Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

23 januari. Zesde dag van de Bidweek

9. DE KERK, HET NIEUWE VOLK GODS

-Wij, christenen, zijn een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een door Jezus Christus in eigendom verworven volk. -Deelneming van de leken aan de priesterlijke, profetische en koninklijke bediening van Christus. Heiliging van de wereldse taken. -Het ambtelijk priesterschap.

9.1 God roept ieder mens persoonlijk, bij zijn naam1; maar vanaf het begin «heeft het God behaagd de mensen geens­zins afzonderlijk, zonder enig onderling verband, te heili­gen en te redden, maar hen tot een volk te verenigen dat Hem naar waarheid zou erkennen en in heiligheid zou dienen.»2 Onder de naties der wereld heeft Hij het volk van Israël willen uitkiezen om zichzelf te openbaren en zijn wilsbesluit kenbaar te maken. Met dit volk sloot Hij een verbond, dat keer op keer vernieuwd werd. Dit alles echter is geschied ter voorbereiding en voorafbeelding van het nieuwe volk van God, de Kerk, dat Jezus voor zich zou vrijkopen met zijn bloed, vergoten op het kruis. In de Kerk komen de benamingen tot vervulling die men in het Oude Testament aan het volk van Israël gaf: uitverkoren geslacht3, aangeworven volk om Gods lof te verkondigen.4

De wezenlijke hoedanigheid van hen die dit nieuwe volk vormen «is de waardigheid en de vrijheid van de kin­deren van God, in wier hart de Heilige Geest als in een tempel woont. Zijn wet is het nieuwe gebod om te bemin­nen zoals Christus zelf ons heeft liefgehad (vgl. Joh 13,34). Zijn einddoel tenslotte is het koninkrijk van God, dat door God zelf is begonnen en zich verder moet verspreiden.»5 Gij -zo houdt Petrus de christenen uit de vroegste tijden voor- zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priester­schap, een heilige natie, Gods eigen volk, bestemd om de roemruchte daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht: gij, vroeger geen volk, nu Gods volk, vroeger van genade verstoken, nu begenadigd.6

Dit nieuwe volk kent slechts één priester, Jezus Chris­tus, en één offer, namelijk het offer van Calvarië, dat elke dag hernieuwd wordt in de heilige mis. Al degenen die van dit volk deel uitmaken, zijn een uitverkoren geslacht, ze delen in het priesterschap van Christus en zijn aldus bekwaam om een priesterlijk middelaarschap te vervul­len, het fundament van elk apostolaat, en om actief deel te nemen aan de goddelijke eredienst. Op deze wijze kunnen zij al hun werkzaamheden maken tot geestelijke offers die God welgevallig zijn.7 Het betreft een werkelijk priesterschap, hoewel het wezenlijk verschilt van het ministeriële priesterschap, waardoor de priester in staat is namens Christus te handelen, vooral wanneer hij de zonden vergeeft en de heilige mis opdraagt. Niettemin zijn beide met elkaar geordend en verbonden, en delen zij, elk op eigen wijze, in het priesterschap van Christus. In dit priesterschap -in het delen in het priesterschap van Christus- worden wij geheiligd en vinden wij de genade die nodig is om de anderen te steunen.

9.2 De gelovigen delen in de zending van Christus en doordrenken aldus hun leven midden in de wereld, en de wereld zelf, met de geest van hun Heer. Hun gebeden, het leven in gezin en maatschappij, hun apostolische initia­tieven, werk en rust, en zelfs de beproevingen en tegen­slagen van het leven, worden tot een heilige offerande die de Heer vooral in de heilige mis bereikt, «het middelpunt en de wortel van het geestelijk leven van de christen.»8

Deze deelneming van de leken in de priesterlijke be­die­ning van Christus brengt een leven met zich mee, dat als middelpunt de heilige mis heeft, maar de eucharistische deelneming houdt niet op bij het actief deelnemen aan het offer van het altaar, noch komt in de eerste plaats tot uit­drukking in bepaalde liturgische taken die door de leken kunnen worden vervuld. Het eigen terrein van de leken is de heiliging van hun gewone werk, de vervulling van de plichten in het beroep, het gezin, de maatschappij..., welke zij met de grootste rechtschapenheid trachten uit te oefenen.

De leken delen ook in de profetische zending van Christus. Hun specifieke roeping brengt hen tot de ver­kondiging van Gods woord, niet in de kerk, maar op straat: in de fabriek, op kantoor, in de club, in het gezin.9 Zij moeten het goddelijk woord verkondigen door hun voor­beeld, als collega's op het werk, als buren, als burgers... En ook door de juiste raadgeving, een innig en diepgaand gesprek waarop ware vriendschap recht geeft; door een boek te adviseren dat richting kan wijzen en door het af­raden van een schouwspel dat niet gepast is voor iemand die het goede nastreeft; door te bemoedigen -zo de rol van Christus vervullend- en vreugdevol een kleine dienst te bewijzen.

De christen is eveneens deelgenoot van de koninklijke bediening van Christus. In de eerste plaats door baas te zijn over zijn beroepswerk, zonder slaaf van zijn werk te worden, maar door dit te beheersen en het, met oprechte bedoeling, tot glorie van God te leiden, door het vervullen van het goddelijk plan voor heel de schepping.10 De rol van de leken wordt niet versterkt wanneer men hen doet delen in het clericale gezag of ambt. Wellicht kunnen enkelen die richting inslaan, maar zelfs dat is niet het meest eigene van een wereldlijke roeping.11 Het is in de wereld, te midden van de wereldse structuren van het menselijk leven, waar zich hun deelname aan de konink­lijke zending van Jezus Christus ontplooit. «Hun voor­naamste en onmiddellijke taak -zo merkte Paulus vi op- is niet het vestigen of ontwikkelen van de kerkelijke gemeenschap - dat is de specifieke taak van de geeste­lijkheid- maar het benutten van alle christelijke en evangelische mogelijkheden, verborgen maar toch reeds aanwezig en werkzaam, in de tijdelijke zaken.»12 Binnen dit nieuwe volk van God -de Kerk- brengt de deelneming aan de koninklijke zending van Christus hen ertoe de maatschappelijke orde te doordrenken met deze christe­lijke beginselen die haar menselijk maken en verheffen: de waardigheid en verhevenheid van de menselijke persoon, maatschappelijke saamhorigheid, de heiligheid van gezin en huwelijk, vrijheid in verantwoordelijkheid, de liefde tot de waarheid, de bevordering van gerechtigheid op alle niveaus, de geest van dienstbaarheid, wederzijds begrip en broederlijke liefde...

«De leken moeten niet de 'longa manus' van de hiërarchie zijn. Zij zijn geen verlengstuk van een officieel kerke­lijk 'systeem'. Zij zijn -een ieder is, krachtens eigen recht en op basis van eigen vroomheid, bekwaamheid en leerstel­lige vorming- de aanwezigheid van Christus in de tijde­lijke zaken.»13 Laten wij vandaag overwegen of de anderen, wanneer zij ons dagelijks optreden zien, bewogen worden tot een grotere toenadering tot Christus, of wij door ons werk en ons deelhebben aan de maatschappelijke taken -op hun onderscheiden niveaus- werkelijk de wereld tot God brengen.

9.3 Dit nieuwe volk van God heeft Christus tot eeuwige Hogepriester. De Heer nam de oude traditie op om deze om te vormen en te vernieuwen en zó een nieuw priester­schap in te stellen. De priesters van Christus zijn, ieder van hen, als het ware een werktuig van de Heer en ver­lengstuk van zijn allerheiligste mensheid. Zij handelen niet in eigen naam, zij zijn niet eenvoudig vertegenwoor­digers van het volk, maar zij vervullen de rol van Christus. Van elk van hen kan men zeggen, dat hij, genomen uit de mensen, is aangesteld voor de mensen om hen te vertegenwoordigen bij God...14

Christus handelt daadwerkelijk door hen, door hun woorden, gebaren enz.; en hun priesterschap is innig en onafscheidelijk verbonden met het priesterschap van Christus en met het leven en de groei van de Kerk. De priester is vader, broeder, vriend...; hij behoort anderen toe, is bezit van de Kerk, die hij met bovenmatige liefde bemint en ten aanzien waarvan hij betrekkingen en rech­ten heeft waarvan niemand anders de bewaarder kan zijn.15 «Jezus -zo onderrichtte Johannes Paulus ii ter gelegenheid van een talrijke priesterwijding in Brazilië- vereenzelvigt ons zodanig in de uitoefening van de mach­ten die Hij ons heeft verleend, dat onze persoonlijkheid als het ware zou verdwijnen tegenover de zijne, want Hij is het die door middel van ons handelt. ?Door het sacrament van het priesterschap-zo heeft iemand treffend gezegd- is de priester werkelijk in staat aan onze Heer zijn stem, zijn handen, zijn hele zijn te lenen. Het is Jezus Christus die in de heilige mis, met de woorden van de consecratie de substantie van brood en wijn verandert in zijn lichaam, zijn ziel, zijn bloed en zijn Godheid. (Vgl. Zalige J. Escrivá, De liefde tot de Kerk, bl. 80)? En wij kunnen eraan toevoe­gen -vervolgde de paus-: Het is Jezus zelf die in het sacrament van boete en verzoening het gezagsvolle en vaderlijke woord uitspreekt: Uw zonden zijn u vergeven (Mt 9,2; Lc 5,20; 7,48; vgl. Joh 20,23). En Christus spreekt wanneer de priester, in de uitoefening van zijn ambt in naam en in de geest van de Kerk, het woord van God verkondigt. Christus zelf zorgt voor de zieken, de kinderen en de zondaars, wanneer zij omringd worden door de liefde en herderlijke zorg van de gewijde bedienaren.»16

De priesterwijding verleent de hoogste graad van waardigheid die een mens kan ontvangen. Door de wijding wordt de priester tot dienaar van God en uitdeler van zijn goddelijke schatten.17 Deze schatten zijn vooral de viering van de heilige mis, van oneindige waarde, en de macht om zonden te vergeven en de ziel weer de genade te schenken. Op velerlei wijzen wordt de priester tot kanaal van de goddelijke genade. Bovendien wordt de priester door zijn wijding tot bemiddelaar en ambassadeur tussen God en de mensen, tussen de hemel en de aarde. Met één hand neemt hij de schatten van de goddelijke barmhartigheid; met de andere deelt hij die uit aan zijn medebroeders, de mensen.

De priester is een grootse weldaad voor de Kerk en geheel de mensheid. Daarom moeten wij bidden, dat het nooit mag ontbreken aan heilige priesters, dat dezen zich dienaren voelen van hun broeders, de mensen, dat zij nooit de waardigheid en de schat vergeten die God hun in handen heeft gelegd om deze edelmoedig aan de overige leden van het volk Gods uit te delen. Terecht kan men zeggen dat «als er een tijd is geweest waarin een priester een schouwspel is voor mensen en engelen, dan is dat wel juist in deze tijd die zich voor ons opent.»18 Laten wij altijd voor hen blijven bidden.

-1. Jes 43,1. -2. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 9.
-3. Vgl. Ex 19,5-6. -4. Vgl. Jes 43,20-21. -5. Vaticanum ii, loc. cit. -6. 1 Pe 2,9-10. -7. 1 Pe 2,5. -8. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 87. -9. Vgl. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Christifideles laici, 30-XII-1988, 14. -10. Vgl. Idem, Enc. Laborem exercens, 14-IX-1981, 5. -11. Vgl. C. Burke, Autoridad y libertad en la Iglesia, Madrid 1988, bl. 196. -12. Paulus vi, Apost. exhort. Evangelii nuntiandi, 8-XII-1975, 70. -13. C. Burke, o.c., bl. 203. -14. Vgl. Heb 5,1-4. -15. Vgl. A. del Portillo, Escritos sobre el sacerdocio, Palabra, Madrid 1970, bl. 81. -16. Johannes Paulus ii, Homilie 2-VII-1980. -17. Vgl. 1 Kor 4,1. -18. Kard. J. H. Newman, Preek bij de opening van het Sint Bernardus seminarie, 2-X-1873.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012