Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vierde zondag van Pasen

22. DE GOEDE HERDER. LIEFDE VOOR DE PAUS

-Jezus, de Goede Herder, vertrouwt Petrus en zijn opvolgers het bestuur van zijn Kerk toe. -Het primaatschap van Petrus. De liefde van de eerste christenen voor Petrus. -Gehoorzaamheid aan de Plaatsbekleder van Christus. De «zoete Christus op aarde».

22.1 Ik ben de goede Herder en Ik ken mijn schapen, en de mijnen kennen Mij.1

De liturgie van deze zondag concentreert zich op het beeld van de Goede Herder. Het offer van de Herder gaf leven aan zijn schapen en bracht hen terug in de schaapsstal. Jaren later bevestigde Petrus de christenen in hun geloof door hen te midden van vervolging eraan te herinneren, wat Christus voor hen had gedaan en geleden: Door zijn striemen zijt gij genezen, want gij waart verdwaald als schapen, maar nu zijt gij bekeerd tot de herder en behoeder van uw zielen.2 En dus bidt de hele Kerk: Laat de voortzetting van de verlossing in ons leven een bron zijn van blijvende vreugde3, en vraagt aan God de Vader: Geef dat de kleine kudde de Herder mag volgen, waar Deze -machtig en groot- is voorgegaan.4

De eerste christenen hadden een bijzondere voorkeur voor het symbool van de Goede Herder en hebben ons er talloze getuigenissen van achtergelaten in de catacomben en in vele welbekende gebouwen uit de oudheid door muurschilderingen, reliëfs, geschriften op grafstenen, mozaïeken en beeldhouwwerken. De liturgie van deze zondag nodigt ons uit de barmhartige liefde van onze Redder te overwegen, zodat wij de rechten erkennen, die Hij op elk van ons verkreeg door zijn dood. Het is ook een goede gelegenheid om in ons gebed onze liefde te overwegen voor de goede herders, die Hij heeft achtergelaten om ons te leiden en in zijn naam te bewaren.

Het Oude Testament verwijst herhaaldelijk naar de Messias als een goede herder die Gods volk, dikwijls verlaten en verstrooid, moet voeden, regeren en besturen. Die profetieën zijn vervuld in Jezus, maar in Hem met nieuwe kenmerken. Hij is de Goede Herder, die zijn leven voor zijn schapen geeft en voor andere herders zorgt om zijn zending voort te zetten. Tegengesteld aan dieven, die hun eigen belangen najagen en de kudde vernietigen, is Jezus de deur van de redding5; degene, die binnentreedt, zal leven in overvloed bezitten.6 Er is een liefdevolle relatie tussen de Goede Herder en zijn schapen: Hij roept elk bij zijn naam; Hij leidt hen; de schapen volgen Hem omdat zij zijn stem kennen; Hij is de éne en enige herder die slechts één kudde heeft7, beschermd door de liefde van de Vader.8 Hij is de Opperherder.9

Bij zijn laatste verschijning vóór Hemelvaart maakte de verrezen Christus Petrus tot herder van zijn kudde10, de gids van de Kerk. Op deze wijze werd de voorspelling, aan Petrus gedaan vóór de Passie, vervuld: Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken. Wanneer gij eenmaal tot inkeer gekomen zijt, versterk dan op uw beurt uw broeders.11 Hierdoor voorspelde Hij dat Hij als een goede herder voor zijn kudde zou sterven.

Christus vertrouwt Petrus ondanks zijn verloocheningen. Hij vraagt eenvoudigweg hetzelfde aantal keren om zijn toewijding als Hij werd verloochend. Onze Heer vindt het niet erg zijn Kerk toe te vertrouwen aan een zwak man, die berouw heeft en met daden bemint.

Nu werd Petrus bedroefd, omdat Hij hem voor de derde maal vroeg: 'Hebt gij mij lief?' en hij zeide Hem: 'Heer, Gij weet alles; Gij weet dat ik U liefheb'. Daarop zei Jezus hem: 'Weid mijn schapen'. Het zinnebeeld van de herder, dat Jezus voor zichzelf opeiste, wordt aan Petrus overgedragen: hij moet de zending van onze Heer voortzetten en zijn vertegenwoordiger op aarde zijn.

Jezus' woorden aan Petrus -weid mijn lammeren, hoed mijn schapen- verklaren de zending van Petrus als het zonder uitzondering bewaren van de gehele kudde van onze Heer. 'Hoeden' is gelijkwaardig met 'leiden en besturen'. Petrus wordt tot herder en gids van de gehele Kerk aangesteld. Zoals het Tweede Vaticaanse Concilie opmerkt, «heeft Jezus Christus de heilige Petrus aan het hoofd van de andere apostelen gesteld en in hem het blijvend en zichtbaar beginsel en fundament van de eenheid in geloof en gemeenschap vastgelegd.»12

Ubi Petrus ibi Ecclesia: waar Petrus is, daar is de Kerk van Christus. In eenheid met hem, kennen wij met zekerheid de weg die naar de redding leidt.

22.2 De Kerk is gebouwd op het primaatschap van Petrus, zoals op een rots, tot het einde van de wereld. De status van Petrus is tot grote hoogte gestegen, daar Christus het werkelijk fundament van de Kerk is13 en Petrus nu zijn plaats bekleedt. Daarom hebben sindsdien zijn opvolgers de titel van Vicarius Christi verkregen, dat betekent, iemand die zijn plaats inneemt.

Petrus is de vaste zekerheid van de Kerk tegen de stormen, die zij heeft geleden en door de eeuwen heen zal lijden. Op hem als op haar fundament gegrondvest en dankzij de waakzaamheid van deze goede herder, heeft de Kerk de garantie van stabiliteit, ondanks beproevingen en bekoringen. Petrus zou enkele jaren later sterven, maar zijn rol als Opperherder «duurt eeuwig voor het blijvende welzijn en permanente goed van de Kerk, die, op de rots gebouwd, onwankelbaar moet blijven tot het einde van de tijd.»14

Onze liefde voor de paus gaat terug naar het begin van de Kerk. De handelingen van de Apostelen15 vertellen ons ontroerd over de reactie van de eerste christenen op de gevangenneming van Petrus door Herodes Agrippa, die hem wilde doden na het Paasfeest. Ondertussen bad de Kerk zonder ophouden voor hem tot God. «Zie -zegt de heilige Johannes Chrysostomus- hoe de gelovigen om hun herders geven. Zij nemen geen toevlucht tot protest of opstand, maar tot gebed als een niet falend hulpmiddel. Zij zeiden niet: 'daar wij machteloos zijn, is het nutteloos voor hem te bidden.' Zij redeneerden nooit op die manier, maar baden met liefde.»16

Wij moeten veel voor de paus en zijn intenties bidden, daar hij het zware gewicht van de Kerk op zijn schouders draagt. We kunnen bijvoorbeeld het volgende liturgische gebed gebruiken: Dominus conservet eum, et vivificet eum, et beatum faciet eum in terra, et non tradat eum in animam inimicorum eius: moge de Heer hem bewaren en in leven houden, hem op aarde gelukkig maken en hem bewaren voor het in handen vallen van de vijand.17 Elke dag stijgt het roepen van de hele Kerk, verspreid over de wereld, op tot God. Geen Mis wordt gevierd zonder dat zijn naam wordt genoemd, en er voor hem en zijn intenties wordt gebeden. Onze Heer zal zich verheugen als wij door de dag heen, uren van werk of studie en verstervingen voor zijn Plaatsbekleder op aarde opdragen.

«Dank U, mijn God, voor de liefde tot de paus, die U in mijn hart gelegd hebt.»18 Het zou prachtig zijn als we dit elke dag intenser zouden kunnen zeggen. Deze liefde en verering voor de Roomse Opperherder is een van de grootste geschenken die onze Heer ons heeft nagelaten.

22.3 Naast ons gebed en onze liefde voor degene die Christus' plaats op aarde inneemt, moeten ook ons respect en onze gehoorzaamheid staan. «De liefde tot de Romeinse Opperherder moet een zoete hartstocht in ons zijn, omdat wij in hem Christus zien.»19 Daarom «mogen wij nooit aan de verleiding toegeven de ene paus met de andere te vergelijken en alleen degene ons vertrouwen te schenken wiens daden het best met onze persoonlijke gevoelens overeenstemmen. We mogen geen mensen zijn die treuren om de paus van gisteren, of die aan het wachten zijn op de paus van morgen en zich zo ontslagen achten van de verplichting de huidige leider te gehoorzamen. Leest u eens de tekst van de kroning [deze plechtigheid bestaat niet meer. Vert.] van Pausen, dan zult u merken dat het geen mensen zijn die de uitverkorene van het conclaaf de macht van zijn waardigheid verlenen. Deze macht ontvangt de opvolger van Petrus rechtstreeks van Christus. Wanneer we het hebben over de Opperherder, laten we uit ons spraakgebruik dan de hele terminologie bannen, ontleend aan politiek en journalistiek en laten we ons niet door mensen die buiten ons geloof staan, ons duidelijk laten maken welk aanzien het hoofd van de christenheid in de wereld heeft.»20

Er zou geen echte liefde en respect voor de paus zijn zonder getrouwe innerlijke en uiterlijke gehoorzaamheid aan zijn onderricht en lering. Goede kinderen luisteren met diep respect naar zelfs de eenvoudigste raad van de gemeenschappelijke Vader en proberen deze oprecht in praktijk te brengen.

In de paus moeten we iemand zien die op de plaats van Christus in de wereld staat: de «zoete Christus op aarde», zoals de heilige Catharina van Siëna placht te zeggen. We zullen meehelpen zijn woorden al de hoeken van de aarde zonder verdraaiing te laten bereiken, zodat, precies als toen Christus op aarde was, vele mensen die de weg zijn kwijtgeraakt door onwetendheid en dwaling, weer de waarheid ontdekken en veel teleurgestelde mensen hun hoop terugkrijgen. Het is een deel van de apostolische taak van de christen om het woord van de paus bekend te maken.

Deze woorden van Jezus kunnen ook op de paus worden toegepast: Wie in Mij blijft... die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets.21 Zonder deze eenheid is alle vrucht schijn en bedrog, en vaak bitter en schadelijk voor het Mystieke Lichaam van Christus. Als wij nauw verbonden zijn met de paus, zullen we alleen maar redenen tot optimisme hebben in de uitvoering van onze apostolische ondernemingen; het optimisme en de hoop, die liggen in deze woorden van de H. Jozefmaria Escrivá: «Met vreugde zegen ik je, mijn zoon, om dat geloof in jouw zending als apostel, dat je deed schrijven: 'De toekomst is zeker, misschien ondanks onszelf: daar is geen twijfel aan. Maar het is nodig dat wij één zijn met het Hoofd -ut omnes unum sint, dat allen één zijn!- door het gebed en offer'».22

-1. Communie van de Mis. -2. 1 Pe 2,25. -3. Gebed over de gaven. -4. Gebed. -5. Vgl. Joh 10,10. -6. Joh 10,9-10. -7. Vgl. Joh 10,16. -8. Vgl. Joh 10,29. -9. 1 Pe 5,4. -10. Vgl. Joh 21,15-17. -11. Lc 22,32. -12. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen Gentium, 18. -13. 1 Kor 3,11. -14. Vaticanum i, Dogm. const. Pastor Aeternus, 2. -15. Vgl. Hnd 12,1-12. -16. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over de Handelingen van de apostelen, 26. -17. Enchiridion Indulgentiarum (1986), 39, gebed pro Pontifice. -18. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 573. -19. Idem, De liefde tot de Kerk, 13. -20. G. Chevrot, Simon Petrus, bl. 78-79. -21. Joh 15,5. -22. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 968.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012