Zevenentwintigste zondag door het jaar (B)
47. de heiligheid van het huwelijk
-De eenheid en onontbindbaarheid van het huwelijk. -Een weg
tot heiligheid. -Het gezin: leerschool van de deugden.
47.1 Jezus
onderrichtte in Judea aan de oevers van de Jordaan een grote menigte.1 Zij luisterden aandachtig naar ieder woord dat Hij
sprak. Het evangelie van vandaag2 vertelt dat
Jezus benaderd werd door enige Farizeeën die Hem op de proef wilden stellen.
Zij vroegen Hem om zijn oordeel te geven over de wet van Mozes. Staat het een man vrij zijn vrouw te
verstoten? Mozes had echtscheiding toegestaan op grond van de
hardheid van het gemoed van het uitverkoren volk. De maatschappelijke positie
van de vrouw was in die tijd onbeduidend. Zij kon door haar echtgenoot opzij
gezet worden om vrijwel iedere reden. Mozes eiste dat de echtgenoot aan de vrouw
een scheidingsbrief gaf, zodat zij vrij was opnieuw te trouwen.3 Toen zij in het beloofde land kwamen, spraken de
profeten zich uit tegen echtscheiding.4
Jezus maakt van deze gelegenheid gebruik om de
onontbindbaarheid van het huwelijk te bevestigen, zoals God het oorspronkelijk
bij de schepping bedoelde. Hij haalt de woorden aan uit het boek Genesis, die
wij vandaag in de eerste lezing vinden.5 Maar in het begin, bij de schepping,
heeft God hen als man en vrouw gemaakt. Daarom zal de man zijn vader en moeder
verlaten om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen één vlees worden.
Zo zijn zij dus niet langer twee, één vlees als zij geworden zijn. Wat God
derhalve heeft verbonden, mag een mens niet scheiden. De Heer
verklaart, dat de eenheid en onontbindbaarheid van het huwelijk vanaf het begin
is ingesteld. Deze leer verraste de leerlingen zozeer, dat zij, nadat zij
weggegaan waren van de menigte, Jezus vroegen het opnieuw uit te leggen. Hij sprak tot hen: wie zijn vrouw
wegzendt en een ander huwt, maakt zich tegenover haar schuldig aan echtbreuk.
En wanneer zij haar man wegzendt en een andere huwt, begaat zij echtbreuk.
De zaak had niet duidelijker uitgelegd kunnen worden. Zijn woorden waren van
een onmiskenbare duidelijkheid. Hoe is het mogelijk dat er christenen zijn die
zijn leer over het huwelijk in twijfel trekken en zich toch blijven beschouwen
als volgelingen van Christus?
«Het is een fundamentele plicht van de Kerk om nadrukkelijk
de leer van de onontbindbaarheid van het huwelijk opnieuw te bevestigen aan al
degenen die het in onze tijd te moeilijk vinden, of zelfs onmogelijk, om een
heel leven lang gebonden te zijn aan dezelfde persoon, en voor degenen die
geheel opgenomen zijn in een cultuur die de onontbindbaarheid van het huwelijk
afwijst en openlijk de belofte van trouw tussen echtgenoten bespot, is het
noodzakelijk opnieuw het goede nieuws te bevestigen van de blijvende aard van
echtelijke liefde die in Christus zijn oorsprong en kracht vindt (Ef 5,25).
»Omdat het geworteld is in de persoonlijke en totale zelfgave
van de echtgenoten en omdat het nodig is voor het welzijn van de kinderen,
vindt de onontbindbaarheid van het huwelijk zijn uiterste waarheid in het plan
dat God heeft ontvouwd in zijn openbaring: Hij wil en Hij brengt de onontbindbaarheid
van het huwelijk over als een vrucht en teken en een noodzakelijkheid van de
volkomen trouwe liefde die God voor de mens heeft en die de Heer Jezus voor de
Kerk heeft.»6 Deze verbintenis kan alleen door
de dood worden ontbonden. Het is een beeld van de band tussen Christus en zijn
Mystieke Lichaam.
De waardigheid en stabiliteit van het huwelijk is van het allergrootste belang voor de toekomst van de
gezinnen, van kinderen en van de maatschappij zelf. De morele gezondheid
van volkeren is nauw verbonden met de positie van het huwelijk. Wanneer het huwelijk
ontaard is, dan is de maatschappij zelf ziek, misschien heel ernstig ziek.7 Daarom is ons gebed en onze zorg nodig voor de
gezinnen. Schandaal kan gebruikt worden als een gelegenheid om goed onderricht
te geven, om het kwade te overwinnen door een overvloed van goedheid.8 «Er zijn twee hoofdpunten in het leven van de
volkeren: de huwelijkswetgeving en de onderwijswetgeving. Als het daarom gaat,
moeten de kinderen van God volhouden sterk te zijn, goed en ridderlijk te
strijden, uit liefde voor alle schepselen.»9
47.2 Toen
Jezus het huwelijk verhief tot de waardigheid van
een sacrament, deed Hij iets dat zonder precedent was. De verandering
kan vergeleken worden met dat wat in Kana gebeurde toen Hij water in wijn
veranderde. Zie, Ik maak alles
nieuw.10 Christus verhief de
natuurlijke werkelijkheid van het christelijk huwelijk naar een bovennatuurlijk
niveau. Het huwelijk tussen niet christenen werd ook vervuld van grootheid en waardigheid. «Het ideaal door
Christus voorgehouden aan getrouwde paren is eindeloos groter dan dat van
menselijke volmaaktheid. Het is een geheel nieuw concept. Het betekent
letterlijk, dat de echtgenoten goddelijk
leven ontvangen door het sacrament. Dit goddelijk leven ondersteunt hun
werk aan wederzijdse vervolmaking. Dit goddelijke leven zal hun kinderen
doordríngen vanaf het moment van hun doopsel.»11
Zij die trouwen, beginnen een nieuw leven in gezelschap van
de Heer. God zelf heeft man en vrouw geroepen dit pad tot heiligheid te volgen.
«Het huwelijk is voor een christen geen puur maatschappelijke instelling en nog
veel minder alleen maar een geneesmiddel voor de menselijke zwakheid. Het
huwelijk is een waarachtig bovennatuurlijke roeping. Een groot sacrament in
Christus en in de Kerk, zoals Paulus zegt (Ef 5,32). Tevens, en onafscheidelijk
daarmee verbonden, is het een contract, dat door man en vrouw voor altijd wordt
gesloten. Want, of wij het willen of niet, het door Christus ingestelde
huwelijk is onontbindbaar. Het huwelijk is een gewijd teken dat heiligt, een
actief ingrijpen van Jezus, dat de ziel der huwenden vervult en hen uitnodigt
Hem te volgen en zo hun huwelijksleven te ontwikkelen tot een goddelijke weg op
aarde.»12
Paus Johannes Paulus I sprak over de verhevenheid van het
huwelijk tot een groep jonggehuwden. Hij vertelde hun: «In de vorige eeuw was
er in Frankrijk een beroemde professor, Frédéric Ozanam. Hij doceerde aan de
Sorbonne, en was heel welsprekend, heel kundig. Zijn vriend Lacordaire placht
te zeggen: 'Hij is zo begaafd, hij is zo goed! Hij zal priester worden, en
zelfs een groot bisschop, deze jongeman.' Maar nee hoor! Hij ontmoette een
aardig meisje en zij trouwden. Lacordaire was teleurgesteld en zei: Arme
Ozanam, ook hij is in de val gelopen. Maar twee jaar later kwam Lacordaire naar
Rome en werd door Pius IX ontvangen. Kom, kom vader, zei de paus, ik heb altijd
gehoord dat Jezus zeven sacramenten heeft ingesteld. Nu kom jij opdagen en
verandert alles. Jij komt mij vertellen dat Hij zes sacramenten heeft ingesteld
plus een val. Nee, Eerwaarde, het huwelijk is geen val: het is een prachtig
sacrament.»13 Wij mogen nooit vergeten, dat het
heiligen van de huiselijke haard het allereerste was wat Jezus wilde.
Christelijke soberheid voert tot gelukkige, grootmoedige gezinnen die, op hun
beurt, roepingen voortbrengen van een totale toewijding aan God, de absolute
kroon van de Kerk.
God roept dikwijls kinderen van grootmoedige ouders tot een
leven van maagdelijkheid of ongehuwd zijn, om zich geheel aan de dienst van God
te kunnen wijden. Deze roepingen zijn echte schatten die de ouders aan de Heer
in de hemel kunnen aanbieden.
47.3 God
besteedde veel zorg aan het gezin dat zijn Zoon zou ontvangen om zijn komst
voor te bereiden: Jozef, behorend
tot het huis en geslacht van David14,
zou dienen als de aardse vader samen met Maria, de maagdelijke moeder. De Heer
wilde in zijn eigen gezin een stralend voorbeeld laten zien van vorming,
bescherming en liefde.
Het gezin is de «eerste onmisbare cel van de samenleving»15 en, op een bepaalde wijze, van de Kerk zelf.16 Het gezin heeft een geheiligde plaats die de diepe
eerbied en aandacht van al haar leden verdient, van de burgerlijke maatschappij
en de gehele Kerk. De heilige Thomas vergelijkt de zending van ouders met die
van priesters. Zoals priesters bijdragen aan de bovennatuurlijke groei van Gods
volk door het toedienen van de sacramenten, zo voorziet het christelijke gezin
ook in steun en hulp zowel op lichamelijk als geestelijk gebied. «Door het
sacrament van het huwelijk komen man en vrouw samen om kinderen het leven te
schenken en hen godsdienstig op te voeden.»17
Door de grootmoedige samenwerking van de ouders zal God zelf «zijn gezin iedere
dag vermeerderen en verrijken.»18 Deze
grootmoedigheid vermeerdert zowel het aantal leden als de bovennatuurlijke
schoonheid van de Kerk.
God heeft gewild dat het gezin een «school van de deugden»19 zou zijn, waar kinderen opgevoed worden tot goede
burgers en goede kinderen van God. Te midden van het gezinsleven vindt iedere
persoon zijn of haar eigen roeping. «Bewonder de goedheid van onze Vader God:
raak jij niet vervuld van vreugde door de zekerheid, dat je gezin, je familie,
je vaderland die je tot op het zotte af bemint, een oorzaak van heiligheid
zijn?»20
-1. Mc
10,1. -2. Mc 10,2-16.
-3. Vgl. J. Dheilly, Diccionario Bíblico,
Barcelona 1970, trefwoord Divorcio.
-4. Vgl. Mal
2,13-16. -5. Gn
2,18-24. -6. Johannes Paulus ii, Apost.
exhort. Familiaris consortio,
22 november 1981, 20. -7. Vgl. F.J.
Sheed, Society and sanity,
bl. 137. -8. Vgl. Rom
12,21. -9. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 104. -10. Apok 21,5. -11. J.M. Martínez Doral, La santidad de la vida conyugal, Scripta
Theologica, Pamplona, IX-XII 1989, pp. 869-870. -12. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 23.
-13. Johannes Paulus i, Toespraak, 13 september
1978. -14. Lc 2,4.
-15. Vaticanum ii, Decr. Apostolicam actuositatem, 11.
-16. Vgl. Johannes Paulus ii, Apost.
exhort. Familiaris consortio,
22 november 1981, 3. -17. H. Thomas van Aquino, Summa contra gentiles, IV,
58. -18. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 50. -19. Johannes Paulus ii, Toespraak, 28 oktober
1979. -20. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 689.
|