Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Negenentwintigste week. Maandag

4. De hoop van ons leven

-Tijdelijke goederen en bovennatuurlijke hoop. -Christelijke onthechting. -Onze hoop is op de Heer gevestigd.

4.1 Een man wendde zich tot de Heer en vroeg Hem het probleem van een betwiste erfenis te regelen.1 Naar de reactie van Jezus te oordelen lijkt het, dat deze man meer bezorgd was over zijn financiële problemen dan over de prediking van de Heer. De Messias had gepredikt over Gods koninkrijk. Het tijdstip en de aard van het verzoek leek, op zijn zachtst gezegd, wat ongunstig gekozen. Jezus antwoordt: Man, wie heeft Mij over u beiden tot rechter of bemiddelaar aangesteld? Vervolgens wendde Jezus zich tot alle andere aanwezigen en zei: Pas op en wacht u voor alle hebzucht! Want geen enkel bezit, al is dit nog zo overvloedig, kan uw leven veilig stellen. Om zijn leer te benadrukken vertelt Jezus hun een parabel: Het land van een rijk man had een grote oogst opgeleverd... Het was zo'n geweldige oogst dat zijn schuren deze niet konden bevatten. Hij kwam overhaast tot de conclusie dat zijn moeilijke jaren voorgoed voorbij waren. Zijn levensonderhoud was nu volledig veilig gesteld. Hij besloot zijn oude schuur af te breken en een grote nieuwe te laten optrekken om zijn grote graanvoorraden te bergen. Helaas, hier liepen zijn plannen spaak. Hij besloot te eten, te drinken en ervan te genieten omdat het leven voor hem zo goed was geweest. Maar de rijke man was een fundamenteel feit vergeten: de onzekerheid van ons bestaan op deze aarde. Hij had de keuze gemaakt om zijn hoop op voorbijgaande zaken te vestigen. Het kwam niet in hem op dat iedereen geroepen is tot een levenslange worsteling.

God kwam als verrassing binnen in het leven van deze rijke en zelfverzekerde landeigenaar. Dwaas! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen; en al de voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan? Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.

Deze man was dwaas omdat hij zijn toekomst afhanke­lijk maakte van de dingen van deze aarde, zaken die van nature vergankelijk en onbetrouwbaar zijn. Wij moeten het rechtmatige verlangen om in de levensbehoeften van ons gezin te voorzien, niet verwarren met de misplaatste neiging om zoveel mogelijk te bezitten. Ons hart dient op de hemel gericht te zijn. Als de Heer werkelijk onze hoop is, zullen wij gelukkig zijn met veel of met weinig goederen. «Bezitsvergroting mag dus nooit het uiteindelijke doel vormen van een volk of een individuele mens. De economische groei heeft twee aspecten: Het is enerzijds noodzakelijk voor de ontplooiing van de mens, maar anderzijds houdt het de mens in zekere zin gevangen, als hij die economische ontwikkeling beschouwt als het hoogste goed. Dan zien wij hoe het hart zich verhardt en de geest zich afsluit en hoe mensen niet langer in vriendschap bijeenkomen maar uit eigenbelang, wat spoedig leidt tot tegenstellingen en verdeeldheid. Op deze wijze wordt het uitsluitend najagen van bezit een belemmering voor individuele ontplooiing en voor de werkelijke grootheid van de mens. Zowel bij naties als bij individuele mensen is hebzucht de meest duidelijke vorm van morele onderontwikkeling.»2 Onze hoop op God zal worden gedoofd als wij toegeven aan een ongebonden drang naar bezit. Laten wij besluiten niet deze dwaze vergissing te maken. Er is geen grotere schat dan in Christus te leven.

4.2 De Heilige Schrift vermaant ons herhaaldelijk ons hart op God te richten. De apostel Petrus schreef aan de eerste christenen: Weest daarom wakker en actief, weest nuchter, vestigt heel uw hoop op de genade die uw deel wordt, wan­neer Jezus Christus zich zal openbaren.3 De heilige Paulus raadde Timoteus aan: Vermaan de rijken van deze wereld dringend niet hoogmoedig te zijn en hun hoop niet te stellen op de ongewisse rijkdom, maar op God die ons alles rijkelijk te genieten geeft.4 De heilige Paulus wijst erop, dat geldzucht de wortel is van alle kwaad. Door deze hartstocht zijn sommigen al van het geloof afgedwaald en hebben zich afgemarteld met kwellingen zonder tal.5 In onze eigen tijd herinnert de Kerk ons voortdurend op deze waarheid. «Voor alle gelovigen geldt dus de uitnodiging en verplichting om de heiligheid en volmaaktheid van hun eigen staat na te streven. Allen moeten zij er dus op bedacht zijn om hun gemoed zo te richten, dat zij zich bij dit nastreven van de volmaakte liefde, niet laten tegenhouden door het gebruik van de aardse goederen en de gehechtheid aan de rijkdom tegen de geest van de evangelische armoede in. In die zin vermaant hen de apostel: zij die met het aardse omgaan, moeten er niet in opgaan, want de wereld die wij zien gaat voorbij (Vgl. 1 Kor 7, 31).»6

Dat gebeurt wanneer wij naar dingen verlangen om de dingen zelf, alsof zij ons uiteindelijk doel zouden zijn. Het kan ook bestaan in het koortsachtig najagen van rijkdom, met mogelijke schade voor anderen en voor onze gezondheid, met gebrek aan aandacht voor de opvoeding en vorming van de kinderen, aan zorg die ons gezin van ons vergt... De gehechtheid kan ook bestaan in de manier waarop wij de dingen gebruiken: of we de dingen alleen maar tot nut van onszelf gebruiken of we wel eens iets weggeven of niet...

De ongeordende liefde voor materiële zaken vormt een ernstige belemmering voor het volgen van de Heer. Meer positief gezien dient de onthechting en de juiste instelling ertoe om de mens open te stellen voor het ontvangen van geestelijke weldaden. «Voor wie op elk moment meester over zichzelf wil zijn, heb ik een goede raad. Probeer uzelf zonder vrees en zonder aarzelen tot het uiterste van alles te onthechten. En verder moet u, als u uw verplichtingen tegenover uzelf, uw gezin, familie nakomt... alle eerlijke aardse middelen met een goede bedoeling gebruiken. En denk daarbij aan het dienen van God, van de Kerk, van uw gezin, aan uw werk, uw land, aan de hele mensheid. Denk eraan dat het belang van iets niet ligt in het al of niet bezitten van dat iets, maar in de vraag of men handelt overeenkomstig de waarheid die het christelijk geloof ons voorhoudt: de geschapen dingen zijn alleen maar middelen, verder niets. Denk niet er iets definitiefs in te zien, dat is een luchtspiegeling.»7

Als wij leven in de nabijheid van Christus zullen wij weinig nodig hebben om gelukkig te zijn als kinderen van God. Als wij niet in de nabijheid van God leven zullen wij merken, dat het vergaren van bezit ons nooit voldoening zal geven.

4.3 Een priester die ik goed ken, vertelde het volgende verhaal: «Jaren geleden vervulde ik mijn dienstplicht in de provincie van Navarra. Wij moesten gewoonlijk onze dienstplicht vervullen gedurende de universitaire vakanties. Ik was gestationeerd in een dorp dat Abaurrea heet. Ik herinner mij nog heel goed de dag waarop een pas benoemde vaandrig op onze post verscheen om zijn orders te ontvangen. De commandant zei hem te rapporteren in het dorp Jaurrieta; dan, op het laatste moment, kwam het bij hem op, dat de nieuwe officier er te paard heen moest gaan... Deze wist niet wat hij hiermee aan moest, daar hij nooit eerder paard gereden had. Gedurende de hele maaltijd vroeg hij alles over paarden en was hij op zoek naar goede suggesties. Tenslotte zei iemand hem: 'Luister, alles wat je te doen hebt, is vol zelfvertrouwen het paard bestijgen. Laat het paard niet merken dat dit je eerste keer is, dat je nooit eerder gereden hebt. Dit is beslist doorslaggevend...'

»De volgende morgen bracht een soldaat een paard voor de jonge officier met nog een paard voor zijn bepakking. De officier besteeg zijn paard, maar zodanig dat het dier meteen wist wie de baas was. Het begon te draven en de ruiter was duidelijk verontrust. Het paard stond plotseling stil, toen het daar zin in had. Het begon te grazen en toonde geen belangstelling voor de officier die aan de teugels trok. Vervolgens, weer toen het paard er zin in had, begon het weer te draven langs de grote weg. Zo nu en dan begon het een korte galop. De armzalige officier was geheel radeloos. Toen kwam hij een groep geniesoldaten tegen die elektrische kabels aan het leggen waren. Een van de geniesoldaten riep uit: 'Hé, jij daar, waar ga je heen?' En de jonge officier antwoordde gelaten: 'Wie, ik? Ik ga naar Jaurrieta, maar ik weet niet waar mijn paard heen gaat...'

»Misschien is ook aan ons ooit de vraag gesteld: 'Hé, jij daar! Waar ga je heen?' We hebben misschien de kans gehad om te antwoorden: 'Wie, ik? Ik ben op weg naar de liefde; ik ben op weg naar de waarheid, ik ben op weg naar de blijdschap. Wat ik niet weet, is waar het leven mij zal brengen!'»8

Hoe geweldig zou het zijn als wij op deze vraag konden antwoorden: Ik ben op weg naar God door mijn werk, via mijn moeilijkheden, misschien door middel van mijn slechte gezondheid... Daarheen behoren de dingen van de aarde ons te brengen! Wat jammer als wij iets dat alleen maar een middel was, misbruikt hebben als een onvergankelijk doel! Laten wij er vandaag in ons gebed aan denken of ons beroep een middel is om God te vinden, om op de door ons gewenste bestemming te komen. Dient het bezit van materiële goederen ertoe om ons tot betere mensen te maken?

Jezus Christus leert ons telkens opnieuw dat de hoop van christenen niet ligt in de schatten op aarde, waar ze door mot en worm vergaan en waar dieven inbreken om te stelen.9 Christus biedt ons een onvergankelijke erfenis. Christus zelf is onze hoop.10 Niets anders kan ons hart verzadigen. In Christus zullen wij onvergankelijke gaven van de geest vinden. Materiële zaken kunnen een doel zijn om ons menselijk en bovennatuurlijk doel te bereiken. Maar dat is wat zij zijn: middelen. Wij moeten ze niet als doel gebruiken.

Maria, onze hoop, zal ons helpen ons hart op de goede plaats te houden: bij haar Zoon. Wij gaan vol vertrouwen tot haar. Sancta Maria, spes nostra, ora pro nobis - Heilige Maria, onze hoop, bid voor ons

-1. Lc 12,13-21. -2. Paulus vi, Enc. Populorum progressio, 26 maart 1967,19. -3. 1 Pe 1,13. -4. 1 Tim 6,17. -5. 1 Tim 6,10. -6. Vati­canum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 42. -7. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 118. -8. A.G. Dorronsoro, Tiempo para creer, bl. 111-112. -9. Mt 6,19. -10. 1 Tim 1,1.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012