, opdat hij ons helpt om de stem van de Heilige Geest helder te horen in zoveel details en kleine voorvallen, en opdat we sterk zijn om die stem in de praktijk te brengen.

-1. Vgl. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 13. -2. Eerste lezing van de mis. Jaar I. 2 Kor 3,5. -3. H. Ireneüs, Contra haereses, 3,15,3. -4. Vgl. Vaticanum ii, Decr. Ad gentes, 8. -5. Vgl. Concilie van Trente, De peccato originale, 5. -6. H. Alfonsus Maria van Liguori, Selva di materie predicabili. -7. Joh 15,5. -8. Rom 9,16. -9. Fil 2,13. -10. H. Franciscus van Sales, Traktaat van de liefde tot God, 3,4. -11. Vgl. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 14. -12. Vgl. Pius xii, Enc. Mystici corporis, 29 juli 1943. -13. Vgl. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 16. -14. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 994.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012