De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vijfentwintigste zondag door het jaar (C)

30. De kinderen van het licht

-De parabel van de onrechtvaardige rentmeester. -Gebruik maken van alle wettige middelen ten dienste van God. -Menselijke en bovennatuurlijke middelen.

30.1 In de eerste lezing van de Mis van deze zondag gaat de profeet Amos tekeer tegen de uitbuiting van de armen door gewetenloze woekeraars.1 Deze gewetenloze handelaars minachten de behoeftigen en maken hun geld afhandig. Zij vervalsen de weegschaal en verkopen goederen die mankementen vertonen. Zij drijven de prijzen op door tekorten uit te buiten... Zij weten heel wat onrechtvaardige methoden te bedenken om hun zaken beter te laten lopen.

In het evangelie van vandaag vertelt de Heer de parabel van de onrechtvaardige rentmeester die gedwongen wordt verantwoording af te leggen tegenover zijn heer.2 De man denkt bij zichzelf: Wat zal ik doen, nu mijn heer mij het rentmeesterschap afneemt? Spitten kan ik niet en bedelen, daarvoor schaam ik mij. Ik weet al wat ik ga doen, opdat ze mij na mijn ontslag als rentmeester in hun huis opnemen. De rentmeester laat de schuldenaars van zijn heer bij zich komen en stelt ieder een gunstige schik­king toe. Tot de eerste zei hij: Hoeveel zijt ge aan mijn meester schuldig? Deze antwoordt: Honderd vaten olie. De rentmeester antwoordt: Hier hebt ge uw schuldbekentenis, ga gauw zitten en schrijf: vijftig. Daarop vroeg hij nog een tweede schuldenaar: En hoeveel zijt gij schuldig? Hij antwoordt: Honderd maten tarwe. De rentmeester zegt hem: Hier hebt ge uw schuldbekentenis, schrijf tachtig.

Wanneer de eigenaar ontdekt wat zijn rentmeester heeft gedaan, geeft hij wat wrang commentaar op dit schrandere gedrag. En Jezus voegt eraan toe, misschien met een bedroefde ondertoon: De kinderen van de wereld handelen onderling met meer overleg dan de kinderen van het licht. De Heer heeft niet de bedoeling de oneerlijkheid van deze beheerder, die zijn toekomst probeerde veilig te stellen, te prijzen. «Waarom legde de Heer deze parabel voor?» vraagt de heilige Augustinus. «Niet omdat deze dienaar een voorbeeld voor ons was om na te volgen. Toch had de wereldwijze rentmeester een oog voor de toekomst. Zo ook moet de christen deze vastberadenheid hebben om zijn eeuwige beloning veilig te stellen. Zo niet, dan doet de rentmeester hem beschaamd staan.»3 De meester prees de schranderheid, de besluitvaardigheid, de sluwheid en de vastberaden beslissing van de rentmeester, die het beste wist te maken van een moeilijke situatie. Hij gaf niet toe aan ontmoediging.

Wij zijn eraan gewend om mensen ongelofelijke offers te zien brengen om hun stijl van leven of hun levensstandaard te verbeteren. Soms worden wij verrast door de moeite die mensen willen doen om meer rijkdom, macht of roem te verwerven. De media plaatsen vaak eerzuchtige mensen en hun prestaties in het middelpunt van de belangstelling. Wel, wij christenen moeten met evenveel geestdrift God dienen. Deze onderneming heeft zowel een materieel als een geestelijk aspect. Op het materiële vlak zou onze samenleving een diepe zorg moeten tonen voor de noden van de armen, die gestalte krijgt in onderwijs, rechtvaardige lonen, zinvolle sociale uitkeringen en programma's die gericht zijn op het welzijn van die samenleving. Op het geestelijke vlak moeten wij ons heldhaftig inspannen om de hemel te bereiken. «Welke inspanningen getroosten de mensen zich toch in aardse zaken; verlangen naar eer, naar rijkdom, zucht naar zinnelijk genot! Mannen en vrouwen, rijken en armen, grijsaards, volwassenen, jongeren en zelfs kinderen: ze zijn allemaal hetzelfde.

»Wanneer jij en ik ons dezelfde inspanning getroosten voor de aangelegenheden van onze ziel, dan zullen we een levend en werkdadig geloof hebben, en zullen er in ons apostolisch werk geen hindernissen zijn die wij niet kunnen overwinnen.»4

30.2 Soms lijkt het alsof de kinderen van deze wereld met meer vastberadenheid hun doeleinden nastreven dan wij, christenen. Zij leven alsof alleen het aardse bestaat, en zij richten vastberaden hun aandacht uitsluitend daarop. De Heer wil, dat wij ons geheel inzetten voor zijn belangen -persoonlijke heiligheid en apostolaat- met minstens dezelfde vastberadenheid als die waarmee anderen zich inzetten voor wereldse zaken. Jezus wil dat wij echte belangstelling hebben voor zijn zaken. Dit is het enige doel dat echt de moeite waard is. Geen enkel ideaal valt te vergelijken met het ideaal Christus te dienen, de talenten te gebruiken die ons gegeven zijn als middelen om de altijddurende zaligheid te bereiken.

Aan het einde van de parabel herinnert de Heer ons aan een onontkoombaar feit: Geen knecht kan twee heren dienen, want hij zal de een haten en de ander liefhebben, ofwel de een aanhangen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen en ook de mammon. Wij hebben slechts één Heer. Wij moeten Hem dienen met geheel ons hart, met de natuurlijke gaven die Hijzelf ons heeft gegeven, en ieder wettig middel gebruiken gedurende ons hele leven. Wij moeten alles naar Hem richten: ons werk, onze plannen, onze vrije tijd, zonder iets terug te houden. De oprechte christen geeft niet een deel van zijn aandacht aan God en een ander deel aan de zaken van deze wereld. Hij moet zich volledig inzetten ten dienste van God en de naasten middels een oprechte intentie, rechtvaardigheid en naastenliefde.

Teneinde een goed beheerder te zijn van de talenten die hij heeft ontvangen, moet de christen weten hoe hij zijn daden op een verstandige manier moet richten op het algemeen welzijn. Hij moet beginnen met of meewerken aan initiatieven die zich richten op de dienst aan anderen. Ongetwijfeld zijn deze activiteiten meer waard dan de meest bloeiende en 'winstgevende' zakelijke ondernemingen. Het zijn de leken «die moeten worstelen met de kwesties die in verband staan met de tegenwoordigheid van de Kerk in de wereld: opvoeding, de bescherming van het leven, de bescherming van het milieu, de godsdienstvrijheid, het doeltreffend uitdragen van de christelijke boodschap in de media. De lekengelovigen moeten hun volledige rol als burgers spelen met alle wettige middelen voor sociale ontwikkeling. Christenen moeten hun stem laten horen. En zij moeten zorgen dat hun billijke eisen de overhand krijgen.»5

We kunnen niet toestaan, dat geld onze god wordt, of dat het doel van ons leven wordt: het vergaren van zoveel mogelijk goederen en het grootst denkbare comfort. God roept ons tot een bestemming die alles overtreft. Wij moeten werken «met vernieuwde geestdrift en energie om weer heel te maken wat vernietigd is door de cultuur van genotzucht en materialisme. Laten wij nieuw leven geven aan de overblijfselen van de christelijke cultuur, die nog steeds aanwezig zijn. De uitdaging is echter niet om de wortels te versterken. In veel gevallen, op al te veel plaatsen, is het de uitdaging om van de grond af te beginnen, praktisch vanuit het niets. Dit verklaart waarom we vandaag de dag zeggen, dat wij bezig zijn met een 'nieuwe' evangelisatie.»6 Johannes Paulus ii heeft deze uitdaging samengevat met deze treffende woorden: «God houdt van de mensheid! Deze zeer eenvoudige en toch zo diepe verkondiging heeft de mensheid te danken aan de Kerk. De woorden en het leven van iedere christen moeten deze verkondiging doen weerklinken.»7 «De Meester heeft het al gezegd: och was het maar zo, dat wij, de kinderen van het licht, in het doen van het goede tenminste evenveel energie en onverzettelijkheid steken als waarmee de kinderen der duisternis zich aan hun werken wijden. -Beklaag je niet: werk daarentegen om het kwaad te verstikken met een overvloed aan goed.»8

30.3 Ofschoon het de genade is die het innerlijk bekeert, wilde de Heer toch dat wij menselijke middelen gebruiken bij het apostolaat. De heilige Thomas van Aquino leert9 dat wij God zouden tarten als wij nalieten te doen wat wij kunnen -en zouden verwachten dat alles door de Heer gedaan wordt. Deze grondgedachte is zeker van toepassing op het apostolaat, waar de Heer van zijn leerlingen een wijze, doeltreffende en volledige samenwerking verwacht. Wij zijn geen logge werktuigen. Samen met de bovennatuurlijke middelen moeten de kinderen van het licht ook hun menselijke mogelijkheden benutten, hun vernuft en hun enthousiasme om iemand voor Christus te winnen. Voor apostolaatswerken op terreinen als vorming en onderwijs zijn ook materiële middelen nodig, zoals de Heer zelf tot zijn leerlingen zei: Toen Ik u uitzond zonder beurs, reiszak of schoeisel, hebt ge toen aan iets gebrek gehad? Zij antwoordden: Aan niets. Hij hernam: Maar nu moet wie een beurs heeft, die meenemen en eveneens een reiszak: en wie die niet bezit, verkope zijn mantel en schaffe zich een zwaard aan.10 Bij vele gelegenheden verkoos Jezus aardse middelen te gebruiken zoals een paar stukken brood en wat vis, een handvol klei, de goederen die door een aantal vrome vrouwen verschaft waren...

Het is duidelijk dat de apostolische zending onze eigen bekwaamheden en capaciteiten en menselijk vermogen te boven gaat. Daarom zullen wij de bovennatuurlijke middelen niet terzijde leggen, alsof zij pas op de tweede plaats komen. Wij hebben ons vertrouwen niet gesteld op onze persoonlijke gaven of werklust, of op een van de andere middelen die een apostolisch werk ondersteunen. Onze hoop steunt op goddelijke genade. Wij kunnen ervan verzekerd zijn, dat God ongelofelijke wonderen kan verrichten met ontoereikende middelen. Laten wij geloven in de kracht van zijn genade en nooit ontmoedigd worden door belemmeringen. «Laat je door gebrek aan instrumenten er niet van weerhouden je plannen door te zetten: begin maar zo goed als je kunt.»11 Laten wij Jezus vragen, dat Hij geeft wat wij te kort komen.

«Ik had plezier in je felheid. Toen je gebrek had aan materiële middelen voor je werk en geen hulp van anderen had, merkte je op: Ik heb maar twee armen aan mijn lichaam, maar soms ben ik zo ongeduldig dat ik een vijfarmig monster zou willen zijn om meer te kunnen zaaien en oogsten'. -Bid de Heilige Geest om zo'n grote effectiviteit... Hij zal je die geven!»12

-1. Vgl. Am 8,4-7. -2. Lc 16,1-13. -3. H. Augustinus, Preek 359, 9-11. -4. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 317. -5. Kard. A. Suquía, Toespraak tot de Spaanse Bisschoppenconferentie, 19 februari 1990. -6. Ibidem. -7. Johannes Paulus ii, Apost. exhort. Christifidelis laici, 30 december 1988, 34. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 848. -9. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, II-II, q53, a1, ad 1. -10. Lc 22,35-36. -11. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 488. -12. Idem, De Voor, 616.




Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009