Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zestiende week. Donderdag

16. De gevolgen van zonde

-Zonde is de grootste misleiding waaraan de mens ten prooi kan vallen. -De gevolgen van zonde. -De strijd tegen dagelijkse zonden. Liefde voor de biecht.

16.1 Na hun lange en moeilijke ervaring in de woestijn waren de Joden zich goed bewust van het belang van water. Water vinden in de woestijn was hetzelfde als het vinden van een grote schat. Bronnen werden strenger bewaakt dan juwelen. Van hun beveiliging hingen de levens af. De Heilige Schrift verwijst daaraan terecht naar God als naar de bron van levend water. De rechtvaardige wordt beschreven als een boom, wortelend waar water stroomt1, en die vruchten voortbrengt in tijd van droogte.2

In zijn gesprek met de Samaritaanse vrouw onthult Jezus dat Hij onze zielen levend water3 kan geven. Gedurende het Loofhuttenfeest toen de Joden hun doortocht door de woestijn herdachten, sprak Jezus opnieuw over zichzelf als water. Op de laatste en grootste dag van het feest stond Jezus daar en riep met luider stem: Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij; wie in Mij gelooft, hij drinke! Zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.4 Alleen Christus kan de dorst van de mensen naar eeuwig leven lessen, een dorst die God in ons hart heeft gelegd. Veel kerkvaders zagen de open zijde van Christus, waaruit water en bloed vloeiden, als de oorsprong van de sacramenten die ons het bovennatuurlijke leven geven.5

In het gebed van vandaag zijn de woorden van de profeet Jeremia van toepassing, omdat daar dezelfde beelden gebruikt worden. De profeet klaagt hoezeer het uitverkoren volk zijn Heer heeft verlaten. In een eerder zinnebeeldige voordracht spreekt hij over zonde, over het gevolg van onze zonden. Hemel, sta hierover ontsteld, huiver en sidder -godsspraak van Jahwe-, want mijn volk heeft dubbel misdreven: Mij hebben ze verlaten, de bron van levend water, en zij hebben regenbakken gehouwen, vol barsten en die geen water houden.6

Elke zondige daad brengt een afscheiding van God met zich mee. Zonde betekent een keuze maken tussen iets onbeduidends en het levend water dat opborrelt tot eeuwig leven. Dit is de grootste misleiding waaraan een mens ten prooi kan vallen. Dit is waarachtig kwaad. Zonde vermindert de heiligmakende genade, het leven van God in de ziel, de meest waardevolle gave die we bezitten. Zonde heeft altijd tot gevolg «het verkwisten van onze kostbaarste waarden. Dit is de harde werkelijkheid, zelfs als zonde ons zo nu en dan in staat stelt succes te behalen. Onze verwijdering van de Vader brengt grote schade met zich mee voor hen die erbij betrokken zijn, die hun toestemming geven. Zonde leidt tot de verspilling van onze erfenis, die de waardigheid uitmaakt eigen aan iedere menselijke persoon, de erfenis van de genade.»7 Zonde verandert de ziel in rotsachtige grond waar het voor de genade onmogelijk is om wortel te schieten of menselijke deugden te ontwikkelen. Dit is de uitgedroogde grond, de platgetrapte grond vol met doornen waarover we hoorden in het evangelie van gisteren, en dat we morgen opnieuw zullen overwegen. Zonde vertegenwoordigt de ondergang van de mens, het in de steek laten van de bron van levend water in ruil voor gebarsten regenbakken.

16.2 Los van God treft de mens alleen ellende en dood aan. Zonde is de ijdele poging om water in gebarsten vaten te bewaren. «Help mij het te herhalen ten aanhoren van die, en die... en van allen: een zondaar die het geloof heeft, is, zelfs als hij over alle goeds van deze aarde beschikken kan, noodzakelijkerwijs ongelukkig en onfortuinlijk. -Het is waar, dat het motief dat ons ertoe moet brengen de zonde, ook de dagelijkse, te haten en dat allen daartoe moet aanzetten, bovennatuurlijk van aard is: namelijk, dat God de zonde verafschuwt met al zijn oneindigheid, met de opperste, eeuwige en onvermijdelijke haat, als een kwaad dat tegengesteld is aan het oneindig goede...; maar de eerste gedachte waar ik je op gewezen heb, kan ons brengen tot dit laatste.»8 De eenzaamheid die de zonde in de ziel achterlaat moet voldoende zijn om ons er vanaf te brengen. De weg naar de hel is zelf een levende hel.

Zonde scheidt de ziel van de dingen van God. In het evangelie van vandaag haalt Jezus de profeet Jesaja aan: Met uw oren zult gij luisteren en toch niet verstaan, met uw ogen zult gij kijken en toch niet zien. Want verhard is het hart van dit volk, met hun oren luisteren ze slecht en hun ogen doen zij dicht, uit vrees dat zij zouden zien met hun ogen, met hun oren zouden horen, met hun hart zouden verstaan...9 Wij hoeven alleen maar rondom ons te kijken om de realiteit van deze woorden van de Heer te zien. Zoveel mensen hebben hun besef van zonde verloren en zijn onverschillig geworden voor het bovennatuurlijke.

Doodzonde veroorzaakt een radicale breuk tussen God en de mens omdat het de ziel van heiligmakende genade berooft. Wie zondigt verliest al de verdiensten die hij eerder door zijn goede werken had verworven. Hij is niet in staat enige nieuwe verdienste te verkrijgen. In zekere zin valt die ziel onder de macht van de duivel. De natuurlijke neiging van de mens om goed te handelen is zodanig verminderd dat het steeds moeilijker wordt goede dingen te doen. Soms ondergaat iemand die tot doodzonde vervalt lichamelijke gevolgen: onvrede, slecht humeur, sloomheid, een zwakke wil. Deze staat van de ziel leidt tot wanorde in de gevoelens. Het veroorzaakt schade aan de hele Kerk en aan alle mensen, hoewel het naar buiten onopgemerkt kan blijven. Evenals ieder goed mens die zijn best doet God en zijn medemensen te beminnen de wereld verheft, zo «vernedert door elke zonde de ziel met zichzelf ook de Kerk en in zekere zin heel de wereld. Met andere woorden: er is geen enkele zonde, hoe innerlijk en geheim ook, hoe absoluut individueel ook, die uitsluitend diegenen aangaat die ze bedrijft. Iedere zonde heeft een weerslag op geheel de Kerk en op geheel de mensen familie, al is deze weerslag nu eens kleiner en dan weer groter, al berokkent hij de ene keer meer schade dan de andere keer.»10

Iedere zonde is nauw en op mysterieuze wijze verbonden met het lijden van Christus. Onze zonden waren daar aanwezig en waren de oorzaak van dat lijden. Wij hebben de macht om de Zoon van God helemaal opnieuw te kruisigen.11 «Hoeveel moet Hij van ons gehouden hebben! Wat heeft het Hem gekost ons te redden! Welke boodschap hebben de droevige geheimen van de rozenkrans voor ons, welke de kruiswegstaties, het kruis, de nagels, de lans, het lichaam op de schoot van de Moeder? Dit allemaal voor ons -geleden voor elk van ons. Alles gewoonweg om de genade, kinderen van God te zijn, over ons uit te storten, met al de daar bijkomende genade die we nodig hebben. Wij zondigen. Wat kan de prijs die Hij betaalde ons schelen? Dat was zijn bitterste overweging op de Olijfberg. Met goddelijke klaarheid voorzag Hij al onze ondankbaarheid.»12

Met behulp van de goddelijke genade -en er bestaat geen recht op genade- zal de christen die Christus van nabij volgt niet uit gewoonte tot zware zonde vervallen. Maar de kennis van onze zwakte hoort ons ertoe te brengen elke gelegenheid tot zonde te vermijden, zelfs de geringste. Wij doen dit door onze zintuigen te versterven, door niet op ons eigen oordeel te vertrouwen of op onze jaren van trouw of onze uitstekende vorming. Wij moeten de Heer vragen om elke zonde en elke bewuste fout te verafschuwen, om ons een geweten te geven dat gevoelig genoeg is om de kleinste zonden te ontdekken. Wij moeten onze ziel zuiveren door veelvuldig te biechten zodat wij ons zondebesef niet verliezen, dat besef dat zo afwezig lijkt te zijn in onze maatschappij. We zullen Jezus zeggen: «Help ons onze onverschilligheid en onze traagheid te overwinnen! Geef ons een besef van zonde! Schep in ons, oh Heer, een zuiver hart, en hernieuw in onze gemoederen een gewillige geest.»13

16.3 Om een oprechte strijd tegen de zonde goed te beginnen, moet wij onze dagelijkse fouten zonder excuses onder ogen zien, zonder rechtvaardiging te zoeken die onze spijt en berouw zouden verzwakken. Deze fouten omvatten onder meer: nalatigheid in het vervullen van onze beroepsplichten, gebrek aan broederlijkheid, verwaarlozing van onze omgang met God, negatieve oordelen over anderen, jaloezie, mishandeling van anderen, verwaarlozing van het gezin, ons laaghartig en wanordelijk streven om in het middelpunt van de belangstelling te staan, de belangrijkste te zijn, meer te hebben dan we nodig hebben. Deze zijn echte dagelijkse zonden want zij vertegenwoordigen ogenblikken dat de wil weigert de wil van God te volgen, zelfs ofschoon deze weigering geen volledige verwijdering van Hem is. Ons verlangen elke dag dichter bij Jezus te zijn is onverenigbaar met daden of verlangens die ons van Hem scheiden. Elke bewuste dagelijkse zonde is een stap terug op onze weg naar God. De dagelijkse zonde staat het handelen van de Heilige Geest in onze ziel in de weg.

Ons verlangen om doodzonde te verafschuwen en dagelijkse zonde te vermijden kennend, geeft Jezus ons dit advies: Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij; wie in Mij gelooft, hij drinke. De Heer belooft ons levend water te geven. Wij kunnen het zeker niet bewaren in gebarsten vaten. Het sacrament van de boete herstelt de ziel, zuivert haar en vervult haar met genade. Laat ons met oprecht berouw naar dat sacrament gaan. Dan zullen we met de psalmist kunnen zeggen: Als bronwellen vloeien mijn tranen: omdat men ùw wet veronachtzaamt.14

We gaan naar onze Moeder Maria, Toevlucht van de zondaars, om te vragen of zij voor ons de genade verkrijgt om elke dagelijkse zonde te verafschuwen. We vragen haar ook om een grote liefde tot het sacrament van de goddelijke Genade. Laten wij onszelf onderzoeken als wij deze tijd van gebed beëindigen, om te zien hoe vaak wij dit sacrament ontvangen, met wat voor een liefde en met welk voornemen tot verbetering.

-1. Ps 1,3. -2. Jer 17,5-8. -3. Joh 4,10-15. -4. Joh 7,37-38. -5. Vgl. Romeinse Missaal, Prefatie van het Heilig Hart van Jezus. -6. Eerste lezing, Jaar ii, Jer 2,12-13. -7. Johannes Paulus ii, Homilie, 16 maart 1980. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 1024. -9. Mt 13,10-17. -10. Johannes Paulus ii, Apost. exhort., Reconciliatio et poenitentia, 16. -11. Vgl. Heb 6,6. -12. B. Baur, Still mit Gott, 50. -13. Johannes Paulus ii, Homilie bij de opening van het heilig jaar van de Verlossing, 25 maart 1983. -14. Ps 119,136.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012