Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Derde week. Donderdag

22. De groei van het innerlijk leven

-Het innerlijk leven is bestemd om te groeien. Beantwoorden aan de genade die we ontvangen. -Trouw in de kleine dingen en offervaardigheid. -Berouw en innerlijke groei.

22.1 Jezus vraagt soms extra aandacht van de apostelen om naar zijn leer te luisteren; een ander maal roept Hij ze bijeen, om hun apart nog eens een parabel uit te leggen, of om hun een of ander voorval te laten zien, waaruit zij een les moeten trekken. Ze ontvangen namelijk een schat voor de hele Kerk, waarvan ze later rekenschap zullen moeten afleggen. Let op wat gij hoort..., zegt Hij eens tot hen. En Hij geeft hun de volgende les: Aan wie heeft zal gegeven worden; maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden, zelfs wat hij heeft.1 De heilige Johannes Chrysostomus geeft hierop als commentaar: «Aan degene die ijverig en vurig is, zal alle hulp die van God afhangt, gegeven worden; maar aan degene die geen liefde en vurigheid bezit en die niet doet wat van hem afhangt, zal ook niet gegeven worden wat van God komt. Want zelfs wat hij lijkt te hebben, zal hem nog ontnomen worden, zegt de Heer, niet omdat God het hem afneemt, maar omdat hij niet in staat is nieuwe genaden te ontvangen.»2

Aan wie heeft, zal gegeven worden... Dit is een basisprincipe voor het innerlijk leven van elke christen. Aan degene die aan de genade beantwoordt zal meer genade gegeven worden, zodat hij nog meer zal bezitten. Maar degene die de ingevingen, inspiratie en hulp van de Heilige Geest niet benut, zal steeds armer worden. Zij die gewoekerd hadden met de talenten die hun in bewaring waren gegeven, ontvingen een grotere rijkdom, maar hij die zijn talent verborgen had, verloor het.3 Het innerlijk leven is, zoals de liefde, bestemd om te groeien: «Als je zegt: het is zo wel genoeg, dan ben je reeds dood.»4 Het innerlijk leven vraagt altijd om vooruitgang, beantwoording, openstaan voor nieuwe genade. Als men niet vóóruit gaat, gaat men áchteruit.

De Heer heeft ons beloofd, dat wij altijd de hulp krijgen die we nodig hebben. Op elk moment zullen we met de psal­mist kunnen zeggen: Mijn hulp zijt Gij, mijn bevrijder.5 Moeilijkheden, bekoringen, inwendige of uitwendige hindernissen zijn aanleidingen tot groei; hoe groter de moeilijkheden, des te groter is de genade. En indien beko­ringen of tegenslagen zeer groot waren, zou de Heer ons nog meer hulp geven om hetgeen de heiligheid lijkt te vertragen of onmogelijk te maken, te veranderen in een gelegenheid tot geestelijke vooruitgang en tot doeltreffend­heid in het apostolaat. Slechts gebrek aan liefde, lauwheid, maakt het zieleleven ziek of doet het afsterven. Slechts kwade wil, gebrek aan edelmoedigheid jegens God kan onze eenwording met Hem echt vertragen of beletten. «Het vat van het geloof, dat naar de bron gebracht is, wordt gevuld overeenkomstig zijn inhoud.»6 Jezus Christus is een onuitputtelijke bron van hulp, van liefde en begrip: met welke inhoud -met welke verlangens- naderen we tot Hem? Heer, zeggen we tegen Hem in ons gebed, maak ons steeds dorstiger naar U. Maak, dat ik intenser naar U verlang dan een arm mens die in de woestijn ronddoolt en door gebrek aan water bijna omkomt!

22.2 Er zijn zeer verschillende redenen waarom we misschien geen vooruitgang maken in ons geestelijk leven, en zodoende terugvallen en moedeloosheid een kans geven. Deze redenen kunnen echter vaak tot slechts een paar worden teruggebracht: gebrek aan zorg of nalatigheid in de kleine dingen die met het dienen van God en de vriendschap met Hem te maken hebben, en het terugdeinzen voor de offers die Hij van ons vraagt.7 Alles wat we elke dag God kunnen aanbieden, zijn kleine daden van geloof en liefde, smeekbeden, dankzegging na de mis, het bezoek aan het Sacrament, wetend dat we daar Jezus zelf ontmoeten die op ons wacht...; onze gebruikelijke gebeden tijdens de dag; offertjes brengen bij ons werk, anderen vriendelijk antwoord geven, beleefd iets vragen... Veel kleine dingen die met en uit liefde gedaan worden, vormen onze schat van elke dag, die wij naar de eeuwigheid zullen meenemen. Ons innerlijk leven wordt normaal gesproken gevoed door kleinigheden die we met liefde en aandacht verrichten. Iets anders willen, zou betekenen dat we ons in de weg vergissen, dat we niets of erg weinig zullen vinden om God aan te bieden. «Het is goed -zegt de H. Jozefmaria Escrivá- te herinneren aan het verhaal van die door een Franse schrijver verzonnen persoon, die op jacht naar leeuwen wilde gaan in de gangen van zijn huis. Natuurlijk trof hij die niet aan. Ons leven is heel gewoon en alledaags; de Heer willen dienen in grote dingen zou hetzelfde zijn als op jacht naar leeuwen willen gaan bij ons thuis in de gang. Net als die jager uit het verhaal zouden we uiteindelijk met lege handen staan»8, zonder iets om aan te bieden. We hebben slechts de gewone dagelijkse dingen ter beschikking.

Zoals druppels water, bij elkaar gevoegd, de dorstige aarde tot leven brengen, zo is dat ook met onze kleine daden: een 'blik' op een Mariabeeld, een bemoedigend woord tot een vriend, een eerbiedige kniebuiging voor het tabernakel, het afwijzen van een verstrooiing tijdens ons gebed, een overwinning op onszelf tijdens het werk door luiheid te vermijden..., dit soort daden vormt de basis van de goede gewoonten, de deugden, die het leven van de ziel doen vooruitgaan en het bewaren. Als we trouw zijn in deze kleine dingen, als we herhaaldelijk ons verlangen vernieuwen om God te behagen, dan zullen we, wanneer we iets groters kunnen bieden - een ziekte die moeilijk te dragen is, of een mislukking in het beroepsleven-, vruchten weten te halen uit wat de Heer heeft gewild of toegelaten. Dan zullen de woorden van Jezus  vervuld worden: Wie betrouw­baar is in het kleinste, is ook betrouwbaar in het grote.9

Een andere reden van terugval in het zieleleven is «het weigeren de offers te aanvaarden die de Heer van ons vraagt.»10 Zulke offers geven ons de gelegenheid in te gaan tegen ons egoïsme -iets dat iedere liefde nodig heeft-, en tonen onze ijver om Christus in de loop van de dag te zoeken.

Liefde tot God «wordt verworven in de geestelijke ver­moeienis»11, in de inzet, de echte belangstelling, die met de hulp van de genade in het diepst van onze ziel ontspringt. Er kan geen liefde bestaan, noch menselijke noch bovennatuurlijke, zonder deze wil offers te brengen. «De liefde groeit in ons en ontwikkelt zich, ook temidden van tegen­slagen, van het verzet tegen die liefde vanuit het binnenste van ieder van ons, en tegelijkertijd 'van buitenaf ', dat wil zeggen, tussen de veelvoudige krachten die haar vreemd en zelfs vijandig zijn.»12 Omdat de Heer ons heeft beloofd dat de hulp van de genade ons nooit zal ontbreken, hangt het resultaat van deze strijd uitsluitend af van ons antwoord, van onze inzet, van het steeds weer opnieuw beginnen, zonder ontmoedigd te worden. Hoe trouwer wij aan de genade zijn, des te meer hulp geeft Hij ons, des te gemakkelijker zullen we de weg kunnen volgen...; evenzo wordt er meer van ons geëist: een grotere fijnzinnigheid van de ziel. Liefde vraagt altijd om meer liefde.

22.3 Aan ons innerlijk leven wordt een speciale mogelijkheid tot groei geboden, wanneer zich ongunstige omstandigheden voordoen. En voor onze ziel bestaat er geen grotere hindernis dan die welke door onze eigen ellende, nalatigheid en gebrek aan liefde wordt opgeworpen. Maar in zulke situaties leert en prikkelt de Heilige Geest ons om op bovennatuurlijke wijze te reageren, met een akte van berouw: God, wees mij, zondaar, genadig.13 De heilige Franciscus van Sales leert, dat we onszelf sterk moeten voelen door dergelijke schietgebedjes, uitgesproken met veel liefde en berouw, en met het verlangen naar een echte verzoening, opdat we ons door middel van deze gebedjes, toevertrouwen aan het barmhartige Hart van de Heer.14 Akten van berouw zijn een doeltreffend middel om geestelijke vooruitgang te boeken.

Om vergeving vragen is Christus beminnen en beschouwen, steeds meer bereid tot begrip en barmhartigheid. En omdat we zondaars zijn15, zal onze weg vol zijn van akten van berouw en liefde, die ons hart vervullen van hoop en van een nieuw verlangen om de weg naar heiligheid te hernemen. We moeten steeds weer naar de Heer terugkeren, zonder ontmoedigd of angstig te raken, ook al hebben we nog zo vaak aan de Liefde niet beantwoord. Gods barmhartigheid is oneindig en moedigt ons aan terug te keren met nieuwe ijver, met hernieuwde hoop. We moeten doen zoals de verloren zoon die, in plaats van daar ver weg in een vreemd land te blijven, vol schaamte en in ellende levend, tot nadenken kwam en zei: [...] Ik ga weer naar mijn vader.16 «Het menselijk leven is in zekere zin een voortdurend terugkeren naar het huis van onze Vader. Terugkeren door middel van het berouw [...].

»God wacht op ons, zoals de vader uit de gelijkenis, met open armen, al hebben wij dat niet verdiend. Het geeft niet hoe zwaar wij schuldig zijn. Zoals in het geval van de verloren zoon is het voldoende dat wij ons hart openstellen, dat wij heimwee krijgen naar het huis van onze Vader, dat wij ons verwonderen en ons verheugen wegens de gunst die God ons bewijst, door ons waarachtig zijn kinderen te mogen noemen en het inderdaad ook te zijn, ondanks zoveel tekorten aan beantwoording onzerzijds.»17 De Heer verlaat ons nooit. Hij neemt ons altijd op, troost ons en beweegt ons ertoe opnieuw te beginnen, met meer liefde, met meer nederigheid.

Onze zwakheid helpt ons te zoeken naar de goddelijke barmhartigheid en nederig te zijn. En groeien in de deugd van nederigheid betekent, veel stappen vooruit te zetten in ons innerlijk leven. Alle deugden hebben er baat bij als we nederiger worden. Als we af en toe ontdekken dat we tekort schieten in het beantwoorden aan al die genade die we ontvangen hebben, dat we niet zo trouw aan God geweest zijn als Hij verwachtte, dan moeten we vol vertrouwen met een berouwvol hart tot Hem gaan: God, herschep mijn hart, maak het zuiver, geef mijn geest, diep in mij, nieuw bestand.18

We moeten vaak aan die dingen denken die, hoe klein ook, ons van God scheiden. Dan zullen we bewogen worden tot droefheid en berouw, die ons dichter bij Hem doen komen. Zó wordt ons innerlijk leven verrijkt, niet alleen door de uitwendige hindernissen, maar ook door de inwendige zwakheden, dwalingen en zonden. En als we het moeilijk zouden vinden opnieuw te beginnen, dan moeten we onze toevlucht nemen tot Maria, die de weg die naar haar Zoon leidt, gemakkelijk maakt. Laten wij tot haar bidden ons vandaag te helpen om veel akten van berouw te bidden. Misschien kan juist het gebed van de tollenaar ons daarbij helpen: God, wees mij, zondaar, genadig. Of het gebed van koning David: Cor contritum et humiliatum, Deus, non despicies... een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.19 Heel bijzonder zullen we geholpen worden door het veelvuldig bidden van schietgebedjes, als we in de verte de muren van een kerkgebouw zien, wetend dat Jezus, de bron van alle erbarming, daar persoonlijk aanwezig is in het heilig Sacrament.

Onze lieve Vrouw, de Moeder van genade, van barmhartigheid, van vergeving, zal altijd in ons de hoop aanwakkeren om het eerzuchtige doel heilig te worden, te bereiken. Laten we de vruchten van deze tijd van persoonlijk gebed in haar handen leggen, in de overtuiging dat aan wie aan de genade beantwoordt, nog meer genade gegeven zal worden.

-1. Mc 4,24-25. -2. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Mattheüs, 45,1. -3. Vgl. Mt 25,14-30. -4. H. Augustinus, Preek 51, 3. -5. Ps 40,18. -6. H. Augustinus, Tractaat over het evangelie van Johannes, 17. -7. Vgl. R. Garrigou-Lagrange o.p., Het zieleleven van den christen. -8. H. Jozefmaria Escrivá, Brief, 24 maart 1930. -9. Lc 16,10. -10. R. Garrigou-Lagrange o.p., o.c. -11. Johannes Paulus ii, Homilie, 3 februari 1980. -12. Ibidem. -13. Lc 18,13. -14. H Franciscus van Sales, Tractaat over de liefde tot God, 2,20. -15. Vgl. 1 Joh 1,8-9. -16. Lc 15,17 18. -17. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 64. -18. Ps 51,12. -19. Ps 51,19.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012