De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zevende zondag van de heilige Jozef

26. DE HEILIGE JOZEF ALS BESCHERMHEER

-Voorspraak van de heiligen. -De heilige Jozef aanroepen in alle noden. -Beschermheerschap van de heilige aartsvader over de gehele Kerk en over ieder christen.

26.1 De Kerk leert, dat de heiligen in de hemel aan God hun verdiensten aanbieden, die zij op aarde hebben ver­worven ten gunste van ons, die nog onderweg zijn. De Kerk leert ook, dat het goed en heilzaam is hen aan te roepen, niet alleen als gemeenschap, maar ieder afzonderlijk en hen tot onze voorsprekers te maken bij de Heer.1 De heilige Thomas van Aquino verklaart de bemiddeling van de heiligen door te stellen, dat deze niet te wijten is aan de onvolmaaktheid van de goddelijke barmhartigheid en dat het ook niet nodig is door hun tussenkomst Hem tot erbarming te bewegen, maar dat die bedoeld is om in alles de vereiste orde te bewaren, aangezien zij het dichtst bij God staan.2 Het behoort tot hun glorie, dat zij hulp kunnen bieden aan hen die in nood verkeren, en zó worden zij tot medewerkers van God, «boven het welke er niets goddelijkers bestaat.»3

Ofschoon de heiligen zelf geen verdiensten meer kun­nen verwerven, kunnen zij voor ons bidden krachtens de verdiensten die zij tijdens hun leven bereikten en die zij voor Gods barmhartigheid brengen. Zij bidden eveneens door onze smeekbeden aan te bieden, versterkt met hun eigen beden, en door God opnieuw de goede werken die zij op aarde hebben verricht, aan te bieden4, die voor altijd voortduren. Hoewel zij voor zichzelf geen verdiensten meer kunnen verkrijgen -de tijd van verdienen eindigt met de dood-, zijn zij echter wel «in staat verdiensten te ver­krijgen voor anderen, of liever gezegd, hen te helpen vanwege hun vroegere verdiensten, aangezien zij tijdens hun leven voor God de verdienste verworven hebben, dat hun gebeden na hun dood werden verhoord.»5 De gewone en buitengewone hulp die de heili­gen voor ons bereiken, hangt af van de graad van heilig­heid en vereniging met God die zij verworven hebben, van de volmaaktheid van hun liefde6, van de verdiensten die zij in hun aardse leven bereikt hebben, van de devotie waarmee men hen aanroept «of omdat God hun heiligheid wil verklaren.»7 De voor­spraak van sommigen van hen is speciaal krachtdadig in bepaalde gevallen en noden: om te bereiken dat iemand die zich van God verwijderd heeft, tot het sacrament van boete en verzoening nadert, voor de noden van het gezin, het werk, ziekte...8 De vroomheid van eenvoudige mensen die bepaalde heiligen een specifieke nood aanbevelen, staat niet buiten de waarheid. De voorspraak van de heili­gen «hangt heel bijzonder af van de bijkomstige verdiensten die zij in hun onderscheiden levensstaten en bezig­heden hebben verworven -zo leert de heilige Thomas-. Degene die buitengewone verdienste heeft verworven door het dragen van een ziekte of het uitoefenen van een bijzonder ambt, zal een speciale kracht bezitten om hulp te bieden aan hen die lijden en hem aanroepen bij dezelfde ziekte of die hetzelfde ambt uitoefenen en dezelfde plichten vervullen.»9

Wanneer de heilige Theresia van Avila over de kracht van de bemiddeling van sint Jozef spreekt, merkt zij op dat, zoals het bij andere heiligen erop lijkt dat God hun het vermogen heeft verleend voor een bepaalde nood heel in het bijzonder ten beste te spreken, «ik bij deze roemrijke heilige de ervaring heb, dat hij in alle noden te hulp komt en dat de Heer ons te verstaan wil geven, dat Hij, net zoals Hij hem op aarde onderdanig was -want Jozef kon Hem gebieden, omdat hij als voedstervader de naam 'vader' droeg- Hij in de hemel alles doet wat hij Hem vraagt.»10 Laten wij daarom altijd onze toevlucht tot hem nemen in al onze noden, met name in de noden van hen die aan ons zijn toevertrouwd.

26.2 Vanwege zijn heiligheid en de uitzonderlijke verdien­sten die de heilige aartsvader heeft verworven in de vervul­ling van zijn taak als trouw behoeder van de Heilige Fami­lie, is zijn tussenkomst de machtigste van alle, met uitzon­dering van die van de allerheiligste Maagd, en is boven­dien de meest universele, want zij strekt zich uit tot zowel de geestelijke als stoffelijke noden, en tot ieder mens, in welke staat hij zich bevindt. «Net zoals de huiselijke lamp die een familiair en rustig, maar innig en vertrouwd licht verspreidt -zo merkte Paulus vi op-, en daardoor uitno­digt tot een werkdadige en bedachtzame waakzaamheid, zoals die lamp de verveling van de stilte en de vrees voor eenzaamheid wegneemt [...], zo verspreidt het licht van de vrome figuur van sint Jozef zijn weldadige stralen in het huis van God, de Kerk, vervult hij het met de meest men­selijke en onuitsprekelijke herinneringen aan de komst in deze wereld van het Woord van God, dat mens geworden is voor ons en gelijk aan ons; dit mensgeworden Woord heeft de bescherming, de leiding en het gezag van de arme hand­werksman uit Nazaret gekend. Hij verlicht Gods huis met het onvergelijkbare voorbeeld dat deze meest gelukzalige van alle heiligen kenmerkt door zijn grote levensgemeen­schap met Christus en Maria, door zijn dienstbetoon aan Christus, door zijn dienstwerk uit liefde.»11

Jezus en Maria nodigen ons uit om, naar hun voorbeeld in Nazaret, tot sint Jozef te gaan. Zijn gedrag staat model voor ons gedrag. Met de veelvuldigheid, liefde en verering waarmee zij zich tot hem wendden en zijn diensten ontvin­gen, hebben zij de zekerheid en het vertrouwen verkondigd, waarmee wij zijn machtige hulp moeten inroepen. Wanneer «wij tot Jozef gaan om zijn hulp af te smeken, laten we dan niet weifelen of bevreesd zijn, maar een krachtig geloof bezitten, want zulke smeekbeden zullen de onsterfelijke God en de Koningin van de engelen zeer welgevallig zijn.»12 Onze Lieve Vrouw beminde na God niemand méér dan de heilige Jozef, haar echtgenoot, die haar steunde, beschermde, en zij was hem gaarne onderdanig. Kan men zich de doeltreffendheid voorstellen van het smeekgebed, dat Jozef richt tot Maria, zijn echtgenote, in wier handen de Heer alle genade heeft gelegd? Vandaar de vergelijking die de auteurs zo gaarne maken: «zoals Christus de enige bemiddelaar bij de Vader is, en de weg om tot Christus te komen Maria, zijn Moeder is, zo is sint Jozef de zekere weg om tot Maria te komen: van Jozef tot Maria, van Maria tot Christus en van Christus tot de Vader.»13

De Kerk zoekt bij de heilige Jozef dezelfde steun, kracht, bescherming en vrede die hij de Heilige Familie van Nazaret wist te bieden14; dit gezin was als het ware de kiem waarin heel de Kerk besloten lag. Het bescherm­heerschap van de heilige Jozef strekt zich heel bijzonder uit tot de universele Kerk, tot de mensen die de heiligheid nastreven te midden van het dagelijkse werk, tot de christelijke gezinnen en tot hen voor wie het moment nabij gekomen is, waarop zij deze wereld gaan verlaten om naar het huis van de Vader te gaan.

«Houd veel van de heilige Jozef, bemin hem met heel je ziel, want hij is de mens die, met Jezus, het meest van de heilige Maria gehouden heeft en degene die het meest met God omging: hij heeft, na onze Moeder, het meest van Hem gehouden. -Hij verdient jouw genegenheid, en het is passend met hem om te gaan, want hij is de Meester van het innerlijk leven en vermag veel bij de Heer en bij de Moeder van God.»15

26.3 Het beschermheerschap van de heilige Jozef over de Kerk is de voortzetting van hetwelk hij uitoefende over Jezus Christus, het Hoofd, en over Maria, de Moeder van de Kerk. Om die reden werd hij uitgeroepen tot universeel patroon van de Kerk.16 Het huis van Nazaret dat Jozef met vaderlijk gezag bestuurde, bevatte de beginselen van de jonge Kerk. Het is derhalve gepast dat Jozef «zoals hij des­tijds op heilige wijze zorgde voor het Gezin van Nazaret in alle noden, nu met een hemels beschermheerschap de Kerk van Christus verdedigt en beschermt.»17 Deze verklaring werd uitgegeven in moeilijke momenten die onze Moeder de Kerk toen doormaakte, omstandigheden en redenen die ook vandaag de dag nog steeds bestaan.18 Daarom moeten we altijd onze toevlucht tot hem nemen, maar heel bijzon­der wanneer wij zien, dat de Kerk heviger wordt aangeval­len, veracht, wanneer men haar in de hoek wil drijven en buiten het openbare leven wil plaatsen, en wanneer men haar krachteloos tracht te maken in het leven van de mensen; mensenlevens die zij dient te verlichten en tot God te voeren. De pausen hebben onophoudelijk deze devotie tot de heilige Jozef aangemoedigd.»19

De taak van de heilige Jozef wordt door de eeuwen heen voortgezet en zijn vaderschap reikt tot ieder van ons. «Ik zou iedereen willen overtuigen deze roemrijke heilige zeer toegewijd te zijn -zo schrijft de heilige Theresia van Avila-, vanwege de geweldige ervaring die ik heb van de weldaden die hij van God verkrijgt; ik heb niemand gekend die hem waarlijk toegewijd is en bijzondere diensten verricht, die geen voordeel in deugdzaamheid behaald heeft; want hij bevoordeelt in hoge mate degenen die zich aan hem toevertrouwen. Sinds enkele jaren bid ik hem ieder jaar op zijn naamdag om iets, en dat wordt altijd vervuld; en als mijn bede een beetje krom is, maakt hij haar wel recht tot groter heil voor mij.

»Als ik iemand was die goed kon schrijven, dan zou ik mij gaarne uitsloven om heel gedetailleerd te vertellen van de gunsten die deze roemrijke heilige mij en anderen heeft verleend [...]. Ik vraag alleen, omwille van Gods liefde, dat wie mij niet gelooft, het zelf eens probeert, en hij zal ervaren welk een grote weldaad het is om zich aan deze roemrijke aartsvader toe te vertrouwen en hem te vereren; met name mensen van gebed zullen hem altijd zeer dierbaar zijn, want ik weet niet hoe men aan de Koningin van de engelen kan denken, aan al die tijd die zij met Kind Jezus door­bracht, en dat men dan geen dank zou brengen aan sint Jozef voor al die goede hulp die hij hun geboden heeft.»20

Over sint Jozef hoort men niet veel in het evangelie; toch is er niemand die ons beter onderricht heeft. Hij «is in het menselijke de meester van Jezus geweest; hij is dagelijks met Hem omgegaan, met een fijngevoelige gene­genheid, en hij heeft Hem verzorgd met een vreugdevolle zelfverloochening. Zou dit niet een goede reden zijn deze rechtvaardige man, deze heilige aartsvader, in wie het geloof van het Oude Verbond zijn hoogtepunt bereikt, als meester van het innerlijk leven te beschouwen? Het inner­lijk leven is niets anders dan de voortdurende en intieme omgang met Christus, waardoor wij één met Hem worden. En Jozef zal ons zoveel over Jezus kunnen zeggen.»21

Laten we veelvuldig onze toevlucht nemen tot zijn beschermheerschap, heel bijzonder in deze dagen vlak vóór zijn feestdag. Laten wij het voorbeeld volgen van «de zielen die het meest gevoelig zijn voor de impulsen van de godde­lijke liefde», die «in Jozef terecht een lichtend voorbeeld van innerlijk leven zien.»22 «Wees altijd, heilige Jozef, onze beschermer. Dat uw innerlijke geest van vrede, stilte, van werk en gebed, ten dienste van de heilige Kerk, ons nieuw leven en vreugde mag schenken, in eenheid met uw echtgenote, onze allerzoetste onbevlekte Moeder, in de hechte en zachte liefde tot Jezus, onze Heer.»23

-1. Vgl. Concilie van Trente, Sess. 25, De invocatione et veneratione sanctorum (Dz 984); Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 49. -2. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, Suppl. q72 a2 c en ad 1. -3. Vgl. Ibidem, a1. -4. Ibidem, a3. -5. Ibidem, ad 4. -6. Ibidem, I-II, q114 a4. -7. Ibidem, II-II q83 a11 ad 1 en 4. -8. Ibidem, Suppl. q72 a2 ad 2. -9. B. Llamera, Teología de San José, bl. 312. -10. H. Theresia van Avila, Het boek van haar leven, 6. -11. Paulus vi, Homilie, 19-III-1966. -12. Isidoro de Isolano, Suma de los dones de San José, IV, 8. -13. B. Llamera, o.c., bl. 315. -14. Vgl. E.S. Gibert, San José, un hombre para Dios, Balmes, Barcelona 1972, bl. 175. -15. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 554. -16. Vgl. Pius ix, Decr. Quemadmodum Deus, 8-XII-1870; Apost. brief Inclytum Patriarcam, 7-VII-1871. -17. Leo xiii, Enc. Quamquam pluries, 15-VIII-1989, 31.
-18. Vgl. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Redemptoris custos, 15-VIII-1989, 31. -19. H. Pius x, Brief aan kardinaal Lepicier, 11-II-1908; Benedictus xv, Breve Bonum sane, 25-VII-1920; Pius xi, Toespraak, 21-IV-1926. -20.
H. Theresia van Avila, o.c., 6. -21. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 56. -22. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Redemptoris custos, cit. 27. -23. Johannes xxiii, AAS, 53,1961, bl. 262.



Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009