Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Negende week door het jaar. Dinsdag

14. DE KEIZER GEVEN WAT DE KEIZER TOEKOMT. VOORBEELDIGE BURGERS

-De christen in het openbare leven. Het voorbeeldig vervullen van onze plichten. -Eenheid van leven. -Onze vereniging met God, noodzakelijk om betere burgers te zijn.

14.1 Het evangelie van de mis van vandaag1 vertelt dat er een paar farizeeën naar Jezus toe gingen om Hem op een woord te vangen, iets waarvan zij Hem zouden kunnen beschuldigen. Daartoe stelden zij Hem boosaardig de vraag, of het geoorloofd is aan de keizer belasting te betalen. Het ging om de belasting die alle joden aan Rome betaalden, wat hen eraan herinnerde, dat zij aan een vreemde macht onderworpen waren. Het was geen zware belasting, maar het ging om een politiek en moreel probleem; de joden zelf waren verdeeld over deze verplichting. Zij wilden nu Jezus partij laten kiezen voor of tegen die Romeinse belastingmaatregel. Meester -zeiden zij Hem- is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet? Als de Heer ja zou zeggen, zouden zij Hem ervan kunnen beschuldigen te collaboreren met de Romeinse machthebbers, die door de joden gehaat werden aangezien zij binnendringers waren; als Hij nee zou antwoorden, zouden zij Hem kunnen beschuldigen van rebellie tegen Pilatus, de Romeinse gezagdrager. Partij kiezen voor of tegen de belasting betekende feiltelijk zich uitspreken over de rechtmatigheid van de politiek-sociale situatie waar het joodse volk zich in bevond: collaboreren met de bezetter of de in de boezem van het volk latent aanwezige rebellie aanmoedigen. Later zouden zij Hem beschuldigen door gebruik te maken van een evidente leugen: Wij hebben vastgesteld, dat die man ons volk tot opstand aanspoort, dat Hij het ervan afhoudt aan de keizer belasting te betalen.2

Bij deze gelegenheid zei Jezus, die de huichelachtigheid van hun vraag kende: Geeft Mij een tienling [...] Van wie is deze beeldenaar en het randschrift? Ze antwoordden: Van de keizer. Jezus verbijsterde hen met de eenvoud en de diepzinnigheid van zijn antwoord: Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt. Jezus ging de vraag niet uit de weg, maar bracht ze tot haar ware proporties terug. Het gaat erom, dat de staat zich niet tot het niveau van het goddelijke verheft, en dat de Kerk geen partij kiest in tijdelijke kwesties die veranderlijk en betrekkelijk zijn. Op deze wijze stelt Hij zich ook teweer tegen de onder de farizeeën verbreide misvatting van een politieke messiasverwachting, en tegen de onterechte inmenging van de Romeinse staat -van welke staat dan ook- op religieus terrein.3 Met zijn antwoord bakent de Heer op duidelijke wijze twee machtssferen af. Zij zijn «op eigen terrein onafhankelijk van elkaar en autonoom. Maar beide zijn zij, hoewel op verschillende titel, dienstbaar aan de persoonlijke en maatschappelijke roeping van dezelfde mensen.»4

De Kerk als zodanig rekent het niet tot haar opdracht, concrete oplossingen te geven in tijdelijke aangelegenheden. Daarin volgt zij Christus die, met de bevestiging dat zijn rijk niet van deze wereld is 5, uitdrukkelijk weigerde een oordeel te vellen in aardse kwesties.6 Laten wij, christenen, dus nooit vervallen in datgene wat Jezus Christus met de grootste zorg vermeed: de boodschap van het evangelie, die universeel is, vermengen met een systeem, een keizer. Dat wil zeggen, dat het niet mag gebeuren, dat mensen die niet een bepaald systeem, een bepaalde partij of 'keizer' aanhangen, moeilijkheden ondervinden een boodschap te aanvaarden die als uiteindelijk doel het eeuwig leven heeft. De opdracht van de Kerk, die in de tijd het verlossingswerk van Christus voortzet, is de mensen tot dit bovennatuurlijk en eeuwig doel te brengen: de juiste en verschuldigde zorg voor de problemen van de samenleving is een afgeleide van haar geestelijke opdracht en blijft beperkt tot de grenzen van deze opdracht.

Het is de taak van ons, christenen, die in het hart van de samenleving, bekleed met alle rechten en plichten, actief zijn, oplossingen aan te dragen voor tijdelijke problemen. Het is onze taak, om ons heen, een steeds betere wereld te vormen, door voorbeeldige burgers te zijn die staan op hun rechten en die al hun plichten tegenover de samenleving weten na te komen. Sterker nog, in veel gevallen kan het optreden van de christenen in het openbare leven zich niet beperken tot het louter nakomen van de wettelijke regels, tot dat wat voorgeschreven is. Het verschil tussen de wettelijke orde en de morele criteria brengt soms met zich mee, dat men in het eigen gedrag veeleisender moet zijn dan wat de juridische normen eisen7: situaties waarin te lage lonen gewoon zijn, onrechtvaardige gevallen waarop de wet geen acht slaat, toewijding die de arts sommige zieken moet geven, ook al overschrijdt hij daarmee de strikte eisen van zijn werkcontract enz. Staan wij op ons werk bekend -wat dat ook voor werk is- als mensen die, uit liefde tot God en tot de mensen, meer doen dan wat strikt vereist is: werktijden, toewijding, belangstelling, oprechte bezorgdheid voor de mensen en hun problemen... ?

14.2 Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt... De Heer onderscheidt de plichten die betrekking hebben op de samenleving en de plichten die verwijzen naar God, maar Hij wil op geen enkele manier aan zijn leerlingen een soort dubbelleven opleggen. De mens is een geheel, met één hart, met één enkele ziel, met zijn deugden en tekortkomingen die zijn gehele handelen beïnvloeden. «Zowel in het openbaar als in het privé-leven moet de christen zich laten inspireren door de leer en de navolging van Christus»8, waardoor zijn handelen steeds menselijker en edeler zal worden. De Kerk heeft altijd de terechte autonomie van het aardse verkondigd, maar deze opgevat in de zin, dat «de geschapen dingen en de samenleving zelf eigen wetten en waarden genieten [...] Maar als men onder 'autonomie van het tijdelijke' verstaat, dat het geschapene niet van God afhankelijk is en dat de mens zich deze zo ten nutte kan maken, dat hij ze niet op de Schepper betrekt, dan voelt iedereen die God erkent aan, hoe bedrieglijk dergelijke ideeën zijn. Zonder een Schepper verdwijnt immers het schepsel in het niet.»9 En de maatschappij zelf wordt onmenselijk en moeilijk om in te wonen.

De christen maakt zijn politieke, maatschappelijke, professionele keuzes overeenkomstig zijn intiemste overtuigingen. Wat hij de maatschappij waarin hij leeft, te bieden heeft, is een juiste visie op de mens en op de samenleving, want alleen de katholieke leer reikt de volledige waarheid over de mens, over diens waardigheid en over zijn eeuwige bestemming waartoe hij geschapen is, aan. Er zijn nogal wat mensen die bij gelegenheid zouden willen, dat christenen als het ware een dubbelleven leiden: een leven voor hun tijdelijk en openbaar handelen en een ander voor hun geloof. Zij gaan zelfs zo ver, dat zij met sektarische en discriminerende woorden en daden verkondigen, dat de burgerlijke plichten en de plichten die voortvloeien uit het volgen van Christus, onverenigbaar zijn. Wij, christenen, moeten met woorden en met het getuigenis van een leven uit één stuk laten zien, dat «het niet waar is, dat er een tegenstelling bestaat tussen goed katholiek zijn en het trouw dienen van de burgermaatschappij. Zoals er ook geen reden is waarom Kerk en Staat met elkaar zouden moeten botsen in de wettige uitoefening van ieders eigen gezag, bij het vervullen van de opdracht die God hun heeft toevertrouwd. Wie het tegendeel beweert, liegt. Ja: liegt! Dat zijn dezelfden die, uit verering van een valse vrijheid, de katholieken vriendelijk zouden willen verzoeken naar de catacomben terug te gaan»10, naar de stilte.

Ons getuigenis midden in de wereld moet zich in een diepe eenheid van leven uiten. De liefde tot God dient ons ertoe te brengen onze plichten als burger trouw te volbrengen: rechtvaardige belastingen betalen, gewetensvol stemmen met het oog op het algemeen welzijn enz. Het onbelangrijk vinden -uit nalatigheid, luiheid, vanwege smoesjes- onze eigen opvatting op alle niveaus te laten horen door middel van, bijvoorbeeld, het uitbrengen van onze stem, is een tekortkoming tegenover de gerechtigheid, want het betekent het veronachtzamen van rechten die, omwille van anderen, ook plichten zijn. Deze veronachtzaming kan ernstig zijn in zoverre ze -in de beroepsorganisatie, in de ouderraad van een instelling waaraan de kinderen studeren, op landelijk politiek vlak- mede leidt tot de overwinning van een kandidaat wiens ideeëngoed niet met dat van de christenen strookt.

«Laat -spoort Johannes Paulus ii aan- uw leven en de tijdelijke activiteiten doordrenkt zijn van het sap van het geloof van Christus, in het bewustzijn dat het geloof niets vernietigt dat authentiek menselijk is, maar dit juist versterkt, zuivert en verheft. Toont deze geest in de aandacht die u aan problemen van doorslaggevend belang besteedt. Door in de familiekring de onontbindbaarheid en de andere waarden van het huwelijk, evenals de eerbied voor elk leven vanaf het moment van de conceptie, te beleven en te verdedigen. Door voor uw kinderen in kunst en cultuur, in onderwijs en opvoeding een onderricht te kiezen waarin het brood van het christengeloof aanwezig is.

»Weest ook sterk en edelmoedig wanneer men u vraagt te helpen bij de bestrijding van onrecht en het uit de weg ruimen van maatschappelijke en economische discriminatie. Weest sterk en ruimhartig in uw deelname aan een positieve actie voor groei en rechtvaardige verdeling van goederen. Spant u in, opdat wetten en gewoonten de transcendente betekenis, noch de morele aspecten van het leven, links laten liggen.»11

14.3 ...en aan God, wat aan God toekomt. Ook dit wordt door de Heer met nadruk gezegd, ook al werd het Hem niet gevraagd. «De keizer zoekt zijn beeldenaar, geef hem die. God zoekt de zijne, geef Hem die terug. Laat de keizer zijn munt niet om u verliezen. Laat God de zijne niet in u verliezen.»12 Dat is het commentaar van Augustinus. En van God is heel ons leven, ons werk, onze zorgen, onze blijdschap... Al het onze is het zijne. Heel in het bijzonder die momenten -zoals deze tijd van gebed- die wij exclusief aan Hem toewijden. Goed katholiek zijn, dat zal ons aansporen goede burgers te zijn, want ons geloof zet ons voortdurend aan goede studenten, onbaatzuchtige moeders die krachten putten uit hun geloof en liefde om hun gezin vooruit te helpen, rechtvaardige ondernemers enz. te zijn. Het voorbeeld van Christus brengt ons allen ertoe arbeidzaam, hartelijk, blij, optimistisch te zijn, niet kleinzielig in het nakomen van onze verplichtingen, trouw te zijn aan het bedrijf, in het huwelijk, aan de partij of de groepering waartoe wij behoren. De liefde tot God is, mits ze echt is, een waarborg voor de liefde tot de mensen, en zal uit de feiten blijken.

«Er is een beschikking uitgegaan van keizer Augustus, dat alle inwoners van Israël zich moeten laten registreren. Maria en Jozef reizen naar Betlehem. Heb je er wel eens aan gedacht, dat de Heer zich van de stipte naleving van een wet heeft bediend om zijn profetie in vervulling te doen gaan?

»Houd van de regels van een eerzame samenleving, respecteer ze, en twijfel er niet aan, dat ook de door jou trouw vervulde plicht het werktuig kan zijn waardoor anderen de christelijke rechtschapenheid, vrucht van de liefde tot God, zullen ontdekken en God zullen ontmoeten.»13

-1. Mc 12,13-17. -2. Lc 23,2. -3. Vgl. J.M. Casciaro, Jesucristo y la sociedad política, Madrid 1973. -4. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 76. -5. Vgl. Joh 18,36. -6. Vgl. Lc 12,13 e.v. -7. Vgl. Spaanse bisschoppenconferentie, Los cristianos en la vida pública, 22 april 1986. -8. Ibidem. -9. Vaticanum ii, o.c., 36. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 301. -11. Johannes Paulus ii, Toespraak, 7 november 1982. -12. H. Augustinus, Commentaar op Psalm 57,11. -13. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 322.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012