Negende week door het jaar. Maandag
13. DE HOEKSTEEN
-Jezus Christus is de hoeksteen waarop het leven gebouwd
moet worden. Ons bestaan wordt volledig beïnvloed door de omstandigheid, dat
wij leerlingen van Christus zijn. -Ons geloof geeft het licht om de echte
waarde van dingen en gebeurtenissen te kennen. -De katholiek heeft zijn eigen
waardeschaal tegenover de wereld.
13.1 In de parabel van de
misdadige wijnbouwers1 vat Jezus de
heilsgeschiedenis samen. Hij vergelijkt Israël met een uitgelezen wijngaard,
voorzien van een omheining, een wijnpers en een wachttoren waarop zich een
wachter bevindt, om de wijngaard te beschermen tegen rovers en schadelijke
dieren. Voor de wijngaard van zijn geliefde, zijn volk, is God geen zorg te
veel, zoals al geprofeteerd was.2 De wijnbouwers
uit de parabel zijn de leiders van het volk van Israël; de eigenaar is God en
de wijngaard is Israël, het volk van God.
De eigenaar zond een- en andermaal zijn dienaren om zijn
aandeel in de opbrengst in ontvangst te nemen. Zij werden alleen maar
mishandeld. Dat was het lot van de profeten. Uiteindelijk zond Hij zijn
geliefde Zoon, in de veronderstelling dat zij voor Hem wel ontzag zouden
hebben. Hier wordt het verschil aangeduid tussen Jezus, de Zoon, en de profeten
die dienstknechten waren. De parabel verwijst naar het transcendente en unieke
kindschap, en brengt duidelijk de godheid van Jezus Christus onder woorden. De
wijnbouwers grepen hem vast, doodden hem en wierpen hem
buiten de wijngaard. Dat is een uitdrukkelijke verwijzing naar de
kruisiging, die plaats had buiten de muren van Jeruzalem.3 De Heer, die zichzelf in de parabel op bescheiden
wijze noemt, zal bij de gedachte dat Hij afgewezen werd door hen die Hij het
heil kwam brengen, wel met pijn in het hart gesproken hebben. Zij beminden Hem
niet. Aan het eind gebruikt Jezus dan deze woorden van de psalmist: De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd, is juist de
hoeksteen geworden.4
De leiders van Israël hebben de Messiaanse betekenis van deze
parabel duidelijk begrepen, en ook dat de parabel op hen sloeg. Daarom wilden
zij Hem vastnemen, maar opnieuw vreesden zij het volk.
De heilige Petrus herinnerde voor het Sanhedrin de woorden
van Jezus, toen de voorspelling die de parabel bevatte, al vervuld was: dan zij het u allen en het gehele volk van Israël bekend, dat
door de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër, die gij gekruisigd hebt...
Hij is de steen die door u, de bouwlieden, niets waard werd
geacht en toch tot hoeksteen geworden is.5
Jezus Christus maakt zichzelf tot sluitsteen van de boog die het hele gebouw
tot steun en fundament dient. Hij is de wezenlijke steen van de Kerk en van
elke mens: zonder deze steen stort het hele gebouw in.
De hoeksteen bepaalt het hele bouwwerk, het hele leven: zaken,
belangen, liefdes, tijd... In het leven van de christen is er niets wat niet
beïnvloed wordt door de eisen van het geloof. Leerling van Christus zijn wij
niet alleen gedurende bepaalde uren (tijdens het gebed, bijvoorbeeld, of
wanneer wij een godsdienstige plechtigheid bijwonen...), of op bepaalde dagen...
De diepe eenheid van leven die het christen-zijn vereist, maakt dat alles, met
behoud van de eigen aard ervan, beïnvloed wordt door het feit dat men leerling
van Jezus is. Christus volgen raakt de intiemste kern van onze persoonlijkheid.
Als iemand hevig verliefd is, heeft dat invloed op alle dingen en gebeurtenissen,
hoe triviaal die ook mogen zijn: op een wandeling over straat, op het werk, op
de wijze waarop men met anderen omgaat..., en niet alleen wanneer men met de
geliefde samen is. Het christenzijn is de belangrijkste karakteristiek van ons
bestaan, en moet onvergelijkelijk meer invloed in ons leven hebben dan de menselijke
liefde in dat van de meest verliefde persoon.
Jezus Christus is het middelpunt van heel ons leven. «Stellen
wij ons een architect voor -zo luidt het commentaar van Cassianus- die het
gewelf boven een absis wil bouwen. Hij moet de hele omtrek ontwerpen vanuit een
kernpunt, het midden. Als hij zich laat leiden door deze onfeilbare regel, moet
hij vervolgens de precieze boog en het ontwerp van de structuur berekenen
[...]. Zo is het alsof een enkel punt uiteindelijk het belangrijkste onderdeel
van de constructie wordt.»6 Op vergelijkbare
wijze is de Heer ook het referentiepunt van ons denken, spreken en doen. Wij
willen ons hele bestaan opbouwen in relatie tot Hem.
13.2 Christus bepaalt het denken
en het leven van zijn leerlingen wezenlijk. Daarom zou het getuigen van een
grote incoherentie als wij ons christen-zijn terzijde laten bij het beoordelen
van een kunstwerk of een politiek programma, bij het zaken doen of bij het
plannen maken voor een vakantie. De trouwe leerling van Jezus eerbiedigt de
eigen autonomie, de eigen wetmatigheden van elke materie, en de grootst
mogelijke vrijheid in alles waarover men van mening kan verschillen. Hij
beschouwt echter niets onder slechts één enkel aspect -het economische, het
esthetische... - en hij zal het geheel -een project, een gebeurtenis, een
film...- niet positief beoordelen als sommige aspecten zeer slecht zijn.
Bij het zaken doen, of bij het aannemen van een bepaalde
baan, kijkt een goed christen niet alleen naar het economisch profijt, maar ook
naar andere facetten: of het naar de normen van de moraal geoorloofd is, of
anderen er baat of schade van ondervinden, of de samenleving er wel bij
vaart... Als het moreel gezien ongeoorloofd is, of althans weinig voorbeeldig,
maken andere kenmerken, bijvoorbeeld een goede opbrengst, er geen goede zaak
van. Een zakelijk gezien goede koop die amoreel is, is een beroerde koop die
niet moet plaats hebben.
De fout is vaak verhuld in een fraaie verpakking van kunst,
wetenschap, vrijheid... Maar de kracht van het geloof moet sterker zijn: het is
het machtige licht, dat ons doet zien dat er achter die schone schijn een
slechte werkelijkheid schuilgaat, die zich hult in de uiterlijke schijn van een
goed literair werk, van een valse schoonheid... Christus moet de hoeksteen zijn
van elk gebouw.
Laten wij de Heer vragen om zijn genade, om onze christelijke
roeping coherent gestalte te geven; dan zullen we het geloof nooit ervaren als
een 'beperking', iets waardoor we sommige dingen niet mogen doen: het geloof
zal een licht zijn om dingen en gebeurtenissen naar waarde te schatten, zonder
te vergeten dat de duivel onze onwetendheid, onze hoogmoed en wellust tot zijn
bondgenoten tracht te maken. Christus is de vuurproef die aantoont of er goud
zit in de menselijke dingen. Alles wat niet bestand is tegen de helderheid van
zijn onderricht, is leugen en bedrog, ook al heeft het schijnbaar het uiterlijk
van goedheid of perfectie.
Eenheid van leven wil zeggen: zich bij elke gelegenheid en in
alle omstandigheden een trouw leerling van de Heer voelen en zijn. Met deze
eenheid van leven als maatstaf zullen wij in staat zijn de vele goede dingen,
die gemaakt en bedacht zijn door mensen die zich door een integer menselijk
criterium hebben laten leiden, bijeen te brengen en aan de voeten van Christus
neer te leggen. Zonder het licht van het geloof zouden wij heel vaak blijven
zitten met sintels die ons betoveren, omdat er iets in is dat de weerschijn heeft
van goedheid of schoonheid.
Wie een goed ontwikkeld oordeel wil hebben, moet niet alleen
moeite doen, maar vooral ook de oprechte wil hebben de wil van God te
vervullen. Zo verklaart men dat eenvoudige mensen, met geringe vorming en
misschien met weinig verstandelijke vermogens maar met een intens christelijk
leven, een zeer integer inzicht hebben, dat hen de diverse gebeurtenissen raak
laat beoordelen; terwijl andere mensen, heel wat meer ontwikkeld en met een
groter verstand, zo nu en dan een pijnlijk gebrek aan een juist oordeel laten
zien en zich zelfs vergissen in elementaire zaken.
De eenheid van leven, de gewone manier van leven van de
christen, verschaft ons een zeker oordeel en doet ons de werkelijke menselijke
waarden van de dingen ontdekken. Zo heiligen wij alle edele menselijke activiteiten
en brengen ze bij Christus. Laten wij ons afvragen: is er een samenhang tussen
mijn manier van leven en mijn geloof, mijn roeping, in alle omstandigheden?
Houd ik bij het nemen van beslissingen, belangrijke of alledaagse, vooral
rekening met wat God van mij verwacht? Trachten wij te ontdekken op welke
punten de Heer van ons een overtuigder christelijke houding vraagt?
13.3 De christen die zijn leven
gegrondvest heeft op deze hoeksteen, Christus, heeft zijn eigen
persoonlijkheid, zijn eigen wijze om de wereld en de gebeurtenissen te bezien,
en een waardeschaal die duidelijk onderscheiden is van die van de heiden, die
niet vanuit het geloof leeft en een louter aards zicht op de dingen heeft. Een
zwak en lauw geloof, dat weinig invloed heeft op het dagelijkse leven, «kan bij
sommigen een soort minderwaardigheidscomplex veroorzaken, dat naar voren komt
in een onstilbare honger om het christendom te 'vermenselijken', en van de Kerk
een 'volkskerk' te maken, door haar aan te passen aan de waardeoordelen die in
de wereld opgang doen.»7
Daarom is het voor de christen een noodzaak, terwijl hij druk
doende is met zijn werk in de wereld, tegelijkertijd 'druk met God bezig' te
zijn door middel van het gebed, de sacramenten en de heiliging van al zijn doen
en laten. Het gaat erom trouwe leerlingen van Jezus te zijn midden in de
wereld, in het gewone leven van alledag, met al zijn gejaagdheid. Zo kunnen wij
de raad toepassen die de heilige Paulus gaf aan de eerste christenen van Rome,
toen hij hen waarschuwde tegen de risico's van een gemakzuchtige aanpassing aan
de heidense gewoonten: Stemt uw gedrag niet af op deze
wereld.8 Soms heeft dit non-conformisme
tot gevolg, dat wij tegen de stroom oproeien en met het onbegrip van sommigen
rekening moeten houden. De christen moet niet vergeten, dat hij gist is,
doorwerkend in het deeg dat hij moet doen rijzen.9
De Heer is het licht dat straalt en de waarheid blootlegt van
alle schepsels; Hij is het lichtbaken voor de schippers op alle zeeën. «De Kerk
nu [...] gelooft tevens, dat de sluitsteen, het middelpunt en de voltooiing van
heel de geschiedenis van het mensdom te vinden zijn in haar Heer en Meester.»10
Jezus van Nazaret blijft voortdurend in elke mens de hoeksteen.
Het gebouw dat buiten Christus om is neergezet, is op de verkeerde wijze
gebouwd. Laten wij vandaag bedenken, aan het eind van ons gebed, of het geloof
dat wij belijden, ook steeds meer ons eigen bestaan beïnvloedt: in de wijze
waarop wij de wereld en de mensen beschouwen, in de wijze waarop wij ons
gedragen, in onze ijver om, met daden, te zorgen dat alle mensen Christus
werkelijk leren kennen, zijn leer volgen en beminnen.
-1. Mc 12,1-12. -2. Jes 5,1-7. -3. Vgl. The Navarre Bible,
aantekening bij Mc 12,1-12 en Mt
21,33-46. -4. Ps 118,22. -5. Hnd
4,10-11. -6. Johannes Cassianus, Collationes, 24. -7. J. Orlandis,
Qué es ser católico?, Pamplona 1977, blz. 48. -8. Rom 12,2. -9. Vgl. Mt 13,33.
-10. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 10.
|