Zevende zondag van de
heilige Jozef
26. DE HEILIGE JOZEF ALS BESCHERMHEER
-Voorspraak van de heiligen. -De heilige Jozef
aanroepen in alle noden. -Beschermheerschap van de heilige aartsvader over de
gehele Kerk en over ieder christen.
26.1 De Kerk leert, dat de heiligen in de hemel aan God hun verdiensten
aanbieden, die zij op aarde hebben verworven ten gunste van ons, die nog
onderweg zijn. De Kerk leert ook, dat het goed en heilzaam
is hen aan te roepen, niet alleen als gemeenschap, maar ieder afzonderlijk en hen tot onze voorsprekers te maken bij de Heer.1 De heilige Thomas van Aquino verklaart de
bemiddeling van de heiligen door te stellen, dat deze niet te wijten is aan de
onvolmaaktheid van de goddelijke
barmhartigheid en dat het ook niet nodig is door hun tussenkomst Hem tot
erbarming te bewegen, maar dat die bedoeld is om in alles de vereiste orde te
bewaren, aangezien zij het dichtst bij God staan.2
Het behoort tot hun glorie, dat zij hulp kunnen bieden aan hen die in nood verkeren, en zó worden zij tot
medewerkers van God, «boven het welke er niets goddelijkers bestaat.»3
Ofschoon de heiligen zelf geen verdiensten meer
kunnen verwerven, kunnen zij voor ons bidden krachtens de verdiensten die zij
tijdens hun leven bereikten en die zij voor Gods barmhartigheid brengen. Zij
bidden eveneens door onze smeekbeden aan te bieden, versterkt met hun eigen
beden, en door God opnieuw de goede werken die zij op aarde hebben verricht,
aan te bieden4, die voor altijd voortduren. Hoewel zij voor zichzelf geen
verdiensten meer kunnen verkrijgen -de tijd van verdienen eindigt met de
dood-, zijn zij echter wel «in staat verdiensten te verkrijgen voor anderen,
of liever gezegd, hen te helpen vanwege hun vroegere verdiensten, aangezien zij
tijdens hun leven voor God de verdienste verworven hebben, dat hun gebeden na
hun dood werden verhoord.»5 De gewone en
buitengewone hulp die de heiligen voor ons bereiken, hangt af van de graad van
heiligheid en vereniging met God die zij verworven hebben, van de volmaaktheid
van hun liefde6, van de verdiensten die zij in
hun aardse leven bereikt hebben, van de
devotie waarmee men hen aanroept «of omdat God hun heiligheid wil
verklaren.»7 De voorspraak van sommigen van hen is speciaal krachtdadig in bepaalde
gevallen en noden: om te bereiken dat iemand die zich van God verwijderd heeft, tot het sacrament van boete en verzoening
nadert, voor de noden van het gezin, het werk, ziekte...8 De vroomheid van eenvoudige mensen die bepaalde
heiligen een specifieke nood aanbevelen, staat
niet buiten de waarheid. De voorspraak van de heiligen «hangt heel
bijzonder af van de bijkomstige verdiensten die zij in hun onderscheiden
levensstaten en bezigheden hebben verworven -zo leert de heilige Thomas-. Degene die buitengewone verdienste heeft verworven
door het dragen van een ziekte of het
uitoefenen van een bijzonder ambt,
zal een speciale kracht bezitten om hulp te bieden aan hen die lijden en
hem aanroepen bij dezelfde ziekte of die hetzelfde ambt uitoefenen en dezelfde
plichten vervullen.»9
Wanneer de heilige Theresia van Avila over de
kracht van de bemiddeling van sint Jozef spreekt, merkt zij op dat, zoals het bij andere heiligen erop lijkt dat
God hun het vermogen heeft verleend voor een bepaalde nood heel in het
bijzonder ten beste te spreken, «ik bij deze roemrijke heilige de ervaring heb,
dat hij in alle noden te hulp komt en dat de Heer ons te verstaan wil geven,
dat Hij, net zoals Hij hem op aarde onderdanig was -want Jozef kon Hem
gebieden, omdat hij als voedstervader de naam 'vader' droeg- Hij in de hemel
alles doet wat hij Hem vraagt.»10 Laten wij
daarom altijd onze toevlucht tot hem nemen in al onze noden, met name in de
noden van hen die aan ons zijn toevertrouwd.
26.2 Vanwege zijn heiligheid en de uitzonderlijke verdiensten die de
heilige aartsvader heeft verworven in de vervulling van zijn taak als trouw
behoeder van de Heilige Familie, is zijn tussenkomst de machtigste van alle,
met uitzondering van die van de allerheiligste Maagd, en
is bovendien de meest universele, want zij
strekt zich uit tot zowel de geestelijke als stoffelijke noden, en tot
ieder mens, in welke staat hij zich bevindt. «Net zoals de huiselijke lamp die
een familiair en rustig, maar innig en vertrouwd licht verspreidt -zo merkte
Paulus vi op-, en daardoor uitnodigt tot een
werkdadige en bedachtzame waakzaamheid, zoals die lamp de verveling van de
stilte en de vrees voor eenzaamheid wegneemt
[...], zo verspreidt het licht van de vrome figuur van sint Jozef zijn
weldadige stralen in het huis van God, de Kerk, vervult hij het met de meest
menselijke en onuitsprekelijke herinneringen aan de komst in deze wereld van het Woord van God, dat mens
geworden is voor ons en gelijk aan ons; dit mensgeworden Woord heeft de bescherming, de leiding en het gezag van de
arme handwerksman uit Nazaret gekend. Hij verlicht Gods huis met het
onvergelijkbare voorbeeld dat deze meest gelukzalige van alle heiligen kenmerkt
door zijn grote levensgemeenschap met Christus en Maria, door zijn
dienstbetoon aan Christus, door zijn dienstwerk uit liefde.»11
Jezus en Maria
nodigen ons uit om, naar hun voorbeeld in Nazaret, tot
sint Jozef te gaan. Zijn gedrag staat model voor ons gedrag. Met de
veelvuldigheid, liefde en verering waarmee
zij zich tot hem wendden en zijn diensten ontvingen, hebben zij de zekerheid en het vertrouwen verkondigd, waarmee wij zijn machtige hulp moeten inroepen. Wanneer «wij tot Jozef gaan om zijn hulp af te smeken,
laten we dan niet weifelen of bevreesd zijn, maar een krachtig geloof
bezitten, want zulke smeekbeden zullen de onsterfelijke God en de Koningin van
de engelen zeer welgevallig zijn.»12 Onze Lieve
Vrouw beminde na God niemand méér dan de heilige Jozef, haar echtgenoot, die
haar steunde, beschermde, en zij was hem gaarne onderdanig. Kan men zich de
doeltreffendheid voorstellen van het smeekgebed, dat Jozef richt tot Maria,
zijn echtgenote, in wier handen de Heer alle
genade heeft gelegd? Vandaar de vergelijking die de auteurs zo gaarne
maken: «zoals Christus de enige bemiddelaar bij de Vader is, en de weg om tot
Christus te komen Maria, zijn Moeder is, zo is sint Jozef de zekere weg om tot
Maria te komen: van Jozef tot Maria, van Maria tot Christus en van Christus tot
de Vader.»13
De Kerk zoekt bij de heilige Jozef dezelfde
steun, kracht, bescherming en vrede die hij de Heilige Familie van Nazaret wist
te bieden14; dit gezin was als het ware de kiem waarin heel de Kerk besloten lag. Het
beschermheerschap van de heilige Jozef strekt zich heel bijzonder uit
tot de universele Kerk, tot de mensen die de heiligheid nastreven te midden van
het dagelijkse werk, tot de christelijke gezinnen en tot hen voor wie het
moment nabij gekomen is, waarop zij deze wereld gaan verlaten om naar het huis
van de Vader te gaan.
«Houd veel van de heilige Jozef, bemin hem met
heel je ziel, want hij is de mens die, met Jezus, het meest van de heilige
Maria gehouden heeft en degene die het meest met God omging: hij heeft, na onze
Moeder, het meest van Hem gehouden. -Hij verdient jouw genegenheid, en het is
passend met hem om te gaan, want hij is de Meester van het innerlijk leven en
vermag veel bij de Heer en bij de Moeder van God.»15
26.3 Het beschermheerschap van de heilige Jozef over de Kerk is de
voortzetting van hetwelk hij uitoefende over Jezus Christus, het Hoofd, en over
Maria, de Moeder van de Kerk. Om die reden werd hij uitgeroepen tot universeel patroon van de Kerk.16 Het huis van Nazaret dat Jozef met vaderlijk gezag bestuurde, bevatte de beginselen van de jonge Kerk. Het is derhalve gepast dat Jozef «zoals
hij destijds op heilige wijze zorgde voor het Gezin van Nazaret in alle noden, nu met een hemels beschermheerschap de
Kerk van Christus verdedigt en beschermt.»17
Deze verklaring werd uitgegeven in moeilijke momenten die onze Moeder de Kerk
toen doormaakte, omstandigheden en redenen die ook vandaag de dag nog steeds
bestaan.18 Daarom moeten we altijd onze
toevlucht tot hem nemen, maar heel bijzonder wanneer wij zien, dat de Kerk
heviger wordt aangevallen, veracht, wanneer men haar in de hoek wil drijven en
buiten het openbare leven wil plaatsen, en wanneer men haar krachteloos tracht
te maken in het leven van de mensen; mensenlevens die zij dient te verlichten
en tot God te voeren. De pausen hebben onophoudelijk deze devotie tot de
heilige Jozef aangemoedigd.»19
De taak van de
heilige Jozef wordt door de eeuwen heen voortgezet en zijn
vaderschap reikt tot ieder van ons. «Ik zou
iedereen willen overtuigen deze roemrijke heilige zeer toegewijd te zijn
-zo schrijft de heilige Theresia van Avila-, vanwege de geweldige ervaring die
ik heb van de weldaden die hij van God
verkrijgt; ik heb niemand gekend die hem waarlijk toegewijd is en
bijzondere diensten verricht, die geen voordeel in deugdzaamheid behaald heeft;
want hij bevoordeelt in hoge mate degenen die zich aan hem toevertrouwen. Sinds
enkele jaren bid ik hem ieder jaar op zijn naamdag om iets, en dat wordt altijd
vervuld; en als mijn bede een beetje krom is, maakt hij haar wel recht tot
groter heil voor mij.
»Als ik iemand was die goed kon schrijven, dan
zou ik mij gaarne uitsloven om heel
gedetailleerd te vertellen van de
gunsten die deze roemrijke heilige mij en anderen heeft verleend [...]. Ik vraag alleen, omwille van Gods
liefde, dat wie mij niet gelooft, het
zelf eens probeert, en hij zal ervaren welk een grote weldaad het is om
zich aan deze roemrijke aartsvader toe te
vertrouwen en hem te vereren; met name mensen van gebed zullen hem
altijd zeer dierbaar zijn, want ik weet niet
hoe men aan de Koningin van de engelen kan denken, aan al die tijd die
zij met Kind Jezus doorbracht, en dat men dan geen dank zou brengen aan sint
Jozef voor al die goede hulp die hij hun geboden heeft.»20
Over sint Jozef hoort men niet veel in het
evangelie; toch is er niemand die ons beter onderricht heeft. Hij «is in het
menselijke de meester van Jezus geweest; hij is dagelijks met Hem omgegaan, met
een fijngevoelige genegenheid, en hij heeft Hem verzorgd met een vreugdevolle
zelfverloochening. Zou dit niet een goede reden zijn deze rechtvaardige man,
deze heilige aartsvader, in wie het geloof van het Oude Verbond zijn hoogtepunt
bereikt, als meester van het innerlijk leven
te beschouwen? Het innerlijk leven is niets anders dan de voortdurende
en intieme omgang met Christus, waardoor wij
één met Hem worden. En Jozef zal ons zoveel over Jezus kunnen zeggen.»21
Laten we veelvuldig onze toevlucht nemen tot
zijn beschermheerschap, heel bijzonder in
deze dagen vlak vóór zijn feestdag.
Laten wij het voorbeeld volgen van «de zielen die het meest gevoelig zijn voor de impulsen van de goddelijke
liefde», die «in Jozef terecht een lichtend voorbeeld van innerlijk leven
zien.»22 «Wees altijd, heilige Jozef, onze beschermer. Dat uw innerlijke geest
van vrede, stilte, van werk en gebed,
ten dienste van de heilige Kerk, ons
nieuw leven en vreugde mag schenken, in eenheid met uw echtgenote, onze
allerzoetste onbevlekte Moeder, in de hechte en zachte liefde tot Jezus, onze
Heer.»23
-1. Vgl. Concilie van Trente, Sess. 25, De invocatione et veneratione sanctorum (Dz 984); Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 49. -2. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae,
Suppl. q72 a2 c en ad 1. -3. Vgl. Ibidem,
a1. -4. Ibidem, a3.
-5. Ibidem, ad 4.
-6. Ibidem, I-II,
q114 a4. -7. Ibidem,
II-II q83 a11 ad 1 en 4. -8. Ibidem,
Suppl. q72 a2 ad 2. -9. B. Llamera, Teología de San José, bl. 312. -10. H. Theresia van Avila, Het boek van haar leven, 6. -11. Paulus vi, Homilie, 19-III-1966. -12. Isidoro de Isolano, Suma de los dones de San José, IV, 8. -13. B. Llamera, o.c., bl. 315. -14. Vgl. E.S. Gibert, San José,
un hombre para Dios,
Balmes, Barcelona 1972, bl. 175. -15. H. Jozefmaria Escrivá, De
Smidse, 554. -16. Vgl. Pius ix, Decr. Quemadmodum
Deus, 8-XII-1870; Apost. brief Inclytum Patriarcam, 7-VII-1871. -17. Leo xiii, Enc. Quamquam pluries, 15-VIII-1989, 31.
-18. Vgl. Johannes
Paulus ii, Apost. exhort. Redemptoris custos, 15-VIII-1989, 31. -19. H. Pius x, Brief aan kardinaal Lepicier,
11-II-1908; Benedictus xv, Breve
Bonum sane,
25-VII-1920; Pius xi,
Toespraak, 21-IV-1926. -20. H. Theresia van Avila,
o.c., 6. -21. H.
Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 56. -22. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Redemptoris custos, cit. 27. -23. Johannes xxiii, AAS, 53,1961, bl. 262.