Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tiende week door het jaar. Maandag

22. De goddelijke barmhartigheid

-De barmhartigheid van God is oneindig, eeuwig en allesomvattend. -De rechtvaardigheid gaat vooraf aan de barmhartigheid, en de barmhartigheid gaat verder dan de eisen van de deugd van de rechtvaardigheid. -Vruchten van de barmhartigheid.

22.1 De heilige Paulus noemt God Vader vol ontferming 1, waarmee hij Gods oneindige medelijden met de mensen bedoelt, die Hij innig liefheeft. Weinig andere waarheden worden, wellicht, zo nadrukkelijk herhaald als deze: God is oneindig barmhartig en heeft medelijden met de mensen, in het bijzonder met degenen die zich in de diepste ellende bevinden, de zonde. De Heilige Schrift onderricht ons in een grote verscheidenheid aan woorden en beelden -opdat de mensen het zo goed mogelijk begrijpen- dat Gods barmhartigheid eeuwig is, dat wil zeggen: zonder begrenzing in de tijd2; zij is onmetelijk, zonder beperking van plaats en ruimte; zij is allesomvattend, want ze beperkt zich niet tot een volk of een ras, en is even uitgebreid en omvangrijk als de noden van de mens zijn.

De menswording van het Woord, van de Zoon van God, is het bewijs van deze goddelijke barmhartigheid. Hij is gekomen om vergeving te brengen, om de mensen met elkaar en met hun Schepper te verzoenen. Zachtmoedig en nederig van hart, schenkt Hij rust en verlichting aan allen die bedrukt zijn.3 De apostel Jakobus noemt de Heer rijk aan barmhartigheid en ontferming.4 In de brief aan de Hebreeën is Christus de barmhartige hogepriester5, en deze houding jegens de mens is altijd het motief van de heilsdaden van God6, die het nooit moe wordt de mensen te vergeven en aan te moedigen om naar hun definitieve vaderland te gaan; om hun zwakheden, het leed en de gebreken van dit leven te overwinnen. «De waarheid omtrent God als Vader van barmhartigheid, die ons is geopenbaard in Christus, staat ons toe op bijzondere wijze te 'zien' hoe nabij Hij de mens is, vooral wanneer die lijdt, wanneer hij in de kern zelf van zijn bestaan en waardigheid wordt bedreigd.»7 Vandaar de aanhoudende smeekbede tot Jezus van de melaatsen, blinden, kreupelen...: heb medelijden met ons.8

De goedheid van Jezus jegens de mensen, jegens ons allen, gaat de menselijke maat te boven. «Die man die in de handen van schurken is gevallen, die hem uitgekleed hebben, afgeranseld, en halfdood achtergelaten, is door Hem opgebeurd. Hij heeft zijn wonden verbonden, er zijn olie en wijn op gegoten, Hij heeft hem op zijn eigen rijdier laten rijden, en hem in de herberg geïnstalleerd om hem te laten verzorgen, waartoe Hij een hoeveelheid geld gaf en de herbergier beloofde, dat Hij hem later zou betalen wat er nog meer uitgegeven zou worden.»9 Deze zorg heeft Hij voor iedere mens afzonderlijk. Hij heeft ons vele malen zwaargewond opgenomen, Hij heeft onze wonden gezalfd, ze verbonden... en niet een maal, maar ontelbare keren. In zijn barmhartigheid ligt onze redding. Zoals de zieken, de blinden en de verminkten, moeten ook wij ons wenden tot Christus in het tabernakel, en Hem zeggen: Jezus, heb medelijden met mij... De barmhartigheid van de Heer werkt op een bijzondere wijze in het sacrament van boete en verzoening. Daarin reinigt Hij ons van onze zonden, daarin neemt Hij ons op, verzorgt Hij ons, wast onze wonden, brengt ons verlichting... Ja, zelfs meer: in dit sacrament geneest Hij ons volledig en ontvangen wij nieuw leven.

22.2 Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden10, lezen wij in het evangelie van vandaag. Van de kant van God is het dringend noodzakelijk, dat zijn kinderen deze houding hebben ten opzichte van hun broeders en zusters. Hij zegt ons, dat zijn barmhartigheid jegens ons evenredig zal zijn aan de barmhartigheid die wij elkaar betonen: en de maat die gij gebruikt, zal men ook voor u gebruiken.11 Ze zal evenredig zijn, maar niet gelijk, want de goedheid van God gaat elke mensenmaat te boven. Onze graankorrel zal met een goudkorrel overeenstemmen; onze zak graan met een zak goud. Voor de vijftig denariën die wij kwijtschelden, scheldt Hij een onvoorstelbaar fortuin, tienduizend talenten, die wij aan God verschuldigd zijn, kwijt. Als ons hart zich tegenover de ellende en de zwakheden van anderen echter verhardt, zal de poort naar de hemel en naar de ontmoeting met God nauwer zijn en moeilijker toegankelijk. «Hij die barmhartigheid van God wil verkrijgen in de hemel, moet barmhartig zijn in deze wereld. En daarom moeten wij, daar allen verlangen naar de barmhartigheid, zo te werk gaan, dat onze barmhartigheid voor ons een advocaat op aarde is, zodat deze ons daarna in de toekomst vrijpleit. Wij ondervinden barmhartigheid in de hemel door onze barmhartigheid op aarde.»12

In sommige gevallen lijkt het alsof de barmhartigheid tegenover de rechtvaardigheid staat, alsof de een de eisen van de ander terzijde schuift. Dit is een verkeerde zienswijze, want zij doet onrecht aan de barmhartigheid, die juist de volheid van de rechtvaardigheid is. De heilige Thomas13 leert, dat wanneer God vol barmhartigheid te werk gaat -en wanneer wij Hem navolgen- Hij iets doet wat boven de rechtvaardigheid uitgaat, maar dat veronderstelt, dat deze deugd tevoren geheel doorleefd is. Op dezelfde wijze handelt iemand die aan een schuldeiser tweehonderd denariën gaf, terwijl hij hem er slechts honderd schuldig was, niet tegen de rechtvaardigheid, maar voldoet hij wat rechtvaardig is, en bovendien handelt hij vrijgevig en barmhartig. Deze houding ten opzichte van de naaste is de volheid van de rechtvaardigheid. Sterker nog, zonder rechtvaardigheid komen we uiteindelijk uit bij «een systeem van onderdrukking van de allerzwaksten door de sterksten» of bij «een strijdperk van aanhoudende gevechten tussen de ene groep en de andere.»14

Met rechtvaardigheid alleen is er geen gezinsleven mogelijk, noch het samenleven binnen een bedrijf of in de verschillende sociale activiteiten. Het is duidelijk, dat wanneer niet eerst de rechtvaardigheid beleefd wordt, ook de barmhartigheid niet beoefend kan worden, zoals de Heer van ons vraagt. Maar na ieder het zijne te geven, dat wat ieder rechtens toekomt, gaat de barmhartigheid veel verder: wij kunnen dan bijvoorbeeld snel beledigingen vergeven, die soms alleen in de verbeelding bestaan of veroorzaakt zijn door ons eigen gebrek aan nederigheid; we kunnen iemand die vandaag wat meer werk heeft of vermoeider is, helpen met zijn taak. Ook kunnen we iemand moed inspreken, wanneer hij een probleem heeft of er bezorgd of ongerust uitziet, misschien vanwege ziekte van een familielid, zakken voor een examen, geldverlies... We moeten ons aanbieden om deze kleine diensten te verlenen, die zo noodzakelijk zijn in elk samenleven en in elke gemeenschappelijke arbeid...

22.3 Ook al worden de betrekkingen tussen mensen steeds rechtvaardiger, het zal altijd nodig blijven iedere dag de barmhartigheid te beoefenen, die de deugd van de rechtvaardigheid verrijkt en vervolmaakt. De houding van barmhartigheid moet zich uitstrekken tot zeer verschillende noden: materiële (voeding, kleding, gezondheid, werk...) en noden van zedelijke aard (het onze vrienden makkelijker maken om te gaan biechten, strijden tegen de grote onwetendheid omtrent de meest elementaire geloofswaarheden door katechese te geven, mee te werken aan vormingswerk...). De barmhartigheid is, zoals de oorsprong van het woord ons leert, een houding van het hart die ons ertoe brengt om medelijden te hebben met de ellende van anderen die we in het dagelijks leven tegenkomen, alsof het onze eigen ellende was. Daarom moeten wij er ons in de eerste plaats op toeleggen, begrip te tonen voor andermans fouten, te volharden in een positieve en welwillende houding, die ons ertoe brengt om van anderen steeds het goede te denken; en om makkelijk fouten en misstappen te verontschuldigen, zonder dat wij nalaten om te helpen in die vorm die het meeste resultaat heeft. Een houding, die ons ertoe brengt om de radicale gelijkheid van alle mensen, die zij bezitten omdat zij alle kinderen van God zijn, alsmede de verschillen en bijzonderheden van iedere persoon, weet te respecteren. De barmhartigheid veronderstelt een echt medeleven, een daadwerkelijk deel hebben aan de tegenspoed van onze broeders en zusters, zowel materieel als geestelijk.

De Heer heeft van deze zaligspreking de rechte weg gemaakt om het geluk in dezen in de andere wereld te bereiken. «Het is als een klein straaltje water dat vloeit uit de barmhartigheid van God, en ons doet deelhebben aan zijn eigen gelukzaligheid. Het leert ons, veel meer dan boeken doen, dat het ware geluk niet bestaat in nemen en bezitten, in oordelen en gelijk hebben, in het doen heersen van de rechtvaardigheid naar eigen inzicht. Het bestaat er veeleer in, dat wij ons laten vastnemen en bezitten door God, dat wij ons onderwerpen aan zijn oordeel en aan zijn edelmoedige rechtvaardigheid, en dat wij van Hem leren om dagelijks de barmhartigheid te beoefenen.»15 Dan pas begrijpen wij dat het zaliger is te geven dan te ontvangen.16 Een meelevend en barmhartig hart vult zich met blijdschap en vrede. Zo bereiken wij ook deze barmhartigheid die we zo nodig hebben; en wij zullen haar verschuldigd zijn aan hen, die ons de gelegenheid gegeven hebben om iets voor henzelf en voor de Heer te doen. De heilige Augustinus zegt ons, dat de barmhartigheid de luister is van de ziel, dat zij haar verrijkt en goed en schoon doet verschijnen.17

Laten wij aan het eind van dit gebed naderen tot onze moeder Maria, want zij  want zij «is degene die het diepst het mysterie van de barmhartigheid kent. Zij kent de prijs ervan en weet hoe diep zij is. In die zin noemen wij haar ook Moeder van barmhartigheid18

Ook al bezitten wij reeds overvloedige bewijzen van haar moederlijke liefde voor ieder van ons, toch kunnen we zeggen tot de heilige Maagd Maria: Monstra te esse matrem!19, toon dat gij moeder zijt, en help ons om ons te gedragen als uw goede kinderen en als broeders en zusters van alle mensen.

-1. Eerste lezing van de mis, jaar I. 2 Kor 1,1-7. -2. Vgl. Ps 100. -3. Mt 11,28. -4. Jak 5,11. -5. Heb 2,17. -6. Vgl. Tit 2,11; 1 Pe 1,3. -7. Johannes Paulus ii, Enc. Dives in misericordia, 30 november 1980, 2. -8. Mt 9,27; 14,20; 15,22; 20,30; Mc 10,47; Lc 17,13. -9. H. Maximus van Turijn, Brief 11. -10. Mt 5,7. -11. Mt 7,2. -12. H. Caesareus van Arles, Preek 25. -13. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae 1, q21, a3, ad2. -14. Johannes Paulus ii, o.c., 14. -15. S Pinckaers, La quête du bonheur. -16. Hnd 20,35. -17 Vgl. H. Augustinus, in Catena aurea, deel I. -18. Johannes Paulus ii, o.c., 9. -19. Getijdengebed, tweede vespers van het gemeenschappelijke van de heilige Maagd Maria, Hymne Ave, maris stella.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012