Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Achtentwintigste zondag door het jaar (A)

55. De genodigden aan het feestmaal

-Ons wacht de hemel. De roep van de Heer beantwoorden. Anderen helpen aan de uitnodiging gehoor te geven. -De roep om deel te nemen aan de intimiteit met God. Er zijn geen goede redenen om niet aanwezig te zijn bij het gastmaal van de Heer. -De wil van Christus om te redden. Onze apostolische inzet behoort op iedereen gericht te zijn.

55.1 De liturgie van vandaag vergelijkt het heil met een koningsmaal, symbool van al wat goed is, waarvoor God ons uitnodigt. In die dagen zal de Heer van de hemelse machten op de berg Sion voor alle volken een maaltijd aanrichten, een maaltijd van vette spijzen en van belegen wijnen... Hij zal de sluier verscheuren die ligt over de volkeren, en het floers dat de naties bedekt... Hij zal de dood voor eeuwig vernietigen en van alle aangezichten zal Hij, de Heer, de tranen wissen...1 Vanaf het begin hadden de profeten, gebruik makend van symbolen uit het dagelijkse leven, over de hemel gesproken. God zelf leidt ons naar deze heilige berg. De psalm van de tussenzang van vandaag drukt deze werkelijkheid ontroerend uit: De Heer is mijn herder... Hij voert mij naar wateren der rust... Hij behoedt mijn ziel voor verdwalen... Moest ik gaan door het dal van de schaduw des doods, kwaad zou ik niet vrezen. Want naast mij gaat Gij, uw stok en uw staf zij doen mij getroost zijn... Zo zijn dan geluk en genade om mijn schreden al de dagen mijns levens. Verblijven mag ik in het huis van de Heer tot in lengte van dagen.2

Jezus is onze herder. Hij nodigt ons uit Hem op duizend verschillende manieren te volgen. Toch wil Hij onze vrijheid respecteren. Dit is dan ook het geheim van het kwaad: mannen en vrouwen kunnen Gods uitnodiging afslaan. Vandaag vertelt het evangelie ons over zo'n weigering. Het rijk der hemelen gelijkt op een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon.3 Volgens de gewoonten van die tijd had de koning zijn dienaren naar de reeds uitgenodigde gasten gestuurd om ze te zeggen dat alles klaar was. De koning wachtte op hun komst. En dan weigeren de gasten om te komen, tot verbazing van de koning. Dan zendt de koning meer dienaren om zijn zorg duidelijk te maken. Daarop zond hij andere dienaars met de opdracht: Zegt aan de genodigden: zie ik heb mijn maaltijd klaar... De goedheid van God wordt duidelijk gemaakt door de vasthoudendheid van de koning en de waarde van het feestmaal: mijn ossen en het gemeste vee zijn geslacht; alles staat gereed. Ondanks al deze toewijding waren de gasten niet geïnteresseerd, zij gingen weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken. De overigen grepen zijn dienaars vast, mishandelden en doodden hen. In andere parabels hebben wij gezien dat de Heer vraagt om wat Hem toebehoort. Bijvoorbeeld in de parabel van de wijngaard staat de heer de pachters toe zijn land te gebruiken. Maar in deze parabel zien wij dat de heer gratis een gave aanbiedt. En deze wordt geweigerd. De Heer biedt de mooiste dingen aan die wij maar al te vaak niet echt waarderen. Jezus moet deze parabel met intens verdriet verteld hebben. Het is de afwijzing door de eeuwen heen van de liefde van God.

De genode gasten staan voor degenen die volkomen in hun eigen bezigheden opgaan. Zij denken, dat zij God niet nodig hebben. Wanneer zij horen dat God hen roept, dan handelen zij zoals in de parabel door met geweld te reageren. «Jij hebt de plicht je niet afzijdig te houden van de mensen om je heen, hen wakker te schudden, hun verburgerlijkt en egoïstisch bestaan te verrijken met nieuwe, weidse horizonten, hun op heilige wijze het leven ingewikkeld te maken, hen zichzelf te doen vergeten en hun begrip bij te brengen voor de problemen van de anderen. -Anders zul jij geen goede broer van je broeders, de mensen, zijn die behoefte hebben aan deze gaudium cum pace, aan deze blijdschap en deze vrede die zij misschien nooit hebben leren kennen of vergeten zijn.»4 In feite zullen velen ons apostolaat beantwoorden en het feestmaal op tijd bereiken.

55.2 Het beeld van een feestmaal wordt overal in de Heilige Schrift gebruikt om de innigheid van een relatie en van redding weer te geven. Ik sta voor de deur en Ik klop. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij.5 God herhaalt zijn verlangen om telkens weer een liefdevolle dialoog aan te gaan met zijn schepselen, een dialoog die een voltooide vorm in de hemel zal aannemen. Doe open, mijn zuster, mijn vriendin, mijn duifje, mijn schoonste. Mijn hoofd is nat van de dauw, mijn lokken zijn vochtig van de nachtelijke nevels.6 Wat is tot nu toe ons antwoord geweest op de duizend uitnodigingen die wij voortdurend van de Heer krijgen? Hoe is ons gebed? Komen wij tot een hechte vriendschap met de Heer? Verontschuldigen wij ons, dat het leven dat wij leiden, niet meer Hem toegewijd is? Voelen wij ons verantwoordelijk om de goddelijke uitnodiging ook aan anderen door te geven? Zijn wij bezorgd om het heil van de mensen die wij kennen?

Het afwijzen van de uitnodiging van de Heer, leven alsof God maar weinig betekent en ons niet op zijn komst voorbereiden, is een heel ernstige zaak. Er zijn geen goede redenen om niet aan het feestmaal van de Heer deel te nemen: niet land, niet bezittingen, niet gezondheid noch enige andere soort van welzijn. De voorwendsels die tegenwoordig door sommigen gebruikt worden om de lieflijke uitnodigingen van de Heer niet aan te nemen, zijn vergelijkbaar met die uit de parabel: hun aardse beslommeringen, alsof dit ondermaanse het laatste is waar het om gaat; andere verschillen, «maar feit blijft, dat het nog steeds om hetzelfde gaat: zij aanvaarden de redding door God niet en sluiten zich vrijwillig buiten omdat hun voorkeur naar andere zaken uitgaat. Zij blijven achter met wat ze verkozen, en verliezen wat ze verwierpen.»7 Hoe verbijsterend dat er zoveel mensen te vinden zijn die innerlijke verbondenheid met God en eeuwige zaligheid afwijzen ten gunste van wereldlijke belangen.

Maar de Heer wil zijn huis vol krijgen. Hij geeft zijn pogingen tot redding nooit op: Ga naar de hoeken van de straten in de stad en nodig ieder die je kunt vinden uit voor de bruiloft. De dienaren vertrokken dus naar de hoeken van de straten en brachten allen mee die zij konden vinden, zowel goeden als kwaden. Niemand wordt uitgesloten bij de goddelijke roep tot redding. De enige die uitgesloten wordt is de persoon die de herhaalde uitnodigingen van de Heer liever negeert.

De heilige Augustinus roept uit: «Help ons, Heer, onze valse verontschuldigingen te verwerpen. Wij willen deelnemen aan het feestmaal... Sta niet toe dat onze trots of zinnelijkheid of gehechtheid of zinloze nieuwsgierigheid onze aanwezigheid verhinderen. Zorg dat wij zeker komen... Wie zal er tenslotte zijn? Bedelaars, zieken, kreupelen, blinden... Wij zullen aankomen als de armen die wij zijn. Wij zijn uitgenodigd door de rijke die om ons arm geworden is en die daardoor de armoede van de armen verrijkt heeft. Wij zullen komen als zieken, omdat wij de goddelijke dokter nodig hebben om onze kwalen te genezen. Wij zullen komen als lammen en wij zullen Hem zeggen: Richt, door uw belofte, mijn voetstap (Ps 119,133). Wij zullen komen als blinden en wij zullen Hem vragen: Wil Gij verlichten mijn ogen, dat ik niet inslaap ten dode (Ps 13,4).»8

55.3 Gaat naar de hoeken van de straten en nodigt wie ge er maar vindt tot de bruiloft... De Heer richt deze woorden tot iedere christen omdat zijn wil om te redden universeel is.9 Deze omvat alle mensen van elk ras, van iedere stand en geloof, van alle eeuwen. Christus wacht geduldig op de bekering van iedere individuele mens. Daarom doorstond Hij de doodstrijd aan het kruis. Iedereen mag met betrekking tot Jezus zeggen: Ik ben met Christus gekruisigd... die Mij heeft liefgehad en zichzelf voor Mij gegeven.10 Als wij echte leerlingen zijn, mogen wij ons aansluiten bij de wil van de Heer om te redden. Deze dienaren gingen dus uit naar de hoeken van de straten en brachten ieder mee die zij konden vinden... Zoals Jezus moeten wij geïnteresseerd zijn in de redding van alle men­sen -van de liftbediende, de huisarts, iemand die bij ons op de bus stapt, de jongens en meisjes op een speelplaats, een hoogleraar op de universiteit... Ieder is het middelpunt van een mateloze goddelijke liefde, en daarmee een belangrijk deel van onze apostolische inspanningen.

«Let goed op: er zijn op de wereld veel mannen en vrouwen en voor geen van hen laat de Meester zijn oproep achterwege. Hij roept hen tot een christenleven, een heilig leven, een uitverkoren leven, een eeuwig leven.»11

Het is heel belangrijk dat wij de mensen één voor één naar de Heer brengen. Wij moeten niet aflatende zorg hebben voor de mensen met wie wij dagelijks werken. «Verdraag iedereen, zoals de Heer dit doet met jou.»12 Wij mogen nieuwe horizonten openen voor onze vrienden die misschien lijden onder een bekrompen menselijke visie. Wij kunnen hun de noodzaak laten zien om God met vertrouwen te benaderen. Laten wij hen aanmoedigen om hun werk aan de Heer op te dragen. Laten wij hen helpen tot de kern te gaan van die innerlijke leegte die zij regelmatig ervaren... Niemand zou in onze nabijheid mogen vertoeven zonder in de kennis van God te groeien door onze woorden en ons voorbeeld. Wij moeten proberen een gelegenheid te zoeken om met hen geduldig over eeuwig leven en aards geluk te spreken.

Onze moeder Maria zal ons leren hoe wij iedere persoon tegemoet moeten treden met de zorgzaamheid en belangstelling en het respect dat zij voor haar Zoon toonde.

-1. Eerste lezing, Jes 25,6-10. -2. Tussenzang, Ps 23,1-6. -3. Mt 22,2-14. -4. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 900. -5. Apok 3,20. -6. Hl 5,2. -7. F. Suárez, Después, Madrid 1978, bl. 132. -8. H. Augustinus, Preek 112 8. -9. Vgl. 1 Tim 2,4. -10. Gal 2,20. -11. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 13. -12. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de heilige Polycarpus, 1,2.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012