Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vijftiende zondag door het jaar (C)

3. De Goede Samaritaan

-De belangrijkste demonstratie van de naastenliefde is onze naaste dichter tot het geloof te brengen. -Zonden van nalatigheid op het gebied van de naastenliefde. Jezus is het doel van onze naastenliefde. -Praktische en echte naastenliefde. Onze eigen behoeften moeten op de tweede plaats komen ten opzichte van die van anderen.

3.1 Gij zult uw naaste beminnen gelijk uzelf. De wetgeleerde gaf het juiste antwoord. Jezus bevestigt het: Uw antwoord is juist, doet dat en ge zult leven. Het verhaal wordt verteld in het evangelie van vandaag.1

Deze norm bestond al in de Joodse Wet, die het zelfs met praktische bijzonderheden specificeerde. Wij lezen bijvoorbeeld in Leviticus: Als ge uw oogst van het land haalt, moogt ge uw akker niet tot de rand afmaaien en wat is blijven liggen niet bijeenrapen. Gij moogt in uw wijngaard geen nalezing houden en de afgevallen druiven niet bijeenrapen. Dat alles is bestemd voor de arme en de vreemdeling.2 En na andere uitdrukkingen van barmhartigheid precies te hebben omschreven gaat de Schrift verder: Neem geen wraak op een volksgenoot en koester geen wrok tegen hem. Bemin uw naaste als uzelf.3

We hebben hier een verre voorbode van wat het Nieuwe Gebod van de Heer zou zijn. Onder de joden echter was een zekere onduidelijkheid over het woord 'naaste': het was niet duidelijk of het alleen de leden van de eigen stam, of zijn vrienden, of het gehele uitverkoren volk betrof. De meningen over het onderwerp liepen uiteen en daarom vroeg de wetgeleerde aan de Heer: en wie is dan mijn naaste? Aan wie moet ik al die liefde en barmhartigheid betonen?

Jezus antwoordt met een zeer mooie vergelijking die we in het evangelie volgens Lucas aantreffen: Eens viel iemand, die op weg was van Jeruzalem naar Jericho, in handen van rovers. Ze plunderden en mishandelden hem, en toen ze aftrokken lieten zij hem halfdood liggen.4 Dit is mijn naaste: hij is een mens, elke mens wie dan ook die mij nodig heeft. De Heer maakt geen bijzondere zinspeling op ras, vriendschap of bloedverwantschap. Onze naaste is iedereen die dichtbij ons is en behoefte heeft aan hulp. Er wordt niets gezegd over zijn nationaliteit, achtergrond of sociale status: homo quidam, zomaar een mens, wie dan ook.

In ons leven komen we vele gevallen tegen van mensen die net zo zijn gekwetst en behoeftig achtergelaten, halfdood naar lichaam en ziel. Onze bekommernis hen te helpen, die voortkomt uit onze nabijheid met Jezus, verruimt ons hart en verhindert dat wij kleingeestig en egoïstisch worden. Men ontdekt mensen die gekwetst zijn door onbegrip en eenzaamheid, of door het ontbreken van de meest elementaire menselijke behoeften; mensen, vernederd in hun waardigheid als persoon; mensen die schaamteloos zijn beroofd van hun meest elementaire rechten op een manier die de hemel om wraak roept. Christelijke mannen en vrouwen kunnen nooit aan de andere kant voorbijgaan, zoals sommigen in de parabel deden.

Iedere dag ontmoeten we ook de man die halfdood was achtergelaten, ofwel omdat hij de elementaire waarheden van het geloof niet had geleerd, ofwel omdat ze hem waren ontstolen door de gevolgen van het slechte voorbeeld van anderen, ofwel door de beïnvloeding van de media. Wij mogen nooit vergeten dat het geloof de grootste schat is die de mens heeft, veel belangrijker dan alle materiële en menselijke waarden. «Soms, alvorens het geloof te preken, moeten wij eerst de man naderen die langs de kant van de weg ligt en zijn wonden verzorgen. Maar als christenen mogen wij nooit de noodzaak om het geloof te verspreiden en de mensen te helpen het beter te begrijpen over het hoofd zien, en om de christelijke betekenis van het leven te verbreiden.»5 Tegelijkertijd trachten we ook in andere goede dingen te voorzien: opvoeding, cultuur, persoonlijke verbetering, waardering voor de waarde van werk, eerlijkheid in persoonlijke betrekkingen, en een verlangen naar sociale rechtvaardigheid. Al die zaken zijn levende uitdrukkingen van wat naastenliefde in de praktijk werkelijk betekent.

Een christen moet noodzakelijkerwijs betrokken zijn bij de menselijke en sociale vooruitgang van de mensheid, «maar de gedreven zorg om de geesten van de mensen te verlichten inzake geloof en godsdienstig leven kan niet altijd naar het tweede plan verschoven worden.»6

3.2 De gelijkenis gaat verder: Bij toeval kwam er juist een priester langs die weg; hij zag hem wel, maar liep in een boog om hem heen. De Heer spreekt ons hier aan over zonden van nalatigheid. Degenen die aan de andere kant voorbijgingen, veroorzaakten geen nieuwe verwondingen bij de verlaten en zwaargewonde reiziger, zij stalen niet wat hem nog was overgebleven of beledigden hem. Zij hadden hun eigen zorgen, zij wilden geen verwikkelingen, zij hadden belangrijke dingen te doen. Zij hechtten een groter belang aan hun eigen zaken dan aan de man in nood. Daarin lag hun zonde: Zij gingen aan de andere kant voorbij.

De dienst die zij verzuimden de gewonde reiziger aan te bieden, zou dezelfde lof hebben verdiend die de Heer aan Maria Magdalena gaf -zij heeft een goed werk aan Mij gedaan7- omdat, wat we dan ook voor anderen doen, wij dat doen voor God. Christus zelf wacht op ons in die behoeftige persoon. De heilige Johannes Chrysostomus legt Christus deze woorden in de mond: «Ik zeg je niet: los al mijn moeilijkheden voor Mij op, geef Mij alles wat je hebt, zelfs al ben Ik maar heel minnetjes in liefde voor jou. Ik vraag alleen maar om een beetje brood en wat kleren, een beetje verlichting van mijn honger. Ik ben in de gevangenis. Ik vraag je niet om Mij te komen bevrijden. Ik wil alleen maar, en voor je eigen bestwil, dat je Me eens komt bezoeken. Dat is Mij voldoende, en als tegenprestatie zal Ik jou een hemelse gave schenken. Ik heb jou uit een duizendmaal hardvochtiger gevangenis bevrijd. Maar Ik ben blij als je Me zo nu en dan eens komt bezoeken.

»Ik zou jou inderdaad die kroon cadeau kunnen doen zonder je iets van dat alles te vragen. Maar Ik wil dankbaar jegens jou zijn, zodat jij naderhand kunt komen en je beloning vol vertrouwen in ontvangst nemen. Daarom ga Ik, die best wel in staat ben om Mijzelf te voeden, liever jouw voetstappen na, door je te vragen, en steek Ik liever mijn hand uit aan jouw deur. Daarom zit Ik liever, als een vriend, aan jouw tafel. Ik beroem Mij daarop en Ik kan jou aan de hele wereld laten zien als iemand die Mij goed gedaan heeft.»8

Het geheim van het overwinnen van verschillen van ras of cultuur, of zelfs van leeftijd en karakter, is het zich bewust worden dat het voorwerp van onze naastenliefde Jezus zelf is. Wanneer wij naar onze medemensen kijken, is Hij het die wij zien: «Het is alsof in de armen Christus zelf met luide stem om de naastenliefde van zijn leerlingen roept.»9

3.3 Het evangelie gaat verder: Toen kwam een Samaritaan die op reis was, bij hem; hij zag hem en kreeg medelijden; hij trad op hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze; daarna tilde hij hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem. De volgende morgen haalde hij twee denariën te voorschijn, gaf ze aan de waard en zei: Zorg voor hem, en wat ge meer mocht besteden, zal ik u bij mijn terugkomst vergoeden.

Niettegenstaande de kloof tussen Joden en Samaritanen had de Samaritaan onmiddellijk met de ongelukkige man te doen: Hij kreeg medelijden. Er zijn mensen die blind zijn voor alles wat hun last zou kunnen bezorgen, en er zijn er die snel andermans leed aanvoelen. Wij moeten oog hebben voor het lijden en niet zo haastig leven dat wij, wanneer wij nood ontmoeten, gemakkelijk een uitvlucht vinden om eraan voorbij te gaan.

Het medelijden van de Samaritaan was niet zuiver theoretisch of ondoeltreffend. Integendeel, hij speelde het klaar de man praktische hulp te bieden. Wat hij deed was misschien geen heldendaad, maar het was adequaat. Ten eerste, hij trad op hem toe. Dat is het eerste wat gedaan moet worden in een noodsituatie: we moeten erheen, we kunnen de situatie niet alleen maar van een afstand bekijken. De Samaritaan deed vervolgens wat gedaan moest worden: Hij verzorgde hem. De naastenliefde die de Heer van ons vraagt wordt getoond met daden; in elk individueel geval betekent het: doen wat gedaan moet worden.

God plaatst onze naaste en zijn nood, langs de weg van ons leven. Liefde staat altijd klaar te doen wat de situatie vereist. Het hoeft niet iets bijzonder heldhaftigs of moeilijks te zijn; wat vereist wordt is vaak iets kleins en eenvoudigs. «Die liefde moet men niet alleen in grootse dingen zoeken, maar vooral in de gewone omstandigheden van het dagelijkse leven.»10

Het kan het verlenen van een kleine dienst zijn, misschien het proberen iemand op te monteren als we hem zwaarmoedig aantreffen; of het kan een woord van waardering en dank zijn, of een glimlach, of een vreemdeling hoffelijk de weg wijzen, of met belangstelling luisteren naar wat iemand heeft te zeggen.

De zaken die de Samaritaan te doen had waren niet langer zo belangrijk. Hij nam royaal de tijd om de man in nood te helpen. Maar het is niet alleen een kwestie van tijd. Onze interesses, de dingen die wij graag doen -om genotzucht maar niet te noemen- moeten allemaal op de tweede plaats komen ten opzichte van de noden van anderen.

Jezus besluit de les met een vriendelijk woord aan de wetgeleerde: Ga dan en doet gij evenzo. Hij zegt tegen hem: Heb begrip, wees betrokken en heb medelijden met al wie jou nodig heeft. En nu, bij het einde van onze overweging, is het alsof die woorden tegen ieder van ons gesproken worden. Om ze in praktijk te brengen moeten wij ons tot de heilige Maagd wenden: «Geen hart is menselijker dan dat van een mens die overloopt van bovennatuurlijk besef. Denk maar aan de heilige Maagd, vol van genade, Dochter van God de Vader, Moeder van God de Zoon en Bruid van God de Heilige Geest: in haar Hart is ruimte voor de hele mensheid, zonder onderscheid of discriminatie. Iedereen is haar zoon of haar dochter.»11

-1. Vgl. Lc 10,27. -2. Lev 19,9-10. -3. Lev 19,18. -4. Lc 10,25-37. -5. Kard. M. González Martin, Libres en la caridad. -6. Ibidem. -7. Mc 14,6. -8. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Romeinen, 15. -9. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et Spes, 88. -10. Ibidem, 38. -11. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 801.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012