Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zondag na 6 januari
De doop van de Heer

51. DE HEER IS GEDOOPT. ONS DOOPSEL

-Jezus wil gedoopt worden. Instelling van het christelijk doopsel. Dankbaarheid. -Gevolgen van het doopsel: reiniging van de erfzonde, nieuw leven, kindschap Gods. -Inlijving in de Kerk. Roeping tot heiligheid en apostolaat. Kinderdoop.

51.1 Nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij terstond uit het water. En zie, daar ging de hemel open en Hij zag de Geest Gods neerdalen in de gedaante van een duif en over zich komen; en een stem uit de Hemel sprak: Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb.1

In de liturgie van vandaag herdenken wij het doopsel van Jezus door de heilige Johannes de Doper in het water van de rivier de Jordaan. Zonder een enkele vlek te hebben heeft Hij zich toch onderworpen aan dit ritueel, op dezelfde wijze als Hij zich ook onderwierp aan de overige wettelijke voorschriften die net zo min voor Hem golden. Mens zijnde heeft Hij zich onderworpen aan de wetten die het menselijk leven regelden en aan de wetten die golden voor het volk van Israël, door God uitverkoren om de komst van de Verlosser voor te bereiden. Johannes vervulde, op krachtige wijze, zijn taak: hij profeteerde en riep een golf van boetvaardigheid op als onmiddellijke voorbereiding op het messiaanse koninkrijk.

De Heer wil gedoopt worden, zegt de heilige Augustinus, «omdat Hij met zijn nederigheid wil verkondigen wat voor ons noodzakelijk is»2.

Het doopsel van Christus in de Jordaan is het begin van de instelling van het doopsel van het Nieuwe Verbond dat allengs met nieuwe bestanddelen is aangevuld, en door Christus rechtstreeks in alle volheid ingesteld en universeel verplichtend gesteld is bij zijn Hemelvaart met de woorden: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.3

Met het doopsel ontvangen wij het geloof en de genade. De dag van onze doop was de belangrijkste dag van ons leven. «Zoals droge grond, als hij geen water krijgt, geen enkele vrucht draagt, zo zullen ook wij, die toch vooreerst dor hout zijn, nooit vruchten ten leven dragen, zonder de regen die ons onverplicht van boven geschonken wordt.»4 Vóór ons doopsel staan wij voor de vergrendelde hemelpoort en zijn wij niet in staat enige bovennatuurlijke vrucht voort te brengen.

Vandaag kan ons gebed ons helpen te bedanken voor dit geschenk dat wij ontvangen hebben zonder het te verdie­nen en blij te zijn voor zoveel goeds dat God ons verleent. «Dankbaarheid is vanzelfsprekend het eerste gevoel dat in ons opbloeit als gevolg van de genade van het doopsel. Het tweede is de vreugde. Wij zouden nooit aan ons doopsel moeten denken zonder een diepe inwendige blijdschap.»5 

Wees dankbaar, dat de ziel gezuiverd is van de smet van de erfzonde, en van elke andere zonde zo die voor het doopsel begaan was. Alle mensen behoren tot het mensen­geslacht, dat in zijn oorsprong beschadigd is door de zonde van onze stamouders. «Met het Concilie van Trente belijden wij kortom, dat de erfzonde wordt doorgegeven tegelijk met het mens-zijn, 'niet via navolging, maar via voortplanting', en dat ze dus 'iedereen eigen is'..»6 Jezus voorzag echter het doopsel van een bijzondere werking om de menselijke natuur te zuiveren en deze te bevrijden van die zonde waarmee wij geboren zijn. Het doopwater heeft een even werkelijke betekenis en uitwerking als natuurlijk water: reiniging en zuivering van elke smet en ongerechtigheid.7 «Dank zij het sacrament van het doopsel zijt gij veranderd in een tempel van de Heilige Geest. Laat het u nooit gebeuren -spoort sint Leo de Grote ons aan- dat u met uw gedragingen een zo edele Gast verjaagt, noch dat gij u onderwerpt aan de slavernij van de duivel. Uw losprijs immers is het bloed van Christus.»8

51.2 Almachtige eeuwige God, toen Christus in de Jordaan gedoopt was en de Heilige Geest op Hem neerdaalde, hebt Gij Hem geopenbaard als uw welbeminde Zoon. Wij bidden U: laat ook op ons, uw aangenomen kinderen, die herboren zijn uit water en Heilige Geest, altijd uw welbehagen rusten.9 

Het doopsel is onze initiatie in het leven van de Kerk. Het is een werkelijke geboorte in het bovennatuurlijk leven. Het is het nieuwe leven dat de apostelen predikten en waarover Jezus tot Nicodemus zei: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als iemand niet wedergeboren wordt, kan hij het Rijk Gods niet zien... Als iemand niet geboren wordt uit water en geest, kan hij het rijk Gods niet binnengaan... Wat geboren is uit het vlees is vlees, en wat geboren is uit de Geest is geest.10

Het gevolg van dit nieuwe leven is de onbetwistbare vergoddelijking van de mens en zijn vermogen bovennatuurlijke vruchten voort te brengen.

De waardigheid van de gedoopte is in het gewone bestaan ongelukkigerwijs vaak als het ware versluierd. Daarom moeten wij ons, net als de heiligen deden, trainen in een leven overeenkomstig die waardigheid.

Onze hoogste waardigheid, ons kind zijn van God, die ons in het doopsel wordt meegedeeld, is het gevolg van een nieuwe voortbrenging. Zoals de menselijke voortbrenging 'ouderschap' en 'kindschap' tot gevolg heeft, zo zijn zij die door God voortgebracht zijn, werkelijk zijn kinderen: Hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft! Wij worden kinderen van God genoemd, en we zijn het ook... Vrienden, nu reeds zijn wij kinderen van God, en wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard.11 

Op het moment van het doopsel vindt er door de instorting van de Heilige Geest het wonder van een nieuwe geboorte plaats. Het doopwater wordt gezegend in de paasnacht. Gebeden wordt dan: Laat door uw Zoon de levenskracht van de Heilige Geest als een storm over dit water gaan, zodat allen die door het doopsel samen met Christus zijn begraven, ook met Hem uit het graf zullen opstaan en leven door Christus onze Heer. Aan deze beeldende uitdrukking beantwoordt de volgende verheven werkelijkheid: de gedoopte wordt wedergeboren tot een nieuw leven, het leven van God, daarom is hij diens 'kind'. Als wij kinderen zijn, dan ook erfgenamen, en wel erfgenamen van God, tesamen met Christus.12

Wij zijn God onze Vader veel dank verschuldigd die ieder van ons zulke onmetelijke, zulke volstrekt buitensporige gaven heeft willen verlenen. Het moet een groot goed zijn dit regelmatig te overwegen. «Vader -zei die grote kerel, een goed student van de Central (wat zou er trouwens van hem geworden zijn?), ik dacht aan wat u me zei..., dat ik zoon van God ben! En ik betrapte me erop, fier als een pauw over straat te lopen, met opgeheven hoofd en vol trots... zoon van God! Ik raadde hem met een rustig geweten aan, die 'hoogmoed' te bevorderen.»13

51.3 In de Kerk staat men als gelovige nooit alleen. Vanaf het doopsel maakt de gedoopte deel uit van een volk, en de Kerk treedt naar buiten als de echte familie van de kinde­ren van God. «Het heeft Hem behaagd de mensen geenszins afzonderlijk, zonder enig onderling verband, te heiligen en te redden, maar tot een volk te verenigen, dat Hem naar waarheid zou erkennen en in heiligheid zou dienen.»14 En het doopsel is de poort die toegang geeft tot de Kerk.15

In de Kerk zijn wij, juist door het doopsel, allen geroepen tot heiligheid, en tot het beoefenen van het apostolaat, ieder in zijn eigen staat en plaats.16 «De roeping tot heilig­heid en de daaruit voortvloeiende eis tot persoonlijke heili­ging is universeel. Wij allen, priesters en leken, zijn geroe­pen tot heiligheid. En wij allen hebben, met het doopsel, de eerste vruchten, de primeurs ontvangen van dit geestelijk leven, dat juist door zijn eigen aard leidt tot de volheid.»17 

Een andere werkelijkheid die zeer innig verbonden is met dit lidmaatschap van de Kerk, is die van het sacramentele teken: «een geestelijk en onuitwisbaar merkteken wordt in de ziel ingedrukt»18. Het is alsof Christus met een nieuw zegel zijn bezit van de ziel van de gedoopte bevestigt. Christus nam bezit van onze ziel, op het moment waarop wij gedoopt werden. Hij heeft ons met zijn lijden en sterven van de zonde gered.

Met deze overwegingen zullen wij goed kunnen begrijpen, waarom de Kerk verlangt dat kinderen deze gaven van God zo snel mogelijk ontvangen.19 Van meet af aan heeft zij de ouders aangemoedigd hun kinderen onverwijld te laten dopen. Het is een feitelijk blijk van geloof. Daardoor worden zij niet in hun vrijheid beknot, net zo min als er onrecht geschiedt, wanneer zij in het aardse leven gevoed, gewassen en verzorgd worden, hoewel zij daar nog niet om kunnen vragen. Integendeel, zij hebben recht op deze genade. Wat een mooi apostolaat om in veel gevallen te verrichten: onder vrienden, medewerkers, kennissen...

Bij het doopsel staat er iets op het spel, dat oneindig veel groter is dan welk ander goed: de genade en het geloof; wellicht het eeuwig heil. Alleen door onwetendheid of door een ingeslapen geloof is te verklaren, dat heel veel kinderen, door toedoen van hun eigen ouders die wel gedoopt zijn, verstoken blijven van het grootste geschenk van hun leven. Vandaag richt ons gebed zich tot God, opdat Hij niet toelate, dat dit geschiedt.

Laten wij onze ouders dankbaar zijn, dat zij ons, misschien al in de eerste dagen na onze geboorte, dit sacrament hebben laten ontvangen.

-1. Mt 3,16-17. -2. H. Augustinus, Sermo 51, 33. -3. Mt 28,18-19. -4. H. Ireneüs van Lyon, Adversus haereses, III, 17/2. -5. Dom Columba Marmion, Le Christ, vie de l'âme, Abdij van Maredsous 1933, bl. 186 en 203-204. -6. Paulus vi, Credo van het volk Gods, Rome 30 juni 1968. -7. Vgl. 1 Kor 6,11; Joh 3,3-6. -8. H. Leo de Grote, Kerstpreek 3. -9. Gebed, uit de Mis van vandaag. -10. Joh 3,3 en 5-6. -11. Vgl. 1 Joh 3,1-9. -12. Vgl. Rom 8,14-17. -13. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 274. -14. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 9. -15. Ibidem, 14; Idem, Decr. Ad gentes, 7. -16. Vgl. idem, Dogm. const. Lumen gentium, 11 en 42. -17. A. del Portillo, Escritos sobre el sacerdocio, Madrid 1979, bl. 111. -18. DS 1609/852. -19. Congregatie voor de Geloofsleer, Instructie over de kinderdoop, 20 oktober 1980; vgl. Wetboek van Canoniek recht, 867.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012